Thaise autoriteiten voeren controle op passieve bedrijven verder op
Bedrijven in Thailand die nauwelijks echte bedrijfsactiviteiten uitvoeren, lopen steeds meer kans op extra controle. Vooral ondernemingen met buitenlands kapitaal en constructies waarbij Thaise aandeelhouders mogelijk alleen op papier deelnemen, staan nadrukkelijk in de belangstelling. Een geregistreerd bedrijf alleen laten bestaan zonder aantoonbare economische activiteit wordt daardoor juridisch en praktisch steeds riskanter.
Philips ruilde in Thailand de lamp in voor de MRI-scanner
Philips kwam in 1952 naar Thailand en begon met verlichting. In 2016 sloot het bedrijf zijn grote lampenfabriek in Bangpoo, ten zuiden van Bangkok. Acht jaar later verplaatste het juist medische productie naar Thailand. Wie denkt dat de Nederlandse industrie er wegtrekt, ziet iets anders gebeuren: ze verandert van product.
Thaise fabrieksarbeiders in de autoindustrie betalen de prijs voor elektrisch rijden
Thailand steekt miljarden in elektrische auto’s en nieuwe fabrieken. Achter dat succesverhaal verdwijnt werk bij bedrijven die motorblokken, uitlaten, brandstofsystemen en versnellingsbakken maken. Vooral oudere productiemedewerkers en kleine leveranciers lopen gevaar. Opleidingen zijn er wel, maar juist de mensen die ze nodig hebben, komen er niet vanzelf tussen.
Isaanse vrouwen houden een groot deel van Thailand draaiende
Ze bedienen klanten, verzorgen patiënten, geven les, verkopen eten en houden huishoudens draaiende. Vrouwen uit Isaan vormen een onmisbare kracht achter de Thaise diensteneconomie. Toch blijft hun bijdrage vaak buiten beeld. Dat komt door informeel werk, arbeidsmigratie en statistieken die wel registreren waar iemand werkt, maar lang niet altijd waar zij vandaan komt.
Verkeersdoden kosten Thailand een half biljoen baht per jaar en dat is de vriendelijke versie
Iedereen die in Thailand woont of er regelmatig rijdt, kent de beelden: een kruisje aan de vangrail, offers aan de voet van een boom, een scooter die in twee stukken langs de berm ligt. Wat al dat leed het land kost, uitgedrukt in baht? Een half biljoen per jaar, blijkt uit Thais onderzoek. En dat is nog een lage schatting.
Thailand probeert al jaren afstand te nemen van zijn reputatie als bestemming voor sekstoerisme. Toch blijft sekswerk zichtbaar aanwezig in Bangkok, Pattaya en andere toeristische centra. De sector levert veel geld op, maar bevindt zich juridisch nog altijd in een grijs gebied. Daardoor missen sekswerkers arbeidsrechten en sociale bescherming, terwijl belangenorganisaties juist pleiten voor decriminalisering, beter toezicht en een einde aan structurele kwetsbaarheid en corruptie.
Acht baht voor een kilo rijst en een gat dat niemand dicht
Een Thaise rijstboer kreeg deze zomer ruim acht baht voor een kilo padi. Hij heeft er tien nodig om zijn kosten terug te verdienen. Dat gat van twee baht bepaalt hoeveel de regering uitgeeft, hoe boos het platteland is, en of de provinciale weg volgende maand open ligt.
Debat over afschaffen 1.000-bahtbiljet raakt strijd tegen witwassen
Thailand voert de strijd tegen grijs geld verder op. Daarbij komt ook het biljet van 1.000 baht in beeld, omdat grote contante bedragen hiermee gemakkelijk kunnen worden opgeslagen en vervoerd. Het ongeldig verklaren van deze coupure klinkt als een krachtig middel tegen witwassen en corruptie. Toch zijn de gevolgen voor gewone burgers en kleine ondernemers groot, terwijl criminelen snel naar andere vermogensvormen kunnen uitwijken elders.
Sinds januari 2025 laat China elke zending Thaise doerian testen op de kleurstof Basic Yellow 2 en op cadmium. Containers bleven staan, boeren in Chanthaburi zagen de prijs in dagen halveren. Anderhalf jaar later is de export groter dan ooit en de prijs lager dan ooit. Hoe dat kan.
In Nakhon Ratchasima staat meer dan honderd kilo gedroogde cannabis te verkleuren in een schuur. Boeren in het noordoosten van Thailand stapten vier jaar geleden vol overtuiging in de wiet. Nu draait de regering de regels terug, is de prijs gekelderd en zit de teler met zijn oogst.
Thailand groeide in 2024 met 2,5 procent, terwijl Vietnam 7,1 procent haalde en ook Maleisië, Indonesië en de Filipijnen duidelijk sneller vooruitgingen. Het land is nog altijd welvarender dan verschillende buurlanden, maar de motor hapert. Vergrijzing, lage productiviteit, zwak onderwijs en een grillig investeringsklimaat dreigen Thailand langdurig op achterstand te zetten.
Thailand wil binnen twaalf jaar uitgroeien tot een land met een hoog inkomen en tegen 2030 bij de twintig meest concurrerende economieën ter wereld horen. De regering-Anutin presenteert daarvoor een nieuw groeiplan met vier economische motoren. De ambitie klinkt krachtig, maar de cijfers laten zien hoe steil de klim wordt.
In Thailand bepaalt vaak niet talent wie een bedrijf leidt, maar afkomst en connecties. Patronage, vriendjespolitiek en zwakke handhaving houden zwakke bedrijven overeind en smoren concurrentie. De rekening is zichtbaar: een corruptie-index die al twaalf jaar daalt en een groei die richting anderhalf procent zakt.
Thailand bereidt zich voor op minder regen en extra druk op de watervoorraden in de Eastern Economic Corridor. Premier Anutin Charnvirakul wil sneller ingrijpen, omdat industrie, landbouw, toerisme en huishoudens in Chon Buri, Rayong en Chachoengsao straks uit dezelfde, beperkte bronnen moeten putten. Vooral datacenters maken de puzzel scherper.
Thaise regeringen presenteren keer op keer grootse bouwplannen, maar een flink deel komt nooit af. Van de betonnen ruïnes in Bangkok tot vijf havens, bruggen en spoorlijnen die nooit verder kwamen dan de tekentafel, het patroon herhaalt zich al decennia. Soms eindigt zo’n mislukking met een schadeclaim van honderden miljoenen euro’s.
In grote Thaise winkels en warenhuizen staat opvallend veel personeel, soms verveeld en met de telefoon in de hand. Toch is dat geen slecht management of luiheid, maar een optelsom van lage lonen, servicecultuur en vaste werkplekken. De grootste verrassing: een flink deel van die mensen werkt niet voor de winkel, maar voor een merk.
Ze vissen, bouwen, naaien kleding en verwerken garnalen. Zo’n 2,3 miljoen geregistreerde arbeiders uit Myanmar houden de Thaise economie draaiende, vaak voor het minimumloon of minder. Tegelijkertijd leven ze in permanente onzekerheid, kwetsbaar voor afpersing, schulden en uitzetting. Een blik op de mensen achter de cijfers.
Tussen de veertig en vijftig procent van de Thaise economie speelt zich af buiten de officiële boeken. Van de straatkeuken op de hoek tot de grond onder je huis: het informele circuit raakt je elke dag, vaak zonder dat je het merkt. En op een paar plekken kan dat je rust of je spaargeld kosten.
Nederland is veruit de grootste Europese investeerder in Thailand, en op het gebied van landbouw en voedsel groeit de band gestaag. Niet met Nederlandse boeren die er land kopen, maar met zaden, kassen, sensoren en waterkennis. Toch verloopt die opmars minder vanzelfsprekend dan je zou denken.
Eind mei 2026 stroomde opvallend veel Chinees kapitaal naar de Thaise aandelenmarkt. Analisten zien daarin niet vooral nieuw vertrouwen in Thailand, maar een slimme uitwijkroute nu vastgoed, cryptomunten en westerse markten voor veel Chinese beleggers moeilijker bereikbaar zijn geworden.
De Thaise economie groeit dit jaar naar verwachting met 2 procent, zegt centralebankgouverneur Vitai Ratanakorn. De inflatie loopt op tot 3 procent, vooral door hogere energiekosten. Ook verwacht de Bank of Thailand dat de export stevig blijft groeien en dat de handelsbalans in het vierde kwartaal weer positief kan worden.
Je drinkt een Chang in de schaduw, koopt je rijst bij Lotus’s en loopt daarna een mall van Central binnen. Drie merken, drie families. In Thailand stuit je bijna nergens op echte concurrentie. Achter de schappen schuilt een kleine groep dynastieën die hele sectoren beheerst, met gevolgen voor iedereen die er woont of op bezoek komt.





