De Thaise regering heeft een groot economisch doel gesteld: het land moet binnen twaalf jaar ontsnappen aan de middeninkomensval. Dat betekent dat Thailand niet langer blijft hangen als land met redelijke lonen, veel industrie en veel toerisme, maar doorgroeit naar een economie met hogere inkomens, meer innovatie en sterkere bedrijven.

Premier Anutin Charnvirakul besprak het plan deze week tijdens een vergadering van het Gezamenlijk Publiek-Private Consultatief Comité in het regeringsgebouw in Bangkok. Daar zaten overheid en bedrijfsleven samen aan tafel om de economische koers van het land scherper te krijgen.

Vicepremier en minister van Financiën Ekniti Nitithanprapas zei na afloop dat overheid en particuliere sector samen een kader hebben opgesteld voor de korte, middellange en lange termijn. Het doel is helder: Thailand moet op een duurzame manier uit de middeninkomensval komen.

Top 20 in 2030 is minder ver weg dan hoog inkomen

Voor 2030 mikt Thailand op een plek in de top 20 van meest concurrerende landen ter wereld. Dat doel lijkt op papier nog te overzien. Thailand stond in de IMD World Competitiveness Ranking van 2026 op plaats 26 van 70 economieën. Het land hoeft dus geen halve wereld in te halen, maar zes plekken stijgen.

Toch zegt zo’n ranglijst niet alles. Thailand schommelt al jaren. In 2024 stond het land op plaats 25, in 2025 zakte het naar plaats 30 en in 2026 klom het weer naar plaats 26. Dat laat zien dat de basis nog niet stabiel genoeg is.

De stap naar een hooginkomensland is veel zwaarder. Volgens de Wereldbank lag het Thaise bruto nationaal inkomen per hoofd in 2024 rond 7100 dollar. De grens voor een hooginkomensland ligt voor boekjaar 2026 boven 13.935 dollar. Thailand moet dus bijna verdubbelen. En die grens schuift zelf ook op.

Groei van drie procent is te laag voor zo’n sprong

De Thaise regering wil het groeipotentieel verhogen van ongeveer 2,7 procent naar meer dan 3 procent. Dat klinkt als vooruitgang, maar voor de status van hooginkomensland is het waarschijnlijk niet genoeg.

Om binnen twaalf jaar de huidige inkomensgrens te halen, zou het inkomen per hoofd jaar na jaar veel sneller moeten groeien. Zelfs zonder stijgende Wereldbankgrens is daarvoor ongeveer 5,8 procent groei per hoofd per jaar nodig. Dat is bijna dubbel zo hoog als waar de Thaise regering nu op mikt.

Ook andere instellingen zijn voorzichtig. De Bank of Thailand rekent voor 2026 en 2027 op economische groei van 2,3 procent en 1,8 procent. Het IMF ging voor 2026 uit van 1,6 procent. Dat zijn geen cijfers van een economie die op korte termijn een grote inkomenssprong maakt.

De regering gebruikt een voetbalmetafoor

Minister Ekniti vergeleek de economische aanpak met een voetbalteam. Overheid en bedrijfsleven moeten niet langer los van elkaar spelen, maar samenwerken als verdedigers, middenvelders en aanvallers.

De verdediging moet zorgen voor macro-economische stabiliteit en begrotingsdiscipline. Dat moet investeerders vertrouwen geven en Thailand beschermen tegen onrust op de wereldmarkt.

Het middenveld moet de basis versterken. Daaronder vallen betrouwbare elektriciteit, voldoende water, toegang tot schone energie, digitale en AI-gereedheid, hervorming van wetten en de ontwikkeling van menselijk kapitaal. De aanval moet inkomsten opleveren via zeven sectoren:

  • hoogwaardige landbouw en voedselproductie;
  • voertuigen van de volgende generatie;
  • slimme elektronica met koppeling aan kunstmatige intelligentie;
  • farmaceutische producten en gezondheidszorg;
  • wellness-toerisme;
  • handel en logistiek;
  • de creatieve economie.

Het beeld is helder. Thailand wil niet alleen meer produceren, maar slimmer produceren. De vraag is of het land snel genoeg verandert.

Vier motoren moeten de economie aanjagen

De regering noemt vier economische motoren die Thailand richting 2030 moeten trekken.

De eerste motor richt zich op toekomstige industrieën. Het Thailand Fast Pass-programma moet investeringen sneller door de ambtelijke molen krijgen. Ook wil Thailand zich ontwikkelen als regionaal financieel centrum, de groene economie versterken en de auto-industrie moderniseren.

De tweede motor draait om toerisme, gezondheidszorg, voedselzekerheid, verwerkte landbouw, creatieve economie, groothandel, detailhandel en vrijhandelsovereenkomsten. Daarmee wil Thailand zijn positie als productie- en handelscentrum in de regio versterken.

De derde motor gaat over menselijk kapitaal en innovatie. De regering wil onderwijs in wetenschap, technologie, techniek en wiskunde verbeteren. Ook moeten onderzoek, start-ups en bijscholing meer steun krijgen, vooral rond kunstmatige intelligentie.

De vierde motor moet bureaucratie terugdringen. Digitale overheidsdiensten, meer transparantie, anticorruptie en beter beheer van publieke middelen moeten het land aantrekkelijker maken voor investeerders.

Thailand heeft zeker sterke kaarten

Thailand begint niet vanaf nul. Het land heeft een sterke industriële basis, veel ervaring met export, een grote toeristische sector en een gunstige ligging in Zuidoost-Azië. Voor bedrijven die niet volledig afhankelijk willen zijn van China, blijft Thailand aantrekkelijk.

De investeringscijfers laten dat zien. In 2024 stegen aanvragen bij de Thailand Board of Investment met 35 procent naar 1,14 biljoen baht. Vooral datacenters, cloudservices en slimme elektronica trokken veel belangstelling.

In mei 2026 keurde de BOI zes grote projecten goed met een gezamenlijke waarde van 958 miljard baht. Een groot deel daarvan zat in digitale infrastructuur. Ook de elektrische auto blijft een speerpunt. Thailand wil dat in 2030 minstens 30 procent van de voertuigproductie uit emissievrije voertuigen bestaat.

Dat geeft vertrouwen. In Bangkok, Rayong of Chonburi zie je de contouren van een moderne economie al ontstaan. Maar een investeringsaankondiging is nog geen brede welvaartsgroei. Nieuwe fabrieken en datacenters helpen pas echt als ze banen, kennis, lokale toelevering en hogere productiviteit opleveren.

De zwakke plekken zijn hardnekkig

De Wereldbank wijst al langer op een kringloop van lage investeringen, tragere productiviteit en vergrijzing. Precies, dat is de kern van de middeninkomensval. Een land groeit dan niet meer door goedkope arbeid, maar is ook nog niet sterk genoeg in kennis, technologie en innovatie.

Thailand kampt met hoge huishoudschulden. De Bank of Thailand waarschuwt dat een schuldquote boven 80 procent van het bbp de groei op langere termijn remt. In 2025 lag de Thaise huishoudschuld rond 86,8 procent van het bbp. Voor veel gezinnen betekent dat simpelweg: minder ruimte om te besteden, te sparen of een klein bedrijf te starten.

Ook de overheid heeft minder speelruimte dan vroeger. De staatsschuld lag in maart 2026 rond 66,4 procent van het bbp en beweegt richting de wettelijke grens van 70 procent. Dat maakt grote stimuleringspakketten lastiger. Je kunt niet elk groeiprobleem oplossen met meer lenen.

Toerisme helpt, maar kan Thailand niet alleen rijk maken

Toerisme blijft een grote bron van inkomsten. Voor miljoenen Thai betekent toerisme werk: van hotelpersoneel in Pattaya tot taxichauffeurs in Bangkok en kleine restaurants in Chiang Mai. Maar toerisme is gevoelig voor schokken.

Conflicten, dure energie, een zwakke wereldeconomie of minder vertrouwen bij reizigers kunnen bezoekersaantallen snel drukken. De Bank of Thailand hield voor 2026 vast aan 33 miljoen buitenlandse bezoekers, terwijl Thaise media meldden dat die doelstelling mogelijk omlaag moet.

Voor veel Thai voelt dat direct. Een leeg restaurant in Phuket of een stiller hotel in Hua Hin is geen abstract macro-economisch cijfer. Het is omzet die verdwijnt. Toerisme kan Thailand dus helpen, maar het is geen stevige basis voor een sprongetje naar hoog inkomen.

De auto-industrie zit midden in een pijnlijke overgang

De vernieuwing van de auto-industrie is een van de opvallendste onderdelen van het plan. Thailand was jarenlang de “Detroit van Azië”, met sterke productie van pick-ups en gewone personenauto’s. De komst van elektrische auto’s verandert dat speelveld.

Chinese EV-merken drukken de prijzen en zetten bestaande producenten onder spanning. Thaise branchegroepen waarschuwden in 2026 voor druk op onderdelenbedrijven en dalende orders. De overgang naar elektrisch rijden levert dus niet vanzelf winst op voor Thailand.

De kernvraag is wie straks de waarde verdient. Als Thailand vooral assemblageplaats blijft, levert dat banen op, maar weinig technologische macht. Als het land batterijen, software, onderdelen, ontwerp en exportcapaciteit weet op te bouwen, kan de EV-sector wel een echte groeimotor worden.

Onderwijs is de sleutel onder alle plannen

De derde motor, menselijk kapitaal en innovatie, is misschien wel de meest bepalende. Zonder betere vaardigheden blijven de andere plannen vooral mooie schema’s.

Thailand scoort zwak in internationale onderwijstests. In PISA 2022 haalde slechts 32 procent van de Thaise leerlingen minimaal niveau 2 in wiskunde. Dat ligt duidelijk onder het OESO-gemiddelde. Ook lezen en natuurwetenschappen blijven achter.

Dat klinkt technisch, maar het raakt gewone gezinnen. Ouders willen dat hun kinderen beter werk krijgen dan zijzelf. Jongeren willen niet hun hele leven vastzitten in laagbetaalde banen. Bedrijven zoeken technici, programmeurs, ingenieurs en mensen die met AI kunnen werken. Als het onderwijs die mensen niet levert, loopt de hele groeistrategie vast.

Innovatie blijft nog te dun verspreid

Thailand geeft meer uit aan onderzoek en ontwikkeling dan vroeger, maar nog niet genoeg om te lijken op de Aziatische landen die echt zijn doorgebroken. De bruto R&D-uitgaven lagen in 2021 op 1,21 procent van het bbp. De ambitie gaat richting 2 procent.

Dat is vooruitgang, maar Zuid-Korea, Singapore en andere innovatie-economieën bouwden hun groei op veel zwaardere investeringen in kennis, technologie en exportbedrijven. Thailand heeft veel fabrieken, maar minder eigen technologiebedrijven die wereldwijd leidend zijn.

Ook kleine en middelgrote bedrijven profiteren niet vanzelf. Grote bedrijven hebben vaker toegang tot kapitaal, vergunningen en netwerken. Voor kleinere ondernemers blijft de drempel hoog. Juist daar zit frustratie: een goed idee helpt weinig als papierwerk, vergunningen of contacten belangrijker zijn dan kwaliteit.

Bureaucratie en corruptie bepalen of de plannen slagen

De vierde motor klinkt misschien het minst spannend, maar is waarschijnlijk de hardste test. Thailand wil bureaucratie verminderen, digitale overheidsdiensten uitbreiden, transparanter werken en corruptie aanpakken.

Dat is geen bijzaak. Trage vergunningen, onduidelijke regels en vriendjespolitiek verhogen de kosten voor bedrijven. Ze remmen nieuwe ondernemers en maken buitenlandse investeerders voorzichtig.

Thailand scoorde in de Corruption Perceptions Index 2025 slechts 33 punten en stond op plaats 116 van 182 landen. Dat past niet bij een land dat regionaal financieel centrum wil worden. Investeerders willen niet alleen lage kosten, maar ook voorspelbare regels, eerlijke procedures en betrouwbare rechtbanken.

Energie wordt een economische stresstest

Energie is een van de scherpste knelpunten. Thailand wil groeien in EV’s, slimme elektronica, datacenters, logistiek, farmacie en moderne voedselverwerking. Al die sectoren vragen veel stroom. Die stroom moet betaalbaar, betrouwbaar en steeds schoner zijn.

Thailand is nog sterk afhankelijk van aardgas. In 2025 werd ongeveer 60 procent van de elektriciteit met aardgas opgewekt. Tegelijk wil de regering in 2037 naar 51 procent schone opwek en de energie-intensiteit met 36 procent verlagen.

Dat is een forse omslag. Dalende binnenlandse gasreserves en meer import van LNG maken Thailand gevoeliger voor prijsschokken. Voor exportbedrijven telt ook de CO2-voetafdruk. Wie wil leveren aan internationale ketens, moet steeds vaker aantonen dat productie schoon genoeg is.

Klimaat en water raken de economie direct

Ook water en klimaat horen bij het economische plan. Landbouw, voedselverwerking, industrie en toerisme zijn allemaal afhankelijk van stabiele watervoorziening en bescherming tegen overstromingen, hitte en droogte.

De Wereldbank waarschuwt dat klimaatverandering het Thaise bbp richting 2050 met 7 tot 14 procent kan drukken als stevige aanpassing uitblijft. Vooral boeren lopen risico. Veel landbouwbedrijven zijn klein, hebben beperkte toegang tot irrigatie en kunnen zich moeilijk verzekeren tegen extreem weer.

Voor Thailandblog-lezers is dit herkenbaar. In Isaan betekent droogte niet alleen minder rijst, maar ook minder geld voor schoolkosten, zorg of onderhoud aan het huis. Klimaatbeleid is daarmee geen luxeonderwerp, maar inkomensbeleid.

De creatieve economie is waardevol, maar geen wondermiddel

De creatieve economie krijgt een duidelijke plek in het Thaise plan. Denk aan film, design, mode, muziek, games, festivals, foodconcepten en soft power. Thailand heeft daar veel troeven: cultuur, keuken, gastvrijheid en een sterk imago.

De Creative Economy Agency schatte de waarde van creatieve industrieën op 1,45 biljoen baht in 2021 en 1,51 biljoen baht in 2022. Dat is serieus geld.

Toch moet Thailand ook hier nuchter blijven. Creatieve sectoren kunnen banen opleveren, steden aantrekkelijker maken en export versterken. Maar ze vervangen geen brede productiviteitssprong in onderwijs, industrie, landbouw en bestuur. Een populaire serie, een foodfestival of een modieuze wijk in Bangkok maakt nog geen hooginkomensland.

Wat Thailand echt nodig heeft

Thailand heeft dus niet te weinig plannen. Het land heeft vooral uitvoering nodig. Om de doelen te halen, zijn vier veranderingen nodig.

Ten eerste moet de productiviteit sneller omhoog. Dat vraagt meer concurrentie, minder beschermde markten, betere toegang voor nieuwe bedrijven en scherper beleid rond investeringen. Niet elk groot project is automatisch goed. Het gaat om kennis, banen, toelevering en exportkracht.

Ten tweede moet het onderwijs veel sneller verbeteren. Technisch onderwijs, beroepsopleidingen, AI-vaardigheden en samenwerking tussen bedrijven en universiteiten moeten concreter worden. Ook migratiebeleid voor buitenlandse specialisten kan helpen.

Ten derde moet Thailand energie, water en klimaatadaptatie centraal zetten in economisch beleid. Netverzwaring, hernieuwbare energie, opslag, irrigatie en klimaatbestendige industriegebieden zijn geen losse dossiers meer. Ze bepalen straks waar bedrijven investeren.

Ten vierde moet de overheid betrouwbaarder worden. Minder papierwerk helpt, maar alleen als regels eerlijk worden toegepast. Anticorruptie, goede rechtshandhaving en beter beheer van publieke middelen bepalen of investeerders blijven.

De ambitie is goed, het tempo te optimistisch

Thailand heeft genoeg economische massa om sterker te worden. Het land heeft industrie, toerisme, ligging, ervaring met export en nieuwe investeringen in digitale sectoren. De top 20 in concurrentievermogen tegen 2030 is lastig, maar niet uitgesloten.

De status van hooginkomensland binnen twaalf jaar is een veel zwaarder verhaal. Met de huidige groeiverwachtingen, hoge schulden, vergrijzing, zwakke leerresultaten en bestuurlijke remmen is dat doel te optimistisch.

De routekaart van de regering is dus niet waardeloos. Ze benoemt de juiste richtingen. Maar Thailand heeft geen tekort aan mooie sectoren. Het tekort zit in productiviteitsgroei, scholing, schone energie, betrouwbare uitvoering en bestuurlijke geloofwaardigheid. Zonder die omslag moderniseert Thailand wel, maar blijft de middeninkomensval dichtbij.

Bronnen: Bangkok Post, Wereldbank, IMF, OESO, Bank of Thailand, Reuters, IMD, Thailand Board of Investment, IEA, Transparency International.

Over deze blogger

Redactie
Redactie
Dit artikel is geschreven en gecontroleerd door de redactie. De inhoud is gebaseerd op persoonlijke ervaringen, meningen en eigen onderzoek van de auteur. Waar relevant, is er gebruikgemaakt van AI als hulpmiddel bij het schrijven en structureren van teksten. Wij genereren soms ook foto's met AI. Hoewel er zorgvuldig wordt omgegaan met de inhoud, kan niet worden gegarandeerd dat alle informatie volledig, actueel of foutloos is.
De lezer is zelf verantwoordelijk voor het gebruik van de informatie op deze website. De auteur aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade of gevolgen die voortvloeien uit het gebruik van de geboden informatie.

11 reacties op “Analyse: Thaise regering mikt op hooginkomensland maar cijfers wringen”

  1. Ruud zegt op

    Ze gaan zich helemaal uit de ZO Aziatische markt werken, de omliggende landen zijn nu al goedkoper en met een beter werk ethiek, denk dan voornamelijk aan Vietnam waar ze goedkoper en productiever zijn.

    8
  2. willem zegt op

    Mooi verslag, Johan! Waarschijnlijk met een klein beetje hulp van AI geschreven, maar daarom niet minder correct. Ach, je moet wat als premier om de burger moed in te spreken. Ook in Nederland heb ik al heel wat van dat soort ‘natte dromen’ voorbij zien komen, tot aan de huidige PM toe. Mijn voorspelling? Tegen 2030 zijn we de 100% bbp schuld al lang voorbij.
    En zal de rest wel aan iedereen liggen behalve de Thai.

    5
  3. BertP zegt op

    Ach in NL worden de rijken ook rijker en de mindere goden zijn afhankelijk van de toeslagen en voedselbank.
    Denk dat zolang de kloof tussen arm en rijk (overal ter wereld) groot blijft er altijd mensen buiten de boot vallen. Gelukkig is in NL (nog) een sociaal vangnet, dat echter ook steeds noodzakelijker en minder wordt.

    8
    • Tino Kuis zegt op

      Ik houd niet zo van dit soort ‘what aboutism’. De inkomens en vermogens verschillen zijn in Nederland veel minder en nemen nauwelijks toe.

      4
      • Wim zegt op

        Dus omdat U ergens niet van houd mag een ander zijn mening niet weergeven.
        Zolang in Nederland steeds meer mensen afhankelijk zijn van de voedselbankbis toch duidelijk een teken aan de wand

        Mvgr
        Wim

        5
  4. Soenderpal zegt op

    Corruption, corruptie is het vergif. Een goed functionerend systeem kan een ziekte als corruptie dodelijk maken. Maar Thailand mag altijd dromen. Zolang je volk niet goed behandeld zal het de land nooit goed doen. Heel simple maar oh zo moeilijk.

    3
    • Mark zegt op

      Corruptie inderdaad. Helaas van hoog tot laag. En praktisch de gehele economie gemonopolisseerd met slechts een paar Sino Thai families aan de knoppen. Totaal geen concurrentie dus veel te hoge prijzen. Nauwelijks voor te stellen dat een bedrijf als CP bruggen en treinen bouwt, treinen laat rijden, nieuwbouw huizenblokken en wegen bouwt (die regelmatig instorten) monopolie op voedsel enz enz.. In Europa had daar allang een grote bijl erin gegaan. Slechte schoolopleiding doelbewust want Thailand moest goedkoop werkvolk leveren (elite stuurt hun kinderen wel naar het buitenland naar echte universiteiten), alleen voor hun eigen ambtenaren een ziektenkosten verzekering, ouden van dagen afschepen met een paar honderd baht om van te leven. Kortom een ideaal land voor een zeer kleine groep (rijke) mensen.

      6
      • Eric zegt op

        Helemaal mee eens en dan heeft de premier ook nog last van een vorm van xenofobie.
        AI is in de VS groot geworden door internationale medewerkers en in Thailand lopen ze nog steeds te mieren over een baantje voor de Thai alleen, alsof ze de kennis hebben dat ze het allemaal zelf kunnen.
        Het antwoord is uiteraard dat de opleidingen te zwak zijn om internationaal een betekenis te hebben, maar ja, waarom zou je leren als Thailand toch het centrum van de wereld is?
        Het is hetzelfde als met de Thaise politiek, men gaat stemmen maar men weet al dat alles hetzelfde blijft want het is nu eenmaal zo.
        Een programma als “Keuringsdienst van Waarde” kan in Thailand niet want dan liggen de beschuldigingen van smaad direct klaar.
        De bevolking is niet bezig om te veranderen maar om te anticiperen en daar krijgt men geen energie van en dus blijft alles min of meer hetzelfde. Oorlogsmoe of zoiets.
        Kortom, weer leuk bedacht door de regering en wederom gebaseerd op wensdenken zoals ze dat al sinds de Vietnam oorlog hebben gedaan toen de oorlogs dollars vanwege vermaak van soldaten in Thailand de rijken verrijkt hebben.

        2
  5. Jack Phayao zegt op

    Het krankzinnig lage geboortecijfer maakt dat alle plannen gedoemd zijn te mislukken. Er zijn over 10 a 20 jaar veel te weinig jonge mensen om de maatschappij goed draaiende te houden.

    7
  6. rob zegt op

    Laat ze eens beginnen met een grote onderwijs hervorming, en fan ook het voor goed geschoolde buitenlanders mogelijk en aantrekkelijker te maken om in Thailand te gaan werken.
    Ik zou zeggen Anutin sleep well and dream on.

    3
  7. Jomtien Tammy zegt op

    Hoe gaat men dat realiseren in een land met 1 van de hoogste huishoudelijke schulden, laagste loonschalen, grootste corruptie, laag tot niet bestaand sociaal vangnet en de onmogelijkheid van tewerkstelling en aankoop van grond door buitenlanders?
    Denk dat ze daar dan eerst grondig moeten beginnen hervormen…

    0

Laat een reactie achter