Dagboek van een Thailandganger (deel 45) – Een verdwenen kat brengt Ploy terug naar Pattaya

Twee uur boven op Snow
Twaalf procent batterij is ruim voldoende als je geen kat in huis hebt. Met Snow onder mijn bed en mijn telefoonoplader in twee stukken begon ik daar anders over te denken. Ploy was nog geen kwartier weg of haar waarschuwing over de elektriciteitskabels was al uitgekomen. Het witte monster lag tussen de losse snoeren, blies naar mijn hand en beet voor de zekerheid nog een keer in het uiteinde van de kabel.
Ik stuurde Ploy een foto. Ze zat vermoedelijk al in de bus naar Buriram, maar antwoordde binnen een minuut met de vraag waarom ik de oplader op de vloer had laten liggen. Dat leek mij nogal duidelijk: daar lag hij altijd. Alleen was mijn appartement sinds die ochtend kennelijk geen woning meer, maar een terrein dat ik vooraf op kattenhoogte had moeten beoordelen. Haar volgende bericht bestond uit vier woorden: ‘Now you have cat.’
Dat was niet helemaal waar. Ik had de kat van een vrouw die nog getrouwd was, haar baan was kwijtgeraakt en voor onbepaalde tijd naar haar familie vertrok om over haar huwelijk te praten. Bovendien had haar echtgenoot mij de avond ervoor gevraagd 68.400 baht te betalen voor een Honda Click die ik nooit had gezien. De kat was op dat moment het overzichtelijkste deel van mijn nieuwe leven.
Bij een elektronicawinkel aan Second Road kocht ik een nieuwe oplader. Op de terugweg nam ik een gegrilde kippenbout mee, vooral omdat de geur mij vanaf de overkant van de straat had overtuigd dat ik nog niet had ontbeten. Toen ik drie kwartier later de gang op de zevende verdieping in liep, zat Snow aan de verkeerde kant van mijn voordeur. Ze keek mij aan alsof niet zij was ontsnapt, maar ik te laat thuiskwam.
De lift ging open en Snow liep er rustig naartoe. Een oudere Thaise bewoonster stapte uit met een mand wasgoed en vroeg of het mijn kat was. Ik antwoordde dat dit tijdelijk zo was. Ze knikte en zei: ‘Same girlfriend.’ Daarna liep ze door, zonder uit te leggen of ze Ploy bedoelde of vrouwen in het algemeen. Ik heb in Thailand vaker een opmerking niet begrepen en toch het gevoel gehad dat iemand me goed doorhad.
Snow liet zich met enig verzet naar binnen brengen. De voordeur bleek alleen goed in het slot te vallen wanneer je hem stevig dichttrok. Ploy had hem zacht achter zich dichtgedaan en Snow had dus alle gelegenheid gehad om het gebouw te verkennen. Hoelang ze buiten was geweest, wist ik niet. Ze rook nergens vreemd naar en zag er ook niet uit alsof ze een avontuur had beleefd. Zelf zag ik er na tien minuten kat al vermoeider uit dan zij.
De rest van de ochtend bracht ik mijn kabels naar hogere plaatsen. Mijn nieuwe oplader legde ik op het aanrecht, de stekkerdoos verdween achter een kast en zelfs het snoer van de waterkoker bond ik op. Snow volgde alles vanaf een stoel en raakte haar kattenvoer niet aan. Ploy schreef dat ik niet naar haar moest kijken als ze at. Daarom ging ik op het balkon zitten, maar toen ik na een tijdje door de kier keek, zat Snow nog altijd op dezelfde stoel naar mij te kijken.
Ploy was inmiddels in Buriram aangekomen. Ze had bijna zeven uur in de bus gezeten en stuurde een foto waarop ze naast haar dochter op een houten bank zat. Het meisje droeg haar schoolshirt en hield een plastic beker met een rietje vast. Ploy glimlachte, maar onder haar ogen lagen donkere kringen. Haar moeder was boos omdat Krit verschillende familieleden had gebeld en haar dochter wilde niet over hem praten. Nadat ze dat had verteld, vroeg Ploy opnieuw of Snow al had gegeten.
Ik vond die vraag eerst bijna komisch, maar later begreep ik hem beter. Over Krit, haar huwelijk en haar moeder had Ploy weinig te zeggen. Over Snow wel. Ze wist welk voer de kat kreeg, waar ze sliep en dat ze geen melk mocht drinken. Als de rest van je leven door andere mensen wordt besproken, is een roze waterbakje misschien prettig overzichtelijk.
Tegen de avond belde mijn dochter uit Nederland. Mijn Vlaamse vriend had haar verteld dat er iets speelde en zij wilde weten wat ik nu weer had gedaan. Hij ontkende later dat hij had geroddeld. Volgens hem had hij alleen iemand ingelicht die een genetisch belang bij mijn voortbestaan had.
Tijdens het videobellen moest ik Snow laten zien. Mijn dochter vond het vanzelfsprekend interessanter om naar een witte kat te kijken dan naar haar vader, want mij kende ze al. Snow zat niet meer op de stoel en ook niet onder de tafel. Terwijl ik met de telefoon door de kamer liep, vertelde ik over Ploy, Krit en de brommer. De zwarte pick-up liet ik aanvankelijk weg, maar mijn dochter hoorde aan mijn stem dat er een gedeelte ontbrak. Dat kon ze als kind al, vooral wanneer ik beweerde dat er thuis niets aan de hand was.
‘Pap, dit klinkt niet gezond,’ zei ze nadat ik klaar was.
Ik antwoordde dat Ploy nooit om geld had gevraagd. Dat was waar, maar het was niet het punt dat mijn dochter probeerde te maken. Ze was niet bang dat Ploy mij onmiddellijk zou oplichten. Ze was bang dat ik zelf aan het werk zou gaan en haar problemen één voor één zou proberen op te lossen, omdat ik graag nodig wilde zijn. Daar verdedigde ik mij tegen, tot Snow met mijn kippenbout door de woonkamer liep.
De plastic tas lag verscheurd op de vloer en het zakje zoete chilisaus was opengegaan. Snow liet de kip los zodra ik in de buurt kwam en schoot naar de slaapkamer. Mijn dochter keek via de telefoon mee en zei dat ik alles duidelijk onder controle had. Het was een van die opmerkingen die een vader vroeger tegen zijn kind maakt en jaren later in ongewijzigde vorm terugkrijgt.
Nadat ik de vloer had schoongemaakt, belde ik terug. Mijn dochter zei dat ik niet alleen moest afgaan op wat Ploy vertelde, maar Krit evenmin moest geloven, omdat hij een afbetalingsschema op zijn telefoon had staan. Mensen laten meestal het bewijs zien dat bij hun verhaal past. Ik had ongeveer hetzelfde gedacht toen Krit in de lobby zat, maar verstandig advies wordt hinderlijker wanneer iemand anders het op het juiste moment uitspreekt.
Die nacht werd ik wakker doordat er iets warms tegen mijn enkels lag. Snow was op het bed geklommen en had zich over mijn voeten uitgerold. Toen ik bewoog, beet ze door het laken heen in mijn teen en sliep daarna verder. De volgende ochtend was haar voerbak leeg. Volgens Ploy betekende het bijten dat Snow mij aardig vond. Bij mensen had die uitleg mij in het verleden weinig geholpen, maar ik besloot haar te geloven.
Ploy vertelde ondertussen dat Krit met twee oudere zussen naar haar moeder was gekomen. Er was uren over het huwelijk gesproken, waarbij iedereen kennelijk een mening had, behalve Ploy. Haar moeder vond dat ze naar Krit moest luisteren. Dat twee mensen een tijdlang ongelukkig waren, was volgens haar nog geen reden om een huwelijk te beëindigen. Toen ik vroeg of Ploy met hem terugging, bleef het twintig minuten stil. Daarna kwam één woord: ‘No.’
Ik typte verschillende vragen en verwijderde ze weer. Het was haar huwelijk en haar familie. Ik zat in Pattaya met een kattenbak in mijn douche en een aangevreten oplader op tafel. Dat verschil moest ik niet vergeten, ook al deed aandacht soms vreemde dingen met mijn gevoel voor verhoudingen.
Rond het middaguur bracht ik een vuilniszak naar de ruimte naast de lift. Ik trok de voordeur stevig dicht, want één ontsnapping leek me voldoende voor een weekend. Nog geen minuut later was ik terug. Snow lag niet meer op de bank.
Eerst zocht ik op de plaatsen die Ploy had genoemd: onder het bed, achter de gordijnen en in de badkamer. Daarna keek ik in de keukenkastjes, de kledingkast en uiteindelijk zelfs in de koelkast. Dat laatste sloeg nergens op, maar paniek maakt van een volwassen man snel iemand die een kat tussen de eieren verwacht. De balkondeur was gesloten en op de camerabeelden in de gang kwam niemand langs mijn appartement. Toch was Snow weg.
Niran zat bij de receptie rijst met een gebakken ei te eten. Toen ik zei dat de kat van Ploy zoek was, legde hij zijn lepel meteen neer. Het woord vriendin was blijkbaar niet nodig om hem de ernst te laten begrijpen. Hij haalde de schoonmaakster Jib erbij, die eerst wilde weten of Snow groot, klein, dik, bang of boos was. Ik zei dat ze wit was en blauwe ogen had.
‘How many?’ vroeg Jib.
‘Two.’
Ze keek naar Niran en zei iets in het Thais. Hij lachte. Zelfs tijdens een zoekactie bleef er in Thailand kennelijk ruimte om vast te stellen dat de farang niet erg snel was.
Jib kende verstopplaatsen in mijn appartement waarvan ik het bestaan niet wist. Onder de gootsteen vond ze een oude rijstkoker, drie lege flessen schoonmaakmiddel en een kakkerlak die al zo lang dood was dat ik hem niet meer als mijn verantwoordelijkheid beschouwde. Niran kwam later boven met een geopende blik makreel. Binnen enkele seconden rook het hele appartement naar een vissersboot in de zon, maar er verscheen alleen een kleine gekko achter het televisiemeubel.
Toen Ploy niet opnam, stuurde ik haar dat Snow zich waarschijnlijk verstopte en dat ze zich geen zorgen hoefde te maken. Het was precies het soort bericht waardoor iemand zich zorgen gaat maken. Ze belde meteen terug, liet me alle plekken nog eens noemen en zei daarna dat ze naar Pattaya kwam. Ik probeerde haar tegen te houden, want ze was nog maar een dag bij haar dochter, maar Ploy had al besloten. De bus van half drie zou haar rond acht uur terugbrengen.
Niran en Jib gingen weer naar beneden en ik begon opnieuw. Deze keer haalde ik handdoeken uit de kast, trok lades volledig open en keek ik achter de koelkast. Daarna zat ik een tijd op de bank en luisterde naar geluiden die ik anders nooit hoorde: de airco, een stoel die boven mij over tegels schoof, een dichtslaande deur in de gang. Uit mijn eigen woonkamer kwam niets.
Het vervelendste was niet dat ik een kat kwijt was. Ploy had me iets toevertrouwd dat belangrijk voor haar was en ik had daar, zonder het hardop te zeggen, een proef van gemaakt. Als ik goed voor Snow zorgde, liet ik zien dat ik betrouwbaar was. Dat vond ik achteraf nogal kinderachtig. Nico, dacht ik, misschien hoeft niet alles wat een vrouw je vraagt meteen bewijs te worden dat je nog geschikt bent voor een nieuw leven.
Om half zes at ik de rijst van de vorige avond. Het blik makreel stond nog op de vloer en begon een eigen klimaat te ontwikkelen. Toen ik het wilde weggooien, hoorde ik achter mij een doffe tik. Daarna volgde zacht gekrabbel, vlak onder de plaats waar ik de afgelopen twee uur had gezeten.
Het zwarte doek aan de onderkant van de bank hing aan één kant los. Ik ging op mijn knieën zitten, stak mijn hand eronder en voelde iets zachts. Meteen sloeg een kattenpoot tegen mijn vingers. Snow was via een scheur tussen de veren en het houten frame gekropen. Terwijl Niran, Jib en ik het gebouw doorzochten, had ze in mijn bank gelegen. Ik had bijna twee uur boven op haar gezeten.
Met een keukenschaar maakte ik de opening groter. Snow weigerde op de makreel af te komen, maar verscheen wel toen ik met haar gewone voerzakje ritselde. Ze kroop naar buiten, rekte zich uit en liep naar haar waterbak, alsof de middag volgens plan was verlopen. Op dat moment belde Ploy vanuit de bus. Toen ze begreep waar Snow had gezeten, begon ze zo hard te lachen dat andere passagiers wilden weten wat er aan de hand was. Even later lachte een halve rij mee om de farang die twee uur op de vermiste kat had gezeten.
Ploy kwam om kwart over acht binnen. De afdruk van het busraam stond nog op haar wang en ze rook naar warmte en menthololie. Snow sprong onmiddellijk van de bank toen ze haar stem hoorde. Ploy controleerde haar poten, ogen en rug en keek daarna naar het gat onder de bank.
‘She always do this,’ zei ze.
Dat had ze eerder mogen vertellen. Ploy antwoordde dat ze het was vergeten, omdat Snow zoveel dingen deed. Ik noemde de kabels, de balkondeur en het bijten, maar daar werd de lijst niet korter van. Het belangrijkste was dat ze lachte. In de foto uit Buriram had ik die lach gemist.
Tijdens het eten vertelde ze wat er thuis was gebeurd. Krit had de Honda Click met een reservesleutel meegenomen en wilde hem pas teruggeven wanneer zij de resterende 68.400 baht betaalde. Volgens Ploy had ze iedere maand aan zijn moeder betaald, soms via de bank en soms contant. Voor een deel had ze kwitanties, maar Krits moeder ontkende nu dat ze contant geld had ontvangen. Daarmee had de brommerkwestie er opnieuw een familielid bij gekregen en begreep ik er minder van dan de dag ervoor.
Ploy wilde een advocaat naar de scheiding laten kijken, maar eerst moest ze werk vinden. Haar dochter bleef voorlopig bij haar oma, omdat het schooljaar nog liep. Haar moeder hoopte nog steeds dat Ploy terugging naar Krit, haar dochter juist niet. Toen ik vroeg wat zij zelf wilde, legde ze haar lepel neer. ‘I want people stop ask what I want and then tell me wrong answer.’
Dat antwoord bleef even tussen ons in liggen. Ik had geen behoefte om de volgende man te worden die haar na één vraag uitlegde wat verstandig was, dus ruimde ik de borden af. Soms is zwijgen geen wijsheid. Soms kun je gewoon beter je mond houden.
Later liet Ploy een vacature zien bij een klein hotel in Jomtien. Het ontbijtrestaurant zocht iemand die Engels sprak en ervaring had met buitenlandse gasten. Het salaris bedroeg 14.000 baht per maand, aangevuld met servicekosten wanneer het hotel voldoende kamers verhuurde. Ze vroeg of ik haar wilde helpen met een sollicitatie en voegde er meteen aan toe: ‘Not money.’
Samen maakten we een korte brief. Ploy had zes jaar in restaurants gewerkt, kon met kassasystemen overweg en sprak beter Engels dan zij zelf vond. Ik schreef dat ze rustig bleef bij moeilijke gasten. Ze keek naar het scherm en vroeg hoe ik dat wist. Toen ik de naam van Da noemde, glimlachte ze. Meer hoefde daar niet over in de brief.
De sollicitatie ging om halfelf weg. Daarna bleef Ploy met haar telefoon in haar hand aan tafel zitten. Ze vroeg of ik nog altijd een relatie met haar wilde. Ik zei dat ik dat wilde, maar rustig aan. Eerst koffie, eten en elkaar leren kennen, zonder echtgenoten met betalingsschema’s. Ploy vond dat ze eerst werk moest vinden en daarna moest scheiden. Misschien konden we vervolgens samen eten.
Een week eerder had ik moeite gehad haar voor koffie uit te nodigen. Nu stond ik op een wachtlijst voor een avondmaaltijd waarvan de datum afhing van een nieuwe baan, een scheiding en de juridische toestand van een Honda Click. Op mijn leeftijd is langzaam aan doen op zichzelf geen probleem. Alleen wil je graag weten of je langzaam ergens naartoe gaat.
Bij de deur legde Ploy haar hand tegen mijn wang en gaf ze me een korte kus. Ze zei dat die voor de kat was, omdat ik was blijven zoeken. Daarna probeerde ze Snow in de reismand te krijgen. De kat verzette zich zo hevig dat Ploy een kras op haar pols opliep en uiteindelijk besloot haar nog één nacht bij mij te laten. Zelf wilde ze eerst naar haar appartement om te controleren of Krit daar niet wachtte. De volgende ochtend zouden we haar spullen ophalen en een goedkopere kamer zoeken.
Over het tijdstip onderhandelden we langer dan over onze mogelijke relatie. Ploy wilde om zeven uur beginnen, ik om acht uur, waarna half acht als een redelijke overeenkomst uit de bus kwam. Pas toen zij weg was, zag ik de witte envelop die iemand onder mijn voordeur had geschoven. Huisdieren waren in het gebouw verboden en de kat moest voor twaalf uur de volgende dag weg zijn.
Ik stuurde Ploy een foto van de brief. Haar antwoord kwam bijna meteen: ‘Tomorrow we move Snow and me.’
Waarschijnlijk bedoelde ze dat ik haar en Snow de volgende dag zou helpen verhuizen. Toch las ik de zin drie keer voordat ik mijn wekker zette. Snow zat ondertussen alweer bij de bank en probeerde met één poot de tape los te trekken waarmee ik het gat had dichtgemaakt.
Wordt vervolgd.
Ingezonden door Nico
