
Op 1 januari 2026 telde Nederland volgens het CBS 3.833.508 inwoners van 65 jaar en ouder. Dat is 21,1 procent van de bevolking. Rond 2040 zijn het er naar verwachting ongeveer 4,8 miljoen, een kwart van alle inwoners. De groep groeit, wordt gemiddeld ouder en zal meer zorg gebruiken. CBS
Daar hoeven we niet geheimzinnig over te doen. Vergrijzing kost geld. De fout begint wanneer uit die constatering bijna ongemerkt een tweede volgt: de oudere zelf wordt het probleem.
Eerst komt de spreadsheet
Lees de Miljoenennota 2026 en je ziet hoe snel een levensfase verandert in een begrotingspost. Tussen 2025 en 2030 lopen de AOW-uitgaven volgens de raming alleen al met circa €5,5 miljard op door de vergrijzing.
Nog veelzeggender is een andere passage. De Miljoenennota stelt dat groei van de ‘vergrijzingsgerelateerde uitgaven’ ten koste gaat van de ruimte voor publieke investeringen. Een weg, spoorlijn of datacentrum heet in de boekhouding een investering. De verpleegkundige die een 87-jarige met dementie helpt douchen, valt onder consumptieve overheidsuitgaven.
Boekhoudkundig klopt die indeling. Menselijk wringt ze.
Want wie steeds over ouderen praat in termen van houdbaarheid, betaalbaarheid, arbeidsbeslag en stijgende uitgaven, verandert ook het politieke vertrekpunt. De vraag wordt dan minder snel: welke zorg vinden we fatsoenlijk? Hij wordt vaker: hoeveel zorg kunnen we ons nog permitteren?
De overheid heeft de rekensom al gemaakt
Dat is geen vermoeden. In het officiële IBO-rapport Ouderenzorg staat het onverbloemd. Bij ongewijzigd beleid zouden de uitgaven aan ouderenzorg stijgen van 2,3 procent van het bruto binnenlands product in 2021 naar 3,6 procent in 2040. Er zouden 367.000 extra zorgverleners nodig zijn.
Dat personeel is er niet zomaar. Ook dat is waar. Geld kan geen verpleegkundige uit de grond stampen.
Maar kijk vervolgens naar de beleidsopties die bij het rapport naar de Tweede Kamer gingen. Naast doelmatiger werken werden twee andere routes genoemd: de toegang tot collectief gefinancierde zorg beperken en eigen betalingen verhogen of anders inrichten.
Daar wordt de rekensom ineens persoonlijk. De oudere is dan niet langer iemand voor wie het stelsel een oplossing moet vinden. Zijn toegang tot het stelsel wordt zelf onderdeel van de oplossing.
Ook het kabinet-Jetten begon bij betaalbaarheid
Hoe actueel die manier van denken is, bleek begin 2026. In het regeerakkoord 2026-2030 wilde het kabinet-Jetten de AOW-leeftijd vanaf 2033 één op één laten meestijgen met de levensverwachting. De reden stond er letterlijk bij: om de AOW ook in de toekomst betaalbaar te houden. In de financiële bijlage was voor die maatregel een structurele besparing van €2,772 miljard ingeboekt.
Dat plan is inmiddels van tafel. Op 26 mei 2026 besloot het kabinet het voorstel niet door te zetten, na stevig verzet en met de bedoeling met vakbonden en werkgevers over een breder sociaal pact te praten. Rijksoverheid bevestigde het stopzetten van de één-op-éénkoppeling. Dat is belangrijk om erbij te zeggen. Niet iedere financiële ingreep wordt werkelijkheid en politieke tegenmacht kan wel degelijk verschil maken.
Maar de oorspronkelijke keuze laat wel zien hoe snel ouder worden in een begrotingsvraagstuk verandert. In hetzelfde regeerakkoord staat dat de jaarlijkse groei van de Wlz-uitgaven tot en met 2031 moet worden beperkt. Ook wil het kabinet resterende middelen uit de ouderenzorg laten vrijvallen en de huishoudelijke hulp via de Wmo vanaf 2029 anders organiseren. Mensen die dat kunnen, moeten die hulp dan zelf regelen of betalen.
Het zijn beleidsvoornemens en nog niet allemaal uitgevoerde maatregelen. De richting is echter duidelijk: meer eigen verantwoordelijkheid en scherpere begrenzing van collectieve uitgaven.
Het verpleeghuis is straks minder vanzelfsprekend
Die lijn zie je ook terug in het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg. Vanaf 2028 moet er een landelijke toets komen voor opname in een verpleeghuis. De Wlz-indicatie verdwijnt niet, maar verblijf wordt volgens het akkoord geen vanzelfsprekend onderdeel meer van de aanspraak op zorg. Bij de beoordeling mag ook de sociale context worden meegewogen.
Heb je een partner, dochter of buur die veel kan doen, dan kan dat dus onderdeel worden van de afweging. Het akkoord zegt er eerlijk bij dat hulp van het sociale netwerk juridisch niet kan worden afgedwongen. Toch krijgt dat netwerk wel een plaats in de toegangspoort tot het verpleeghuis.
Daar zit een principieel probleem. Twee mensen met dezelfde medische beperkingen kunnen een volkomen verschillend sociaal netwerk hebben. De een heeft drie kinderen om de hoek. De ander is kinderloos, weduwnaar of heeft een dochter die 150 kilometer verderop woont en zelf werkt.
Een zorgstelsel hoort kwetsbaarheid op te vangen. Het moet niet stilletjes geluk met familiebanden tot zorgvoorziening promoveren.
Er gaat wel degelijk meer geld naar ouderenzorg
Wie eerlijk wil zijn, moet hier een lastig feit bij zetten. De overheid draait de geldkraan voor ouderen niet simpelweg dicht.
Volgens het Hoofdlijnenakkoord stijgt het Wlz-budget voor ouderenzorg van €21,0 miljard in 2025 naar €24,4 miljard in 2029. Eerdere bezuinigingen zijn deels verzacht. Er komt ook geld voor respijtzorg, mantelzorgondersteuning, opleiding en andere manieren van wonen en zorg.
Tegelijk bevat hetzelfde akkoord een tariefmaatregel die oploopt van €260 miljoen in 2026 naar €414 miljoen structureel vanaf 2031. Een andere maatregel rond Wlz-zorg thuis moet vanaf 2030 structureel €360 miljoen besparen. Zorg moet met relatief minder personeel, meer technologie en meer ondersteuning uit de omgeving worden georganiseerd.
Daarom is ‘de overheid bezuinigt op ouderen’ te simpel. De werkelijkheid is ongemakkelijker. Er komt meer geld, terwijl de behoefte nog harder groeit. Den Haag probeert dat gat te dichten door toegang strakker te organiseren en meer verantwoordelijkheid bij ouderen en hun omgeving te leggen.
Ouderen komen in de boekhouding vooral aan de verkeerde kant voor
Wat in deze discussie gemakkelijk verdwijnt, is wat ouderen teruggeven. Volgens het CBS deed in 2023 maar liefst 55 procent van de 65- tot 75-jarigen vrijwilligerswerk. In 2024 verleende ongeveer 18,5 procent van deze leeftijdsgroep mantelzorg.
Dat werk krijgt geen regel in de Miljoenennota met een plusteken ervoor.
Het Sociaal en Cultureel Planbureau waarschuwde in 2024 precies voor die eenzijdigheid. Met ongeveer driekwart van de gepensioneerden gaat het volgens het SCP goed. Zij zijn vitaal en doen mee. Het planbureau adviseert juist in die groep te investeren.
Een grootvader die drie dagen per week kleinkinderen opvangt, een gepensioneerde boekhouder die penningmeester van de voetbalclub is en een 72-jarige die zijn zieke partner verzorgt, bestaan economisch wel degelijk. Alleen niet altijd op de plek waar Den Haag het eerst kijkt.
En dan woon je als pensionado in Thailand
Voor Nederlanders die na hun pensioen naar Thailand zijn verhuisd, krijgt deze discussie een extra scherpe rand.
Thailand staat niet op de lijst van zorgverdragslanden van het CAK. Wie daar woont en niet via een andere bijzondere route verzekerd blijft, neemt de Nederlandse zorgverzekering dus niet gewoon mee. Voor landen zonder zo’n zorgverdrag moet je zelf een zorgverzekering regelen.
Dat is voor een gezonde zestiger misschien nog een overzichtelijk risico. Op je 78e, met diabetes, hartproblemen of een kankerbehandeling achter de rug, ziet die werkelijkheid er anders uit. De Nederlandse collectieve ouderenzorg is ondertussen ver weg.
Nog opvallender wordt het wanneer je na jaren Thailand naar Nederland wilt terugkeren, omdat je gezondheid achteruitgaat. Zorginstituut Nederland gebruikt op zijn eigen website precies zo’n voorbeeld.
Een AOW-gepensioneerde die vijftien jaar in Thailand heeft gewoond, kan bij remigratie maximaal twaalf maanden wachttijd krijgen voor Wlz-zorg wanneer die langdurige zorg bij terugkeer al nodig is of binnen zes maanden te verwachten was. Tijdens die wachttijd komen de kosten van Wlz-zorg voor eigen rekening.
Het Zorginstituut noemt als achtergrond van deze regeling het voorkomen van oneigenlijk gebruik van dure Wlz-zorg.
Er zijn goede argumenten voor zo’n verzekeringsregel. Wie jarenlang in Thailand woont, is doorgaans ook jarenlang niet voor de Wlz verzekerd. Bovendien geldt de wachttijd niet voor alle medische zorg en ook niet automatisch voor iedere terugkeerder.
Maar de formulering blijft interessant. Iemand die misschien veertig jaar in Nederland woonde en werkte, daarna zijn pensioen in Thailand doorbracht en op hoge leeftijd terugkeert, verschijnt bij de poort van de langdurige zorg als mogelijk financieel risico.
Voor Nederlandse pensionado’s in Thailand is het daarom verstandig het romantische idee los te laten dat je altijd eenvoudig naar Nederland kunt terugkeren zodra je intensieve ouderenzorg nodig hebt. Juridisch en financieel kan de werkelijkheid ingewikkelder zijn.
Ouder worden is geen beleidsfout
Niemand kan serieus volhouden dat Nederland onbeperkt geld en personeel heeft. Als rond 2040 ongeveer een kwart van de bevolking 65 jaar of ouder is, zijn keuzes onvermijdelijk. De overheid zou onverantwoord bezig zijn als ze die cijfers negeerde.
Maar een begroting is een hulpmiddel, geen moreel kompas.
Het wordt onaanvaardbaar wanneer de financiële last van vergrijzing langzaam verandert in een verhaal over ouderen die te veel kosten, te lang zorg nodig hebben of eerst maar moeten kijken wat hun kinderen kunnen doen. Een fatsoenlijke overheid mag de kosten van ouder worden berekenen. Zij moet er tegelijk voor waken dat zo’n berekening bepaalt hoeveel waardigheid, zekerheid en zorg iemand nog toekomt.
Juist pensionado’s in Thailand maken zichtbaar hoe ingewikkeld die solidariteit is. Zij wonen buiten het Nederlandse zorgstelsel en regelen veel zelf. Wie later terugkeert omdat zelfstandig wonen niet meer lukt, kan ontdekken dat Nederland inmiddels meer vragen stelt dan alleen: welke zorg heb je nodig?
Ook: wie kan het nog meer doen, waar kan het goedkoper en valt jouw verblijf wel onder wat collectief moet worden betaald?
Dat zijn begrijpelijke vragen voor een ministerie van Financiën.
Voor een samenleving zijn ze niet genoeg.
Over deze blogger

-
Dit artikel is geschreven en gecontroleerd door de redactie. De inhoud is gebaseerd op persoonlijke ervaringen, meningen en eigen onderzoek van de auteur. Waar relevant, is er gebruikgemaakt van AI als hulpmiddel bij het schrijven en structureren van teksten. Wij genereren soms ook foto's met AI. Hoewel er zorgvuldig wordt omgegaan met de inhoud, kan niet worden gegarandeerd dat alle informatie volledig, actueel of foutloos is.
De lezer is zelf verantwoordelijk voor het gebruik van de informatie op deze website. De auteur aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade of gevolgen die voortvloeien uit het gebruik van de geboden informatie.
Lees hier de laatste artikelen
Opinie7 augustus 2026Wie oud wordt verandert in Den Haag steeds vaker van burger in kostenpost
Nieuws uit Thailand7 augustus 2026Zeven doden bij schietpartij op middelbare school in Nonthaburi
Opinie7 augustus 2026TB-Opinie: Er staat een aanhoudingsbevel op de man die Anutin donderdag de hand schudde
Kort nieuws7 augustus 2026Regionaal Thailandnieuws – vrijdag 7 augustus 2026
