
Thailand gold jarenlang als een economisch succesverhaal. Het land bouwde een sterke exportindustrie op, werd het autoproductiecentrum van Zuidoost-Azië en trok miljoenen toeristen. Tussen 1960 en de Aziatische financiële crisis van 1997 groeide de economie soms met meer dan 7 procent per jaar. Die tijd ligt ver achter ons.
Sinds 2010 bedraagt de gemiddelde groei nog ongeveer 2,6 procent per jaar. In 2024 kwam daar 2,5 procent bij. Dat is niet rampzalig, maar wel te weinig voor een land dat de stap naar een hoog inkomen wil zetten. De regionale vergelijking maakt het verschil zichtbaar.
| Land | Groei 2024 | Corruptiescore 2024 | Buitenlandse investeringen 2015–2023* |
|---|---|---|---|
| Thailand | 2,5% | 33 | 11% |
| Maleisië | 5,1% | 52 | 25% |
| Vietnam | 7,1% | 41 | 42% |
| Indonesië | 5,0% | 34 | — |
| Filipijnen | 5,6% | 32 | — |
* Opgetelde instroom, afgezet tegen de omvang van één jaar bbp. Een hogere corruptiescore betekent dat een land als minder corrupt wordt gezien.
Een land dat jarenlang twee procent groeit, verliest investeringen, banen en koopkracht ten opzichte van buren die vijf tot zeven procent halen. Thailand is per inwoner nog rijker dan Vietnam, Indonesië en de Filipijnen, maar die landen lopen sneller in.
De productiviteit stijgt nauwelijks
De kern van de achterstand ligt bij de productiviteit: hoeveel waarde een werknemer in een uur kan maken. Tussen 2010 en 2015 groeide de Thaise arbeidsproductiviteit gemiddeld nog met 4,8 procent per jaar. Van 2015 tot en met 2023 zakte dat naar 2,1 procent. De totale productiviteitsgroei, waarin ook technologie en efficiënter kapitaalgebruik meetellen, kwam gemiddeld zelfs rond nul uit.
Dat bepaalt uiteindelijk hoeveel lonen kunnen stijgen, hoeveel belasting de overheid binnenkrijgt en hoeveel ruimte bedrijven hebben om te investeren. Als werknemers niet productiever worden, blijft groei vooral afhankelijk van meer arbeid, toeristen of goedkope productie. Juist daar loopt Thailand tegen grenzen aan.
Te veel banen leveren te weinig op
Ongeveer 30 procent van de beroepsbevolking werkt in de landbouw, terwijl die sector minder dan 10 procent van het bruto binnenlands product oplevert. Vooral in het noorden en noordoosten zijn gezinnen daardoor kwetsbaar voor schulden, droogte, overstromingen en wisselende landbouwprijzen.
Daarnaast werkte in 2024 ruim de helft van de beroepsbevolking informeel. Het ging om ongeveer 21,1 miljoen mensen, oftewel 52,7 procent van alle werkenden. Zij hebben vaak geen stabiel contract, pensioenopbouw of goede sociale bescherming. Kleine werkgevers hebben weinig ruimte om personeel op te leiden of in machines en digitalisering te investeren.
De informele economie houdt mensen aan het werk, maar maakt het land niet automatisch productiever. Een straatverkoper kan hard werken en toch nauwelijks groeien. Hetzelfde geldt voor een kleine boer of een familiebedrijf zonder toegang tot krediet, kennis en moderne technologie.
Onderwijs en innovatie sluiten onvoldoende aan
Thailand heeft veel scholen en universiteiten, maar werkgevers klagen al jaren over een tekort aan technisch geschoold personeel. Vooral in elektronica, software, automatisering, elektrische voertuigen en geavanceerde productie is de vraag groter dan het aanbod.
Tegelijkertijd presteren Thaise leerlingen zwak op internationale toetsen. De verschillen tussen Bangkok en armere provincies zijn groot. Kinderen uit gezinnen met weinig geld krijgen vaker les op scholen met minder middelen en minder ervaren docenten. Thailand besteedt bovendien ongeveer 1 procent van het bbp aan onderzoek en ontwikkeling. Dat is te weinig om snel op te schuiven van assemblage naar eigen technologie en hoogwaardige producten.
Vietnam investeerde gericht in technisch onderwijs, infrastructuur en aansluiting op internationale productieketens. Daardoor verhuisde een deel van de productie uit China naar Vietnamese fabrieken. Thailand profiteerde daar minder van, ondanks zijn goede wegen, havens en industriële ervaring.
De industrie is sterk maar blijft te vaak bij assemblage
De industrie levert ongeveer 32 procent van de Thaise economie. De auto-industrie is goed voor circa 10 procent van het bbp en elektronica en elektrische apparaten vormen bijna een kwart van de goederenexport. Dat zijn indrukwekkende cijfers, maar een groot deel van de productie bestaat uit assemblage voor buitenlandse merken.
Juist in elektrische auto’s, chips, robots en digitale diensten wordt de toegevoegde waarde bepaald door ontwerp, software, patenten en onderzoek. Daar verdient Thailand nog te weinig aan. Maleisië heeft een sterkere positie in hoogwaardige elektronica en datacenters, terwijl Vietnam snel terrein wint met smartphones en andere exportelektronica.
Buitenlandse investeerders kijken ook naar de buren
Thailand trok veel buitenlandse bedrijven aan, vooral in auto’s en elektronica. Toch bleef de instroom tussen 2015 en 2023 duidelijk achter bij Vietnam en Maleisië. Hogere loonkosten spelen mee, maar verklaren niet alles. Buitenlandse bedrijven lopen ook tegen beperkingen aan op eigendom, vergunningen en toegang tot bepaalde sectoren.
De Foreign Business Act beschermt Thaise ondernemingen, maar kan tegelijk nieuwe concurrentie, kennis en kapitaal buiten de deur houden. Er zijn positieve signalen. Thailand trekt investeringen aan in datacenters, cloudtechnologie, batterijen en elektrische auto’s. Chinese autofabrikanten bouwen er fabrieken en de overheid wil de wetgeving moderniseren. De vraag is of die projecten genoeg lokale kennis, goedbetaalde banen en Thaise leveranciers opleveren.
Politiek en bureaucratie remmen langetermijnbeleid
Thailand heeft sinds 1932 veel regeringswisselingen, staatsgrepen en grondwetswijzigingen meegemaakt. Dat maakt langetermijnbeleid kwetsbaar. Een nieuwe regering kondigt vaak eigen subsidies, infrastructuurprojecten of stimuleringsprogramma’s aan, terwijl eerdere plannen vertragen of van richting veranderen.
Voor een toerist is politieke onrust soms nauwelijks zichtbaar. Winkelcentra blijven open en vliegtuigen landen. Voor een ondernemer die een fabriek voor twintig jaar bouwt, telt die onzekerheid wel. Die wil weten welke belastingregels, eigendomsrechten en vergunningen over vijf of tien jaar gelden.
Ook bureaucratie en corruptie verhogen de kosten. Thailand scoorde in 2024 slechts 33 van de 100 punten op de corruptie-index, duidelijk slechter dan Maleisië en Vietnam. Ingewikkelde regels bevoordelen bovendien vaak grote, gevestigde bedrijven die juristen en adviseurs kunnen betalen.
Vergrijzing komt vroeg
Thailand vergrijst sneller dan veel landen met een vergelijkbaar inkomen. Meer dan 12 miljoen inwoners zijn ouder dan zestig jaar. Tegelijk worden er weinig kinderen geboren en begint de beroepsbevolking te krimpen.
Rijke landen als Japan en Zuid-Korea werden eerst welvarend en daarna oud. Thailand dreigt oud te worden voordat het volledig rijk is. Dat betekent minder werkenden, hogere zorgkosten en meer druk op gezinnen die hun ouders financieel ondersteunen. Arbeidsmigranten uit Myanmar, Cambodja en Laos vullen tekorten op, maar goedkope arbeid vervangt geen automatisering en betere opleiding.
Toerisme blijft sterk maar maakt kwetsbaar
Thailand was in 2024 met ongeveer 35,5 miljoen buitenlandse bezoekers de grootste toeristische bestemming binnen ASEAN. Voor corona leverde toerisme direct en indirect een aanzienlijk deel van de economie. Hotels, restaurants, winkels en luchtvaartmaatschappijen verdienen er direct aan.
De pandemie liet zien hoe kwetsbaar dat model is. Bovendien levert massatoerisme niet overal hoge lonen of veel innovatie op. Thailand hoeft toerisme niet kleiner te maken, maar moet er meer waarde uit halen met medische zorg, wellness, congressen, kwaliteitsreizen en langere verblijven.
Ook handelsspanningen tussen China en de Verenigde Staten, veranderende productieketens en klimaatschade raken Thailand. Vietnam profiteerde sterker van bedrijven die productie uit China verplaatsten. Thaise landbouw en infrastructuur krijgen ondertussen vaker te maken met droogte, hitte en overstromingen.
Wat Thailand nodig heeft
De recepten zijn bekend. Thailand moet beter beroepsonderwijs bieden, meer investeren in onderzoek en technologie, kleine bedrijven helpen formaliseren en buitenlandse investeringen eenvoudiger maken. Ook moet de overheid regels voorspelbaarder toepassen en meer ruimte geven aan concurrentie.
Op korte termijn kunnen betere digitale overheidsdiensten, snellere douaneprocedures en gerichte omscholing verschil maken. Op langere termijn zijn hervormingen nodig in onderwijs, belastingen, sociale zekerheid, staatsbedrijven en de arbeidsmarkt. Investeringen in openbaar vervoer, waterbeheer, energie en snel internet moeten bovendien verder reiken dan Bangkok en de Eastern Economic Corridor.
Daarbij hoort een eerlijkere verdeling van kansen. De rijkste 10 procent bezit meer dan de helft van het vermogen, terwijl veel gezinnen in landelijke provincies nauwelijks reserves hebben. Een economie groeit moeilijk duurzaam wanneer een groot deel van de bevolking weinig kan besteden, sparen of investeren.
Thailand staat niet stil maar de buren lopen harder
Thailand heeft sterke havens, ervaren industrie, goede gezondheidszorg, een aantrekkelijke ligging en een wereldwijd bekend toeristisch merk. Het land mist dus geen economische basis. Het echte risico is zelfgenoegzaamheid. Terwijl Thailand voorzichtig hervormt, bouwen Vietnam, Maleisië en Indonesië sneller aan nieuwe industrie, menselijk kapitaal en buitenlandse investeringen. Stilstand bestaat niet wanneer de buren blijven versnellen.
Bronnen: World Bank, OECD, IMF, Bank Negara Malaysia, Statistics Indonesia, Philippine Statistics Authority, ASEAN en Transparency International.
Over deze blogger

-
Dit artikel is geschreven en gecontroleerd door de redactie. De inhoud is gebaseerd op persoonlijke ervaringen, meningen en eigen onderzoek van de auteur. Waar relevant, is er gebruikgemaakt van AI als hulpmiddel bij het schrijven en structureren van teksten. Wij genereren soms ook foto's met AI. Hoewel er zorgvuldig wordt omgegaan met de inhoud, kan niet worden gegarandeerd dat alle informatie volledig, actueel of foutloos is.
De lezer is zelf verantwoordelijk voor het gebruik van de informatie op deze website. De auteur aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade of gevolgen die voortvloeien uit het gebruik van de geboden informatie.
Lees hier de laatste artikelen
Analyse11 juli 2026Analyse: Thailand verliest economisch terrein aan sneller groeiende ASEAN-buren
Achtergrond11 juli 2026Het leven achter de tralies: hoe buitenlanders een Thaise gevangenis overleven
Vliegtickets11 juli 2026De koers die je in de gaten houdt voor je Thailand-ticket is de verkeerde
Vliegtickets11 juli 2026Vliegdeals Thailand zaterdag 11 juli 2026: Amsterdam naar Thailand met Etihad Airways vanaf €484
