Hoeveel levens heeft een mens eigenlijk?

Door Theo van der Schaaf
Geplaatst in Column, Theo van der Schaaf
Tags: ,
25 augustus 2018

Nadat ik hier in Thailand, Hua Hin, onlangs bijna ben vermoord door een stel zwaar opgefokte, bijen (genaamd toh, volgens liefste Nut, ruim een centimeter in doorsnee en vrijwel zwart) die het bestonden mij op negentien plekken open te rijten en ik na ruim een week nog alle dagen zit te krabben op die plekken, vroeg ik mij bovenstaand af, want… Het zal wel met ouder worden te maken hebben, maar er dringen zich alsmaar meer, letterlijk angstaanjagende en levensbedreigende herinneringen op.

 
Een en ander aangemoedigd door mijn biljartmaat Leo die zich na het lezen van het bijenverhaal zorgen begint te maken over mijn voortbestaan. Theo met de zeven levens raakte er deze week weer eentje kwijt! Hij weet van mijn vele levensgevaarlijke hik-ups gedurende inmiddels zeventig jaar.

1

Om te beginnen met een heel jeugdige ervaring. Ik was al wel drie. Het had wat gevroren en dat resulteerde in een, op het oog toch behoorlijk dichtgevroren vijver achter de pastorie waar wij pal naast woonden. Er zat altijd al een ondernemertje in mij en samen met mijn iets oudere broer moest uitgeprobeerd of dat ijs al hield! Nee dus, want wij gingen er samen op maar al snel vooral onder. De oplettende huishoudster van de pastoor zag een en ander vanuit het keukenraam gebeuren en stormde naar buiten. Maar het was toch wel een eindje weg van de pastorie en wij waren al stevig op weg naar het iets verder gelegen kerkhof. Zwaar onderkoeld werden we naar huis gedragen en in bedjes met vele kruiken gestopt. Die bedjes mochten bij uitzondering in de woonkamer staan opdat men de ganse dag oog op ons kon houden. Er werd een paar dagen zwaar getwijfeld of we er bovenop zouden komen maar dat gebeurde en het kwam goed.

2

Vijf jaar later gebeurde er ook iets met water wat niet handig was. Ik ging op schoolreis, iets waar je wekenlang naar uitkijkt en naar verlangt. Verse kadetten mee van moeders, met allerhande lekkernij daarop, een melkbus vol ranja in de voor die dag gehuurde grote schoolbus en een niet stuk te krijgen vrolijke stemming. Heet was het die dag, heet, verschrikkelijk heet. Een zwembad was beloofd voor we terug naar huis zouden gaan en we smolten bijna in de bus toen we daar eindelijk aankwamen. Kleren uit en hup, allemaal het water in. Wat was het druk daar in dat bad, vooral aan die ene kant en waarom ging er eigenlijk niemand aan de andere kant van die loopplank? Helemaal leeg en lekker rustig! Plons! Ik zou nooit meer bovenkomen en die indruk had de badmeester ook en greep in. Greep mij vooral bij de kladden, onderwijl prekend dat ik toch wel behoorlijk stom bezig was door in het diepe te springen, en hield mij net zo lang ondersteboven tot alles eruit was gekotst. Ziek was ik, ziek!

3

Je zou denken, al doende leert men dat water niet je beste vriend is als je niet kunt zwemmen. Tsja. Nog steeds kind maar inmiddels elf jaren oud. Castricum ligt aan kust van Noord Holland en als de zon ook maar een beetje zijn best deed waren we aan zee. Bij eb ontstonden er vaak wel drie of vier zandbanken waar speelse golven zachtjes over heen en weerden. Je kon dus gemakkelijk ver in zee gaan met achter je al die zandbanken. Maar ja, het wordt op enig moment ook weer vloed en dat had ik iets te laat in de gaten. Ik kon niet meer terug maar dat moest toch want het werd alleen maar dieper naarmate ik langer wachtte realiseerde ik me al snel. Dus hup, toch maar proberen. De grond zakte letterlijk weg onder mijn voeten. Paniek! Met stuntelige zwembewegingen trachtte ik me naar de kust te werken. Weinig lucht maar veel zeewater happend was ik aan het verdrinken.

Daar kwam Anne, de grootste en dikste jongen uit mijn klas, aangezwommen. Nou ja, zoals de meesten uit mijn klas kon hij eigenlijk ook niet zwemmen maar was veel groter dan ik en ik vermoed nog altijd dat hij bleef drijven op zijn vet. Anne sleurde me zonder omhaal naar de veilige kust alwaar ik ruim een half uur alles uitkotsend bleef liggen bijkomen met nogal wat toeschouwers om mij heen. Ik was ziek en schaamde me een ongeluk. Pas op drieëntwintigste zwom ik af tussen de oude van dagen en schaamde me alweer. Ik heb nooit leren crawlen want kan niet zonder in paniek te raken met mijn gezicht onder water. Dat paniekgevoel heb ik af en toe zelfs onder douche wanneer er veel water over mijn gezicht stroomt. Dat ik een A en B zwemdiploma heb gehaald mag een wonder heten in dit verband want B is met kleren aan en onder andere zeven meter onder water zwemmen. Pfff.

4

In mijn negenendertigste levensjaar ging ik op een zaterdag naar een stripbeurs in Den Haag.

De kinderen wilden niet mee, wat ik jammer vond, maar goed, ik ging wel want was dol op strips en een verwoed verzamelaar. Carla, mijn toenmalig geluk, ging wel mee en reed in mijn auto. Het weer was schitterend die dag, ruim 30 graden, maar op de terugweg tekende zich boven Schiphol zeer donkere wolken af. Carla hield van stevig doorrijden en 140 km was haar helemaal niet teveel. Dat reden we dus toen ik tegen haar zei dat ze wellicht wat rustiger aan moest doen gezien wat er zich voor ons in de lucht afspeelde.

Op het moment dat we de bui inreden haalde ze haar voet van het gaspedaal, ze remde niet maar daar gingen we, aqua-plannend, rondtollend de vangrail in die de auto aan alle kanten verbouwde. We waren driehonderdzestig graden in de rondte gegaan en stonden weer met de neus richting Schipholtunnel. Dertien auto’s achter ons trachtten ons te ontwijken wat maar gedeeltelijk lukte. Boem, boem, en nog een. Ik durfde niet meer achterom te kijken. Boem, weer een. In no time was de A4 ter plekke afgezet op één rijbaan na. Gillende sirenes overal om ons heen. Ik was half buiten westen en voor ik het door had op een brancard gehesen en onderweg naar het ziekenhuis. Daar bleek mijn hele lichaam blouw te zijn geworden en alles deed me pijn. Maar geen breuken of andere beschadigingen en nergens bloed. Ik mocht de volgende dag alweer naar huis nadat alle onderzoeken waren afgerond. Carla had één klein schrammetje naast haar linkeroog en dat was het. Ik heb nog veel gedacht aan de kinderen die niet mee waren gegaan want binnen in de auto was de achterbank geklemd tegen onze voorstoelen… daar hadden anders zes beentjes tussen gezeten.

5

Vijf jaar later heb ik alweer een nieuwe vriendin en die hield evenveel van het paard dat ik op enig moment voor haar kocht als van mij. Het was echter geen paard dat van mensen hield, integendeel, het deed voornamelijk zijn eigen zin en was nauwelijks te berijden. Zelfs bij het longeren, wat een kwestie is van hem aan touw simpele rondjes te laten stappen, draven of galopperen, bokte hij zich vaak een ongeluk. Op een van de schaarse zaterdagen die ik meeging om het beest te aanschouwen onder het genot van een kopje koffie, was er alweer geen land mee te bezeilen. Mijn vriendin gaf het na een uurtje vloeken op en leidde hem aan de halsband naar de stal en ik liep er samen met een vriendin van haar achteraan.

 
Ons paard echter was klaarblijkelijk toch nog niet helemaal klaar want besloot onverwacht nog eens op zijn voorpoten te gaan staan, daarbij tegelijkertijd zijn achterpoten zo hard mogelijk naar achteren strekkend, vooral mijn kant op. Het gevolg was dat ik werd gelanceerd door één paardenvoet die alle botten verbrijzelde die zich tot op dat moment ongeschonden in mijn borst bevonden en de andere voet ontfermde zich over mijn milt, maar dat bleek veel later. Het beton waar ik enkele meters verder op landde was te hard en ik verloor het bewustzijn. Wegens de gescheurde mild die geopereerd werd verbleef ik vier dagen op de intensive care van het VU ziekenhuis. Mijn ziekenhuiskamer hield het midden tussen een bloemenwinkel en een fruitshop.

6

En dan zou hier het verhaal komen van de terroristische bijen zoals Leo ze inmiddels heeft gedoopt maar dat kent iedereen al via het verhaal van de zwembadonderhouder dat onlangs werd gepubliceerd. Volgens Leo heb ik nog maar één leven te gaan en moet ik er wat zuiniger mee omgaan, met het leven. Met wie moet ie anders biljarten? schreef hij een beetje wanhopig.

7…………….ahum


» Laat een reactie achter


8 reacties op “Hoeveel levens heeft een mens eigenlijk?”

  1. ruud zegt op

    7. Overleden door de biljartstok van Leo in uw oog door een mislukte stoot, of door een biljartbal die de tafel verliet en uw hoofd raakte?

    VA:F [1.9.22_1171]
    Waardering: +1 (obv 1 stem)
  2. Walter zegt op

    Wat een leven zeg. Kan alleen zeggen dat ik niet bang zal zijn voor de dood, want mijn vrouw en haar kinderen hadden al afscheid van me genomen. Inmiddels vijf jaar terug de dag voor het Thais Nieuwjaar werd in na het warm eten werd ik misselijk, kon niet stoppen…. Koorts, werd gek….zelf een ambulance gebeld want mijn vrouw was van mening dat het ziekenhuis dicht zou zijn! Lang verhaal kort… 3 weken ziekenhuis, negen dagen totaal WEG. Een veelvoorkomend bacterie…. Is alles wat ik nu weet…. Dus, geniet van het leven je weet nooit hoe laat het is. Walter, Si Satchanalai

    VA:F [1.9.22_1171]
    Waardering: 0 (obv 0 stemmen)
  3. Rein van Londen zegt op

    Beste Theo,

    Ik heb met plezier je verhaal gelezen, vooral omdat het overeenkomsten vertoont met mijn leven tot nu toe.

    In 2014 heb ik mijn verhaal al eens gepubliceerd op een ander blog…ook ik ben al 5 levens kwijt.

    Hieronder het verhaal van mijn verloren levens.

    1

    Mijn verhaal begint in de zomer van 1994. Mijn vrouw en ik waren op vakantie in Sri Lanka. Samen met een viertal Schotse toeristen besloten we een bootje van een plaatselijke visser te charteren. Daarmee wilden we naar een koraalrif varen enige kilometers voor de kust. Ons was verteld dat we daar prachtig konden snorkelen.
    Onderweg naar het rif moest ik, die achterin de boot stond te peddelen, van plaats wisselen met een jongedame voorin. Omdat de boot smal was stelde de visser voor om buitenom over de drijver te lopen. Ik had mijn twijfels, maar probeerde het toch. Ik stond nog niet goed en wel op de drijver of het bootje kapseisde met alles en iedereen er op. Gelukkig was niemand tijdens het omslaan gewond geraakt en kwam de een na de ander weer boven water. Wel lagen al onze spullen op de oceaanbodem. Twee uur hebben we ons moeten vastklampen aan de omgeslagen boot alvorens we gered werden.

    2

    Enige jaren later in juli 1998 hadden we wederom een boot gecharterd, dit keer in Malawi. We wilden van de zuidkust van Lake Malawi naar de noordwest kust. De boot leek ons betrouwbaar genoeg om de 60 kilometer, die ons van ons doel scheiden te kunnen overbruggen, maar, schijn bedroog. De boot eigenaar had ons en nog een paar toeristen vooruit laten betalen. Vervolgens had hij tot op de centiliter nauwkeurig berekend hoeveel brandstof hij kwijt zou zijn voor de oversteek. Hij had alleen op school niet goed opgelet, want de berekening was fout. Midden op Lake Malawi was de benzine op. Geen land in zicht, hoge golven, vijf toeristen en twintig Malawiërs die aan het overgeven waren en waarvoor wij blanken de overtocht hadden betaald. De boot was een speelbal van de golven. Op een gegeven moment hebben we de bodem planken uit de boot gebroken.
    Onze donkere vrienden die intussen hun maag binnenstebuiten hadden gekeerd zagen hiermee kans om na een aantal uren al roeiend het vasteland te bereiken.

    3

    In 2004 namen mijn vrouw en ik deel aan een dag excursie “zee kanoën” in Thailand. De halve dag was voorbij en we hadden tot nu toe een leuke tocht gehad. De excursie leider vond het nu tijd worden om met de groep in de zee kano’s een aantal eilanden te gaan verkennen. Ook dit deel van de trip was aanvankelijk erg leuk. Mijn vrouw, door eerdere ervaringen wijs geworden, wees op een gegeven moment onze excursie leider er op dat er dreigende wolken aan de hemel verschenen. Haar opmerkingen werden vriendelijk weggewuifd. Een half uur later voeren we met onze kano’s tussen 2 eilanden in op zee. Van het een op het andere moment begon het te stormen. We voeren in colonne en wij lagen op plaats 4. We zagen dat de eerste booten werden omgeblazen. Om ons dat lot te besparen probeerden we onze kano met de rug naar de wind te leggen. Dat lukte gelukkig. Wel werden we nu met grote snelheid richting open zee geblazen. Uiteindelijk bereikten we de luwte van een rotseiland waar we ons aan de stenen konden vastklampen. De plaatselijke autoriteiten waren inmiddels met groot materieel uitgerukt om ons te zoeken. Uren later werden we door een reddingsvaartuig gevonden. Na afloop bleek er gelukkig maar een gewonde Zweedse toerist te zijn. Hij was gewond geraakt toen hij een van onze gidsen, waarvan er geen een kon zwemmen, uit het water had gered.

    4

    In datzelfde jaar trakteerde ik mij in december op een welverdiende vakantie. Alleen vloog ik naar Phuket om daar met vrienden de Kerst door te brengen. De eerste dagen waren fantastisch. Eerste kerstdag was een prachtig feest. En het was deze dag die bewees dat het gezegde “Drank maakt meer kapot dan je lief is” niet altijd van toepassing is. Normaal gesproken ging ik om een uur of 9 naar het strand, huurde daar een strand bedje en ging genieten van de zon. Op de ochtend van 26 December had ik een geweldige kater van de vorige avond en kon het bed niet uitkomen. Om 9:30 sloeg het noodlot toe. Het gehele strand, het halve dorp en een groot deel van Zuid Oost Azië werd getroffen door de grootste natuurramp uit de recente geschiedenis. De Tsunami verwoeste alles en iedereen wat op haar weg kwam. Enkel en alleen doordat ik een avond eerder teveel had gedronken ontsnapte ik aan de vloedgolf. De indruk die het zien van de verwoesting bij mij achter liet was echter blijvend. Ook nu, vele jaren later, springen mij de tranen nog steeds in de ogen als ik er aan denk.

    5

    Een half jaar later keerde ik terug naar Thailand. De verwoestingen in Phuket waren voor het grootste deel hersteld. Omdat ik mij niet helemaal op mijn gemak voelde zo vlak bij zee besloot ik landinwaarts te gaan naar Chiang Mai. Als excursie boekte ik een 2 daagse jungle trek. Tijdens de tocht zouden we overnachten in een dorpje aan de rivier. De trek verliep die eerste dag geheel volgens plan en ‘s avonds lag iedereen moe maar voldaan in z’n bed. De volgende ochtend werden we gewekt door een merkwaardig geluid. Het geluid riep bij mij direct herinneringen op aan wat er een half jaar eerder gebeurd was. Maar ik zat hier toch niet aan zee? Nee…maar wel aan een rivier. Door hevige regenval was het waterpeil van de rivier in een nacht minstens 8 meter gestegen. Ons verblijf was inmiddels aan 3 kanten ingesloten door het water en omdat er geen ramen en deuren in de vierde kant zaten konden we er niet uit.
    Op een gegeven moment werd onze situatie te penibel en hebben we ons een weg naar buiten verschaft door de achterwand van het huis er uit te breken. Even later was er op de plaats waar eens een woning stond alleen nog een kolkende watermassa.

    Van bovenstaande gebeurtenissen heeft de Tsunami ongetwijfeld de meeste indruk gemaakt. Maar ook de andere belevenissen staan voorgoed in mijn geheugen gegrift.

    VA:F [1.9.22_1171]
    Waardering: +3 (obv 3 stemmen)
    • l.lagemaat zegt op

      Je hebt wel wat met water!

      Een beetje uit de buurt daarvan blijven.

      Maar in een badkuip kun je ook uitglijden!

      VA:F [1.9.22_1171]
      Waardering: +1 (obv 1 stem)
  4. Hermann zegt op

    Tsja, een indrukwekkende verzameling van er bijna geweest zijn ervaringen. Vast niet leuk om mee te maken maar leuk om ze op deze manier beschreven te lezen.
    Mijn Thaise vriendin zou het simpel en Boedistisch afdoen en zeggen; ‘nobody knows the future’, ‘karma’, ‘here and now’ en ‘what will be will be’. Toch, ik kan me voorstellen dat na 6 maal een dubbeltje op zijn kant je je afvraagt hoe het met een eventuele 7e maal zal gaan. Niet geruststellend misschien maar het antwoord zal zich vanzelf een keer aandienen….
    Een van de dingen waar ik mijzelf al jaren mee bezig houdt is regressie-en reïncarnatie therapie. Boeiend om te zien vanuit die invalshoek dat sterven, op wat voor manier dan ook, niet zo interessant is. Ja idd, de manier waarop je door het leven bent gegaan en je keuzes hebt gemaakt doen er vooral toe. M’n vriendin is zo gek nog niet als ze zegt; nobody knows the future’, ‘karma’, ‘here and now’ en ‘what will be will be’.
    Leuk verhaal! Carpe Diem

    VA:F [1.9.22_1171]
    Waardering: +1 (obv 1 stem)
  5. Arnold zegt op

    Wie zegt dat het bij 7 ophoudt? Bij elke gevaarlijk evenement blijf je leven of niet, 50%, onafhankelijk van wat zich daarvoor afspeelt.

    Moedig voorwaarts Theo, nog vele avonturen en jaren gewenst en dat je het maar weer met wilt delen.

    VA:F [1.9.22_1171]
    Waardering: +3 (obv 3 stemmen)
  6. Sjaak S zegt op

    Leuk verhaal. Geweldig dat stuk over de kettingbotsing. Meestal hoor je van mensen die erin verzeild raken, maar niet van iemand die met de veroorzaker in dezelfde auto zat.
    Ik dacht eerst he? Waarom willen de kinderen niet mee naar een stripbeurs (vraag ik me nog steeds af, de meeste kinderen houden toch van strips), maar goed dat ze niet mee gingen!
    Ik wens je nog veel geluk voor de komende jaren!

    VA:F [1.9.22_1171]
    Waardering: +2 (obv 2 stemmen)
  7. l.lagemaat zegt op

    12 ambachten, 13 ongelukken! Dus je hebt nog 7 levens tegoed! Geniet ervan!

    VA:F [1.9.22_1171]
    Waardering: +2 (obv 2 stemmen)

Laat een reactie achter

Thailandblog.nl gebruikt cookies

Dankzij cookies werkt onze website het beste. Zo kunnen we je instellingen onthouden, jou een persoonlijk aanbod doen en help je ons de kwaliteit van de website te verbeteren. Lees meer

Ja, ik wil een goede website