Japanse troepen in Bangkok

De militaire fractie rond de Thaise premier, maarschalk Phibun Songkhram, onderhield al sinds de staatsgreep van 1932 nauwe en uitstekende relaties met Japanse officials. Logisch, want ze deelden een aantal gezamenlijke belangen.

Deze handreiking was opvallend want sinds de regeerperiode van koning Chulalongkorn (1868-1910) waakte Siam over een zo strikt mogelijke neutraliteit in de buitenlandse betrekkingen. Deze nieuwe oriëntatie, die was gericht op een toenadering tussen beide naties, werd voor het eerst op dramatische wijze benadrukt in 1933. Toen in de Volkerenbond een motie tegen de Japanse invasie van Mantsoerije werd gestemd was Siam de enige lidstaat die zich onthield. De Japans-Thaise avances werden nog duidelijker in de periode tussen 1933 en 1938 toen de Siamese regering, onder druk van de militairen zwaar investeerde in een ambitieus bewapeningsprogramma dat de Siamese strijdkrachten moest moderniseren. Het leger werd uitgebreid tot 33 infanteriebataljons en kreeg naast drie nieuwe artillerie-eenheden ook nog een pantserdivisie. Veel van het nieuwe materiaal kwam rechtstreeks uit Japanse wapenfabrieken. Het Japanse stempel op de uitbreiding van de sterk verouderde Thaise marine was nog spectaculairder. Maar liefst 16 van de 24 nieuwe Siamese oorlogsschepen rolden van de helling in Japanse scheepswerven…

Alhoewel uit deze aankopen een duidelijke voorkeur voor Japan bleek betekende dit niet automatisch dat de Phibun-regering ook volledig de zijde van Japan koos.. Thailand probeerde officieel nog steeds angstvallig een politiek van strikte neutraliteit te handhaven. Geconfronteerd met de onverbiddelijke oorlogsdreiging poogde Phibun –tevergeefs- inzicht te krijgen in Japans’ bedoelingen ten opzichte van Thailand. Tegelijkertijd zocht hij garanties van Groot-Brittannië én de Verenigde Staten voor militaire en financiële ondersteuning in het geval dat de Thaise neutraliteit zou worden geschonden door een Japanse invasie. Bangkok werd echter door beide kampen gewantrouwd. Groot-Brittannië en de Verenigde Staten beschouwden Thailand als een bondgenoot van Japan als gevolg van Phibun’s persoonlijke autoritaire voorkeuren én Thailand’s eigen irredentistische grieven inzake grensgeschillen met Frans Indochina. Terwijl Tokio de grootste vraagtekens zette bij de uitgesproken pro-Westerse elementen in het Thaise kabinet.

Japanse Chi Ro tanks in het Thaise leger

In augustus 1939, een paar dagen voor de Duitse inval in Polen, contacteerde Paul Lépissier, de Franse zaakgelastigde in Bangkok Phibun met het voorstel om een Non-agressiepact met zijn land af te sluiten. Een initiatief dat precies werd ingegeven door de Franse argwaan ten opzichte van de revanchistische Thaise premier die al langer de idee van de Mekong als natuurlijke staatsgrens had verworpen. De Thaise regering stond welwillend ten opzichte van dit voorstel maar meende dat er dan tegelijkertijd ook een gelijkaardig verdrag met Groot-Brittannië moest komen, dat via haar koloniën ook als buurland kon worden beschouwd. Vanuit diplomatiek oogpunt een perfect verdedigbare handelswijze. Tot verbijstering van Frankrijk én Groot-Brittannië vroeg Phibun daarop ook… Japan aan de onderhandelingstafel.  De Thaise regering verschool zich achter een vage verklaring over de rol van Japan in de regio om dit ongewone diplomatieke initiatief te verantwoorden.

In mei-juni 1940, toen het Duitse leger Frankrijk op de knieën dwong, zag de Duitse bondgenoot Japan de kans schoon om controle over Frans Indochina te verwerven. Tegelijkertijd werden de banden met Bangkok aangehaald. In juni 1940 hadden Japanse en Thaise diplomaten in Tokio een akkoord bereikt over een Vriendschapsverdrag dat pas op 23 december 1940 zou ondertekend worden in Bangkok.

De vooroorlogse Thaise regering had echter vrijwel tegelijkertijd en anticiperend op een eventuele Japanse invasie, verschillende officiële verzoeken aan de Britten gericht om hulp. Op 31 augustus 1940, op een ogenblik dat de Slag om Engeland, op z’n dramatische hoogtepunt was, ondertekenden de Britse en Thaise regering in Bangkok officieel een Engels – Thais Non-Agressie Pact. De Britten zouden echter al snel de nodige vraagtekens zetten bij de houding van het Thaise kabinet in het algemeen en van premier Phibun in het bijzonder.

Phibun decoreert Thaise piloot die een Frans toestel neerhaalde

Japanse troepen waren vanaf de nazomer van 1940 actief in Zuidoost-Azië. Met toestemming van het Franse Vichy-regime mochten de troepen van keizer Hirohito zich ophouden in wat nu Noord-Vietnam is en eventueel zelfs opereren op het volledige grondgebied van Indochina. Niet vies van enig opportunisme had Phibun Songkhram al in dezelfde nazomer van 1940 van de Duitse invasie in Frankrijk en daaropvolgende Franse capitulatie gebruik gemaakt om manu militari grote stukken gebied ten oosten van de Mekong, die door Siam op het einde van de negentiende eeuw als gevolg van de kanonneerbootdiplomatie van de Fransen in de Eerste Franco-Siamese Oorlog (1895) tegen wil en dank aan de Fransen waren overgedragen, opnieuw te annexeren. En opnieuw trad Japan op de voorgrond want het was aan boord van de Japanse oorlogsbodem Natori dat op 31 januari 1941 in de Baai van Saigon een wapenstilstand werd afgesloten tussen Vichy-Frankrijk en Thailand… Het definitieve vredesakkoord tussen beide partijen werd op 9 mei 1941 in … Tokio getekend.

Deze drastische actie viel zeker in het Westen niet echt in goede aarde. Vooral de Amerikanen beschouwden deze actie als een in het voordeel van Japan spelende daad van agressie. President Roosevelt stelde zelfs, zonder sarcasme dat, wanneer Japan Thailand zou aanvallen niemand zou weten of de Japanners hiertoe niet als gevolg van één of andere geheime afspraak tissen Tokio en Bangkok waren uitgenodigd…. Daarom drong hij er op aan dat niet één westerse natie garanties zou geven om de Thaise soevereiniteit te beschermen. Op 9 oktober 1940 hadden de Amerikanen, uit vrees voor een escalerend Indochinees conflict, al een Thaise bestelling van 10 duikbommenwerpers geblokkeerd, terwijl Bangkok reeds voor deze toestellen had betaald. De VS zouden overigens een paar maanden later als een reactie op de groeiende Japanse invloed op Thailand dreigen met het toedraaien van de oliekraan. Er waren immers slechts twee grote petroleumdistributeurs in Thailand: het Brits/Nederlandse Royal Dutch Shell en de Amerikaanse Standard Vacuum Oil Company.

Intussen besliste het keizerlijke Grote Hoofdkwartier in Tokio op 2 juli 1941 om richting Zuid-Vietnam op te rukken met de bedoeling daar een aantal basissen uit te bouwen die nuttig konden zijn bij het groots opgezette offensief dat voor begin december in de regio gepland was. Op dezelfde vergadering werd ook voorgesteld om Thailand aan te vallen om een einde te maken als wat werd omschreven als ‘Britse intriges in Bangkok’.  Japan was op dat ogenblik immers in een handelsoorlog met Groot-Brittannië gewikkeld over de Thaise rubber – en tinproductie. Maar het plan om meteen ook Thailand binnen te vallen stuitte op intern verzet en werd uiteindelijk opgeborgen.

Terwijl de Japanners nu in zowat heel Indochina actief werden, en hun troepen in de regio gevoelig versterkten, steeg de spanning. Niet alleen in Bangkok begon men nu ernstig rekening te houden met een Japans offensief in Zuidoost-Azië. Op 6 augustus 1941 verklaarde de Amerikaanse Staatssecretaris Cordell Hull dat een daad van Japanse agressie tegen Thailand door Washington als een bedreiging voor de Amerikaanse veiligheid in de Pacific zou worden beschouwd. Een vrij wollige verklaring die symptomatisch was voor het wantrouwen dat Washington nog steeds etaleerde ten opzichte van Bangkok. Diezelfde dag maakte Anthony Eden, de Britse minister van Buitenlandse Zaken in veel sterkere bewoordingen duidelijk dat een Japanse aanval op Thailand ernstige consequenties zou hebben. Maar de Britten, die verzwakt waren door de Slag om Engeland en de onophoudelijke bombardementen tijdens de Blitz en bovendien na Duinkerke de grootste moeite hadden gehad om hun strijdkrachten te reorganiseren hadden veel meer te verliezen in het Verre Oosten dan de Yankees. Birma en Maleisië, twee buurlanden van Thailand waren Britse kroonkolonies, om over de strategische uiterst belangrijke kolonie Singapore nog te zwijgen… Winston Churchill bezwoer de Thaise regering om in geval van Japanse agressie voet bij stuk te houden en stand te houden, maar concrete hulp kon hij, los van een levering van een lading artilleriegranaten en een paar houwitsers, nauwelijks bieden.

In het keizerlijke hoofdkwartier in Tokio was men tot midden november 1941 nog van mening dat het zou volstaan om Bangkok gewoon toestemming te vragen om vrije doorgang te verlenen aan de Japanse troepen op weg naar Birma en Maleisië. De Japanners hoopten stiekem dat de Britten, vooraleer dit effectief zou geburen, al preventief troepen in Thailand zouden stationeren. Door deze Britse militaire aanwezigheid zou Tokio een voorwendsel hebben voor een invasie van Thailand. Maar de Britten trapten niet in deze al te doorzichtige val. Winston Churchill, die werd verontrust door de berichten van zijn inlichtingendiensten over een nakende Japanse invasie, meende dat het nuttig om opnieuw en deze keer krachtiger bij Roosevelt aan te dringen voor steun. Hij deed dit op 7 december 1941, een paar uur voor de Japanse aanval op Pearl Harbor…

Op 8 december 1941, door het tijdsverschil bijna simultaan met de aanval op Pearl Harbor, viel het Japanse keizerlijke leger tegelijkertijd op negen plaatsen Thailand binnen: Over land bij Battambang in Cambodja, vanuit de lucht op de luchthaven van Dong Muang in Bangkok en over zee met zeven amfibische landingen tussen Hua Hin en Pattani op de Golfkust van Thailand. Amper een paar uur na de Japanse invasie besloot de Thaise regering – ondanks het feit dat er op sommige plaatsen fel werd teruggevochten – de wapens neer te leggen in het besef dat er geen Britse hulp zou komen en in de overtuiging dat verdere weerstand tegen de numeriek sterkere en beter bewapende Japanners zelfmoord zou zijn. De rest is geschiedenis…


» Laat een reactie achter


1 reactie op “Een kwestie van Nationale soevereiniteit – De relaties tussen Thailand & Japan aan de vooravond van Wo II”

  1. Rob V. zegt op

    Goed beschreven Jan. Thailand heeft in aanloop naar en bij het uitbreken van WO2 zo lang mogelijk iedereen te vriend willen houden en koos uiteindelijk voor Japan, totdat de geallieerden de bovenhand kregen en Thailand weer in een goed blaadje bij de geallieerden wensten te komen. Daarom later ook de Thaise inzet in de Korea oorlog.

    VA:F [1.9.22_1171]
    Waardering: +6 (obv 6 stemmen)

Laat een reactie achter

Thailandblog.nl gebruikt cookies

Dankzij cookies werkt onze website het beste. Zo kunnen we je instellingen onthouden, jou een persoonlijk aanbod doen en help je ons de kwaliteit van de website te verbeteren. Lees meer

Ja, ik wil een goede website