Het kortstondige Thonburi-rijk

Door Lung Jan
Geplaatst in Achtergrond, Geschiedenis
Tags: , , ,
26 september 2021

Koning Taksin (wisanu bualoy / Shutterstock.com)

Iedereen die een beetje interesse voor de rijke Thaise geschiedenis heeft, kent wel de koninkrijken Sukhothai en Ayutthaya. Veel minder bekend is het verhaal van het koninkrijk Thonburi. En dat is niet echt verwonderlijk want dit vorstendom kende een erg kortstondig bestaan.

Het existeerde namelijk van 1767 tot 1782 of een kleine 14 jaar. Niet echt lang dus in de woelige geschiedenis van Zuidoost-Azië maar het was wél een uitzonderlijk belangrijke periode in de wordingsgeschiedenis van de huidige Thaise natiestaat.

In april 1767, na 400 jaar lang een flik stuk van Zuidoost-Azië te hebben gedomineerd, werd het koninkrijk Ayutthaya van de kaart geveegd door de Birmezen. De opulente paleizen en tempels werden vakkundig geplunderd en daarna platgebrand, de overlevenden weggevoerd als slaven. Zowat heel het grondgebied van het voormalige koninkrijk werd in de volgende weken bezet door Birmese troepen, terwijl veel van de lokale leiders – die ooit horig waren geweest aan Ayutthaya – het ontstane machtsvacuüm aangrepen om zichzelf onafhankelijk te verklaren. Dit gebeurde onder meer door de heren van Sakwangburi, Phimai, Chanthaburi en Nakhon Si Thammarat waardoor dat wat ooit het schijnbaar ongenaakbare vorstendom Ayutthaya was in recordtempo desintegreerde.

Chao Tak, een edelman van Chinese afkomst en een bekwame militaire leider dacht verder dan de meeste van hen. Hij was op 3 januari 1767 – drie maanden voor de val van Ayutthaya – met 500 volgelingen door de Birmese omsingeling gebroken en naar het zuiden, naar Rayong, een kustplaatsje aan de Golf van Thailand, gevlucht. Taksin had zich niet neergelegd bij de Birmese bezetting en vanaf het ogenblik dat hij zag dat de Birmese garnizoenen lang niet overal even sterk waren startte hij met hulp van Chinese huurlingen een tegenoffensief dat begon met de in de Thaise geschiedschrijving, legendarische plundering van Chanthaburi.

Eind oktober 1767 zeilde Taksin, nadat hij 5.000 krijgers had verzameld, de Chao Phraya-rivier op en veroverde het fort en garnizoensstadje Thonburi tegenover het huidige Bangkok. Hij liet er Thong -in, de Siamese gouverneur die een marionet van de Birmezen was, executeren en op 6 november wist Chao Tak Ayutthaya op de Birmezen te heroveren, nadat hij hen tijdens de Slag om Pho Sam Ton zware verliezen had bezorgd. Een huzarenstukje, amper zeven maanden na de val van de stad. Het is dan ook beslist geen toeval dat deze dag als de symbolische datum van de bevrijding van de Birmese bezetting, tot op de dag van vandaag in Thailand wordt gevierd.

Chao Tak kon echter niet op beide oren slapen. Amper een paar weken nadat hij de funderingen had gelegd voor een nieuw en onafhankelijk Siam trok de Birmese heerser Hsinbyushin opnieuw de grenzen over. De Birmese legermacht viel via Sai Yok het land binnen en belegerde meteen het Bang Kung-kamp – het verzamelkamp voor de Chinese troepen van Taksin – in de huidige provincie Samut Songkhram. Taksin’s reactie was snel en hij slaagde er in om de Birmese belegeraars te omsingelen en hen een zware nederlaag te bezorgen. Hsinbyushin, die de strijd nog niet meteen wou staken werd echter gedwongen om zijn laatste troepen terug te trekken toen – als bij mirakel – plots een enorme Chinese strijdmacht het noorden van zijn rijk kwam binnenvallen. Volgens sommige bronnen zou Taksin een dergelijk offensief hebben bepleit bij zijn Chinese bondgenoten om de druk op zijn eigen operaties te verlichten. Si non è vero…

Taksin

Ayutthaya, dat eeuwenlang het centrum van de Siamese autoriteit was geweest, was dermate verwoest dat het niet langer als regeringscentrum kon worden gebruikt. Tak stichtte de nieuwe stad Thonburi Sri Mahasamut op de westelijke oever van de Chao Phraya-rivier tegenover de plaats waar later Bangkok zou verrijzen. De bouw van de nieuwe hoofdstad was opnieuw een huzarenstukje want in ongeveer een jaar was de klus geklaard. Terwijl de stad nog volop in constructie was, liet Tak er zichzelf op 28 december 1767 tot koning van Siam kronen in het nog niet gefinaliseerde paleis. Hij noemde zichzelf koning Sanphet, maar hij stond bij de mensen bekend als koning Taksin – een combinatie van zijn titel en persoonlijke naam. Taksin kroonde zichzelf overigens niet als koning van Thonburi maar van Ayutthaya om de voortzetting in de oude dynastieke traditie te bestendigen en zichzelf én zijn gezag te legitimeren.

De nieuwe locatie voor Taksin’s hoofdstad was niet toevallig gekozen: ze was minder kwetsbaar voor Birmese aanvallen dan Ayutthaya was geweest en bovendien was ze ideaal gelegen voor het voeren van handel en handel over zee. Voortbouwend op de handelsbetrekkingen die Siam al had ontwikkeld met het Rijk van het Midden, moedigde Taksin Chinese kooplieden en ambachtslieden aan om te profiteren van de economische kansen die de locatie van zijn nieuwe hoofdstad bood. Grote aantallen Chinezen vestigden zich permanent in Siam, waar hun betrokkenheid bij zaken en handel – in combinatie met de belastinginkomsten die deze activiteiten opleverden – hielpen de verwoeste economie van het koninkrijk langzaam maar zeker te herstellen.

Nog belangrijker was het voor Taksin om een staatkundige eenheid te creëren met Thonburi als epicentrum voor zijn nieuwe rijk. Zoals ik al eerder schreef hadden, na het uiteenvallen van Ayutthaya, naast Thonburi nog vier grote rivaliserende staten het vacuüm bezet: Phimai, Phitsanulok, Sawangburi en Nakhon Si Thammarat.  Indien Taksin zijn politieke ambities wilde waarmaken moest hij zijn rivalen onderwerpen wat onvermijdelijk tot een burgeroorlog zou leiden. Hij stuurde zijn troepen eerst naar Phitsanulok, waar Rueang Rojanakun, de lokale gouverneur zichzelf heerser had verklaard over een uitgestrekt en vruchtbaar gebied dat zich uitstrekte van Tak tot Nakhon Sawan. Nadat hij er niet meteen in geslaagd was om Rueang’s macht te breken, keerde Taksin zich tegen de zwakste, met name prins Thepphiphit, de zoon van koning Borommakot, die van 1733 tot 1758 over Ayutthaya had geheerst.  Thepphipit was aan de slachtpartij in Ayutthaya ontkomen en had zich uitgeroepen tot heerser over Phimai. Net zoals in 1766 toen Thepphipit er niet in geslaagd was Ayutthaya te verdedigen, moest hij ook nu de duimen leggen voor Taksin. Nadat Taksins’ troepen die werden geleid door de broers Bunma en Thong Duang (de latere Rama I) Isaan hadden bezet, verdween de prins van het toneel en benoemde Taksin, één van z’n neven Chaao Narasuriyawongse, als gouverneur van Phimai.

Een jaar later viel Thong Duang, die nu Phraya Chakri werd genoemd, Nakhon Si Thammarat aan, maar verzandde in Chaiya. Taksin die zo snel als maar enigszins mogelijk was wilde scoren, stuurde meteen het grootste deel van zijn troepen om te helpen.  Nakhon Si Thammarat viel in zijn handen en de gouverneur, die werd gevangengenomen door de gouverneur van Pattani kreeg uiteindelijk genade van Taksin en mocht zelfs over een residentie beschikken in de hoofdstad Thonburi.

In 1770 viel Chao Phra Fang – een erg invloedrijke monnik die krijgsheer was geworden – en die de heerser van de staat Sawangburi was, het koninkrijk Thonburi binnen. De reden voor deze invasie was simpel: Chao Phra Fang was ervan overtuigd dat hij eerlang zélf zou worden aangevallen door Taksin en besloot dat de aanval de beste verdediging was. Zijn invasiemacht wist door te stoten tot Chai Nat.  Maar toen bleek dat de uitgekookte strateeg Taksin al volop, achter de rug van de aanvallers, bliksemsnel een tegenoffensief had ontketend in Swangburi.  De troepenmacht van Taksin nam Phitsanulok gemakkelijk in en veroverde Sawangburi in precies drie dagen. Het lot van Chao Phra Fang is onbekend want hij verdween spoorloos na de inname van Sawangburi. Het effect van zijn laatste inlandse campagne kon door niemand nog worden gecontesteerd: Thonburi had Siam eindelijk staatkundig herenigd als één koninkrijk.

Taksin heroverde niet alleen de gebieden die vroeger deel uitmaakten van het Ayutthaya-rijk, maar wilde ook de Siamese controle over nieuwe gebieden uitbreiden. Zo lanceerde hij in 1771 een vergeldingsaanval over land en zee tegen de Kantonese koopman-heerser van Hà Tiên, Mạc Thiên Tứ, die al verschillende pogingen had gedaan Taksin  een pad in de korf te zetten. Maar daar hielden Taksin’s territoriale aanspraken niet mee op, integendeel. De volgende jaren annexeerden zijn legers een deel van wat nu het noordoosten van Cambodja is. Ze verjoegen de Cambodjaanse koning Narairaja van de troon en plaatsten prins Ang Non, die eerder bescherming van Taksin had gekregen, er op. Cambodja bracht daarop feodale hulde aan Thonburi.

In het zuiden onderwierpen Taksins’ legerbenden het noordelijke deel van het Maleisische schiereiland en in het noorden verdreven ze de Birmanen uit het oude noordelijke Tai-koninkrijk Lanna. Het hoogtepunt van de campagnes tegen Birma viel in 1774. In dat jaar gaf Taksin aan Chao Phraya Chakri en Chao Phraya Surasi het formele bevel om Chiang Mai binnen te vallen. Na bijna 200 jaar Birmese heerschappij, ging de hoofdstad van het noordelijke Lanna-rijk over in de Siamese handen. De twee Chao Phraya’s waren in staat om Chiang Mai in te nemen met de hulp van lokale opstandelingen tegen het Birmaanse gezag en Taksin benoemde hen tot de lokale heersers: Phraya Chabaan als Phraya Vichianprakarn de Heer van Chiangmai, Phraya Kawila als de Heer van Lampang, en Phraya Vaiwongsa als Heer van Lamphun. Alle heerlijkheden brachten op hun beurt hulde aan en erkenden Thonburi als het centrale gezag in het nieuwe rijk.

Maar nog waren alle problemen niet van de baan. Vrijwel elk jaar werd het nieuwe vorstendom geconfronteerd met aanvallen vanuit Birma. In 1775 vond de grootste invasie van de Birmezen plaats onder leiding van Singhu Min Maha Thiha Thura. In plaats van de troepen die via verschillende wegen binnenvielen te verdelen, trok Maha Thiha Thura deze keer met een legermacht van minstens 30.000 man op naar Phitsanulok, waar er amper 10.000 Siamese verdedigers hen opwachten. Alsof dat niet volstond rukte tegelijkertijd vanuit Chiang Saen, het laatste Birmese garnizoen op Siamese bodem, nog eens naar schatting 6.000 Birmezen op naar Chiang Mai. Als bij wonder slaagden de troepen van Taksin erin om het offensief richting Chiang Mai af te blokken maar bij Phitsanulok liepen de Siamezen een flinke bloedneus op. De Birmanen slaagden er in om de Siamese aanvoerlijnen af te snijden en de legermacht van Taksin in twee te splitsen. De aanval gebeurde met zo’n kracht dat de numeriek veel zwakkere Siamezen, om te vermijden dat ze helemaal in de pan werden gehakt, niet anders konden dan zich terugtrekken… Phitsanulok werd door de triomferende Birmanen ingenomen maar door de onverwachte dood van de Birmese koning Hsinbyushin en de hiermee gepaard gaande opvolgingsstrijd moesten ze zich terugtrekken.

De overwinnaar in dit opvolgingsconflict, stuurde in 1776 Singu Min Maha Thiha Thura om Lanna opnieuw binnen te vallen met zo’n enorm leger dat de Taksingetrouwe troepen van Chiang Mai besloten de stad te evacueren. Chao Phraya Surasi en Kawila, de heer van Lampang slaagden er in om Chiang Mai te bevrijden maar besloten de stad opnieuw te verlaten omdat er geen bevolking meer was om de stad te vullen.

De grenzen mochten dan wel in het westen en het noordwesten dan al veilig zijn gesteld maar in het oosten bleef het rommelen. In 1776 had een gouverneur van Nangrong ruzie met de gouverneur van Nakhon Ratchasima, de hoofdstad van de regio. De gouverneur zocht toen steun van koning Sayakumane van Champasak. Dit werd een casus bellum voor Taksin om Chao Phraya Chakri te sturen om Champasak te veroveren. Koning Sayakumane vluchtte, maar hij werd gevangengenomen en verdween twee jaar lang in een kerker in Thonburi. In 1780 werd hij vrijgelaten en mocht hij zijn koninkrijk opnieuw regeren nadat hij eerst hulde had gebracht aan Thonburi. De Champasak-campagne leverde Chakri niet alleen de titel Somdet Chao Phraya Maha Kasatseuk op maar ook steeds meer macht en het absolute vertrouwen van Taksin.

In 1778 zocht een Laotiaanse mandarijn genaamd Phra Wo Siamese steun tegen koning Bunsan van Vientiane, maar werd gedood door de Laotiaanse koning. Taksin, die hierin een uitgelezen voorwendsel vond om zijn territorium nog verder uit te breiden stuurde de broers Phraya Chakri en zijn broer als bevelhebbers van een grote legermacht naar Vientiane om het te onderwerpen. Tegelijkertijd onderwierp koning Suriyavong van Luang Prabang zich aan Thonburi en sloot zich aan bij de invasie van Vientiane. Koning Bunsan vluchtte en verstopte zich in de bossen, maar gaf zich later over aan de Siamese troepen. De koninklijke familie van Vientiane werd als gijzelaars naar Thonburi gedeporteerd. Thonburi-troepen namen twee waardevolle Boeddhabeelden, de symbolische iconen van Vientiane – de Smaragdgroene Boeddha en Phra Bang mee naar Thonburi. Meer dan een eeuw zouden de drie Laotiaanse koninrijken schatplichtig aan Siam blijven….

Thonburi Palace or Phra Racha Wang Derm, the former royal palace of King Taksin (Thipwan / Shutterstock.com)

Omstreeks 1780 -1782 was het vorstendom Thonburi – dankzij Taksins’ pacificatiepolitiek en veroveringen – vanuit territoriaal en geografisch perspectief het grootste Siamese rijk uit de geschiedenis. En waren niet minder dan negen in meer of mindere mate autonome vazalstaten aan Taksin schatplichtig: het Nakhon Si Thammarat-koninkrijk, de Noord-Thaise vorstendommen Chiang Mai, Lampang, Nan, Lamphun en Phrae, en de Laotiaanse koninkrijken van Champasak, Luang Prabang en Vientiane.

Taksin’s bewindsperiode leidde tot een staatskundige eenwording maar niet tot welvaart. De jaren van oorlogvoering en de Birmese invasies hadden er flink ingehakt en verhinderden niet alleen veel buitenlandse handel maar ook de boeren om landbouwactiviteiten uit te voeren. De duizenden Siamese krijgsgevangenen die na de val van Ayutthaya in 1767 naar Birma waren gebracht en het algemene gebrek aan mankracht vormden een bron van problemen. Taksin had zijn best gedaan om de mensen die net vóór en tijdens de Birmese invasie van 1765-1767 naar het platteland waren gevlucht, aan te moedigen uit hun schuilplaatsen in de jungle te komen. Maar dit volstond niet langer om het land draaiende te houden. Hij vaardigde in 1773 de horigheidstattoo uit, die een permanent stempel op de lichamen van gewone mensen drukte, waardoor ze niet konden vluchten of bewegen en verplicht waren een flink stuk van het jaar – onbetaald – voor de overheid te werken. De praktijk ging door tot ver in de Rattanakosin-periode tot de afschaffing van de heffing tijdens het bewind van koning Chulalongkorn (Rama V). Taksin zélf liet zich overigens ook niet onbetuigd. Omdat hij uit een welgestelde Chinese koopmansfamilie kwam, verkocht hij zowel zijn koninklijke als familiale eigendommen en bezittingen. De zo vrijgekomen middelen bleken -tijdelijk- enig soelaas te bieden aan de kwakkelende economie. Toch had de Siamese economie na de oorlogen tijd nodig om te rehabiliteren.

Uiteindelijk zouden het zijn militaire campagnes en de slimme handelsdeals met Chinese kooplieden zijn die Siam van het bankroet redden. Het Thonburi-koninkrijk herpakte zich economisch door de hervatting en mercantiele dominantie van de Qing-Chinezen, een proces dat geleidelijk had plaatsgevonden vanaf het late Ayutthaya-koninkrijk, dat volop doorging onder Thonburi en tot in de Rattanakosin-periode. Taksin zelf gaf overigens ook opdracht tot handelsmissies naar buurlanden en het buitenland om zo Siam ‘op te stuwen in de vaart der volkeren’. Bij dit laatste besteedde hij vooral erg veel aandacht aan het herstellen van de banden met de Chinese Qing-dynastie. Zo zond hij bijvoorbeeld in 1781 verschillende missies naar de Qing om de diplomatieke en commerciële betrekkingen tussen de twee landen te hervatten, die vijfhonderd jaar eerder, in de Sukhothai-periode, begonnen waren maar door de val van ayutthaya waren onderbroken geweest.

Taksin bevond zich dus omstreeks 1780 op het hoogtepunt van zijn populariteit en roem. Maar ondanks zijn successen begon hij in toenemende mate tekenen van mentale instabiliteit te vertonen. Men dient evenwel enig voorbehoud te maken bij de verhalen die toen de ronde deden want veel ervan kwamen uit de pennen van tegenstanders van Taksin en dienden om de opvolging op de troon te legitimeren maar het staat vast dat ook in berichten van Westerlingen zijn vreemde gedragingen werden vermeld. In de Gazettes van Rattanakosin en in de verslagen van missionarissen bijvoorbeeld werd melding gemaakt van bizarre, maniakale gedragingen. Het was niet de eerste keer dat Siamese vorsten zich zo gedroegen, maar toen hij ook nog eens de hoogste monniken van de Sangha begon te beledigen en zichzelf een sotapanna of goddelijke figuur noemde was het hek helemaal van de dam. Alhoewel ook dit laatste mogelijk evenzeer weer schromelijk werd overdreven en als anti-propaganda werd verspreid om hem later gemakkelijker te kunnen onttronen…

Thonburi Palace or Phra Racha Wang Derm, the former royal palace of King Taksin (Thipwan / Shutterstock.com)

Wat er ook van zij, door zijn veronderstelde eigengereide en vaak ongerijmde optreden joeg hij steeds meer mensen tegen zich in het harnas. Zijn hogere functionarissen, voornamelijk etnische Chinezen, raakten verdeeld in rivaliserende facties wat op zich weer leidde tot een ondermijning van het staatsgezag. Hierdoor raakte de zich moeizaam herstellende economie in rep en roer. Tot overmaat van ramp teisterde hongersnood het land terwijl corruptie en ambtsmisbruik welig tierden welig. Taksin probeerde de orde en zijn gezag te herstellen door met ijzeren hand op te treden en kwistig vaak erg strenge straffen uit te delen. Dit resulteerde onder meer in het gevangen zetten en executeren van grote aantallen ambtenaren en kooplieden, wat op zijn beurt weer leidde tot groeiende onvrede onder ambtenaren en nog veel meer onrust bij de handelaars.

In het prille begin van 1782 gaf Taksin het bevel om een leger van 20.000 man, geleid door zijn vakkundige generaals Phraya Chakri en Bunma naar Cambodja te sturen om er een ​​pro-Siamese monarch op de troon te installeren na de dood van de Cambodjaanse vorst. Terwijl het leger op weg was naar Cambodja, vond in Thonburi een staatsgreep plaats en werd Taksin gevangengenomen en krankzinnig verklaard. Hoewel hij vroeg om in een klooster te mogen treden en zijn verdere levensdagen als monnik door te brengen, werd hij op 7 april 1782 op traditionele wijze terechtgesteld. Hij werd aan handen en voeten gebonden, in een zak van goed absorberend fluweel genaaid, zodat er geen zichtbaar koninklijk bloed zou vloeien en daarna doodgeslagen met een sandelhouten knuppel.

De officiële Thaise historiografie wil dat de nietsvermoedende Phraya Chakri, toen hij het nieuws van de opstand ontving, haastig op z’n stappen en met zijn troepen terugkeerde. Veel historici gaan er van uit dat hij na ampel beraad inging op het aanbod van de rebellen om de troon te aanvaarden maar wellicht ligt de versie waarin wordt gesuggereerd dat het Phraya Chakri zélf is geweest die, met de ruggensteun van de edelen aan het hof achter de bloedige staatsgreep zat. Het is in ieder geval een niet te loochenen feit dat hij en niemand anders, de opdracht heeft gegeven om zijn beschermheer en vriend uit de weg te ruimen…

De tragische dood van Taksin betekende ook het einde van het Thonburi-vorstendom. Na het veiligstellen van de hoofdstad, nam Phraya Chakri de kroon aan als koning Ramathibodi, postuum bekend als Boeddha Yodfa Chulaloke, tegenwoordig bekend als koning Rama I, en stichtte het Huis van Chakri, de tot op vandaag heersende Thaise dynastie. Na Taksins dood verhuisde Rama I meteen zijn hoofdstad van Thonburi, over de Chao Phraya-rivier, naar het dorp Bang-Koh waar hij zijn nieuwe hoofdstad zou bouwen. De stadspilaar, zeg maar de eerste steen van de stad, werd in 1782 opgericht op het Rattanakosin-eiland waar de regeringswijk met onder meer het grote paleis en de Tempel van de Smaragdgroene Boeddha de nucleus zou gaan vormen van de stad die we vandaag als Bangkok kennen.

De stad Thonburi, waar sommige gebouwen nog de oude luister hebben bewaard die onlosmakelijk verbonden is met het kortstondige Thonburi-rijk, bleef een onafhankelijke stad en provincie totdat het in 1971 fusioneerde met het intussen al flink uit de kluiten gewassen Bangkok.


» Laat een reactie achter


Rating: 5.00/5. From 12 votes.
Please wait...

8 reacties op “Het kortstondige Thonburi-rijk”

  1. Johnny BG zegt op

    Het zijn altijd hele interessante zaken over de geschiedenis van het land waar de gemiddelde Thai zelf ook geen weet van heeft laat staan wij van de Lage Landen.

    In het stuk stond het volgende “op 6 november wist Chao Tak Ayutthaya op de Birmezen te heroveren… Het is dan ook beslist geen toeval dat deze dag als de symbolische datum van de bevrijding van de Birmese bezetting, tot op de dag van vandaag in Thailand wordt gevierd”.

    Wat ik mij afvraag is wat je daarmee bedoelt want wie vieren dit? Zover ik weet is het geen nationale feestdag en ook geen onofficiële feestdag.

    • Lung Jan zegt op

      Beste Johnny,

      Ik weet niet meer precies wanneer maar het moet in 1937 of 1938 zijn gewest dat 6 november onder de regeerperiode van Phibun een officiële feestdag.is geworden. Het is nu één van de vele officiële en semi-officiële feestdagen die Thailand rijk is maar hij wordt volgens mij alleen nog bij de Thaise strijdkrachten, en ik dacht zelfs specifiek bij de Marine in ere gehouden omdat het succes van deze aanval voor een groot deel op conto van de verassingsaanval door Taksin’s vloot op de Chao Phraya kon worden geschreven….

  2. Theodoor Moelee zegt op

    Lung Jan,

    Prachtig verhaal en zeer helder geschreven. Het lijkt allemaal nog zo kort geleden…….
    met vr. groeten.,
    Theo Moelee

  3. Tino Kuis zegt op

    Een goed verhaal, Lung Jan! Je neemt het me toch niet kwalijk als ik mijn verhaal over Taksin ook hieronder noem? Met een citaatje?

    https://www.thailandblog.nl/geschiedenis/koning-taksin-een-fascinerende-figuur/

    Over zijn naam:

    Soms word ik duizelig van de vele namen die Thais kunnen hebben. In het verleden kreeg iedereen een andere naam als ze de sociale ladder bestegen. Het komt nogal eens voor dat ik een naam niet kan thuisbrengen. Taksin had er wel een stuk of zes.

    Taksin is een samenstelling van Tak (tàak), het stadje in midden-Thailand waar hij enige tijd gouverneur was en sin (sǐn) wat ‘geld, rijkdom, welvaart’ betekent.

    De nasleep:

    Rond al deze gebeurtenissen hebben zich vele legenden gevormd. Zij, die de nadruk leggen op de legitimiteit van Taksin als koning, beweren dat hij op een of andere manier toch afstamde van de koningen van Ayutthaya. Omdat het bloed van een koning niet vergoten mag worden zijn er sommige kronieken die zeggen dat Taksin in een fluwelen zak werd gestopt en met een stuk sandelhout werd doodgeknuppeld in de tempel waar hij verbleef. (De meeste kronieken vermelden dat hij werd onthoofd). Ik hoorde ook het verhaal dat niet Táksin in de zak werd gestopt en doorgeslagen maar een ander, en dat Taksin de rest van zijn leven doorbracht als monnik in Nakhorn Si Thamaraat of Surat Thani.

    Ik kocht een paar maanden geleden een boekje getiteld ‘Taksin is nog niet dood’. Ik zei tegen het winkelmeisje ‘Maar Taksin is toch al dood?’ ‘Nee, hoor’, zei ze, ’hij leeft voort in ons hart’. Het boekje verhaalt dat er in rond Nakhorn Si Thammarat nog afstammelingen van Taksin wonen.

    In de eerste ruim honderd jaar van de Chakri dynastie, tot de revolutie van 1932, die de absolute monarchie omzetten in een constitutionele, werd Taksin vrijwel niet genoemd, waarschijnlijk uit angst voor een verlies van legitimiteit van de Chakri dynastie. Onder de eerste nationalistische leiders, als Phibun Songkraam, verschenen de eerste standbeelden en werd hij ‘Taksin de Grote’ genoemd.

    Een ondertussen al opgedoekt tijdschrift van de roodhemden heette, misschien niet toevallig, ‘The Voice of Taksin’. Er zijn aanwijzingen dat de roodhemden Taksin vereerden, misschien zagen zij Thaksin wel als de reïncarnatie van Taksin, een bijzondere koning, niet van koninklijke bloede, en meer een man van het volk.

  4. Joop zegt op

    Veel dank voor dit mooi beschreven stuk geschiedenis.

  5. Tino Kuis zegt op

    ‘Chao Tak was een edelman van Chinese afkomst’, schrijf je, Lung Jan. Wel, hij was de zoon van een Chinese recente immigrant, maar zijn moeder was een Thaise vrouw. Waarom zeg je niet dat hij van Thaise afkomst was? Hij was trouwens geen edelman maar had een hogere ambtelijke niet-erfelijke titel.
    Zijn oude vriend Thong, de latere generaal Chao Phraya Chakri die zichzelf tot koning Rama I kroonde nadat hij de executie van Taksin had bevolen, had een Mon vader en Chinese moeder. Dat wordt zelden genoemd. Hoe belangrijk is afkomst? Het Thaise Volkslied begint met de zin ‘Wij Thais zijn één van vlees en bloed’.

    • Lung Jan zegt op

      Beste Tino,
      In de Thaise officiële historiografie wordt de ‘gemengde’ afkomst van zowel Taksin als de Chakri-dynastie zo weinig mogelijk aangehaald. Het vorstenhuis dient in de officiële lezingen natuurlijk van ‘Thaise Bloede’ te zijn… Niohtans was de Chinese etniciteit van Taksin enorm belangrijk. Hij kon zo vrij gemakkelijk, terwijl hij in de buurt van Rayong rondhing, beroep doen op Chinese huurlingen, die uiteindelijk de kern uitmaakten van zijn legertije en hij kon later veel gemakkelijker Chinese kooplui overhalen om opnieuw in zijn rijk te investeren. Het was in dze context ook niet zo vreemd dat hij na decennia van nauwelijks onderhouden en zelfs erg verwaarloosde banden tussen het Hof in Ayutthaya en het Chinese keizerlijke hof, hij precies die diplomatieke banden opnieuw wist te herstellen. Een relatie, waar beide partijen in de volgende jaren beter van werden… Men mag niet vegeten dat voor de regeerperiode van Taksin héél veel vorsten van Ayuthaya – al was dat vaak pro forma – tribuut betaalden of loyauteit beloofden aan de Chinese keizers….
      Ook bij ons, in onze verre uithoek Isaan, leeft bij velen nog het (bij)geloof dat Taksin nooit werd terechtgesteld en dat hij ooit zal herrijzen om het volk te leiden…

      • Tino Kuis zegt op

        Zeker, Lung Jan, zijn gedeeltelijk Chinese afkomst was heel belangrijk voor het verdere beloop van zijn koningschap zoals je dat perfect beschrijft, en misschien ook wel voor zijn ondergang..


Laat een reactie achter

Thailandblog.nl gebruikt cookies

Dankzij cookies werkt onze website het beste. Zo kunnen we je instellingen onthouden, jou een persoonlijk aanbod doen en help je ons de kwaliteit van de website te verbeteren. Lees meer

Ja, ik wil een goede website