John Wittenberg geeft een aantal persoonlijke bespiegelingen van zijn reis door Thailand die eerder verschenen zijn in de verhalenbundel ‘De boog kan niet altijd ontspannen zijn’ (2007). Wat voor John begon als een vlucht, weg van pijn en verdriet is gegroeid tot een zoektocht naar zingeving. Het Boeddhisme bleek hierbij een begaanbare weg te zijn. Op Thailandblog verschijnen vanaf nu met enige regelmaat zijn verhalen.

Drie zuilen waarop de monnik rust: I De meditatie

Meditatie wordt hier in Wat Umong als hoogste goed beschouwd van de drie peilers en door mij als laagste. De leer van de Dhamma wordt naar de tweede plaats verdrongen en de ceremonie is de hekkensluiter. Ik kom nu na een tweetal weken als monnik tot de conclusie dat het voor mij te hoog gegrepen is. Mochten medicijnen weinig soelaas bieden, dan geloof ik zonder meer dat onrustige, trillende en wiebelende figuren hun innerlijke balans door meditatie kunnen hervinden. Maar ik vind mezelf van binnen redelijk op orde.

Van mediteren heb ik echter wel erg weinig kaas gegeten. Wanneer ik nader informeer aan de mediterende monniken wat ze nu eigenlijk voelen, krijg ik cryptische antwoorden, een orakel van Delphi waardig. De meesten proberen helemaal niets te voelen. ‘Mindfulness’ is het sleutelwoord. Ook zij voelen pijn aan gewrichten, maar plaatsen de pijn dan elders. Waar dan?, vraag ik onnozel en dan krijg ik een glimlach terug. Dan zie ik mijn leraar een antwoord geven door het sluiten van de ogen en hij wijst met een vinger naar zijn neusgaten, ademt heel diep in en nodigt mij uit hetzelfde te doen, ademt uit en zegt dan: ‘mindfulness’ (ik denk dan: zo zou ik ook kunnen promoveren als ik op elke vraag van mijn professor dit antwoord kan geven). Maar goed, laat ik nou niet de clown uithangen en serieus blijven.

Tsja, wat is dan ‘mindfullness?’ Het indachtig en voorzichtig denken aan het goede? Aan het mooie van de leer? Aan de zuiverheid van het leven? Aan het terugdringen van het kwade? De alomvattende liefde? Of aan de uitdoving van iedere gedachte? Aan de gelukzaligheid van het niets? Ik laat mijn gedachten maar de vrije loop.

Na een tijdje samen met mijn leraar gemediteerd te hebben (of preciezer: minstens één van ons heeft gemediteerd) voel ik een poes een lekker warm plekje in de holte van mijn benen zoekend. Ik leg mijn hand op zijn fluweelzachte buikje en voel de ademhaling: in en uit, in en uit. Na wat gedraai valt de poes in een diepe meditatie waar zelfs mijn ervaren, gepromoveerde leraar nog een puntje aan kan zuigen.

Drie zuilen waarop de monnik rust: II De ceremonie

Het ceremoniële leven van de bhikkhu (monnik) bestaat uit tweemaandelijkse bijeenkomsten tijdens nieuwe en volle maan. Iedereen krijgt dan een frisse scheerbeurt en het is tijd voor het ritueel der schuldbelijdenis. Verder zijn er de hoogtijdagen: de Pravarama (het einde van de regentijd), Vaisja (de dag waarop Boeddha het Nirvana betrad) en de dag waarop Boeddha het kwaad overwon, de god Mara. Velen gaan dan naar de tempel en geven de bhikkhu’s extraatjes.

De dagelijkse ceremonie is de chanting in de vroege morgen en late middag. Verder de ceremonies van de inwijding, crematies en van speciale jubilea. Ik heb de ceremonie meegemaakt van een oude monnik die van de koning een speciale onderscheiding kreeg.

De gelouterde zit dan in lotushouding op de ereplaats. Ter decoratie wordt een nog veel oudere monnik van stal gehaald, die zonder veel moeite verder als enige taak heeft de wijze ouderdom te representeren. De tempel stroomt vol met gewone mensen die op hun knieën naar voren schuifelen en na het gebruikelijke eerbetoon aan de jubilaris, geeft die zolang de voorraad strekt een cadeau (geassisteerd door een aantal kwieke jonge monniken) aan ieder die maar naar voren strompelt. Het geschenk is een traditioneel kussen, wat stichtelijke boeken en een stoffen beursje.

Ik aanschouw het gebeuren vanuit de coulissen en zie de enorme stapel kussens in een razend tempo slinken door de ongekende gretigheid van de aanbidders. Ik vind de ceremonies een lust voor het oog. Ik geloof zonder meer dat de meer naar binnen gekeerde meditatie mijn (warme) persoonlijkheid zou kunnen verbreden en dat de ceremoniële oppervlakkigheid zalig appelleert aan mijn karakter en eerder versmalling dan verbreding behoeft. Althans, bekeken vanuit de indachtigheid van de bhikkhu. Aan de andere kant wil ik mijn karakter echt niet omwille van de zuiverheid van de leer verloochenen. Een kleine sturing kan geen kwaad, maar een drastische verandering kan toch ook weer niet de bedoeling zijn. Laat ik me maar blijven wentelen in mezelf. Mag ik zo het : “Ken u zelve” uitleggen?

Drie zuilen waarop de monnik rust: III De Dhamma

Goedheid, vriendelijkheid jegens ieder levend wezen en goed doen.

De meest wetenschappelijk tak van het boeddhisme is de bestudering van de Dhamma, de optekening van de preken en richtlijnen van Boeddha aan zijn monniken. Direct nadat Boeddha zijn eerste schreden in het Nirvana had gezet kwamen er vijfhonderd monniken bijeen in een grot bij Rajagriha om alle preken en regels uit het hoofd te leren.

De spil vormt de leer van de vier edele waarheden:

  • lijden is universeel, geboorte is lijden, ouderdom is lijden, ziekte is lijden. Kortom, het leven is een groot tranendal.
  • de oorsprong van dit lijden is de dorst naar het bestaan, die leidt van wedergeboorte tot wedergeboorte, vergezeld van hartstocht, lust en de dorst naar genot.
  • de opheffing van dit lijden wordt bereikt door de totale vernietiging van de begeerte, door de begeerte uit te bannen en ervan af te zien, door zichzelf te bevrijden en door haar geen ruimte te laten.
  • de weg die leidt naar de opheffing van dit lijden is een achtledig heilig pad:1. het juiste geloof
    2. het juiste voornemen
    3. juist spreken
    4. juist handelen
    5. juist leven
    6. de juiste inspanning
    7. de juiste opmerkzaamheid 8. de juiste meditatie

De eerste waarheid: de ervaring leert dat ieder bestaan smartelijk is. Niet alleen lijden, maar gelukkig ook vreugde (als het ten minste meezit). Het venijn zit echter in de vergankelijkheid van alles: niets is blijvend. Zonder hoop op gratie maken we de cyclus door van geboorte, ouderdom en dood. Niet alleen voor het lichaam, maar ook voor de ziel. Het boeddhisme gelooft niet in de ‘goddelijke vonk’ van de ziel, maar meent dat de volgende incarnatie een toevallige schepping is. Hoe dat te combineren valt met de gedachte dat goede en slechte daden beloond dan wel bestraft worden in een volgend leven, is mij nog niet duidelijk.

In de Dhamma wordt aan de hand van een parabel van de vlam een (voor mij niet afdoende) verklaring gegeven: “Zoals de vlam van de lamp nooit dezelfde is, aangezien deze zich voedt met een brandstof die voortdurend wordt vernieuwd, zo wordt het wezen steeds opnieuw geschapen door een nieuwe verbintenis die zich samenvoegen volgens de wet van het karma. Op deze manier sterft een persoon en wordt een nieuwe geboren. En toch is de tweede vlam, die anders is dan de eerste, afhankelijk van die eerste.”

Tsja, het is wel een aardig verhaal van die vlam, maar zo makkelijk gooi ik toch die ‘goddelijke vlam’ niet overboord. Zoals gezegd, hier kom ik nog niet uit en voorlopig laat ik het gemakshalve maar rusten, maar met mijn opgeheven Hollands vingertje tegen Boeddha: “Ik kom er later op terug!”

De tweede waarheid: de oorsprong van het lijden: We hebben een onstuitbare drang naar de eeuwige levenswil. Of dit nu vreugde is door het overleven of de eeuwige angst nooit de definitieve rust te vinden (aha, hier kom ik mijn geliefde Hamlet tegen, het “to be or not to be”). Wanneer je deze mening deelt, is het reuze simpel om je te bevrijden van het leven door de derde waarheid: het opheffen van de begeerte van de eeuwige levenswil.

Maar ja, hoe krijg je dat nu toch voor elkaar? En nu belanden we op het praktische gedeelte van de leer: een opsomming van ‘het edele pad van de acht deugden’. Strikt genomen komt dit pad erop neer dat we het einddoel bereiken dankzij goedheid, vriendelijkheid jegens ieder levend wezen en door goed te doen. Hoe kan het mooier gezegd worden? Hier vind ik het grootste raakvlak met mijn christelijke achtergrond. Dit is waar ik naar op zoek was. Hier past mijn linkerhand van het christendom in mijn andere hand van het boeddhisme.

Wordt vervolgd….


» Laat een reactie achter


No votes yet.
Please wait...

3 reacties op “De boog kan niet altijd ontspannen zijn: De innerlijke reis (deel 15)”

  1. Hans Struijlaart zegt op

    Dag John,

    Ik zit altijd te genieten van je verhalen, inmiddels al deel 15.
    Ik ben zelf ook zoekende in de “woestijn” en als ik dan jouw verhalen lees, denk ik bij mezelf: je bent al veel verder dan je zelf denkt, omdat je niets als vanzelfsprekend als waar aan neemt. Ik denk dat het goed is om overal je twijfels over te hebben wat wel en niet waar is.
    Mindfulness is slechts een woord en heeft geen enkele betekenis als je het niet zelf kan ervaren.
    Is bijna hetzelfde als een dominee zegt: ja Gods wegen zijn ondoorgrondelijk Leg je er maar bij neer dat het leven zo is. Je zegt in je verhaal dat je van mediteren weinig kaas gegeten hebt. Ik geloof dat niet zo.
    Je bent een waarnemer en dat is op zich al een vergaande vorm van meditatie. De enige vraag die er echt toe doet is wie ben ik werkelijk, wat is mijn oorsprong en wat is mijn wezen. En heb ik genoeg lef om daar achter te willen komen. En zo ja hoe diep moet je dan gaan, ik denk zelf heel diep. Ik wens je heel veel succes met je zoektocht naar de waarheid. Die zoektocht is voor iedereen verschillend en uiteindelijk leiden alle wegen tot de waarheid denk ik.Sommige nemen een gigantische omweg en anderen gaan in een redelijk rechte lijn er naar toe. Zoals ze het in Thailand mooi verwoorden: Up to you.
    P.s. Ik denk niet dat het hele monniken gedoe iets is wat uiteindelijk bij jou past. Leuk voor de ervaring, maar net als Hamlet zegt to be or not be. Ik denk dat een mens in wezen beide is. Hij is en hij is ook niet.
    Het denken en het niet denken. Het creëren en het niet creëren. Het stoffelijke en het niet stoffelijke.
    Alles is gemaakt van een en dezelfde stof en dat is de illusie van het leven waar we maar niet doorheen kunnen kijken.

    Groeten Hans

  2. ed zegt op

    Aan de lezers van Thailandblog die echt geïnteresseerd zijn in het Theravada Boeddhisme kan ik de website
    http://www.sleuteltotinzicht.nl van Peter van Loosbroek aanraden. Hier vindt je de zuivere leer die door de Boeddha
    in de Dhammapada is nagelaten. Klik b.v. eens op één van de aspecten ( die John Wittenberg in zijn artikel naar voren bracht betreffende de rol van de vrouw b.v. als monnik) n.l. ” Verhoging van de vrouwelijke waardigheid “, dan zie je hoe de Boeddha daar over dacht en hoe de Brahmanen dat zagen en de hiërarchie in de Sangha die nog steeds gehandhaafd wordt. Het is op dat niveau nog steeds een mannenbolwerk die je helaas in alle andere religies ook nog steeds tegenkomt.
    Een beroemde uitspraak van de Boeddha is ; ” Itthi pi hi ekacciya seyya “, ( Sommige vrouwen zijn beter dan mannen).Zie; Sleutel tot Inzicht.
    Het was de Boeddha die de gemeenschap van nonnen stichtte (Bhikkhuni Sasana) voor de allereerste keer in de geschiedenis in India en de levens van een groot aantal van deze edele nonnen hun energieke pogingen om het doel van vrijheid te bereiken en hun dankliederen van vreugde door de bevrijding van de geest, zijn opgetekend in de ” Psalmen van de Zusters ” ( Therigatha).Groet Ed.

  3. Arend Hart zegt op

    Helaas wordt het de Westerse mens die van meditatie wil proeven niet gemakkelijk gemaakt. Helemaal niet als hij zich in Oosterse Boeddhistische kloosters en tempels waagt. Zijn lichaam is er eenvoudig niet op gebouwd en geoefend om langdurig met opgevouwen benen in dezelfde houding stil te zitten. Dus is het niet zo vreemd dat John Wittenberg in tegenstelling tot de andere monniken meditatie de minst belangrijke van de drie pijlers van het Boeddhisme vindt. Boeddhisme zonder meditatie is echter een lege huls. Veel zingeving zal je er dan niet in vinden.
    Je kunt ook gewoon gemakkelijk op een krukje met kussentje en rechte rug zitten. Jezelf leeg maken om jezelf te vinden. Hokus Pokus Pilatus Pas: ‘Ik wou dat ik verdwenen was’.
    Een geheel eigen geluid in Thailand liet de uit de Isan afkomstige monnik Luangpor Teean Jittasubho (5 September 1911-13 September 1988) horen. Zoek als je meer van hem wilt weten bij Wikipedia. Zijn aanwijzingen om te mediteren en zijn kijk op het Boeddhisme zijn uniek.
    Groet, Arend.


Laat een reactie achter

Thailandblog.nl gebruikt cookies

Dankzij cookies werkt onze website het beste. Zo kunnen we je instellingen onthouden, jou een persoonlijk aanbod doen en help je ons de kwaliteit van de website te verbeteren. Lees meer

Ja, ik wil een goede website