John Wittenberg geeft een aantal persoonlijke bespiegelingen van zijn reis door Thailand die eerder verschenen zijn in de verhalenbundel ‘De boog kan niet altijd ontspannen zijn’ (2007). Wat voor John begon als een vlucht, weg van pijn en verdriet is gegroeid tot een zoektocht naar zingeving. Het Boeddhisme bleek hierbij een begaanbare weg te zijn. Op Thailandblog verschijnen vanaf nu met enige regelmaat zijn verhalen.

Binthabad

Midden in de nacht stap ik uit mijn tentje. Ik bewoon een eenvoudig ongemeubileerd houten huisje aan een grote vijver, omringd door bomen. Omdat het veel te romantisch is voor een van liefde gespeende monnik, is mijn woning buitengewoon gastvrij gehouden voor muggen. Ik heb een muggenvrije tent geritseld waar ik aangenaam in slaap, niet alleen door de vier matten (een is normal) waar mijn tere lendenen op rusten, maar ook door een dikke zijden sprei in de kleur van mijn gewaad, die ik tot mijn stomme verbazing, samen met een zijden kussen, cadeau heb gekregen. Zo paradoxaal in mijn van alle verdere ongemakken voorziene huisje. Menig vijfsterrenhotel heeft mij kariger voorzien van beddengoed.

Om vijf uur opnieuw choraal zingen en daarna slechts twintig minuten mediteren, omdat ik om zes uur met mijn schaal het voedsel voor de dag bijeen moet vergaren (binthabad).

Op blote voeten in het donker loop ik op straat naar de markt waar Thai mij opwachten en voedsel offeren. Zij vouwen de handen tegen hun voorhoofd ten teken van bereidwilligheid tot geven. Ik loop dan naar ze toe en haal het deksel van mijn trommel en met gebogen hoofd geven zij mij heel delicaat zakjes rijst, vlees, groenten of wat zoet en limonades. Soms zelfs geld en kleine boeddhabeeldjes.

Daarna stappen ze uit hun schoenen en knielen op de grond met gevouwen handen en wachten, zonder mij aan te kijken op mijn gebed: “Sabbityo vivajjantu sabbarogo vinassatu ma te bhavatvantarango soeki dighayuko bhava abhiva danisilassa niccam vuddhapaca yino cattaro Dhamma vaddhanti ayo vanno sukham balam “: Moge u gevrijwaard zijn van alle gevaren, moge alle ziektes verdreven worden, moge geen hindernissen u in de weg staan, moge u lang en gelukkig leven, moge degene die altijd eerbied betracht aan ouderen begunstigd worden door de vier zegeningen: een lang leven, schoonheid, geluk en kracht.”

Soms gieten ze water in een kommetje tijdens mijn gebed. De gedachte hierachter is, dat dit nu door mij gewijde water wordt gegoten over de aarde. En de moeder van het land (Phamae Tharanee) geeft dit dan door aan de desbetreffende god die ervoor zorgt dat het voedsel terechtkomt op het bordje van de voorouder van de gever. Een doordacht systeem dat er in ieder geval voor zorgt dat ik niet van honger omkom. De bedoeling is dat ik na het uitspreken van het gebed onverwijld wegloop, zonder verder veel aandacht te schenken (laat staan een dankbare glimlach). Opnieuw voelt het uiterst onbeleefd aan. Ik kan wachten tot ik een ons weeg; zij kijken pas op wanneer ik wegloop.

Ik heb trouwens weinig tijd om me hierover druk te maken, want de volgende dankbare klant kondigt zich alweer aan. Weer wordt mijn trommel gevuld met lekkere dingen, een gebed volgt en ook mijn pad naar alweer een volgende gulle gever. Ik zorg op tijd weer voor een lege trommel door al het lekkers in een tas te verbergen onder mijn robe. Dan herhaalt zich hetzelfde patroon. Het is net alsof je de supermarkt binnenstapt en dat iedereen je karretje volstouwt en dat de laatste hindernis, de caissière, je zonder te betalen doorlaat.

De hebberigheid kent geen grenzen en ik laat zonder gêne mijn bedelnap telkenmale weer vullen. Bijna mijn eigen gewicht aan voedsel meezeulend word ik op weg naar huis steeds aangesproken en mijn hart is te goed om al de gaven te weigeren. Het begint al aardig licht te worden en mijn gratis boodschappen steeds zwaarder tijdens de twee kilometer barrevoetse tocht naar huis. Maar de finish is zoet na het uitstallen van al de waar op tafel.

Mijn hemel! Ik kan een heel weeshuis en heel wat voorouders voeden. Ik ben van nature een overvloedige drinker en een matige eter, wat nu uiterst nadelig uitpakt in een alcoholvrije omgeving. Na het gebed: “Idam nonatinam hoto sulhita hontu natargo.”: (Moge deze verdiensten naar de familie gaan en mogen zij allen gelukkig zijn) eet ik met dankbaarheid muizenhapjes en bewaar de overvloed voor de lunch.

Ik schrob mijn met straatvuil besmeurde voeten schoon en lees wat in een boek van een wijze monnik Buddhadasa Bhikku “Handbook for mankind”, onderwijl mijn tere voetzolen een welverdiende rust te gunnen in een badje.

Even over elven breekt de lunchtijd aan en ik probeer tevergeefs door de rijstebrijberg heen te eten. Het enorme restant krijgen de tempelhonden en -katten en dat geeft me geen goed gevoel. Nu begrijp ik wel waarom sommige monniken en honden moddervet zijn. Ik doe een royale middagtuk van bijna twee uur (in heel Wat Umong heerst nu een grote serene rust) en neem daarna een ijskoude douche, brr. Vreselijk vind ik dat, maar er is geen enkele keus.

Ik wandel wat rond, chant om zeven uur. Daarna een aangename babbel, een monnik onwaardig, met Bill, de uiterst hartelijke, 60-jarige, sociaal werker uit Vancouver. We vinden elkaar in het analyseren van de mensen om ons heen, inclusief onszelf en in het bekritiseren van biermerken. Tegen half elf slaap ik in met een nieuw gevoel van nimmer ervaren indrukken.

De zachtaardige revanche van een vredige non

Onfatsoenlijk val ik met mijn neus in de boter, omdat een non van vierennegentig vandaag wordt gecremeerd. Nonnen hebben een achtergestelde positie. Boeddha vond het allemaal maar niks en alleen onder druk van zijn tante liet hij ze met grote bezwaren toe. Hij stelde wel veel extra regels op, om het enthousiasme te dwarsbomen of op zijn minst te beteugelen.

Hebben de monniken 227 regels, bij de vrouwen komen er nog eens tachtig als extra bonus bovenop. Maken ze in het eerste jaar een klein foutje als novice dan zijn ze meteen hun no claim kwijt en beginnen ze weer van voren af aan. Boeddha kan tevreden vanuit het Nirvana op hun geringe aantal neerkijken, want veel nonnen zijn er niet.

Hij waarschuwde zijn volgelingen telkenmale voor het rampzalige raffinement van de vrouw: “Mijd haar aanblik, praat niet met haar en als je het toch doet, dan moet je deksels goed op jezelf passen”. Of dit wijze woorden zijn, laat ik aan het oordeel van de lezer over. In ieder geval heeft zijn tante Prajapati, die hem opvoedde na de dood van zijn moeder, haar raffinement ten volle benut om de grote leidsman over te halen vrouwen toch toe te laten.

Boeddha bepaalde wel dat zelfs een honderdjarige oude non absolute eer moet betrachten aan een jonge monnik. Ik heb aan den lijve ondervonden dat een oude non voor mij op haar knieën gaat en heel devoot haar handen vouwt en dan weer haar weg vervolgt. Als ze het niet zo serieus zou menen, zou het een act in een goedkope klucht kunnen zijn. In elk geval wordt het heel wat knielen voor haar voordat ze het tempelcomplex heeft doorkruist.

Ondanks mijn niet van grootheidswaanzin gespeende karakter, brengt ze me toch in verlegenheid. Met mijn glimlach ga ik wel over het randje van betamelijkheid. Een vrouw mag me absoluut niet aanraken. Er is zelfs een aparte ceremonie om mijn besmette lichaam te reinigen wanneer dat onverhoopt wel mocht gebeuren.

In elk geval loop ik geen kans meer op de besmetting van deze nu vredig in haar kist rustende non. Er gaan heel wat dagen ceremonie aan vooraf. En op de dag van haar crematie wordt haar kist naar een brandplaats gebracht in de open lucht, even buiten het tempelterrein. Boven haar kist een dak, hoog genoeg om niet met haar ten onder te gaan.

Rondom de kist een zwartgeblakende ommuurde bak met veel bloemen. Ze was, ondanks de dwarsbomende mening van Boeddha, een zeer gerespecteerde non, die verschillende boeken op haar naam had staan. Op een afstand van vijftig meter zitten de monniken op een ereplaats natuurlijk (het went snel moet ik zeggen) en aan de andere kant wat verder afgelegen het klootjesvolk, samen met wat nonnen.

Na een speech van mijn leraar Songserm (hij schijnt nogal een zware jongen te zijn) gaan de monniken in een ganzenpas naar het lijk en leggen eerbiedig een aangeboden papieren bloem in de open kist. Ik kijk respectvol even over het randje en zie een lief gezicht van een te verwachten uiterst fragiele oude, gerimpelde vrouw. Heel vredig allemaal.

Daarna volgt de goegemeente die geen bloemen in de kist legt, maar ervoor op een apart tafeltje. Een door overgewicht waggelende monnik sprenkelt met groot enthousiasme rijkelijk een drietal flessen benzine over het lijk, dan gaat het deksel erop en via een lang lont zet de abt met een brandend toortsje de boel in lichterlaaie.

Ik kan mijn ogen nauwelijks afhouden van de steeds meer om zich heen grijpende vlammen en ik begrijp niet waarom de aandacht van iedereen al lang en breed is verflauwd, de meesten babbelen wat met elkaar, sommigen zijn al vertrokken. Ik zie dit moment als het hoogtepunt! Ondertussen worden de vlammen steeds hoger en is de wit beschilderde kist zwartgeblakerd. En dit allemaal in de buitenlucht.

Op de grond, leunend tegen de buitenkant van de stenen lijkbak, rusten wat niet geblakerde gedeeltes van verschillende lijkkisten, zelfs een halve deksel. Ik pieker over hoe dat nu mogelijk is. Na verloop van tijd wordt het me toch te macaber, ik geef de pijp aan Maarten en loop naar mijn huisje, onderwijl nog een paar verboden glimlachen te hebben toegeworpen aan buigende passanten en knielende nonnen.

Ik denk nog wat na over het gebeuren en het valt me op dat er geen echt treurende momenten zijn en we kunnen daar toch wel wat van leren. Het leven gaat immers gewoon door in het andere leven.

Ik denk nu aan de 94-jarige non die vast heel stilletjes genoot van de revanche dat de monniken nu om haar heen lopen in plaats van andersom.

Wordt vervolgd….


» Laat een reactie achter


5 reacties op “De boog kan niet altijd ontspannen zijn: De innerlijke reis (deel 13)”

  1. Tino Kuis zegt op

    Vrouwen in het boeddhisme vind ik een interessant onderwerp. Een groep vrouwen, onder leiding van zijn tante en stiefmoeder, hebben de aarzelende Boeddha over de streep getrokken. Die volwaardige vrouwelijke monniken, en in die oude tijd schijnen er veel geweest te zijn gezien de vele en grote vrouwelijke tempels, moeten naar ik meen acht, en niet tachtig, extra geloftes afleggen. Voor die tijd wel iets heel bijzonders. Volgens de Boeddha konden vrouwen ook Nirwana bereiken. Maar een zekere vrouw-onvriendelijk bleef terwijl het in de huidige Thaise Sangha meer vrouwenhaat is.
    De ‘nonnen’ die John hier noemt, zijn, denk ik, de in het wit geklede Mae Chi, die geen volwaardige monniken zijn maar slechts een gedeeltelijke gelofte afleggen en vaak als sloofjes voor de monniken fungeren.
    Als het Thaise monnikendom, de Sangha, zich niet op dit punt, en op vele andere punten, hervormt, is ze ten dode opgeschreven.

    VA:F [1.9.22_1171]
    Waardering: +6 (obv 6 stemmen)
  2. NicoB zegt op

    Mooi inzicht gevend in je persoonlijke gevoelens en gedachten rondom je zoektocht die een vlucht was, weg van pijn en verdriet en gegroeid is tot een zoektocht naar zingeving, lees het met volle aandacht en interesse, wacht met belangstelling op het vervolg.
    NicoB

    VA:F [1.9.22_1171]
    Waardering: +6 (obv 6 stemmen)
  3. Arjan Schrier zegt op

    Interessant om te lezen. Ik heb zelf in wat metta toen nog in Amsterdam 8 dagen deze ervaring mogen hebben. Is de uitleg over de inhoudelijke kant van deze excersitie een onderdeel van het curriculum? In Amsterdam was het toen voornamelijk een zaak van mee(na)doen wat de monniken deden. Op een of andere manier toch indrukwekkend, voor me.

    De Boeddha zei inderdaad op de vraag van Ananda over hoe hij met vrouwen moest omgaan iets in de trant van : niet naar vrouwen kijken, niet met ze praten en als ze toch met je komen praten oppassen. Een arahant die elke zweem van een zucht naar sensuele verrukkingen ontgroeid is, heeft dat advies niet meer nodig. (ik geloof in de mahaparinibanasutta)

    Overigens werd elke regel voor nonnen of monnikken pas na de noodzaak daartoe ingesteld. Blijkbaar waren daar er sommige nonnen die vaak problemen maakten en derhalve meer regels.

    Dat de Boeddha schroomde met het instellen van de nonnen orde had te maken met de wederzijdse aantrekking van de sexen (en, ja, ook binnen de sexen). Hij voorzag dat vrouwlijke en mannelijke monastieken rond deze tijd op dezelde tempel terreinen of in dezelfde gebouwen zouden gaan wonen. Dat leidt af.
    De houtbaarheidsduur van de uiteenzetting van de Boeddhistische leer nam daarmee met de helft af tot 5.000 jaar. We zitten nu dus net even over de helft. Maar voor wie wil zijn de teksten en goede lerar(essen)en beschikbaar. Bijvoorbeeld op suttas.net. Ik kan de dhammapadda aanraden, maar die kende je wellicht al.
    http://www.suttas.net/suttas/khuddaka-nikaya/dhammapada/

    VA:F [1.9.22_1171]
    Waardering: +2 (obv 2 stemmen)
  4. niek zegt op

    Het ‘Handbook of Mankind’ van de monnik Buddhadasa Bhikku is idd een aanrader. Op de achterkant van een ander boek van hem ‘Heartwood of the Bodhi Tree’ staat ter introductie over hem te lezen (vertaald):

    ‘ Buddhadasa Bhikku (1906-1993) is wellicht de invloedrijkste Boeddhistische leraar in de geschiedenis van Thailand. In 1932 stichtte hij Wat Suan Mokkhabalaram, een van de eerste meditatiecentra in Thailand. Gedurende zijn leven ontving hij honoraire doctoraten van 8 Thaise universiteiten. Sinds de 60-er jaren heeft hij met zijn werk een nieuwe generatie van sociaal betrokken mensen geïnspireerd, zowel in Thailand als ver daar buiten’.

    Hij onderwees het zuivere Theravada Boeddhisme en was wars van alle ceremonies en animistische praktijken daar omheen.

    Vrouwen kunnen idd geen vrouwelijke monnik worden, maar er zijn wel enkele uitzonderingen door de Sangha in het verleden gemaakt. Een ervan is indertijd uitgebreid in de pers geportretteerd.
    Maar discriminatie alom, ook van de kant van de in het wit geklede ‘mae chi’, die mannen verbieden naast haar te komen zitten in het openbaar vervoer en monniken die per se niet met een vrouw op de foto willen, hoewel er wel uitzonderingen op die regel worden gemaakt, als het al een regel zou zijn.

    VA:F [1.9.22_1171]
    Waardering: +3 (obv 3 stemmen)

Laat een reactie achter

Thailandblog.nl gebruikt cookies

Dankzij cookies werkt onze website het beste. Zo kunnen we je instellingen onthouden, jou een persoonlijk aanbod doen en help je ons de kwaliteit van de website te verbeteren. Lees meer

Ja, ik wil een goede website