Siamese olifant bij het Nationaal museum in Jakarta

Indonesië is een bevoorrechte handelspartner van Thailand en jaarlijks bezoeken gemiddeld een half miljoen Indonesische toeristen het Land van de Glimlach. De historische banden tussen beide landen zijn oud en gaan érg ver terug in de tijd.

De eerste traceerbare sporen vinden we terug in de achtste eeuw van onze jaartelling. De machtige stadsstaat Srivijaya op Sumatra – dichtbij het huidige Palmbang aan de oevers van de Musi – oefende in die periode behoorlijk wat invloed uit op het Maleisische schiereiland en grote delen van de kusten van het huidige Thailand. Zo staat het vast dat ze Chaiya in de provincie Surat Thani zo niet hebben gesticht dan toch wel hebben uitgebouwd tot een haven annex handelscentrum. Op drie opgegraven sema-stenen -traditionele afbakeningen van een tempelterrein- die gedateerd konden worden tot 775, wordt vermeld dat de vorst van Srivijaya in de omgeving drie stupa’s heeft doen bouwen en de meeste historici gaan er van uit dat ook de plaatselijke Wat Phra Borommathat Sumatraanse roots heeft. Sommige historici poneren op basis van archeologische vondsten zelfs dat de mogelijkheid niet mag worden uitgesloten dat ze een landverbinding hebben gemaakt tussen hun haven bij Laem Pho Beach vlakbij Chaiya en Ban Thung Tuek in de provincie Phang Nga om zo de Golf van Thailand te verbinden met de Andamankust en piraten te vermijden die bijzonder actief waren in de Straat van Malakka. Het is wellicht ook vanuit Srivijaya dat het Boeddhisme zich naar de kust van Thailand verplaatste.

In de Nagarakretagama, een oeroude Javaanse lofrede op Hayam Wuruk een Javaanse koning van 1350 tot 1389 over het Majapahit-rijk regeerde, worden verschillende staten, al dan niet horig, opgesomd die kunnen worden geïdentificeerd met locaties in het Thailand van vandaag zoals Dharmanagari (Nakhon Si Thammarat), Sankhya Ayodhyapura (Ayutthaya), Rajapura (Ratburi) en Singhanagari (Songkla).

De Nagarakretagama heeft overigens een Nederlandse connotatie want het werd in 1894 als krijgsbuit gestolen door de troepen van het Koninklijk Nederlands Indisch Leger (K.N.I.L.) bij hun aanval op Lombok. De Nederlandse filoloog J.L. Brandes, die kon beletten dat de K.N.I.L.-manschappen héél de bibliotheek van het Mataram-Cakranagara-paleis in de fik staken, zag het uitzonderlijke belang van dit stuk in en bracht het naar Leiden waar een hele generatie taalkundigen zich aan het vertalen en duiden zette. Tijdens het staatsbezoek aan Indonesië van Juliana in 1973 werd het kostbare manuscript teruggeven aan Indonesië waar het nu in de Nationale Bibliotheek rust. In 2013 kreeg deze tekst een erkenning als Unesco-werelderfgoed…

Er was trouwens sprake van een Siamees-Javaanse wisselwerking wat werd bewezen met de vondst van een zestiende-eeuws bronzen beeld uit Ayutthaya in het Noord-Javaanse Talaga bij Cirebon. In de schaarse teksten die de verwoesting van Ayutthaya in 1767 hebben overleefd komen geregeld verwijzingen terug naar plaatsen als Jawaa (Java) en Makkasan (Makassar). Het is ook een historisch vaststaand gegeven dat er zich onder het bewind van koning Narai (1656-1688) enkele honderden vluchtelingen uit Makkasar op Zuid-Sulawesi, in Ayutthaya hadden gevestigd nadat de Vereenigde Oostindische Compagnie tussen 1667-1669 manu militari bezit had genomen van Makassar.

Siamese olifant bij het Nationaal museum in Jakarta

Van de Siamese koning Chulalongkorn is geweten dat hij een nauwe band had met wat toen Nederlands – Indië was. Hij bezocht de Nederlandse kolonie niet minder dan driemaal. Zijn eerste buitenlandse reis in 1871 voerde hem niet alleen naar Maleisië maar ook naar Java. Hij deed dit uit nieuwsgierigheid naar Westerse uitvindingen en om uit te vogelen hoe koloniale bestuurssystemen functioneerden maar hij was ook erg geïnteresseerd in de Indonesische geschiedenis en hoe vanuit deze archipel het Boeddhisme zich had verspreid over Zuidoost-Azië. Hij kwam nog tweemaal terug naar de Gordel van Smaragd, namelijk in 1896 en 1901. Tijdens zijn reis in 1896 schonk hij een bronzen beeld dat een Siamese witte olifant moest voorstellen aan de Nederlandse gouverneur-generaal in Jakarta. Het kreeg een ereplaats in de fontein van het plantsoen van het eerbiedwaardige, want in 1778 gestichte koninklijk Bataafsch Genootschap van Kunsten en Wetenschappen, het huidige Nationaal Museum in Jakarta.

In een volgend artikel ga ik even verder in op de opschudding die zijn bezoek aan het tempelcomplex van Borobodur in 1896 veroorzaakte….

En om te eindigen nog dit: Wanneer je aan honderd Thai zou vragen om alle buurlanden op te noemen, zullen er hoogstens een handvol zijn die ook Indonesië vermelden. Zij hebben echter gelijk: Indonesië heeft een – maritieme- grens met Thailand in het noordelijke gedeelte van de Straat van Malakka en de Andaman-zee ten noordoosten van Sumatra. Een grens, die middels vier internationale verdragen tussen 1971 en 1975 werd vastgelegd.


» Laat een reactie achter


8 reacties op “De historische banden tussen Thailand & Indonesië – ook een stukje Nederlandse geschiedenis”

  1. chris zegt op

    Inderdaad, ongeveer 650.000 toeristen uit Indonesie; drie keer zoveel als uit Nederland.

    VA:F [1.9.22_1171]
    Waardering: +4 (obv 4 stemmen)
  2. Wil zegt op

    Maar geen enkel Indonesisch restaurant te vinden in Chiangma???

    VA:F [1.9.22_1171]
    Waardering: +4 (obv 4 stemmen)
  3. l.lagemaat zegt op

    Opmerkelijk: honderden vluchtelingen uit Makkasar naar Ayutthaya nadat de VOC tussen 1667- 1669 Makassar in bezit hadden genomen!

    Dit geeft te denken!

    VA:F [1.9.22_1171]
    Waardering: +3 (obv 3 stemmen)
  4. Sjaak S zegt op

    Spannend, ik kijk al uit naar het volgende stuk!

    VA:F [1.9.22_1171]
    Waardering: +3 (obv 3 stemmen)
  5. Tino Kuis zegt op

    Een paar aanvullingen, Lung Jan, op je mooie stukje.

    Ik begrijp dat je schrijft over Thailand en Indonesië, en ik doe dat ook, maar we moeten beseffen dat heel Zuidoost Azië tot de 19e eeuw bestond uit een samenraapsel van vele kleinere en grotere rijken.

    Tot ongeveer 1500 was er een intensieve handel over zee en land tussen alle delen van Azië, Japan, China, Zuidoost Azië, India, Perzië en het Midden Oosten. Er was veel migratie en uitwisseling van gedachtengoed. Alleen de heersers van Ayutthaya en hun gevolg bijvoorbeeld waren Thais, een groot deel van de rest van de bevolking bestond uit andere bevolkingsgroepen, als Mon, Karen, Lawa, Khmer, Chinezen, Laotianen etc. Multiculturele rijken waren het meest voorspoedig.

    Die Aziatische handel werd door de Europese koloniale mogendheden voor een belangrijk deel vernietigd en de Portugezen, Hollanders, Engelsen en Fransen namen die over. Men schat dat in 1500 India 25% van de wereldeconomie omvatte, in 1949, toen het onafhankelijk werd, nog maar 5%.

    De geschiedenis van Azië wordt nog te veel geschreven vanuit een westers oogpunt. Zo noemen wij de strijd in Indonesië tussen 1945 en 1949 ‘politionele acties’ en de Indonesiërs noemen het ‘de vrijheidsstrijd’.

    VA:F [1.9.22_1171]
    Waardering: +9 (obv 9 stemmen)
  6. Rob V. zegt op

    Weer een mooi stukje Jan! En Tino, mooie aanvullingen.

    VA:F [1.9.22_1171]
    Waardering: +2 (obv 2 stemmen)
  7. Alex Ouddiep zegt op

    De laatste alinea komt onverwacht, en illustreert een soort kennis die, hoewel waar, door een vereenvoudigd en gebrekkig begrip gedragen wordt. Ik moet de Thai nog tegekomen die beschikt over de toereikende kennis van zeekaarten en hun geschiedenis…

    VA:F [1.9.22_1171]
    Waardering: +2 (obv 2 stemmen)
  8. Anton zegt op

    Als Hollander zijnde “Wacht op het vervolg” Wat Ik gelezen heb tot nog zeer goed en jaar tallen kloppen! Goed gedaan/samengesteld/geschreven.

    VA:F [1.9.22_1171]
    Waardering: +1 (obv 1 stem)

Laat een reactie achter

Thailandblog.nl gebruikt cookies

Dankzij cookies werkt onze website het beste. Zo kunnen we je instellingen onthouden, jou een persoonlijk aanbod doen en help je ons de kwaliteit van de website te verbeteren. Lees meer

Ja, ik wil een goede website