Halbertsma

Joost Halbertsma

Net geen vijfennegentig procent van de Thaise bevolking is in meer of mindere mate Boeddhistisch. Het Boeddhisme is de religie/filosofie die de laatste jaren het snelst aan populariteit wint in Nederland. Twee vaststellingen die mij ertoe aanzetten om vandaag even stil te staan bij de, in meer dan een opzicht intrigerende figuur van de doopsgezinde predikant Joost Hiddes Halbertsma, die in 1843 de eerste Nederlandstalige tekst over het Boeddhisme publiceerde.

Deze tekst van het traktaat Het Buddhisme en zijn stichter werd oorspronkelijk in 1843 met als titel Shakya Sinha gepubliceerd in de Overijsselsche Almanak voor Oudheid en Letteren. In februari van datzelfde jaar rolde de tekst ook nog eens van de persen bij J. De Lange in Deventer in de vorm van -erg in oplage beperkte- privé-uitgave van vijftig exemplaren, die gesigneerd door de auteur onder vrienden en relaties werd verspreid. Deze tekst werd in 2019 op initiatief van het Nederlands Boeddhistisch Archief, met de titel De Predikant en de Boeddha, voorzien van de nodige duiding en beschouwingen heruitgegeven door Noordboek. Deze uitgave, die ik in één ruk heb uitgelezen, werd verzorgd door de academici Alpita De Jong, Barend J. Ter Haar en Tjalling H.F. Halbertsma. Deze laatste is overigens een nazaat van Joost Halbertsma’s broer Tjalling. In mei 2020 volgde dan bij Asoka Het Pompeblêd & de lotus – J.H. Halbertsma , het Boeddhisme en zijn stichter (1843) dat werd geredigeerd door Henk Blezer, Marcel Poorthuis en Fred Gales.

Joast Hiddes Halbertsma was een fascinerende figuur. Hij werd in 1789 in het Friese Grou geboren als oudste in een gezin dat vier kinderen zou tellen. Hij werd doopsgezind predikant, taalkundige en lexicograaf terwijl zijn broers voor meer aardse professies als arts of koopman kozen. Samen met z’n broers Eeltje en Tjalling schreef hij Rimen en Teljtjes, een veelvuldig – tot op vandaag – herdrukte bloemlezing van Friese volksverhalen en gedichten waarin ook het door zijn broer Eeltje geschreven Friese volkslied De âlde Friezen voor het eerst in druk verscheen. Gedreven door zijn voorliefde voor taal begon Joast ook te werken aan zijn woordenboek van de Friese taal, het Lexicon Frisicum, dat in 1872, ruim drie jaar na zijn dood, door andere met hem bevriende filologen en lexicografen werd gefinaliseerd en uitgegeven.

Halbertsma was niet alleen een voor zijn tijd erg bereisd man die onder meer Ierland, Schotland, Engeland, Duitsland, Frankrijk en Italië had bezocht maar ook en vooral een belezen man. Uit zijn talloze publicaties en drukke correspondentie met taalliefhebbers en andere academici in binnen- en buitenland bleek dat deze dominee een grote interesse had in wat er speelde in de grote wereld buiten de Lage Landen aan de Zee en dat hij er zich niet voor schroomde om er zich niet alleen ook een mening over te vormen maar om deze ook nog eens te ventileren in een of ander epistel of lezing. Hij behandelde een caleidoscoop aan themata gaande van het nut van de spoorwegen of het invoeren van weefscholen over de aardappelziekte, Hindeloopse klederdracht tot de Chinese of Koreaanse taal. Het was beslist geen toeval dat de in 1947 door de provincie Friesland in het leven geroepen driejaarlijkse Dr. Joast Halbertsmaprijs voor Geschiedenis, Taal en Literatuurwetenschap en Sociale Wetenschappen naar hem werd vernoemd.

De leergierige dominee was de eerste in Nederland die methodisch begon met het zoeken naar verbanden tussen de oosterse en Germaanse talen. Hij werd daarbij beïnvloed door filologen als de Britse diplomaat William Jones die had gewezen op de overeenkomsten tussen Sanskriet en Grieks of Halbertsma’s pennevriend Jacob Grimm die door het systematisch vergelijken van klanken en woorden in oude en iets minder oude Germaanse talen klankverschuivingen had gevonden die de historische ontwikkeling van de ene in de andere taal aannemelijk maakten. Hij geraakte zo in de ban van de idee dat de westerse cultuur voortkwam uit de oosterse en dat de (oer)geschiedenis van de Scandinavische en Germaanse volkeren, waartoe hij ook de Friezen rekende, in het oosten was begonnen. Zijn traktaat Het Buddhisme en zijn stichter begon dan ook zo: “Onze herkomst is in het Oosten. Daar is het gouden land van waar onze vroegste vaderen zijn opgerukt. De Gothen, Scandinaviërs en Friezen hadden de voorhoede; de Saxers en Franken volgden; en de Hoogduischers sloten het leger der Germaansche stammen. Hoe verder dus van den Indus westwaarts gelegen, hoe vroeger opgerukt, hoe ouder volk.”

Halbertsma, die sterk in het Boeddhisme geïnteresseerd was geraakt na lezing van  Illustrations of the Literature and Religion of the Buddhists (1841) van Brian Houghton Hodgson – een in Nepal wonende Britse diplomaat met Nederlandse familiebanden –  probeerde in zijn traktaat een eerlijk beeld op te hangen van wat in zijn ogen een complex verhaal was waarover in het westen veel te weinig was geweten of zoals hij het zelf schreef: “Het Buddhisme is ook alles behalve eene eenvoudige leer; het is een rijk, samengesteld en door zijne wijsgeerige spitsvondigheden zeer verwikkeld geheel, waarin men niet dan door langdurige oefening tot de eenvoudige oorspronkelijke beginsels opklimt. Eindelijk maakt men den toegang nog moeilijker door de dubbele wijze op welke de leer wordt uitgelegd. Zij heeft eenen diepen (esoterischen ) zin voor de ingewijden; zij heeft eenen anderen oppervlakkigen (exoterischen) zin warin zuj aan de onbeschaafde menigte wordt voorgesteld. Die voorstellingen liggen verwikkeld in zinnebeelden, die dikwerf met de zaak verwisseld worden…”.

De dominee probeerde echter niet alleen aandacht te besteden aan de inhoudelijke, religieuze uitgangspunten van deze filosofie maar ook tegelijkertijd een parallel te trekken tussen Boeddha en Christus; en dit was ontegensprekelijk revolutionair. Een nieuwe benadering die een kantelpunt betekende in hoe men destijds in noordwest-Europa tegen het boeddhisme aankeek. Hij vergeleek en verbond verschillende werelden en symbolen met elkaar getuige wat hij zijn originele kijk over de gelijkenis tussen de lotusbloem en het Friese Pompeblêd schreef: “Het gebruik van den lotusplant, als het zinnebeeld der schepping, in de oudste gidsdienst der Hindus, om slechts iets te noemen, is bekend. Toen de Friezen uit Asien oprukten en hier aankwamen zagen zij de lotus nergens in eenige wateren bloeijen, maar zij bragten den ouden eerbied over op eene waterplant, die in onze meren groeit met soortgelijke bladen en bloemen, ik meen, de plompen. Met eene heilige vrees behandelt men nog die Nederlandsche lotus in de moerassen van Wanneperveen en Vriesland; ja, de oude Vriezen plaatsten hunne landen onder den schuts van dit teeken der godheid, toen zij zeven plompenbladen in hun wapen bragten…”

Zijn frisse en vooral onbevooroordeelde kijk op het Boeddhisme leverde hem zowel lof als kritiek op. Zeker vanuit de hoek van de meer rechtzinnig in de leer zijnde of de orthodoxere geloofsgenoten was de kritiek niet mals. Ondanks de kritiek bleef de dominee echter de rest van zijn leven gefascineerd door het Boeddhisme. Kort voor zijn dood schreef Halbertsma nog: “Buddha’s triomf is zijn maatschappelijk en zedelijk wetboek, niet zijn metaphysische theorie. Zijn zedeleer is het volmaakste wat de wereld gezien heeft…” Of zoals zijn biografe Alpita De Jong concludeerde: “Joost Halbertsma, predikant of liever ‘leraar’ bij de doopsgezinden zag in de grondbeginselen van het Boeddhisme precies de grondbeginselen die hij zelf zijn leven lang verkondigde….” Ik had het niet treffender kunnen formuleren….


» Laat een reactie achter


Rating: 4.91/5. From 11 votes.
Please wait...

6 reacties op “De Friese predikant en de Boeddha”

  1. Tino Kuis zegt op

    Dank voor dit mooie artikel, Lung Jan.

    Er is een lange traditie hoe het boeddhisme in het westen werd ontvangen, besproken en aangepast aan de westerse visie. Ik ga dit boek lezen en zien hoe dominee Halbertsma dit deed.

    De boeddhistische keizer Asoke (India, r. 268-232 v. Chr.) zond boeddhistische predikers naar het westen. Rond de jaarwisseling waren er boeddhistische monniken in Alexandrië en vaak wordt er beweerd dat het christendom veel boeddhistische wortels kent.

  2. Simon de Goede zegt op

    Dag Lung Jan.

    Wat een interessant en mooi geschreven bijdrage heb je weer geleverd aan het Blog.
    Zeker de moeite waard om iets meer van deze vooruitstrevende dominee te gaan zoeken en lezen.
    Bedankt.

  3. Dirk K. zegt op

    De rijke verbeelding en aanleg voor mystificatie die Joost Halbertsma bezat, herkennen we misschien ook in het Oera Linda-boek dat volgens sommigen van zijn hand zou zijn.

  4. Hans zegt op

    Erg goed verhaal !Chapeau

  5. luc.cc zegt op

    de tien geboden die wij als christen kennen komen overeen met de waarden of geboden van boedhisme, komen volgens de bijbel van Mozes, oud testament, dus het kan ook andersom zijn

  6. Marinus den Uil zegt op

    Dit artikel heb ik van genoten
    Een hele mooie poging Oost en West te verbinden
    In dit geval Boeddha en Jesus
    En dan heel lang geleden door notabene een Fries uit Grou!
    De wonderen zijn de wereld nog niet uit!
    Heb het boekje meteen besteld.


Laat een reactie achter

Thailandblog.nl gebruikt cookies

Dankzij cookies werkt onze website het beste. Zo kunnen we je instellingen onthouden, jou een persoonlijk aanbod doen en help je ons de kwaliteit van de website te verbeteren. Lees meer

Ja, ik wil een goede website