Wat Dhammakaya

Op elke toeristische brochure over Thailand staat wel een tempel of een monnik met een bedelnap afgebeeld en een tekst die het boeddhisme prijst als een mooie en vreedzame religie. Dat mag zo zijn )of niet), maar het laat onverlet hoe verdeeld het boeddhisme op dit moment is in Thailand. Dit artikel beschrijft de verschillende richtingen in het Thaise boeddhisme, en hun band met de Staat.

Het Thaise boeddhisme tot de zeventiger jaren

Het was koning Mongkut, zelf vijfentwintig jaar een monnik voor hij tot het koningschap werd geroepen, die een nieuwe sekte stichtte, de Thammayuth-nikai (letterlijk: ‘Strijd voor de Dhamma’ sekte). Evenals Luther dat deed wilde Mongkut af van allerlei traditionele rituelen en terugkeren naar de oorspronkelijke geschriften van het boeddhisme. De vinaya, de discipline van de monniken, en het bestuderen van de geschriften moest voorop staan. Hoewel deze sekte nooit meer dan een tien procent alle Thaise monniken zou omvatten werd zij vooral onder Mongkut’s zoon, koning Chulalongkorn, de leidende groep. De Sangharaja (letterlijk ‘de Koning van het Monnikendom’) kwam meestal uit deze sectie voort en verstevigde zo de band met de staat die door de Sangha-wet van 1962 onder de dictator Sarit bijna absoluut werd.

Maar er waren monniken die deze gang van zaken niet zagen zitten. Vanaf de revolutie van 1932 waren er monniken die de nieuwe democratie steunden door aan verkiezingscampagnes deel te nemen maar dat werd vervolgens bij een nu nog geldende wet in 1941 verboden. Monniken mogen nu nog steeds niet stemmen. Dat verhindert monniken overigens ook nu niet om deel te nemen aan de geel-en roodhemden demonstraties.

Phra Phimonlatham

Het nog steeds bekende voorbeeld is de monnik Phra Phimonlatham (letterlijk ‘De Schoonheid van de Dharma’). Hij was afkomstig uit Khon Kaen, al enigszins verdacht wegens de communistische beweging toen in de Isaan, die overigens weinig voorstelde. Hij was lid van die andere sekte, de Maha Nikai (‘de ‘Grote Sekte’), studeerde meditatiepraktijken in Birma (ook verdacht) en werd één van de meest populaire monniken (en abt) in Wat Mahathat in Bangkok. Hij verzette zich in zorgvuldig gekozen bewoordingen tegen de dictator Sarit, werd gearresteerd. ontzet uit het monnikendom en beschuldigd van homoseksuele handelingen en onboeddhistische praktijken. Hij zat gevangen van 1962 tot 1966 maar werd in de zeventiger jaren gerehabiliteerd. Zoals de dictator Sarit opmerkte ‘Bij het mediteren sluit men de ogen en dan ziet men de communisten niet meer’. Tijdens de roodhemden demonstaties in 2009 en 2010 werd zijn leven regelmatig in herinnering gebracht.

De veranderingen in de zeventiger jaren en het militante boeddhisme

Een studenten-volksopstand verjoeg op 14 oktober 1973 de Drie Tirannen, Thanom, Prapas en Narong. De drie jaren daarop waren van een ongekende vrijheid. Er werd fel gediscussieerd, betoogd en gestaakt. De werken van Chit Phumisak (een Thaise Marxist) en Karl Marx werden weer uit de kast gehaald. Studenten trokken het land in om hun democratische en socialistische boodschap te verkondigen.

Een tegenbeweging bleef niet uit. Mede aangewakkerd door de communistische overwinningen in de buurlanden kwam een rechts-extremistische beweging op gang die iedereen die enigszins links of alternatief was uitmaakte voor ‘communist’, staatsgevaarlijke lieden die religie en monarchie ondermijnden hoewel de communistische dreiging in Thailand nauwelijks naam mocht hebben. Moorden, op boerenleiders bijvoorbeeld, en vechtpartijen waren aan de orde van de dag.

In deze toxische atmosfeer moeten we de opkomst zien van de rechts-extremistische monnik Phra Kittivuddho. Hij was abt van een tempel in Chonburi. Daar hield hij zijn vurige anticommunistische toespraken. Berucht is nog steeds zijn uitspraak dat het doden van communisten geen zonde is ‘omdat communisten geen mensen zijn maar dieren’. Hij was de leider van de rechts-extremistische beweging ‘Nawaphon’. De leiding van de Thaise Sangha werd gevraagd zijn activiteiten te veroordelen maar zij zwegen.

Deze chaotische toestanden leidden uiteindelijk tot de massaslachting op de Thammasaat Universiteit waar officieel ruim vijftig maar waarschijnlijk meer dan honderd studenten op gruwelijke wijze werden vermoord. De ‘Nawaphon’ beweging speelde daarbij een belangrijke rol.

De legitimiteit van het nationalistische boeddhisme betwijfeld

Al deze gebeurtenissen maakten dat de band van het boeddhisme met de staat werd besproken en vaak betwijfeld als garantie voor een levendig boeddhisme waar de bevolking zich bij betrokken voelde. De vele activisten die na 6 oktober 1976 de bergen waren ingevlucht en zich bij de communistische opstand voegden keerden vanaf 1980 na een algehele amnestie terug in de maatschappij. Velen van hen bleven actief in het maatschappelijk leven, ze gingen in de politiek, werkten samen met NGO’s en vakbonden, of sloten zich aan bij allerlei andere bewegingen. Sommigen werden rijke zakenlui. Zij worden de ‘oktobergeneratie’ genoemd.

De erfenis van die jaren ’73-’76 was een grotere diversiteit in veel aspecten van het maatschappelijk leven. Wat het boeddhisme betreft uitte zich dat in een aantal nieuwe richtingen die zich daadwerkelijk of alleen qua gedachtengoed losmaakten van het officiële boeddhisme. Laat ik er vier noemen.

Het ‘Dhamma Socialisme’, sociaal betrokken boeddhisme

De ideeën erachter waren al langere tijd ontwikkeld maar zij ging ‘mainstream’ in die tachtiger jaren. De monnik Buddhadasa (Phutthathat Phikhsu, ‘de Dienaar van de Boeddha’), abt van de tempel Suan Mohk (‘De Tuin van Bevrijding’) in Chaiya, was de grondlegger en het intellectuele zwaargewicht van deze beweging. Hij had een uitgesproken afkeer van de officiële boeddhistische hiërarchie die hij corrupt en achterhaald vond. Hij wilde een nieuwe rationele ethiek die de gelovige midden in de wereld plaatste, hebzucht opgaf maar tegelijkertijd streefde naar een gelijkwaardiger samenleving waar lijden verminderd kon worden door een betere verdeling van de welvaart. Zijn tempel werd een bedevaartsoord en ook nu nog zijn geschriften in iedere boekhandel te verkrijgen. Sulak Sivaraksa en Prawase Wasi zijn twee bekende aanhangers.

Chamlong Srimuang

De ‘Santi Asoke’ beweging

Op 23 mei 1989 beval de Opperste Raad van Monniken dat Phra Potirak uit de monnikenorde moest worden gezet vanwege zijn ‘breken met de discipline van de monnikenorde en de rebellie ertegen’.

Potirak stichtte zijn beweging ‘Santi Asoke’ (letterlijk ‘Vrede zonder Droefenis’) in 1975 in een tempel ver buiten Bangkok en ver van enige andere tempel. De bovengenoemde monnik Kittivuddho en de later te bespreken Dhammakaya beweging deden hetzelfde. De ruimtelijke separatie gaat gelijk op met een geestelijke scheiding.

De beweging was puriteins. Volgelingen werden opgeroepen af te zien van sieraden, eenvoudig gekleed te gaan, maximaal twee vegetarische maaltijden per dag te eten en na het stichten van een familie seksuele activiteiten op te geven. Daarnaast eiste Potirak de autoriteit op zelf monniken en novieten in te wijden, een ernstige inbreuk op de officiële boeddhistische hiërarchie.

Generaal Chamlong Srinuang was een bekende en charismatische aanhanger van deze beweging. Hij was een aantal jaren een zeer populaire gouverneur van Bangkok. In 1992 begon hij de opstand tegen generaal Suchinda Kraprayoon, die buiten het democratische proces om zichzelf tot premier benoemde, met een hongerstaking op Sanaam Luang. De onderdrukking van de daarop volgend opstand, ‘Black May’ (1992), waar tientallen doden vielen door optreden van het leger, leidde uiteindelijk tot het verwijderen van Suchinda en het begin van een nieuwe democratische periode.

De beweging kent geen grote aanhang maar laat wel zien dat een uitdaging van het boeddhistische establishment mogelijk is.

De boeddhistisch ecologische beweging

Voorloper van deze beweging waren de zwerfmonniken, thudong genaamd, die buiten de drie maanmaanden durende regenretraite de gevaren van de nog wilde bossen opzochten om te mediteren en hun geest te bevrijden van alle wereldse beslommeringen. Ajarn Man, die in 1870 in een Isaan dorp geboren werd en in 1949 overleed, was één van hen en wordt nog steeds vereerd als arahant, een heilige en bijna-boeddha.

In 1961 was Thailand nog met 53 procent bos bedekt, in 1985 was dat 29 en nu nog maar een magere 20 procent. Een belangrijk aandeel in deze ontbossing, naast de bevolkingsgroei, had de staat die alle autoriteit over de bossen opeiste en om militaire en economische redenen grote delen van de bossen ter beschikking stelde voor militaire operaties en grote landbouwkundige bedrijven. Daarnaast was ook de bevolkingsgroei en de afwezigheid van andere middelen van bestaan in die jaren verantwoordelijk voor de ontbossing.

In de loop van de tachtiger jaren ontstond een beweging die er voor pleitte de bossen te laten beheren door de plaatselijke gemeenschap en niet door de staat die juist gezien werd als vernietiger van de bossen ten behoeve van het kapitaal. Monniken gingen zich met behulp van de boeren vestigen in de bossen, vaak op of bij een pracha, een crematieplaats, om zo de macht van het boeddhisme over de geestenwereld te laten zien, en om de bossen te beschermen.

In 1991 vestigde de monnik Prachak zich met behulp van dorpelingen in een bosgebied in de Khorat provincie. Zij vonden dat zij de echte beschermers van het bos waren. De staat was het daar niet mee eens en gewapende politie verjoeg de monnik en de dorpelingen uit het bos en vernietigde hun behuizing. Prachak, teleurgesteld in het ontbreken van steun door de Sangha autoriteiten, verliet de monnikenorde en werd in de jaren daarna steeds door de autoriteiten gepest.

Ook in het Noorden kwam een soortgelijke beweging op gang, geleid door de monnik Phra Pongsak Techadammo. Ook hij werd door diverse staatsinstellingen tegengewerkt en bedreigd. Hij werd gedwongen de monnikenorde te verlaten.

De veelvuldig voorkomende bomen ingewijd en omwikkeld met een saffraankleurige doek tegen het kappen is een erfenis van deze beweging.

De Dhammakaya beweging, het evangelisch boeddhisme

De naam Dhammakaya verwijst naar hun geloof dat de Boeddha, de Dharma, in ieder mens aanwezig is (‘kaya’ is ‘lichaam’) en opgeroepen kan worden door een speciale vorm van meditatie geholpen door een kristallen bol. Dat verschaft een zodanig inzicht dat de persoon ‘in’ deze wereld kan zijn maar niet ‘van’ deze wereld is en dat zij kunnen handelen zonder de begeerte die alleen lijden met zich brengt.

De oorsprong van deze beweging ligt in Wat Paknam in de dertiger jaren van de vorige eeuw. Vooral de non Chan werd bekend door haar grote kennis van het boeddhisme, haar meditatiepraktijken en haar charisma. Zij enthousiasmeerde anderen waarvan de huidige abt van de Dhammakaya tempel in Nakhorn Pathom de bekendste is. Deze abt, Phra Dhammachayo, wordt gezien als een arahant, een heilige en bijna-boeddha. Hij bezit de gave van het gedachten lezen, heeft voorspellende visioenen en straalt een helder licht uit. Wonderen uit zijn kindertijd verwijzen al naar zijn latere status. Deze sekte kreeg een grote aanhang tijdens de economische ‘boom’ in de tachtiger jaren. Sanitsuda Ekachai (1998) beschreef de volgelingen als volgt:

‘De Dhammakaya beweging werd populair door het kapitalisme te integreren in het boeddhistische geloofssysteem. Dat sprak hedendaagse stedelijke Thais aan die efficiëntie, orde, netheid, elegantie, spektakel, competitie, gemak en onmiddellijke voldoening van begeerte hoog in het vaandel hadden staan’.

De beweging is zeer actief in het verspreiden van haar boodschap in binnen-en buitenland. Zij richt zich vaak op universiteiten en de beter opgeleiden. Luang Phi Sander Khemadhammo is een zeer actieve Nederlandse volgeling.

De meeste ‘main stream’ boeddhistische organisaties bestrijden de visie van Dhammakaya en zij wordt op het ogenblik vervolgd voor dubieuze financiële praktijken.

Conclusie

Hoewel de bovengenoemde nieuwe richtingen binnen het Thaise boeddhisme een betrekkelijk klein gedeelte van de gelovigen bereikt (een miljoen leden voor Dhammakaya) zijn zij toch een indicatie dat zij minder afhankelijk willen zijn van de staat en een meer burgerlijk karakter wil aannemen. Slaafs de officiële lijn volgen is minder populair geworden.

Dat heeft misschien te maken met het recente opzetten van een nationale commissie door premier Prayut met behulp van artikel 44 die moet gaan toezien op de correctheid van de leerstellingen van alle godsdienstige richtingen in Thailand. ‘Correctheid’ in deze is Newspeak voor gehoorzaamheid en onderdanigheid aan de staat.

Belangrijkste bron

Charles F. Keyes, Buddhisme Fragmented, Thai Buddhisme and Political Order since the 1970’s, Adress Thai Studies Conference, Amsterdam, 1999


» Laat een reactie achter


No votes yet.
Please wait...

10 reacties op “Het verdeelde Thaise boeddhisme, en de band met de Staat”

  1. erik kuijpers zegt op

    Zeer dank, Tino, voor een waardevolle uiteenzetting.

  2. Ariyadhammo zegt op

    Interesant artikel. Ben nu zelf krap een week ingetreden in het klooster in Purmerend maar weet niet of dit mahanikaya of Thamayut is. Voor zover dat ertoe doet en nog ertoe doet. Is er nog een aanmerkelijk verschil tussen die twee?

    vr.gr.

    • Tino Kuis zegt op

      Beste Ariyadhammo,

      Ariya betekent ‘beschaafd’, wij zijn allemaal Aryans tenslotte 🙂 en dhammo is de dharma, tham in het Thais.

      Dat kun je toch vragen daar? Er zijn subtiele verschillen in gedrag: Thammayut eet een maaltijd en Mahanikai eten er twee. De monnikenpij bedekt bij Thamayut monniken beide schouders en bij Mahanikai alleen de linker schouder. Mahanikai doet meer aan mediteren en Thammayut zit meer met de neus in de boeken. In Thailand is de Thammayut de koninklijke en leidende sekte en de Mahanikai staat dichter bij het volk. Misschien zijn er meer maar deze zijn het belangrijkste.

  3. mark zegt op

    Vanop afstand bezien door de bril van een humanistisch agnost is het met het Boeddhisme niet anders gesteld dan met andere godsdiensten. Ook al lijkt het (vanuit het Westen?) voor vele goed(e) gelovigen helemaal anders en veel beter.

    Als ik dit stuk lees kan ik me niet van de indruk ontdoen dat de Boeddha ongetwijfeld fantastisch is, maar dat er nog heel wat schort aan zijn helpers op aarde. Ongeacht hetgeen zij zelf pretenderen … zelf de “bijna Boeddha monniken”.

    Met twee voeten op aardse bodem blijkt de perfectie ook in het Boeddhisme niet van deze wereld.

    Ik begin de simpele Boeddhisme beleving van mijn Thaise vrouw steeds meer te appreciëren. Ook al bulkt het van animistische trekjes en roept de aanwezige hocus pocus meer associaties op met afgoderij dan met godsdienst, toch is het veel oprechter dan al het gekonkel van het monnikendom, in de duivelse driehoek van de drie G’s Geld, Gat en God … maar vooral ook macht.

    Thanks Tino, alweer een Thaise roze bril minder 🙂

    • Tino Kuis zegt op

      Ik ben ook een humanistische agnost maar wel gefascineerd door al die verhalen. Voor mij is afgoderij, bijgeloof en geloof hetzelfde.
      ‘Godsdienst is het opium van het volk’. Ik zeg het wat meer bescheiden: allerlei godsdienstige gevoelens en uitingen zijn bedoeld om de menselijke geest tot rust te brengen en om antwoorden te vinden in een verwarde wereld. Het is soms goede en noodzakelijke en soms kwaadaardige psychologie.

      En inderdaad: wat mensen doen en zeggen heeft meestal niets met hun godsdienst te maken gezien het feit dat er goede en slechte boeddhisten etc zijn.

  4. danny zegt op

    beste Tino,

    Met veel waardering heb ik dit artikel van jou gelezen.
    Ook ik waardeer de beleving van het boeddhisme van mijn vriendin, ook vol met animistische trekjes,meer dan de vele delingen in het boeddhisme.
    Volgens haar hoort een goed monnik zich bezig te houden met de mensen, in de directe buurt van zijn tempel door zijn levenswijsheden, die hij heeft opgedaan in tempels, waar de normen en waarden van Siddhartha Gautama Boeddha zijn doorgegeven, om mensen met deze levenswijsheden geestelijk te steunen als daar behoefte aan is.
    Volgens haar is het juist de soberheid, waar het leven van een monnik eigen aan moet zijn wat de kracht aan zijn levenslessen vergroot.
    Volgens haar hoort een monnik niet in een winkel te komen of andere plekken waar geldoverdracht plaats vindt.
    Een monnik hoort nooit geld aan te nemen en draagt iedere dag bij aan de toepassing van de leer van Siddhartha Gautama Boeddha.
    Ik ben als westerling geboren ,maar van haar boeddhistisch zienswijze en levenswijze word ik iedere dag een beetje beter mens, want juist dat raakt mensen opgegroeid in het westen door stress en carrièredrang en vaak ver weg van soberheid, gevoel en natuur.

    een goede groet van Danny

    • Tino Kuis zegt op

      Helemaal mee eens, Danny, je vrouw ziet het goed.

      Ik heb veel crematies meegemaakt en ik erger me steeds aan de manier waarop de monniken binnenkomen, niets zeggen, geen woord van medeleven of troost, prevelen wat in het Pali wat niemand snapt en dan samen gaan eten. Waarom niet meer tussen en met de mensen?
      De Boeddha ging eten bij prostituees. Waarom zien we nooit een monnik in een bar? Waarom lopen monniken niet meer gewoon rond en maken een praatje met iedereen?

      Sommige tempels en monniken hebben miljoenen baht op de bank en doen daar weinig mee behalve een nieuwe chedi bouwen.

  5. gerrit nkk zegt op

    Sorry, het verhaal zal wel kloppen maar mist veel aspekten van wat er hier allemaal speelt rond het “beleid”rond het boedhisme in Thailand.
    Veel te ongenuanceert om enig inzicht te geven. Lijkt meer een soort vaan rookgordijn maken om wat te verbergen wat er oa momenteel speelt.
    Waarom geen enkel ding gezegt over de discriminatie van vrouwen in Thais boedhisme?

    • Tino Kuis zegt op

      Ik kon niet alles vertellen, beste gerrit nkk. 🙂 Ik ben het helemaal met je eens. De rol van vrouwen in het boeddhisme moet totaal anders. Sanitsuda Ekachai, die ik hierboven citeerde, heeft daar veel over geschreven.

      De Boeddha heeft, na veel aandringen van zijn stiefmoeder (zus van zijn moeder die een aantal dagen na de bevalling overleed) toegestemd in het inwijden van vrouwen als (bijna) volwaardige monniken.(te zien op wandschilderingen in Wat Doi Suthep) In het verleden, en nu nog in China en Japan, waren er bloeiende vrouwentempels.

      Kijk ook eens wat ik schreef over Narin Phasit die zijn twee dochters liet inwijdden als samaneri rond 1938.

      https://www.thailandblog.nl/boeddhisme/narin-phasit-de-man-die-tegen-de-hele-wereld-vocht/

  6. Rob V. zegt op

    Wederom dank Tino, dat er diverse stromingen zijn was mij wel bekend en mag geen verrassing zijn. Is er immers een geloof, levensvizie, activistische vereniging of politieke visie zonder meningsverschillen en afsplitselingen? Nee. Miljoenen mensen, miljoenen verschillen, opvattingen en inzichten. In een normale wereld gaat men daar normaal mee om: respecteer of tolereer jij mij (en mijn club) dan ik jou (en jou club). Ik krijg de kriebels van een mensen, in dit geval monikken, te verstoten wegens andere opvattingen. Opvattingen die niet hatelijk zijn. Te zot voor woorden om bijvoorbeeld ‘communistische’ monikken of ‘boom knuffel’ monikken op te jagen of te pesten.

    De kern waar de Boeddha en zijn leer voor staat is mijn inziens een hele menselijke. Ik als agnost kan me goed vinden in die kern. Iets wat ook in de kern van andere geloven en levensvisies naar voren komt. Samen het moeten doen, de ander helpen, met woorden problemen aanpakken en niet met geweld. Dat zijn gewoon universele, humane kern principes. Maar sommige stromingen en wat de staat doet daar is weinig Boeddhistisch of humaans aan! Van dat soort dingen en bijvoorbeeld ook over hoe sommige Thai over buitenlanders (met name buurlanders, bepaalde stammen en groepen) praten of behandelen, daar zou de Boeddha goed misselijk van worden denk ik zo.

    Thailand noemt zich tot diep in de 90% boeddhistisch maar hen die er werkelijk naar leven zijn er een stuk minder. Gaat uiteraard ook op voor andere geloven en visies.

    Ik moet wel zeggen dat ik weinig gemerkt heb van de diverse stromingen. Met mijn Thaise vrouw merkte ik er niets van en heb het ee helaas ook nooit met haar over gehad. Dit had zeker een leuk gespreksonderwerp voor ons geweest. We hebben het weleens over andere vormen dan het Tharvana (spelling?) boeddhisme gehad ten opzichte van de stromingen in andere landen zoals Tibet. De gebruiken zoals draaien aan een een reeks verticale wielen vond zij maar gek. Of eigenlijk vreemd, ze bedoelde het niet op een negatieve manier maar zag er het nut niet van in. Dit terwijl ook in Thailand het geloof doordrenkt is van Aninisme en bijgeloof. 555 Begrijp mij niet verkeerd, ook ik bezoek nog graag een tempel om te bezinnen over de kern waarden van menselijkheid, wat goed is en geluk brengt. Maar de dingen die sommige monikken doen of juist niet doen heb ik weleens moeite mee. Als je oplet valt het ontbreken van onbaatzuchtig ‘wij allen samen’ sociaal doen wel eens op.


Laat een reactie achter

Thailandblog.nl gebruikt cookies

Dankzij cookies werkt onze website het beste. Zo kunnen we je instellingen onthouden, jou een persoonlijk aanbod doen en help je ons de kwaliteit van de website te verbeteren. Lees meer

Ja, ik wil een goede website