‘Het is 8 uur en in de koelte van de ochtend haast ik mij naar het huis van Narin in Nonthaburi. Als ik aankom, loop ik direct door naar de veranda die uitkijkt over de Chao Phraya. Narit zit zoals altijd aan de tafel te schrijven, hij knikt me kort toe, gebaart naar een stoel en gaat door met schrijven, kennelijk een brief. Ik kijk naar hem, naar de gespannen frons op zijn voorhoofd, naar de stapel papieren, kranten en boeken die overal verspreid liggen. Ik weet wel beter dan hem te onderbreken. Na een poosje zet hij een zwierige handtekening en leunt voldaan achterover. Nog voordat ik hem kan begroeten en vragen waar hij mee bezig is begint hij te vertellen.

‘Ik heb een brief geschreven aan de koning’, vertelt hij, ‘waarin ik hem er op wijs dat een goede boeddhist niet mag doden, zelfs geen vis. Je hebt toch in de krant gelezen over de visexpeditie van de koning en zijn hof? En ik heb de koning gevraagd of hij me wil steunen als ik straks mijn twee dochters als monnik ga laten inwijden’.

‘Narin, beste vriend’, protesteer ik tegen beter weten in,’denk je echt dat de koning zich iets gelegen laat liggen aan jouw mening en jouw verzoek? Natuurlijk niet!’

Narin kijkt me alleen doordringend aan.

‘Ik ben het met je eens, hoor’, zeg ik, ‘en je bedoelingen zijn goed, maar wees toch eens praktisch!’

Narin staat op, loopt naar de reling van de veranda en kijkt een tijdje uit over het water. ‘Er is zoveel onrechtvaardigheid’, zegt Narin, ‘ik moet het doen, ik kan niet anders’. En al ijsberend vertelt hij me over zijn verdere plannen…..

Als ik om 12 uur huiswaarts ga, peins ik over het lot van mijn goede vriend Narin. Ik vrees dat hij binnenkort voor de zoveelste keer in de gevangenis zal belanden….. Zijn goede bedoelingen het belangrijkste of telt alleen het resultaat?

Narin (geboren Kleung) Phasit (1874-1950, Thais: นรินทร์ (กลึง) ภาษิต)

Narin Phasit was een fascinerende man, een man die ik graag eens ontmoet zou hebben. Maar hij stierf in 1950 op 77-jarige leeftijd op het moment dat hij wilde afreizen naar de Verenigde Staten om met president Truman over de wereldvrede te gaan praten. Hij wijdde zijn leven aan wat koning Rama VII omschreef als ‘een naam voor zichzelf zoeken op een onbeheerste en ongepaste wijze’ en wat Narin zelf placht te omschrijven als ‘tevreden werkend voor mijn vaderland, alleen en veracht door mijn medeburgers’. Wat maakte hem zo veracht bij vooral de autoriteiten?

Tijdens de absolute monarchie drong Narin er op aan dat ambtenaren verantwoordelijk moesten zijn voor hun daden. Na de overgang tot een constitutionele monarchie verzette hij zich sterk tegen de opkomst van de militairen. Hij stichtte de eerste lijn van vrouwelijke monniken (bhikunni) in de geschiedenis van Siam en hij wilde de doodstraf afschaffen. Veldmaarschalk Plaek Phibunsongkhraam (premier 1938-1944 en 1948-1957) vond dat hij in een tehuis voor geestelijke gestoorden thuishoorde.

Luis in de pels van het establishment

Twee andere schrijvers rond de twintigste eeuwwisseling, de filosoof Thianwan (1842-1915) en de journalist K.S.R. Kulap (1834-1913?) namen in hun tijd de koninklijke en adellijke macht op de korrel en zij trokken de officiële Thaise geschiedschrijving in twijfel. Narin hoort bij deze twee, maar over hem is veel minder bekend tot de in 2012 verschenen biografie van Peter Koret (zie hieronder). Narin en Thanwian brachten jaren door in de gevangenis voor hun meningen en Kulap werd naar een gekkenhuis verbannen.

Narin kwam uit een burgelijk gezin. Hij rees snel in de Thaise bureaucracie en midden-dertig was hij gouverneur van de provincie Nakhorn Nayok met een mooie toekomst voor zich. Maar dan, in 1909, keert hij, na een paar aanvaringen met zijn superieuren, de rug naar de ethiek van de elite en wordt een luis in de pels van het establishment. Hij wijdde zijn verdere leven aan het verbeteren van Thailand (en de wereld). Hieronder beschrijf ik een paar episoden uit Narin’s kleurrijk en veelbewogen leven.

‘Laat ik mijn achting uitspreken voor uw vriendelijk doel de mensen in ons land te helpen rechtvaardigheid en voorspoed te verwerven en voort te gaan op de weg van bekwaamheid en kennis. Hoewel de manier waarop u deze edele doelen nastreeft niet te mijne is, laat mij u toch prijzen en zeggen dat u een man bent met goede bedoelingen.’ Brief van prins Mahidol na Songkhla (de vader van koning Bhoemiphon) aan Narin (1927)

Het ‘Boeddhistisch Genootschap’

Nadat hij zich weer gevestigd had in Nonthaburi, richtte Narin het ‘Boeddhistisch Genootschap’ op. Hij wilde het boeddhisme zuiveren en in zijn oorsponkelijke staat terugbrengen. Het was hem een doorn in het oog dat de boeddhistische autoriteiten zich geheel hadden overgeleverd aan de staat en hij beklaagde zich over het gedrag van monniken.

Aanvankelijk trok hij veel medestanders (ook bij de boeddhistische autoriteiten) en verkochten zijn pamfletten en geschriften goed. Maar Narin is nu eenmaal Narin en zijn steeds heftiger aanvallen op het monnikendom, met schrijnende voorbeelden van hun wangedrag, wekte uiteindelijk de wrevel op van de Opperste Patriarch, prins Wachirayan, een jongere broer van koning Rama V, Chulalongkorn. Zijn ‘Genootschap’ loopt leeg.

Wanneer de spionnen van de Patriarch in 1927 het hoofdkwartier bezoeken is het leeg. De Patriarch verklaart het vanuit het karma: ‘Narin probeerde anderen te vernietigen en daarom is het nu zelf vernietigd.’

De eerste vrouwelijke orde van monniken in Thailand

Narin geeft nooit op. Na het mislukken van zijn ’Boeddhistisch Genootschap’ gaat hij een eigen tempel stichten naast zijn huis in Nonthaburi en neemt hij zich voor zijn twee dochters, Sara en Chongdi, als volwaardige monniken in te laten wijden. Hij argumenteert dat de Boeddha zelf vrouwen als monnik inwijdde (te zien op wandschilderingen in de Doi Suthep tempel in Chiang Mai) en dat hij hiermee de achterstand van vrouwen in de Thaise samenleving kan verminderen.

Narin bouwt zijn tempel, een zeven verdiepingen hoog gebouw, één van de hoogste in Bangkok in die tijd, wat zelfs de koning, die er op een dag langs vaart, doet uitroepen: ‘Wat is dát voor een gebouw!’

Narin krijgt een monnik zo ver dat hij zijn twee dochters als monnik inwijdt. (Als de boeddhistische autoriteiten later achter de identiteit komen van deze monnik wordt hij zwaar gestraft).

De plaatselijke bevolking reageert verheugd, op de dagelijkse offerrondes worden zijn dochters als volwaardige monniken behandeld. Maar de boeddhistische autoriteiten denken daar iets anders over. Politie bezoekt regelmatig zijn tempel en eist dat de twee vrouwen hun monnikengewaad afleggen wat Narin weigert. Gezag heeft geen vat op deze man, integendeel hij verzet zich juist heviger.

Uiteindelijk worden zijn dochters met geweld hun pij afgenomen (daar is een foto van) en voor een tijdje gevangen gezet. Maar Narin is niet voor één gat te vangen. Hij laat rode monnikengewaden uit Japan, ook een boeddhistisch land, overkomen en kleedt zijn dochters daarin waarna de autoriteiten hem verder met rust laten.

De dochter Sara zal later een zeer succesvolle zakenvrouw worden, zij trouwde, bracht een aantal kinderen groot en hielp Koret zijn boek te schrijven. Zij stierf in 1998 en werd gecremeerd samen met haar vader, die tot die tijd in een glazen kist was opgebaard. Deze periode in Narit’s leven is bekend gebleven en wordt vaak geciteerd.

Narin in het tijdperk van de politieke revolutie

Op 24 juni 1932 wordt in een bloedeloze revolutie de absolute monarchie omgezet in een constitutionele monarchie. Narin, die hierin overigens geen rol speelde, juicht de omwenteling van harte toe. Hij nam daarvóór al geen blad voor de mond bij zijn kritiek op de royalisten en het koninklijk huis, dat kon toen nog.

Maar het duurt niet lang vóór Narin zich stort op een andere onrechtvaardigheid. De nieuwe regering stelt een nieuwe belasting in, Rachupakan genaamd, een soort belasting die iedereen moet betalen. De regels stellen dat wie niet kan betalen dwangarbeid moet verrichten. Narin is des duivels en protesteert in woord en daad. (Na een aantal jaren wordt deze belasting afgeschaft).

Dan stort Narin zich op de weerstand van met name de koning en de elite tegen Pridi’s economische plannen, deze zouden ‘communistisch’ zijn. Een vloed van petities aan ministers, de koning en andere gezagsdragers volgt. De taal van deze geschriften is soms ruw, Narin is er de man niet naar anderen stroop om de mond te smeren. Uiteindelijk wordt hij gearresteerd en verdwijnt voor een tijd in de gevangenis. Dat zal niet de laatste keer zijn. Tijdens één van deze periodes gaat Narin in hongerstaking. Mangkon Samsen, een lid van de regering, schrijft Narin een brief, bewaard in de Nationale Blibliotheek, als Narin op de rand van de dood zweeft. De brief:

‘U bent een man vol goede bedoelingen voor onze verarmde bevolking…..U bent niet gek zoals sommigen heel goed weten….Ik zag u eens eer bewijzen aan de standbeelden van koning Taaksin en Chulalongkorn…Deze uitingen van dankbaarheid verhoogden mijn respect voor u en hebben mij er toe aangezet een manier te vinden u te helpen.

U bent geen slecht mens. Uw misdaad kwam voort uit uw goede bedoelingen hoewel op een verkeerd pad gebracht door uw extreem gedrag. Onze regering denkt er over een koninklijk pardon te vragen, op mijn verzoek en voor uw welbevinden. Ga aub weer eten en spaar uw leven zodat u de gerechtigheid in ons land nog kan meemaken. Werkelijk, uw leven kan van groot voordeel zijn voor ons land. Het is alleen zo dat niemand uw hart kent…….’ Mangkon Samsen (zonder jaar)

De laatste episode: Narin in het tijdperk van het geweer

We naderen het einde van Narin’s leven maar tekenen dat Narin van zijn oude dag gaat genieten en mediterend gaat uitkijken over de woelige wateren van de Chao Phraya zijn er niet, integendeel; dat zou zijn karakter ook geweld aandoen. Hij heeft nog een paar appeltjes te schillen met generaal, later veldmaarschalk, Plaek Phibunsongkhraam, premier van december 1938 tot augustus 1944 en van april 1948 tot september 1957, toen een andere generaal (Sarit) hem in een coup verwijderde en hem verbande uit Thailand.

Narin was, dat spreekt vanzelf, een devote aanhanger van Pridi en zijn programma om Thailand te veranderen. Hij haat Phibun’s geflirt met Mussolini en Hitler en later met de Japanners. Hij schrijft vele brieven aan Phibun met het verzoek op te stappen (‘Ik wil uw plaats wel tijdelijk innemen’), soms met ruwe taal: ‘koe’ in plaats van ‘phom’ (ik) en ‘meung’ in plaats van ‘khoen’ (jij resp. u). Phibun schrijft uiteindelijk een vriendelijke brief terug, ook met veel goede raad. Phibun besluit zijn brief dan met als laatste zinnen:

‘Ik wens u alle goeds. Geef aalmoezen aan de monniken en verdien verdienste zodat uw geluk zal toenemen. Met liefde en respect.’ Phibun Songkhraam

Narin laat het er niet bij zitten. Hij verspreidt geschriften: ‘Ze zeggen dat Phibun nooit iemand heeft bedrogen. Vertel me dan eens hoe het komt dat hij zo akelig rijk is?’ Geen wonder dat enige tijd later Phibun, ondanks zijn vriendelijke woorden, Narin enige tijd laat opsluiten in ‘het Instituut ter Correctie van Verkeerde Ideeën’.

In 1948 stelt Narin zich kandidaat als parlementslid. Hij verliest op het nippertje. Later schrijft hij: ‘Hoe komt het toch dat ik steeds dezelfde gezichten en dezelfde soldaten het stemhokje zag binnengaan?’

Dit is een heel korte schets van Narin’s leven. En we blijven zitten met een paar vragen: Was zijn leven zinloos omdat hij uiteindelijk weinig tot stand bracht en vrijwel vergeten is? Of moeten we hem bewonderen en eren om zijn goede ideeën en zijn volledige inzet? Ik, voor mij, draag deze man een warm hart toe omdat ik geloof dat een inzet voor het goede even belangrijk is als succes, zeker als dat succes behaald wordt met de verkeerde middelen. Maar we leven nu eenmaal in een maatschappij die alleen succes verafgoodt.

Peter Koret, The Man who accused the King of killing a fish, The biography of Narin Phasit of Siam, Silkworm Books, 2012 (opgedragen aan Narin’s dochter Sara Rongkhasuwan)


» Laat een reactie achter


6 reacties op “Narin Phasit, de man die tegen de hele wereld vocht”

  1. T. van den Brink zegt op

    Het moet inderdaad een geweldig mens zijn geweest , zuiver en oprecht. Deze Wereld schreeuwt om dit soort mensen en ik denk dat je hem op een lijn kunt stellen met grote figuren zoals Ghandi en Pandit Neru , ook zij waren strijders voor het recht!

    VA:F [1.9.22_1171]
    Waardering: +4 (obv 4 stemmen)
  2. Jan zegt op

    Een man naar mijn hart (Narin).

    Een prachtig mens (waarvan er té weinig zijn en zijn geweest…) maar de feitelijke wereld is zo anders ~ die duldt hooguit de aanwezigheid van mensen als Narin maar ziet het liefst de mond dichtgesnoerd..

    Dat is de realiteit.

    VA:F [1.9.22_1171]
    Waardering: +3 (obv 3 stemmen)
  3. wiel palmen zegt op

    fantastisch en ik ben blij met dit verhaal.
    Zinloos zijn leven? Voor niets? absoluut niet. Want hij inspireert en dank zij dit artikel gaat de man weer leven.
    Nu op zoek naar het boek hier in Nederland.

    Met dank

    VA:F [1.9.22_1171]
    Waardering: +5 (obv 5 stemmen)
    • roja zegt op

      Diep respect voor dergelijke mensen en voel me nederig ….

      VA:F [1.9.22_1171]
      Waardering: +3 (obv 3 stemmen)
  4. NicoB zegt op

    Mooi stuk geschiedenis weer, met veel gedetailleerde informatie, strijdbare man, bewondering voor zijn vasthoudendheid ondanks de gevolgen. Geeft inzicht in wat er zoal gebeurde, het lijkt vandaag de dag niet veel anders.
    Dankjewel.
    NicoB

    VA:F [1.9.22_1171]
    Waardering: +4 (obv 4 stemmen)
  5. Eugenio zegt op

    Ter informatie.
    Nog maar eenmaand geleden werd een seminar “het leven van Narin” verboden.
    http://www.prachatai.com/english/node/5450

    VA:F [1.9.22_1171]
    Waardering: +3 (obv 3 stemmen)

Laat een reactie achter

Thailandblog.nl gebruikt cookies

Dankzij cookies werkt onze website het beste. Zo kunnen we je instellingen onthouden, jou een persoonlijk aanbod doen en help je ons de kwaliteit van de website te verbeteren. Lees meer

Ja, ik wil een goede website