Karl Döhring

In de twee voorgaande bijdragen over buitenlandse invloeden in de Siamese en Thaise architectuur besteedde ik aandacht aan de Italianen. Besluiten doe ik graag door even stil te staan bij de intrigerende figuur van de Duitse architect Karl Döhring. Hij produceerde lang niet evenveel als voornoemde Italianen maar de gebouwen die hij in Siam neerpootte behoren, naar mijn bescheiden mening, tot het fraaiste wat de vreemde mix tussen lokale en Farang-architectuur kon opleveren.

Alsof dat niet volstond is Döhring de geschiedenis ingegaan als één van de behoeders van het Siamese erfgoed, die in dit verband niet alleen het nodige studiewerk verricht heeft maar dat studiewerk bovendien, tot nut van de volgende generaties, ook nog eens publiceerde. Hij wakkerde daarmee bij een Duits lezerspubliek niet alleen de belangstelling voor Siam aan maar zijn gedetailleerde tekeningen en foto’s bleken enkele decennia later van onschatbaar nut voor het Thaise Departement of Fine Arts bij de eerste grote restauratie -en conserveringsoperaties.

Karl Siegfried Döhring – wiens naam vaak foutief als Döring werd gespeld – zag op 14 augustus 1879 het levenslicht in Keulen in het gezin van een klerk van de keizerlijke posterijen. Hij trad niet in de voetsporen van zijn vader want Karl Siegfried was blijkbaar al op jonge leeftijd gebeten door kunst en architectuur. Nadat hij in Neustetin – waar het gezin intussen naar was verhuisd – zijn secundair onderwijs had afgemaakt koos hij meteen voor een studie architectuur aan de gerenommeerde Konigliches Technische Hochschule in Berlijn – Charlottenburg waar een paar van de bekendste Berlijnse architecten zoals Julius Raschdorff en Otto Schmalz tot het docentenkorps behoorden. Döhring was een erg ambitieuze student die naast zijn studie architectuur ook nog aan de von Humboldt Universiteit was ingeschreven voor cursussen kunstgeschiedenis, archeologie en filosofie.

Tijdens zijn studies raakte hij gefascineerd door zuidoost Aziatische kunst en architectuur in het algemeen en de Birmaanse in het bijzonder. Nadat hij in 1905 cum laude in Charlotteburg was afgestudeerd vroeg hij vrijwel meteen een betrekking aan bij de Siamese regering. Al in mei 1906 kwam hij met zijn kersverse bruid Margarethe Erbguth in Bangkok aan waar hij twee maanden later aan de slag ging als ingenieur bij de Spoorwegen. Een departement dat in volle ontwikkeling was en, toeval of niet, sinds 1891 in handen van Duitse hoofdingenieurs. Louis Wieler, die in 1906 de laken uitdeelde bij de Siamese Spoorwegen was, opnieuw toeval of niet, een oud-student van de Konigliches Technische Hochschule in Charlottenburg… Voor de spoorwegen ontwerp hij niet alleen een aantal bruggen, depots en werkplaatsen maar ook het oude -tijdens WO II kapotgebombardeerde – Thonburi-station en het stationsgebouw van Phitsanulok.

Phra Ram Ratchaniwet

In september 1909 kreeg hij van koning Chulalongkorn de opdracht om een paleis, het Phra Ram Ratchaniwet paleis te bouwen in Phetchaburi. Nadat Chulalongkorn in april 1910 de plannen had goedgekeurd begonnen de werken vrijwel meteen maar het zou nog tot 1916 duren vooraleer dit paleis volledig instapklaar was. Chulalongkorn zelf was op 23 oktober 1910 overleden maar zijn zoon en troonopvolger Vajiravudh superviseerde het bouwproject verder. Het opvallende, twee verdiepingen tellende gebouw werd op een rechthoekig grondplan opgetrokken met een erg hoog mansardedak. Qua stijl is het paleis een mooie getuigenis van de Jugendstil maar er is qua decoratieve elementen, onder meer in de kleurrijke tegelzetting ook een duidelijke aanzet richting Art Deco maar evenzeer ook met stevige pilaren en tongewelven die geïnspireerd werden door die van de Romaanse kerken uit Döhrings’ jeugd in de Rijnstreek. Döhring werd bijzonder beïnvloed door de Britse Arys & Crafts movement maar ook door de Jugendstil van de in 1907 opgerichte Deutscher Werkbund van Muthesius, Behrens en de Vlaming Henry van de Velde. Wat dit gebouw helemaal uniek maakt is dat het een van de eerste gebouwen was in Zuidoost-Azië die uit gewapend beton werden opgetrokken en het eerste civiele gebouw in Siam met een stalen dakconstructie. Momenteel bevindt het complex zich op militair terrein maar het is wel toegankelijk. In het gebouw is een kleine tentoonstelling opgebouwd waar u onder meer de originele bouwplannen van Döhring kan terugvinden.

Bang Khun Phrom Palace (ajisai13 / Shutterstock.com)

Wat Döhrings’ oeuvre zo uniek maakt is dat hij, in tegenstelling tot vele andere Farang-architecten die in die dagen in Bangkok en omstreken actief waren, niet klakkeloos Westerse stijlelementen introduceerde maar dat hij op steeds opnieuw op zoek ging naar een subtiel stijlevenwicht tussen Oost en West. Het mooiste voorbeeld daarvan vormt, naar mijn aanvoelen, het zogenaamde Varadispaleis, in realiteit eerder een majestueuze villa aan Lan Luang Road. Döhring ontwierp dit gebouw als de woning van prins Damrong, de machtige halfbroer van Chulalongkorn die onder meer minister van Binnenlandse Zaken en minister van Onderwijs was geweest. Hij ontwierp een bijzonder elegante villa die tussen 1910 en 1911 werd gebouwd en die de beste elementen van de Jugendstil vermengde met Chinese architectuur. Vandaag de dag zijn er een bibliotheek en museumpje in ondergebracht die zijn gewijd aan het intrigerende leven van Damrong. Al even indrukwekkend én getuigend van Döhrings’ creativiteit en gevoel voor stijlinterpretatie waren de gebouwen die hij ontwierp voor het Ban Khun Phrompaleis. Vooral de Tamnak Somdej-vleugel die in 1913 werd voltooid voor koningin Sukhumala Marasri, de zesde vrouw van Chulalongkorn, getuigt tot op vandaag van een zelden in Bangkok gezien architecturaal raffinement en klasse.

Portret van Döhring in de collectie van de British Libraray

Niets lag Döhrings’ carrière nog in de weg tot op het einde van maart 1911 het noodlot keihard toesloeg. Zijn jonge vrouw overleed plotseling in Bangkok aan cholera. Verscheurd door deze tragiek nam hij een jaar verlof en vertrok hij in juni 1911 naar de Heimat. Toen hij in de zomer van 1912 naar Bangkok terugkeerde was hij niet alleen gedoctoreerd tot burgerlijk ingenieur aan de universiteit van Dresden op een proefschrift Das Phrachedi in Siam, maar werd hij ook vergezeld door zijn tweede echtgenote, Käthe Jarosch. Naast de supervisie over zijn werven en nieuwe, deels archeologische, opzoekingen, vaak in het gezelschap van prins Damrong, in Isaan en het noorden tekende hij ook de plannen voor een nieuwe universiteit, maar deze laatste werden, om onduidelijke redenen, nooit geconcretiseerd. Mogelijk was dit een van de redenen waarom hij steeds meer het slachtoffer werd van buien van neerslachtigheid en zelfs regelrechte depressies. Alsof al deze ellende nog niet volstond leed hij gevoelig financieel verlies door het afspringen van een aantal andere opdrachten, waardoor hij nog dieper in een dal geraakte… Koning Rama VI, die klaarblijkelijk niet langer kon aanzien hoe een van zijn favoriete architecten er mentaal dreigde onderdoor te gaan, verschafte hem een stipendium, een vast maandelijks inkomen. Bovendien gaf hij aan hem toestemming om in Duitsland opnieuw de batterijen te gaan opladen.

Toen Döhring op het einde van september 1913 de Chao Phraya afvoer kon hij niet vermoeden dat hij nooit zijn geliefde Siam zou weerzien… In februari 1914 promoveerde hij magna cum laude aan de universiteit van Erlangen tot doctor in de filosofie met zijn thesis Der Bôt (Haupttempel) in den siamesischen Tempelanlagen, een 66 pagina’s tellende cultuurhistorische studie, die in mei van datzelfde jaar werd gepubliceerd.

Oorspronkelijk had hij in de zomer van 1914 moeten terugkeren naar Siam maar daar stak het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog een stokje voor. Hij werd als reserve-officier gemobiliseerd en als artilleriewaarnemer ingedeeld bij een luchtballon-eenheid. Hij moet aan het front zijn ingezet want hij werd onderscheiden met het IJzeren Kruis IIe klasse. Dit belette echter niet dat hij tijdens de Grote Oorlog, in 1916 om precies te zijn, promoveerde met een proefschrift Der Verzicht im öffentlichen Recht tot doctor in de Rechten aan de universiteit van Greifswald. Daarna begon hij filologie en theologie te studeren maar het is niet duidelijk of hij deze studies ook daadwerkelijk heeft afgerond.

Na de oorlog lagen de Duitse architecten en ingenieurs niet meer zo goed in de Siamese markt. Siam was in juni 1917 tot het geallieerde kamp toegetreden en had alle Duitse ingezetenen laten interneren. Döhrings’ chef Louis Wieler, was één van de Duitse expats die in januari 1918 voor de kust van Afrika aan de ontberingen was overleden tijdens zijn repatriëring aan boord van een Deens schip. Döhrings’ naaste collega, de ingenieur Eisenhofer met wie hij aan de ontwikkeling van de zgn. Noordelijke Spoorlijn had gewerkt, was al in het voorjaar van 1914 dodelijk verongelukt bij de aanleg van de Khuntantunnel bij Lampang. Döhring hoopte op een snelle terugkeer maar gaandeweg besefte hij dat dit nog niet voor meteen zou zijn. Tot overmaat van ramp liep ook nog eens zijn huwelijk met Käthe Jarosch op de klippen.

Döhring zocht wellicht een uitlaatklep voor zijn problemen en wierp zich op het schrijven van cultuurhistorische publicaties over India en Siam.  Tussen 1920 en 1923 verscheen van zijn hand het uit drie volumes bestaande standaardwerk Buddhistische Tempelanlagen in Siam bij Asia Publishing House. Dit rijkelijk geïllustreerde werk is tot op vandaag een van dé referentiewerken wanneer het op de architectuur van 18e en 19e -eeuwse Siamese tempelcomplexen aankomt en geldt als een van de beste cultuurhistorische studies ooit die door een Farang over de Siamese bouwkunst werden gepubliceerd.

Cover van een van Döhrings historische romans

In 1923 rolde bij het Folkwang Verlag Siam: Die bildende Kunst van de pers. Twee jaar later volgde Kunst und Kunstgewerbe in Siam: Lackarbeiten in schwarz und gold bij Julius Bard Verlag. Döhring was een auteur die van van vele markten thuis bleek te zijn. In 1927 verscheen zijn roman Im Schatten Buddhas: Roman eines siamesischen Prinzen onder het exotisch klinkende pseudoniem Ravio Ravendro.

Een paar jaar later schreef hij opnieuw als Ravi Ravendro de historische roman Flucht aus Buddhas Gesetz – Die Liebe des Prinzessin Amarin.  Döhring leidde dit boek echter onder eigen naam als volgt in: “Die schönste Zeit meines Lebens verbrachte ich in Siam, wo ich vor dem Kriege lange Regierungsbeamter war. Nach einem Studium in mehreren Fakultäten wurde ich auf mein Gesuch hin nach Bangkok gerufen. Unter der Regierung der Herrscher Chulalongkorn und Vajiravudh baute ich mehrere Palais für den König und für die Prinzen des Königlichen Hauses, und während meines Aufenthaltes in diesem letzten unabhängigen buddhistischen Königreich lernte ich die hohe, verfeinerte Kultur des siamesischen Hofes kennen. Ich versuchte in diesem Roman, etwas von der Schönheit und Eigenart Siams mitzuteilen…“

Ravo Ravendro was overigens lang niet zijn enige nom de plume want hij publiceerde ook onder de namen Hans Herdegen en Dr. Hans Barbeck vooral vertalingen uit het Engels met een voorkeur voor het werk van de in Duitsland razend populaire Edgar Wallace – de uitvinder van de moderne thriller – van wie hij minstens vierenzestig boeken vertaalde. Hij moet echt tegen een onwaarschijnlijk hoog tempo hebben vertaald en geschreven want er zijn meer dan tweehonderdvijftig titels bekend die Döhring uit het Engels heeft vertaald….

Aan het rijkgevulde leven van Karl Döhring kwam op 1 augustus 1941 een einde toen hij, door de buitenwereld vergeten, bijna anoniem in een hospitaal in Darmstadt overleed.


» Laat een reactie achter


Rating: 5.00/5. From 9 votes.
Please wait...

2 reacties op “Buitenlandse elementen in de Siamese/Thaise architectuur – het werk van Karl Döhring”

  1. Rob V. zegt op

    Kijk deze bouwstijl kan best waarderen, de eerste keer dat ik het zag dacht ik meteen aan Thaise architectuur met overduidelijke invloed uit centraal of oost Europa. Het zou andersom ook in Duitland of het St. Petersburg kunnen staan met inspiratie uit Siam. Over en weer elkaar beïnvloeden en dan puzzelen om de fijnste eigenschappen uit beide achtergronden te combineren tot iets nieuws.

    • Johnny BG zegt op

      @Rob V.,

      “Over en weer elkaar beïnvloeden en dan puzzelen om de fijnste eigenschappen uit beide achtergronden te combineren tot iets nieuws.”
      Het lijkt best wel op een politieke metafoor met de voorkeur voor een voorheen Oost Europees sausje.


Laat een reactie achter

Thailandblog.nl gebruikt cookies

Dankzij cookies werkt onze website het beste. Zo kunnen we je instellingen onthouden, jou een persoonlijk aanbod doen en help je ons de kwaliteit van de website te verbeteren. Lees meer

Ja, ik wil een goede website