Slavernij in Thailand, een herwaardering

Door Tino Kuis
Geplaatst in Achtergrond
Tags:
27 maart 2016

Een plafondschildering in de Ananta Samakhon Troonzaal laat zien hoe koning Chulalongkorn de slaven bevrijdde. Het is een bijna Byzantijns tafereel: Chulalongkorn majesteitelijk staand in het midden tegen een mooie hemel en liggend aan zijn voeten halfnaakte, onduidelijke en donkere figuren met gebroken ketenen.

Dat gebeurde in 1905 nadat hij en zijn vader Mongkut in de voorafgaande jaren al diverse wetten en regels op corvee diensten en slavernij hadden versoepeld. Dit is één van de vele hervormingen die Chulalongkorn doorvoerde en waarom hij nog steeds geliefd en geëerd is bij alle Thais. Er is een ware eredienst rond zijn persoon, vooral bij de opkomende middenklasse en in vrijwel elk huis is wel een portret van hem te bewonderen. Het oude 100-baht bankbiljet laat deze emancipatie-scène ook zien.

Ik kan er nog aan toevoegen dat in het koloniale rijk van de beschaafde Europese natie Nederland, Nederlands Oost-Indië, de slavernij pas geheel en definitief werd afgeschaft in 1914. Wij hebben niets om trots op te zijn wat de slavernij betreft.

De ‘officiële’ geschiedschrijving over de slavernij in Thailand

Zowel de Thaise als de westerse geschiedschrijving over Thailand is bijzonder terughoudend waar het de slavernij betreft. In de meeste geschiedenis boeken worden er enkele regels aan gewijd, meestal in de zin van ‘het viel allemaal wel mee’ en ‘eigen schuld’. Dat heeft een aantal redenen. Het waren de beroemde prins Damrong (1862-1943) en Kukrit Pramoj (1911-1995) die er zonder meer van uitgingen dat alle Thais vrij moeten zijn geweest want het woord ‘thai’ betekende immers ook ‘vrij’. Daarnaast werd de slavernij in Thailand als uniek ‘Thais’ gezien, minder wreed en dwingend, en geheel anders dan in het westen. Velen zeiden dat slavernij moet worden gezien in de ‘Zuidoost Aziatische context’, als een schakel in de patroon-cliënt relaties. De bevolking zou verder ‘slechts’ uit een dertig procent slaven hebben bestaan waarvan de meeste (vrijwillige) schuldslaven zouden zijn geweest (met de mogelijkheid tot vrijlating) en ze werden goed behandeld.

Bisschop Pallegroix (1857): ‘…slaven in Siam worden goed behandeld, beter dan bedienden in Engeland..net als kinderen van hun meesters…’

In heel Zuidoost Azië was er al eeuwen slavernij. Op de afbeelding zien we een reliëf van slaven in het Khmer rijk (ongeveer 1100). We kunnen rustig aannemen dat al die prachtige monumenten uit het Khmer rijk maar ook die in Thailand tot 1900 voornamelijk door slaven werden gebouwd hoewel in Thailand ook veel Chinese gastarbeiders er aan deelnamen.

Zuidoost Azië was rijk aan land en hulpbronnen maar arm aan mensen. De belangrijkste kopzorg van de heersers was de noodzaak meer mensen naar hun rijk te brengen, meestal door rooftochten te organiseren in de buurlanden.

Deze laatste zin in een belangrijk onderdeel van het volgende verhaal waarvan ik de meeste gegevens haal uit het hier onder genoemde artikel van Katherine Bowie. Zij dook in oude bronnen, citeerde meer Europese reizigers en interviewde oude tot zeer oude mensen over wat zij zich nog herinnerden. Daar komt dan een heel ander beeld uit naar voren dan uit de beschrijvingen van bovengenoemde boekwerken en personen. Zij schrijft voornamelijk over het oude koninkrijk Lanna maar verder ook over Centraal Thailand.

Aantal slaven en soort slavernij

Hoe de slavernij in het oude Siam er werkelijk uitzag, met name in de negentiende eeuw. Dr. Richardson zegt in zijn dagboek over zijn reizen naar Chiang Mai (1830) dat driekwart van de bevolking niet alleen slaven waren maar oorlogsslaven (zo noem ik krijgsgevangenen die in slavernij werden gehouden). Ook generaal McLeod noemt een getal van twee derde van de bevolking als slaaf in Chiang Mai waarvan velen afkomstig waren uit de gebieden ten noorden van Chiang Mai, destijds bezit van Birma. John Freeman (1910) schat dat de helft van de bevolking van Lampung bestond uit slaven waarvan de meerderheid oorlogsslaven waren. Andere bronnen vertellen over de aantallen slaven van de adellijke klasse. Personen in hoogste klasse bezat tussen de 500 en 1.500 (de koning) slaven, terwijl wat mindere goden als de Phraya’s tussen de 12 en 20 slaven bezaten. Deze getallen laten eveneens zien dat minstens de helft van de bevolking slaaf moet zijn geweest.

Mondelinge overlevering laat eenzelfde beeld zien, waarbij we in aanmerking moeten nemen dat niemand graag toegeeft af te stammen van een slaaf. Oorlogsslaven waren een meerderheid van alle slaven. Veel dorpen bestonden geheel uit oorlogsslaven. Zij die informatie konden geven over de afkomst van hun voorouders plaatsten dat heel vaak buiten Chiang Mai, in de gebieden ten noorden (nu Zuid-China, Birma (de Shan-staten) en wat nu Laos is.

Oorlogsslaven

Zoals ik hierboven al opmerkte was voor de heersers in Zuidoost Azië controle over mensen veel belangrijker dan controle over land. Er was een spreekwoord dat zei ‘kep phak nai saa, kep khaa nai meuang’ (‘doe de groente in een mand en doe de slaven in de stad’). De beroemde inscriptie van Ramkhamhaeng (13e eeuw) uit Sukhothai, die algemeen wordt gezien als een ‘vaderlijk’ heerser, zegt ook dit: ‘…als ik een dorp of een stad aanval en olifanten, ivoor, mannen en vrouwen in de wacht sleep dan geef ik dat alles aan mijn vader..’ De kronieken beschrijven hoe koning Tilok van Lanna 12.328 oorlogsslaven meenam na een veroveringstocht in de Shan-staten (Birma, 1445) en ze in Lanna settelde ‘waar ze nu nog leven’.

Simon de la Loubère zegt in zijn beschrijving van Ayutthaya in de zeventiende eeuw: ‘Ze zijn alleen maar bezig met slaven drijven’. Ayutthaya en Birma staken elkaar de loef af in het plunderen van dorpen en steden.

Mr. Gould, een Brit, beschrijft wat hij zag in 1876. ‘…The Siamese krijgstocht (in Laos) veranderde in een jacht op slaven op een grote schaal. Ze moesten de slaven alleen nog naar Bangkok drijven. De ongelukkige schepsels, mannen, vrouwen en kinderen, velen nog baby’s, werden in kuddes door de jungle naar de Menam (Chaophraya) gedreven..De ellendige tocht nam een maand in beslag en doet niet onder voor de verhalen van Sir Samuel Baker over de slavendrijvers in Afrika. Velen stierven aan ziekten, anderen werden ziek achtergelaten in de jungle…’. De rest van zijn verhaal in navenant.

Na de inname (en totale vernietiging) van Vientiane in 1826 werden 6.000 families meegenomen naar Centraal Thailand. Na een opstand in Cambodja in 1873 en het neerslaan ervan door Siamese troepen werden er duizenden mensen in slavernij gebracht. Bowring schatte dat er tijdens het bewind van Rama III 45.000 oorlogsslaven in Bangkok waren. Ze waren het eigendom van de koning die ze weer gedeeltelijk schonk aan onderdanen. Een Engels citaat:

“Wales claimed that “no regard was paid to the sufferings of the persons thus transported” (1934:63). Lingat refers to frequent

mistreatment and Crawfurd considered that war captives were better treated by the Burmese than the Siamese, despite his judgement that in

war the Burmese were “cruel and ferocious to the last degree”; and none were condemned to work in chains as in Siam “ (Crawfurd 1830, Vol 1:422, Vol 2:134-135).

Antonin Cee citeerde een aantal malen koning Mongkut: ‘Ransel de slaven niet af in het bijzijn van buitenlanders’. Dat wat de behandeling van slaven betreft in het oude Siam.

Laat ik kort zijn over het volgende. Bowie beschrijft ook hoe in de grensgebieden van Siam een levendige handel was in slaven die door plaatselijke overvallen op dorpen en door kidnapping werden verkregen. Verder was er een handel in slaven uit andere delen van Azië, vooral uit India.

Schuldslavernij

Bowie gaat op het laatst meer in op de schuldslavernij. Zij laat zien dat het vaak geen persoonlijke beslissing was maar dat de politiek en dwang van de staat een grote rol speelde naast armoede en zeer hoge rentes.

Conclusie

Uit onderzoek door Bowie blijkt dat het aantal slaven in Thailand veel groter was dan dikwijls genoemd, de helft tot meer van de totale bevolking. Dat geldt zeker voor Noord-Thailand en zeer waarschijnlijk ook voor Centraal Thailand. Zij bestrijdt dat economische noodzaak (schuldslavernij) de belangrijkste oorzaak was van de slavernij. Geweld, zoals oorlog, roof, kidnapping en handel, speelde een veel grotere rol.

Tenslotte zijn er veel getuigenverklaringen die laten zien dat de behandeling van slaven niet beter was dan we kennen van de wrede Atlantische slavenhandel.

Dat betekent als laatste tevens dat de bevolking van Thailand geen ‘puur Thais ras’ is (als zoiets al kan bestaan), zoals de ideologie van ‘Thainess’ wel beweert, maar een mengeling van vele verschillende volkeren.

Bronnen:

  • Katherine A. Bowie, Slavery in nineteenth century northern Thailand: archival anecdotes and village voices, Kyoto Review of Southeast Asia, 2006
  • R.B. Cruikshank, Slavery in nineteenth century Siam, PDF, J. of Siam Society, 1975

‘al eerder verschenen op Trefpunt Thailand’

No votes yet.
Please wait...

5 reacties op “Slavernij in Thailand, een herwaardering”

  1. René zegt op

    Heel erg goed en gedocumenteerd artikel dat een geschiedenis laat zien die niet fraaier is dan iedere andere geschiedenis in welk continent dan ook. Het artikel laat ook blijken dat er nergens ter wereld een überras bestaat dat genetisch zuiver is en daarbij ook nog dat er geen volk is dat een aantal zwarte bladzijden te verwerken heeft. Belgisch Congo, Nederland in zijn Oost-Indische gebieden, tot Macau en nog steeds een aantal staten in Centraal Afrika (waar de naam slaaf misschien vervangen is door iets eufemistischer maar op dezelfde inhoud slaat).
    Vandaag zijn het meestal geen oorlogsslaven meer (tenzij je IS of het Duitse fascisme rekent tot de behorende tot de mensheid) maar economische slaven, uitbuiting, puur bruut geldgewin en de botte verering van de primitiefste lusten zijn er voor in de plaats gekomen. Deze nieuwe vormen hebben exact dezelfde betekenis als vroeger. Vrijheden bestaan er niet voor de ongelukkigen.
    Wat denken we dan nu over het Indische kastensysteem? Is dat dan zoveel beter?
    Ik vermoed dat het ontstaan van het verschijnsel van concubines, … ook uitvloeisels zijn van deze slavernij. Ook in onze middeleeuwen was het NEMEN van vrouwen een recht van ‘de’ baas of waren de kerkers van de inquisitie ook geen middel om geld, macht seks en wreedheid te kunnen botvieren? . Jus primae noctis en dergelijke meer waren hier voorbeelden van.

    Kortom het was van alle tijden en is nog niets veranderd, alleen heeft het nu andere namen en zijn er nog altijd bijzondere wreedheden aan verbonden die enkelen zich menen te kunnen permitteren.

    • paulusxxx zegt op

      Er is niets veranderd???

      Er is heel veel veranderd! Slavernij is praktisch uitgeroeid. Mensenrechten zijn nog nooit zo goed beschermd als anno nu.

      Perfect is het nog niet, maar vergeleken met ruim een eeuw geleden is het VEEL BETER!

  2. Jack Sons zegt op

    Dit is een eerlijk verslag van wat er in de literatuur is te vinden over slavernij in (en nabij) Thailand.

    Men moet echter niet denken dat dit typerend is voor alleen maar Thailand, of alleen voor (Zuid-Oost) Azië of Afrika. De trans-Atlantische slavenhandel en dito -transporten verschillen daarvan alleen maar doordat er een lange zeereis aan te pas kwam.

    Wat volkomen is weggeschreven – of nauwkeurigere en erger: vrijwel geheel weggezwegen – is slavernij in onze eigen nationale geschiedenis voor zover die betrekking heeft op Nederland als land of staat binnen Europa.

    Natuurlijk bestond ook binnen onze landsgrenzen ooit slavernij, waarschijnlijk in al zijn facetten. Zelfs het uitvoerige artikel “Geschiedenis van de Nederlandse slavernij” (zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Geschiedenis_van_de_Nederlandse_slavernij) gaat in zijn meer dan 3670 woorden vrijwel niet over slavernij IN Nederland, want het blijft bij “Ook de Friezen handelden in slaven …” waarna meteen aansluitend (ter verzachting?) wordt geschreven “die vooral bestemd waren voor de slavenmarkten in Spanje en Caïro”. Misschien vond die handel in slaven plaats door Friezen die zich daartoe heel ver van onze landsgrenzen bevonden, waardoor het dus niet zo heel erg zou zijn.

    Neen, het was eigenlijk helemaal niet bij ons, toch, want meteen na het vorige citaat is genoteerd “Slavernij, zoals op de markt van Kamerijk, zou blijven bestaan …”, het was dus bij anderen, immers ligt Kamerijk ofwel Cambrai in Frankrijk, zelfs een geruststellende 40 km vanaf de Belgisch-Franse grens. Het artikel over de Geschiedenis van de Nederlandse slavernij telt dus wel bijna 3700 woorden, maar er gaan er niet meer dan 6 over “ons” Nederland en dan moeten we nog maar aannemen dat met “Friezen” zijn bedoeld binnen onze landsgrenzen opererende Friezen uit onze provincie Friesland. Dat ligt niet zo eenvoudig als het lijkt, want in het begin van onze jaartelling werden alle volkeren die de kusten bewoonden tussen Brugge en Hamburg Friezen genoemd (Tacitus, Plinius de Oudere). Zo heet een deel van Noord-Holland nog steeds West-Friesland en ligt ten oosten van Friesland wel de Nederlandse provincie Groningen maar ligt weer oostelijk dáárvan het Duitse gebied Ostfriesland.

    En hoe zat het als een Nederlander uit De Oost (Indië) of De West (onze Antillen) in 1780 of 1820 voor zaken of familiebezoek een zeereis naar Nederland ondernam met vrouw, kinderen en een paar slaven als bedienden? Wat was de positie van die “zwarten” wanneer zij bij ons aan de wal stapten?

    In de schoolboekjes las je 60 jaar geleden nog wel iets over lijfeigenen en horigen (de eersten zou ik wel en de laatsten niet tot slaven in engere zin willen rekenen), maar dat was met een paar nietszeggende zinnetjes wel bekeken. Over al het voorgaande stond er echt niets in.

    Het lijkt de moeite waard om te promoveren op “Geschiedenis en juridische aspecten van slavernij binnen de huidige Europese grenzen van het Koninkrijk der Nederlanden”.

  3. Jasper van Der Burgh zegt op

    Slavernij is de facto nog steeds aan de orde van de dag in Thailand. Denk hierbij aan de geronselde cambodiaanse en myanmariaanse bemanning van visserijschepen: ik zie het afschuwelijke bestaan van deze mensen met eigen ogen bij de pier in Laeng Gnob in de provicie Trat als ze hun vis komen aanlanden. Mijn eigen (cambodiaanse) echtgenote is op haar 13e geronseld in Phnom Phen en 15 jaar lang als lijfeigene werkzaam geweest voor een rijke thaise familie: zij mocht het terrein niet af, sliep op de grond in de keuken en werkte 7 dagen per week van 4 uur s’ochtends tot 10 uur s’avonds. Salaris kreeg ze niet.
    Ik zie op veel bouwplaatsen de werkers, meestal arme cambodianen, in de brandende zon van 6 tot 6 werken, 7 dagen per week voor een zwart hongerloontje, terwijl ze in golfplaten hutjes wonen en hun kinderen zonder onderwijs door de buurt zwerven. Bij een grote mond, of als het werk plots ophoud, worden ze zonder pardon ter plekke op straat gezet, vaak zonder loon en niet zelden opgepakt door de thaise politie die boetes incasseert en deporteert.

    Je kunt het beestje een andere naam geven, maar in mijn ogen is dit nog steeds (moderne) slavernij.

    • Tino Kuis zegt op

      Bedankt voor je reactie, Jasper, een goede aanvulling. Het is absoluut waar wat je zegt en het geldt voor een paar miljoen werkmigranten in Thailand, vooral Birmezen en Cambodjanen die veracht worden door veel Thais. Het is de moderne vorm van slavernij.
      Maar Thailand heeft natuurlijk ook witte stranden en wuivende palmbomen en bovendien is het niet onze zaak……… 🙂


Laat een reactie achter

Thailandblog.nl gebruikt cookies

Dankzij cookies werkt onze website het beste. Zo kunnen we je instellingen onthouden, jou een persoonlijk aanbod doen en help je ons de kwaliteit van de website te verbeteren. Lees meer

Ja, ik wil een goede website