Mae Salong, Chiangrai,

Santikhiri, oktober 2010: Hij stond ietwat gekromd in de houding naast het kleine mausoleum op een heuvel die een prachtig panorama bood over Mae Salong, of Santikhiri zoals het nu heet, waar sinds 1980 zijn generaal lag begraven. De kleur van zijn uniform was wat vervaald maar het was verder piekfijn in orde. Zijn bovenmaatse donkere zonnebril was wellicht geen onderdeel van zijn standaarduitrusting maar bedekte -deels- het litteken van een oude oorlogswonde. De net geen tachtigjarige Chinese oud-militair die ons gezelschap een handvol wierrookstaafjes aanbood om bij het mausoleum te branden was één van de laatsten van het ‘Verloren Leger’. Hij was pas twaalf toen hij als kind-soldaat, samen met zijn ouders vrijwillig dienst nam bij Chinees-nationalistische troepen van de Kwomintang die onder aanvoering van de legendarische maarschalk Chiang Kai-shek de Japanners bevochten. Daarna volgde de niets ontziend burgeroorlog met de gewezen bondgenoten van het communistische Volksleger.

In 1949 versloegen de troepen van Mao Zedong de Kwomintang. Velen van hen, waaronder Chiang Kai-shek, vluchten naar Taiwan maar de 93e Divisie van het 26e Legerkorps en de restanten van het 8e Legerkorps van het Chinese nationalistische Leger, goed voor zo’n 12.000 manschappen plus hun families, wist systematisch op de terugtocht vechtend, in een eigen versie van Mao’s ‘Lange Mars’ uit Yunnan te ontkomen en besloten de strijd vanuit Birma voort te zetten.

Ze  kregen er het gezelschap van Chinese troepen die tijdens de oorlog in Birma strijd hadden gevoerd tegen de Japanners en er na de Japanse capitulatie waren gebleven. Vanaf dan opereerden deze gewezen militairen van het Chinese nationalistische leger onder bevel van generaal Li Mi als het Yunnan Anti-communist National Salvation Army vanuit de Shan-staat in omgeving van Mong Hsat niet ver van de Thaise grens. Dit alles gebeurde vrijwel tegelijkertijd met het uitbreken van de Korea-oorlog. De rabiaat anti-communistische Zuid-Koreaanse president Syngman Rhee die goede banden onderhield met Taiwan, zag wel wat in de plannen om met de Kwomintangtroepen vanuit Birma een tweede front in Zuid China te openen. Ook Douglas MacArthur, de Amerikaanse bevelhebber van de VN-troepen in Korea was dergelijk afleidingsmanoeuvre niet ongenegen.

Meteen bleek dat de keuze voor Mong Hsat zeker niet toevallig maar weloverwogen was geweest. In het najaar van 1951 heropenden de Kwomintangtroepen er de oude geallieerde luchtmachtbasis die tijdens WO II was gebruikt voor bombardementsvluchten op Japan. De landingsstrip was lang genoeg om viermotorige toestellen uit Taiwan en Bangkok te laten landen. Sea Supply Corporation, een obscure, in Bangkok gevestigde Amerikaanse firma die in feite een dekmantel van de CIA was, begon vanop Dong Muang enorme wapenvoorraden, van machinegeweren tot zwaar luchtafweergeschut naar Mong Hsat te transporteren. Ook de Chinese nationalistische regering in ballingschap in Taiwan deed natuurlijk een duit in het zakje en stuurde niet alleen materiaal maar ook bijvoorbeeld in 1952 een hele lichting pas aan de militaire academie afgestudeerde officieren. Ook verbindingsofficieren die onder meer in geheime missies inlichtingen moesten verzamelen in de Volksrepubliek werden naar Mong Hsat overgevlogen. Eén van de verbindingsofficieren die hen vanuit Taipei geregeld bezocht had overigens Nederlandse roots; de tot Chinees genaturaliseerde jonker Willem Van Lennep, een achterneef van de bekende schrijver Jacob Van Lennep. Van Lennep of Liu Yuan-Tao zoals hij in China heette, was al in zijn studententijd in Parijs een actief lid van de Kwomintang en werd in 1937 inlichtingenofficier in het Chinees nationalistische leger.

Generaal Tuan

De troepen van dit ‘Vergeten Leger’ probeerden tussen 1950 en 1952 minstens zevenmaal vanuit hun basissen in Birma de Volksrepubliek binnen te vallen, maar geen enkele van deze operaties kon echt een succes worden genoemd. Bovendien geraakten ze nu ook geregeld slaags met het Birmese leger dat met lede ogen zag hoe de Kwomintang niet alleen rekruteerden onder etnische minderheden als Shan en Karen maar ze ook nog eens van wapens voorzagen waarmee ze op hun beurt de Birmezen te lijf gingen.

Vooral de CIA investeerde vanaf het begin van de jaren vijftig zwaar in het opleiden en bewapenen van de Kwomintang guerrillastrijders. Maar daar kwam geleidelijk aan een kentering in toen het politieke klimaat veranderde en de Verenigde Staten maar ook Birma toenadering zochten tot de Volksrepubliek China. Birma raakte steeds meer verveeld met deze  ongewenste gasten en in januari 1961 werden de Kwomintang troepen manu militari verdreven. Een kleine 5.000 Birmese militairen, bijgestaan door 20.000 Chinezen verjoegen de Kwomintang uit hun hoofkwartier in Mong Pa Liao. Duizenden van hen zochten hun toevlucht over de Mekong in Laos of vluchten naar de bergen van Noord-Thailand. Het U.S. State Departement bood aan om deze vluchtelingen uit Laos te repatriëren en tussen 14 maart en 12 april 1961 werden 4.200 Kwomintangstrijders vanuit Nam Tha City naar Chiang Rai gebracht en overgevlogen naar Taiwan.

Om onduidelijke redenen trok het regime in Taipei vrijwel meteen daarna haar handen af van diegenen die nog steeds in de Birmese jungle zaten. De hoogste officieren die Taiwan had geleverd werden nog voor de zomer van 1961 teruggeroepen en kort daarna werd ook de geldkraan dichtgedraaid. Een smeulende rivaliteit tussen de generaals Lee Wen-huan en Tuan Shi-wen leidde er toe dat het ‘Verloren Leger’ nog in datzelfde jaar in drie fracties uiteenviel. Een kleine groep inlichtingenofficieren onder generaal Ma Ching-kuo vormde de 1st Independent Unit. De meesten van hen gingen als huurlingen meewerken aan geheime CIA-operaties in Noordwest Laos. De rivaliserende fracties zochten hun toevlucht in Noord-Thailand. Lee Wen-Huan trok met ongeveer 1.400 man naar Tham Ngob op zo’n 140 km ten noorden van Chiang Mai. Het grootste deel van wat er big restte van het ‘Verloren Leger’ vestigde zich, aangevoerd door generaal Tuan Shi-wen, in Mae Salong, een minuscuul en vooral erg geïsoleerd bergdorpje vlakbij de Birmaanse grens, en bouwde deze plaats uit tot een heuse militaire basis, inclusief een groot trainingskamp.

Nu de Amerikanen en Taiwan officieel hun steun hadden opgezegd, waren ze volledig op zichzelf aangewezen en werden hun wapenaankopen vooral gefinancierd met opiumhandel in de ‘Gouden Driehoek’ waarbij ze nauw samenwerkten met de notoire opiumhandelaar en Shan-krijgsheer Zhang Qifu, die als Khun Sa berucht werd. Khun Sa, die een paar kilometer verder in Baan Hin Taek een basis had, trainde overigens oorspronkelijk, voor hij zijn eigen zwaarbewapende Tai-Mon legertje op poten had gezet, samen met de Kwomintang in deze regio. De relatie met Khun Sa bekoelde echter toen de Kwomintang lucht kreeg van het feit dat de drugsbaron voor eigen rekening begon te werken.

Gouden Driehoek

In juni 1967 besloten ze hem aan te pakken toen hij met een konvooi van 300 muilezels die 16 ton ruwe opium vervoerden op weg was naar het Laotiaanse houthakkersdorp Ban Khwan waar de lading moest gelost worden in de zagerij van de Laotiaanse generaal Ouane Rattikone. Khun Sa wist uit een eerste hinderlaag ten oosten van Kentung City te ontsnappen maar hij werd op de hielen gezeten door de Kwomintang. De mannen van Khun Sa beseften dat een volgende confrontatie onvermijdelijk was. Ze verschansten zich op 17 juli in Ban Khwan en wachten er hun achtervolgers op. De Kwomintang voorhoede kwam op 26 juli aan maar besloot na een paar schermutselingen versterkingen af te wachten die drie dagen later op het strijdtoneel arriveerden. De volgende dagen werd verwoed strijd geleverd, die uiteindelijk werd beslecht door generaal Ouane Rattikone. De Laotiaan had, wellicht om zijn hachje te redden, besloten de vermoorde onschuld te spelen en liet de luchtmacht van op de basis van Luang Prabang raids uitvoeren op de strijdende partijen terwijl hij parachutisten het gebied deed omsingelen. Na een paar dagen van beschietingen gaven beide partijen er de brui aan.

De overlevende Shan-smokkelaars trokken in een paar bootjes de Mekong over en lieten 82 doden en de meeste opium achter in Ban Khwan. De Kwomintangtroepen – die 70 gesneuvelden hadden – vluchten langs de Mekong naar het noorden maar botsten na 8 km op twee Laotiaanse infanteriebataljons die hun vluchtroute versperden. Na twee weken van onderhandelen en het betalen van een losgeld van 7.500 US dollar dat in de zakken van generaal Ouane Rattikone verdween mochten ze beschikken en op 19 augustus de grens met Thailand oversteken. De Thaise politie probeerde wel pro forma hen te ontwapenen maar ze stapten zonder verdere problemen in 18 klaarstaande gecharterde bussen en vertrokken naar Mae Salong.

Oolong theeplantage in de bergen in Noord-Thailand

Dat ze ongehinderd terug naar hun basis mochten keren had alles te maken met het gedoogbeleid van de Thaise overheid ten opzichte van deze troepen. In de jaren zeventig, terwijl de oorlog ongenadig in de buurlanden Vietnam, Laos en Cambodja woedde maakte de Thaise overheid, die beducht was voor communistische invloeden op de bergvolkeren, een deal met de Kwomintang die intussen was omgedoopt tot Chinese Irreglar Forces. In ruil voor erkenning en een Thais staatsburgerschap bevochten deze veteranen onder supervisie van de Thaise Special Task Force 04  de communistische rebellen in Noord-Thailand en zelfs in Laos. Ook bij het elimineren van de drugsbaronnen en het pacificeren van de regio staken ze een welwillend handje toe. Als ze daarbij mogelijk hadden gehoopt om zélf een monopolie te verwerven waren ze eraan voor de moeite. Een van de voorwaarden waaraan de Kwomintangtroepen moesten voldoen om terug te kunnen keren naar een normaal bestaan in Thailand was dat ze moesten stoppen met de opiumproductie en -handel, waardoor ze uiteindelijk, in de jaren tachtig overschakelden op de teelt van Oolong-thee en koffie. Planten die bijzonder goed bleken te gedijen in het koele bergklimaat van het uiterste noorden van Thailand.

Proef maar eens een kopje van de lokale thee bij een bezoek aan dit intrigerende stadje…

Lung Jan


» Laat een reactie achter


4 reacties op “Het ‘verloren leger’ van Mae Salong ”

  1. Jurgen de keyser zegt op

    Ik ben er vorig jaar geweest. De weg er naartoe was adembenemend en de rijke geschiedenis van dit volk werd me helemaal uit de doeken gedaan door een Chinese restauranthouder. En de koffie en de thee waren enorm lekker! Ik wil er zeker nog een keertje terug naartoe

    VA:F [1.9.22_1171]
    Waardering: +3 (obv 3 stemmen)
  2. Rob V. zegt op

    Wederom bedankt voor een mooi stukje Jan.

    VA:F [1.9.22_1171]
    Waardering: +4 (obv 4 stemmen)
  3. Tino Kuis zegt op

    Goed van je, Jan, dat je de interessante perioden in de Thaise geschiedenis zo mooi beschrijft!

    VA:F [1.9.22_1171]
    Waardering: +2 (obv 2 stemmen)
  4. mee farang zegt op

    Alweer van de hand van Lung Jan een stuk om van te smullen.
    Achter iedere regel voel je hoe goed hij zijn bronnenmateriaal beheerst.
    Terwijl hij op zo’n eenvoudige maar duidelijke en bevattelijke manier
    de moeilijkste politieke en militaire strategieën aan elkaar linkt.
    Dat is een gave om dorre materie zo boeiend te vertellen.
    Was Lung Jan ms leraar in een vorig leven…

    VA:F [1.9.22_1171]
    Waardering: +1 (obv 1 stem)

Laat een reactie achter

Thailandblog.nl gebruikt cookies

Dankzij cookies werkt onze website het beste. Zo kunnen we je instellingen onthouden, jou een persoonlijk aanbod doen en help je ons de kwaliteit van de website te verbeteren. Lees meer

Ja, ik wil een goede website