Tim ontdekt Thailand op de motor

Door Tim Poelsma
Geplaatst in Leven in Thailand, Reisverhalen
Tags: ,
17 april 2017

Tim Poelsma (71) stapt op de motorfiets om Thailand te verkennen. Een rit van Hua Hin naar Bangkok en Buriram. Daarna van Roi Et naar Kon Khaen. Om vervolgens via Loei naar Chiang Khan te rijden en weer terug naar Hua Hin.

Mijn vriendin Ee heeft alle spullen ingepakt en nadat ik haar jongens elk 100 baht had gegeven, vertrok ik uit Hua Hin. De reis naar Bangkok verliep vlot. Ik reed rechts Suksawat op en op het eind de Bhumibolbrug 1 over. Maar er klopte iets niet. Ik kwam ergens anders terecht dan de vorige keer.

Ik nam een U-turn om te kijken of de brug wel goed was. Maar er bleek alleen maar dat ik deze bruggen nooit op had gemogen. Ik voegde mij in een verkeersstroom en kwam bij een veerpont. Maar deze was al jaren uit de vaart. Toen reed ik terug naar Suksawat. Als je deze weg blijft volgen, gaat hij over in Taksin.

Opeens was er een brug die ik nooit eerder had gezien. Ik reed eroverheen en was in de stad. Veel handiger dan de Taksin brug die ik meestal neem. Met de navigatie van mijn Windows telefoontje reed ik door de straten Nakhon Sawang, Phitsanulok, Phetchaburi en door Ramkhamhaeng. Daarna kwam Minburi.

Bij het vliegveld ging het fout. Ik reed een weg op naar Chonburi en Chachoengsao. Er kwam een tolpoortje. Mijn grote schrik. Want de motor mag niet op tolwegen. Bij een tolpoortje kun je niet terug. Er komt als bij toverslag een politieagent tevoorschijn die je omstandig uitlegt dat je zojuist een misdrijf heb gepleegd met het kaliber van een roofmoord. En dan is het touwtrekken om het bedrag. Maar er kwam geen politie.

Een man zei mij dat ik maar gewoon moest gaan rijden, na 20 kilometer kwam er een afslag. Toen ik die afslag nam, kwam ik bij een andere tolpoortje. Weer geen politie?! Ik kreeg hetzelfde advies, maar de afslag was er veel eerder en dit keer kwam ik op een weg waar iedereen op mocht. Er hingen hier ook borden met Chachoengsao. Eindelijk op weg, zo voelde het tenminste.

Nu kwamen er problemen met opgebroken wegen. Op zeker ogenblik, toen ik vrij snel reed, kwam ik onaangekondigd in mul zand terecht. Het zand probeerde het voorwiel alle kanten op te trekken. Net toen ik dreigde te vallen, ging het zand over in een hard gedeelte. Opgelucht zette ik de reis voort , maar zonder navigatie, want de batterij van de telefoon was leeg. ‘s Avonds sliep ik in het Long Thong hotel in Non Dingdaeng Buriram. Ik had behoorlijk last van kiespijn. En, nog erger in het hotel werkte de Wifi niet.

Buriram

Ik ben om een uur of negen uit het hotel vertrokken. Ik reed eerst door het knusse stadje Nang Rong en vervolgens richting Buriram en Maha Sarakham. Op deze route kwam er een afslag naar Yasothon. Daar reed ik in. Het bleek een mooie weg te zijn met prachtige rijstvelden en bossen. De weg van Yasothon naar Amnat Charoen was nog mooier. Landelijker.

Het viel mij op dat ik onderweg zoveel taxi’s uit Bangkok tegenkwam. Daarom zijn er zoveel taxichauffeurs in Bangkok die heg noch steg weten te vinden. Die komen van hier. Vlak voor ik in Amnat Charoen aankwam, kreeg ik een fikse bui op mijn kop. Ik heb daar een hekel aan omdat je in het hotel alles te drogen moet hangen.

De kiespijn was ’s middags verdwenen maar om half vijf in het hotel kreeg ik het terug. Nu in alle mogelijke uitingen van deze gruwel. Ik ben naar een apotheek gelopen om paracetamol te kopen. Deze stad is niks aan. Een slaapdorp, meer niet. Ik bestelde in het hotel grapau en later op de avond nasi. Het kostte maar 45 baht per portie en het was beide keren erg lekker.

Roi Et

Het ontbijt in het Fai Kid hotel was ook goed. Daarna ging ik op weg. Eerst reed ik op de weg die ik heen ook gereden had. Door nachtelijke buien was het allemaal nog mooier met nog meer tinten groen. Na Yasothon reed ik naar Roi Et. Ook al een mooie rit. Op weg naar Kon Khaen miste ik een afslag en moest 15 kilometer terug over een opgebroken weg.

Op weg naar Loei kwam ik zonder benzine te zitten, althans het lampje vond dat er getankt moest worden. Maar er kwam geen pomp en dat duurde best wel lang. Ik ging al langzamer rijden en dacht aan het geheim van de benzine. Die wordt gemaakt van afgestorven zeediertjes. De meeste dieren in zee zijn lui. Ze willen het liefst in het water zweven. Dan hoeven ze niet de hele tijd met iets te wapperen om drijven of zinken te voorkomen. In plaats daarvan maken ze vet aan en wel zoveel dat hun soortelijk gewicht hetzelfde is als dat van het zeewater.

Dat geldt ook voor eencellige diertjes. Als die massaal afsterven omdat de leefomgeving verandert, dan komt er ook veel vet op de bodem te liggen. Dat is de basis van de olie. Het is dus een soort visolie. Nog gezond ook. Ik noem dit het geheim van de benzine omdat ik eens een Franse energie- ingenieur sprak en die wist dit niet.

Terwijl ik hier aan terugdacht, zag ik een dorpspomp. De vrouw die op mij toeliep keek mij nieuwsgierig aan. Haar gezicht leek te zeggen: ‘Wat is dat voor een snuiter?’ Ze was erg mooi. Ja, ik vond haar heel aantrekkelijk. Ik kocht van haar nog een fruitmesje voor de appels die ik eerder op de dag gekocht had. We maakten nog een praatje dat ik had willen rekken met zwoele verhalen over visolie, maar dat viel buiten mijn vocabulaire.

En dus ging ik weer, nu met een tank vol geheime benzine. Bij Loei werd ik aangehouden. ‘Holland, voetbal, Robben enzovoort.’ Toen kon ik weer doorrijden. In Chiang Khan aangekomen, bleek dat Pim, vanouds uitbater van het Chiang Khan Guesthouse met de noorderzon vertrokken was. Ik besloot toch te blijven.

De nieuwe baas is vriendelijk, maar de sfeer van voorheen is weg. Heel jammer. De service is nihil. Er lag een gefrommelde deken op mijn bed, het muskietennet is er niet meer en het douchen moet nu koud. ’s Avonds verkopen ze sapjes voor de deur, net als Pim. Zij hechtte daaraan. Ze zei de laatste keer dat ik hier was, als ze hier weg moest, wilde ze een plek vinden waar ze dit kon blijven verkopen. Sap. Maar het zou anders gaan.

Ik kon Ee niet bellen omdat mijn telefoon hier niks doet. Dat komt door mijn sim, die is van True en die heeft het hier al eerder laten afweten, De Mekong zag er weer prachtig uit. De rivier is elke dag anders. Dat is wat vrouwen willen, dat is hun geheim. Daarom wordt er zoveel gewinkeld. De man doet er goed aan, geheim te houden, dat de rivier elk uur verandert en bij onbestendig weer nog vaker.

Chiang Khan

Ik werd vroeg wakker en voelde me prima omdat ik goed geslapen had. Het geklaag over de service was nergens voor nodig geweest. Toen ik naar de markt liep, zag ik bij de winkel waar ik een sim wilde kopen dat de telefoon het gewoon leek te doen. Ik belde Ee. Dat lukte.

Toen ik weer terug in het Guesthouse was, bleek ik ook daar te kunnen bellen. Dat lukte gisteren niet en alle vorige keren ook niet. Ik belde Pim. Ze is nu op Kho Chang. Ze heeft het daar helemaal niet naar haar zin en het regent aan een stuk door. Ze vroeg waar ik was. Ik antwoordde dat ik in haar hotel was in Chiang Khan. Na even praten, begon ze te huilen. Ze mist het hier zo. Maar het huurcontract liep af.

Och arm. Ze vroeg of er in Hua Hin geen mogelijkheden zijn. Ik zei toektoek. Ik zei dat omdat in de buurt waarin ik woon, de huizen staan van een aantal toektoekchauffeurs. Grote huizen, met auto’s, brommers en meer gerief van mensen in goede doen. Dat wil ze niet, want ze is niet zo flink in het verkeer. Een goedkoop hotel leek me ook wel wat, omdat zij dat jarenlang heeft gedaan. Ik zou er verder over nadenken.

Als je ’s avonds door de straatjes van Chiang Khan loopt, dan zie je voor en in de winkels een overvloed aan artikelen die allemaal uit de zogenaamde oude ambachten komen. Ik wil hier graag iets over zeggen. Ik denk dat het hier gaat om een samenzwering die de wereld wil veranderen in een grote geitensok, met weefgetouwen, linksdraaiende yoga en ander onheil. Zeg dan niet dat u niet gewaarschuwd bent.

Terug naar Hua Hin

Toen ik beneden kwam, zat daar een agent. Een oudere man met slechts 1 ster. Hij had allerlei liedjes in zijn telefoon die hij afspeelde via twee externe speakertjes. Het was karaoke en hij zong best goed. Ik vertelde dat ik ook veel aan muziek doe. Piano enzovoort. Hij had ook een piano, zei hij. Maar hij kon niet spelen. Ik zei dat hij een boek moest kopen en elke dag vijf minuten spelen en dat moest hij langzaam uitbreiden. Na deze goede daad ging ik op de motor zitten en vertrok. Eindbestemming Hua Hin.

Ik reed enige tijd over de 201 naar het zuiden. Ik ging de fout in toen ik een bord met Phetchabun zag. Weg 12 daarheen was niet goed, deze ging naar het westen en zelfs iets naar het noorden. Daardoor raakte de navigatie van de telefoon van slag. Althans, ik denk dat het daardoor kwam. Het telefoontje stuurde mij naar wegen die er niet waren, ik moest om de haverklap terug en als ik dat deed, moest ik weer terug. Bovendien stond de route vaak buiten beeld. Maar weg nummer 12 was erg mooi.

Waardoor maak ik zulke fouten? Het belangrijkste probleem is het ontbreken van een atlas. Je kunt erin nazoeken waar de navigatie heen wil en voorkomen dat je naar het westen rijdt in plaats van naar het zuiden. Maar mijn atlas is bij de vorige tocht weggeraakt. Daarbij ben ik vergeten een wegenkaart mee te nemen. Die zijn erg onhandig maar beter dan niks. Maar waarom zou ik, tot nu toe werkte de navigatie voortreffelijk.

Na de 12 kwam ik op de 21 naar Saraburi. Ik hoopte onderweg een bord te zien naar Lopburi, want daar wilde ik slapen. En dat bord kwam. Na de afslag en een politiecontrole kwam er een bui van heb ik jou daar. Drijfnat was ik. Niet veel later zag ik een bord; ik moest nog 53 kilometer. Ik dacht dat ik verder was. Dus dat viel tegen. Maar ik zou wel drooggewaaid zijn als ik er was. Er kwamen nog twee van die buien.

De navigatie liet me weer in de steek. Ik heb daarom in Lopburi een brommertaxi gevraagd voor mij uit te rijden naar het Nett hotel. Twintig baht, riep hij. Ik was heel trots dat ik die vlegel bij kon houden.

Ik 71, hij het omgekeerde en allebei in tienertempo door het drukke verkeer van het stadscentrum. Ik gaf hem 40 baht want het was best ver. Wanneer je na zoveel kilometers gedoucht op het bed gaat liggen met tv, airconditioning en de computer binnen handbereik, dan hoef je de drie wensen van de toverfee niet meer.

Lopburi

In de ochtend reed ik door de stad, maar er was geen bord te bekennen. Ik ging met de verkeersstroom mee en kwam op een weg langs het water. Links van mij ging de zon op. Daar moest het oosten zijn. De weg ging dus naar het zuiden. Dat was in ieder geval goed. Ik reed geruime tijd maar sinds mijn vertrek uit het hotel had ik nog geen bord gezien. Er kwamen alleen bordjes met wegnummer 3196.

Ik zag links van mij een stadje. Misschien stonden daar borden. Warempel. Stadhuis, politiebureau en Singburi stond erop. Singburi ligt aan een grote weg naar Bangkok, daar heb ik eerder gereden. Het ligt weliswaar noordelijker dan Lopburi, maar ik moest dit doolhof uit. Na het stadje kwam er nog een bord Singburi en toen niet meer. Nauwelijks verkeer, geen mensen op straat en geen borden. Ik bleef dezelfde weg langdurig volgen en reed een stad binnen. Nog steeds geen borden. Ik reed door en kwam in het centrum van Lopburi terecht.

Ik vroeg een brommertaxi mij naar de weg Ayutthaya Bangkok te brengen. Geen zin in. Hier links, faj deng rechts. Dat deed ik toen maar. Ik kwam opnieuw op een weg langs het water. Wegnummer 3196. Ik vloekte. Tegenover mij zat langs de weg een groenteboer. Ik vroeg de weg naar Ayutthaya. Hij wees, rechtdoor.

Ik vertrouwde het niet. Ik pakte de telefoon. Het kompas liet zien dat het noorden achter mij lag. Toen de navigatie: ik was op weg 3196 en voor mij lag het noorden. De groenteboer zei rechtdoor, de telefoon zei zoiets als linksaf, nee rechtsaf. Zou ik tot ver na het einde der tijden in Lopburi moeten blijven?

Nu had ik die toverfee nodig, maar dat mens is er alleen als je tevreden op bed ligt. Ik koos voor het advies van de groenteboer en ging rechtdoor. Bij een volgende koopman vroeg ik het opnieuw: ‘Rechtdoor.’ Weer later: ‘Rechtdoor.’ Als iedereen weet dat dit de weg is naar Ayutthaya, waarom hangt er dan geen enkel bord? Of juist daarom?

Maar ineens kwam er een bord. Toen ik dichterbij kwam, bleek het bord onvertaald. Dat kan ik niet lezen. Naar schatting 10 kilometer was er een Seven, een afslag en een bord. Dit keer met vertaling. Er stonden twee namen op. Bij de Seven kocht ik een kaart. Als een of beide plaatsnamen op de kaart te vinden waren, was ik een stuk verder. Na lang zoeken bleek geen van de plaatsen op de kaart te staan. Omdat de afslag, volgens de zon (de telefoon had ik voor straf uitgezet) naar het zuiden ging, reed ik erin.

Na vijf kilometer kwam de redding. Het was een bord met twee onvertaalde plaatsen, maar achter een daarvan stond in het Engels Highway 32. Ik was met elke Highway blij geweest maar deze ging naar Bangkok. Dat wist ik nog. Niet veel later reed ik als een kind zo blij Highway 32 op.

Even na Ayutthaya kwam een ingewikkelde afslag naar ringweg 9 om Bangkok heen. Dit houdt vaak erg op. Zeventig kilometer met inkomend en afslaand verkeer. En dat gaat minder ordelijk dan in Nederland. Ik ondervond daarbij toch geen moeilijkheden. Al moest ik hier en daar tussen auto’s door slalommen.

Ik moet voor Hua Hin de afslag Rama II hebben. Daarna komt er een enorme drukte naar Samut Sakhon. Voorbij Samut Sonkram kom je op de doldrums. Ik noem het daar zo omdat er vele kilometers niets te beleven valt. Nauwelijks benzine, geen uitzicht en saaiheid troef. Ik rijd hier doorgaans behoorlijk hard en dat was deze keer niet anders.

In de buurt van Ratchaburi geeft een autootje in de middelste rijstrook richting aan naar rechts. Ik rijd rechts van hem. Vlakbij. Ik toeter en minder gas. Dat laatste had ik niet moeten doen. Het autootje komt gewoon mijn rijstrook op. Ik blijf toeteren en geef weer gas. Maar dat heeft in de vijfde versnelling geen spectaculair effect.

Intussen blijft de halvegare in zijn autootje mijn kant oprijden en dwingt mij steeds verder naar rechts. Pas als ik naast zijn portier rijd, gooit hij het stuur terug. Nu moet ik de stoep ontwijken want we komen aan het eind van de U-turn die hij vermoedelijk had willen nemen. Ik mis de stoep op een haar na. Maar ik miste iets heel anders bij het net niet raken van het autootje en de stoeprand.

Raken was in beide gevallen op zijn minst dodelijk geweest. Waar bleven dan de beelden van de welpen, de HBS en de eerste keer met Ankie? Daar had ik toch zeker recht op. Of was dit een variant op het menu van Alzheimer, wel de herinneringen maar geen beelden? Ik reed in een kalm vaartje naar huis en was blij iedereen weer terug te zien.

Tim Poelsma


» Laat een reactie achter


No votes yet.
Please wait...

6 reacties op “Tim ontdekt Thailand op de motor”

  1. Sietse zegt op

    Wat een heerlijk verhaal. Als motor liefhebber. Heerlijk om te lezen gevoel dat ik mee rijd. Wat voor motor heb je deze rit gedaan. En ik denk dat er wel meer lief hebbers zijn om een rit samen naar het zuiden te doen of de zelfde. Hou me aanbevolen.

  2. Peter zegt op

    Uit ervaring weet ik dat dit een schitterende maar stevige rondreis is op de motor en wat een mooi verhaal heeft uw reis opgeleverd.

  3. NicoB zegt op

    Lekker lopend verhaal, luchtig, leuk en toch goede waarnemingen beschrevenl ees je in 1 keer uit.
    NicoB

  4. Roy zegt op

    Mooie registratie van de tour, heb dit met heimwee gelezen, jammer mis hier wel een mooi plaatje van de schrijver op zijn Bike, vind het knap op die leeftijd zo een avontuur, petje af zou Niki Lauda zeggen.

    Oud Biker.

  5. Henk zegt op

    Beste Tim.

    Dit is opbouwende kritiek ! Gebruik het woordje IK wat minder. Je hebt het nu in je verhaal 139 keer gebruikt.

    Mvg.

    Henk en Elsbeth.

  6. lung addie zegt op

    Hey Tim,
    blij te lezen dat je weer eens “on the road” was. Ik veronderstel nog steeds met de Kawsaki Ninja. Mooie trip welke je maakte doch blijkbaar met de nodige obstakels…. ja het leven van een biker kan hard zijn.
    Ben een twee maanden geleden ook richting Buriram geweest, van hieruit toch meer dan 800km, dus een driedaagse trip.
    Bij mij verliep de navigatie vlekkeloos daar ik, zoals je weet, gebruik maak van een echte GPS, mijn “Poejing yek yek” ( Garmin ), zoals ik haar noem, want zij kan nogal een stukje mekkeren als haar instructies niet opvolg worden. Hoe wil je nog steeds verder problemen hebben met dat navigatiesysteem van je telefoontje? Het is steeds iets: geen telefoondekking, geen batterijspanning, onjuiste informatie …..De GPS geeft me zelfs een beeld van de te nemen afslag, zo indien er twee heel kort na elkaar komen kan je vooraf zien welke je te nemen hebt, dus geen verrassingen achteraf. Vooral de pereferiek van Bangkok is heel goed uitgebeeld. Je kan vooraf programmeren : geen tolwegen, geen onverharde wegen, geen snelwegen…. ingeval van brandstof: pompstations in de buurt …. echt dit is een onmisbaar gadget voor iemand die wil cruisen en voor de prijs hoef je het niet te laten: voor 6000THB heb je reeds een goede versie. Bij mij staat die met een zuignap op de kilometerteller en is via een sigarettenaansteker aangesloten op de batterij van de motor… dus geen batterijproblemen.
    Geniet van je uitstapjes en het biken, en, als je nog eens naar het Zuiden komt, je weet me te vinden en steeds welkom.
    Lung addie


Laat een reactie achter

Thailandblog.nl gebruikt cookies

Dankzij cookies werkt onze website het beste. Zo kunnen we je instellingen onthouden, jou een persoonlijk aanbod doen en help je ons de kwaliteit van de website te verbeteren. Lees meer

Ja, ik wil een goede website