De novice uit het vorige verhaal had een knappe zus. Twee monniken uit de tempel hadden een oogje op haar en de novice wist dat. Hij was een ondeugende novice en wilde een geintje uithalen met die monniken. Steeds als hij naar huis was geweest nam hij wat mee naar de tempel en zei dat hij het van zijn zuster had gekregen. ‘Deze sigaretten gaf mijn zus mee voor jou’ zei hij tegen de een. En tegen de ander ‘Deze rijstcakes zijn van mijn zuster, voor jou.’





