Je pensioen wordt persoonlijker, maar het risico ook

Wie in Thailand woont en iedere maand een Nederlands bedrijfspensioen ontvangt, wil vooral weten welk bedrag er wordt overgemaakt. De boodschappen, zorgverzekering en elektriciteitsrekening moeten tenslotte in baht worden betaald. Dat pensioenuitvoerders spreken over risicohoudingen, projectierendementen en solidariteitsreserves helpt dan weinig.
Achter die moeilijke woorden gaat een simpele verandering schuil. Het oude stelsel richtte zich op een bepaalde pensioenuitkering. In het nieuwe stelsel staat vooral vast hoeveel premie wordt ingelegd. Hoeveel pensioen je daarvan later krijgt, hangt sterker en zichtbaarder af van de beleggingsresultaten.
Een persoonlijk pensioen zonder persoonlijke zeggenschap
De term ‘persoonlijk pensioenvermogen’ klinkt alsof je een eigen rekening krijgt. Dat is misleidend. Je kunt het geld niet opnemen, zelf beleggen of meenemen naar een bank die je aardiger vindt. Het pensioenfonds bepaalt hoe het vermogen wordt belegd en hoeveel geld naar gezamenlijke reserves gaat.
Je krijgt dus vooral een persoonlijker overzicht van jouw aandeel in het fonds. De beslissingen blijven grotendeels collectief. De winst en het verlies komen wel duidelijker op jouw pensioenoverzicht terecht.
In goede beursjaren kan je pensioen sneller stijgen. Dat is het verkoopargument. Maar als aandelenkoersen dalen of de rente onverwacht beweegt, kan de verwachte pensioenuitkering ook dalen. Fondsen kunnen tegenvallers spreiden en geld uit een reserve gebruiken, maar zo’n reserve raakt een keer leeg.
Honderden miljarden worden opnieuw verdeeld
De gevoeligste fase heet ‘invaren’. Daarbij zetten pensioenfondsen de bestaande pensioenaanspraken om naar het nieuwe stelsel. Op 1 januari 2026 hadden dertig fondsen deze overstap gemaakt. Zij beheerden samen ongeveer €500 miljard voor circa tien miljoen deelnemers.
De Nederlandsche Bank noemt deze verdeling onomkeerbaar. Dat woord verdient meer aandacht dan het meestal krijgt.
Pensioenfondsen gebruiken modellen om te bepalen hoeveel vermogen iedere groep meekrijgt. Daarbij rekenen ze met rente, rendementen, levensverwachting en toekomstige pensioenpremies. Ook beslissen ze hoeveel geld naar gepensioneerden, werknemers, compensatiepotten en gezamenlijke reserves gaat.
DNB ontdekte bij de eerste aanvragen onrealistische aannames en onvoldoende uitgewerkte herverdelingseffecten. Fondsen moesten berekeningen opnieuw uitvoeren of hun plannen aanpassen. Bij enkele fondsen bleken de computersystemen nog niet klaar. Zij stelden de overgang uit.
Daarmee is niet gezegd dat deelnemers massaal geld kwijtraken. Wel laat het zien dat de berekeningen minder hard zijn dan de keurige bedragen op een pensioenoverzicht doen vermoeden.
Een deelnemer kan bovendien niet individueel eisen dat zijn opgebouwde pensioen buiten het nieuwe stelsel blijft. Het individuele bezwaarrecht is bij het invaren vervangen door collectieve medezeggenschap. Je pensioen heet persoonlijk, maar over de belangrijkste omzetting beslissen anderen.
De rekening kan bij de middengroep belanden
Voor werknemers tussen ongeveer 40 en 55 jaar kan de overgang ongunstig uitpakken. In het oude stelsel betaalden jongere werknemers mee aan de pensioenopbouw van oudere collega’s. Zij zouden daar later zelf voordeel van krijgen.
Dat latere voordeel verdwijnt nu. Jongeren hebben daar minder last van, omdat hun premie nog tientallen jaren kan renderen. Veel vijftigers hebben een flink deel van hun loopbaan al achter zich. Voor hen resteert minder tijd om het nadeel goed te maken.
Daarom krijgen veel actieve werknemers compensatie. Hoe hoog die is en wie ervoor in aanmerking komt, verschilt per pensioenfonds. De AFM waarschuwt dat een baanwissel ertoe kan leiden dat iemand een deel van de compensatie misloopt. Wie op het verkeerde moment van werkgever verandert, kan dus geld verliezen door een stelselwijziging waar hij zelf niet om heeft gevraagd.
Een hoger pensioen is nog geen gratis geld
De eerste fondsen die overstapten, verhoogden de pensioenen gemiddeld met 14 procent. Dat klinkt spectaculair. Het kabinet presenteerde die stijging begin 2026 begrijpelijkerwijs als bewijs dat het nieuwe stelsel werkt.
Toch is enige nuchterheid nodig. De verhoging kwam vooral doordat pensioenfondsen minder grote buffers hoeven aan te houden. Geld dat jarenlang apart stond, kon bij de overgang worden verdeeld. Dat is een eenmalig voordeel. Het zegt weinig over de rendementen in de volgende tien of twintig jaar.
De overgang kost ondertussen veel geld. De administratiekosten voor 10,7 miljoen pensioenen stegen in 2024 met €220 miljoen naar €1,4 miljard. Een deel daarvan gaat naar nieuwe computersystemen, adviseurs en de ingewikkelde omrekening. Er wordt verwacht dat de kosten later dalen. Verwachtingen staan alleen niet op de bankrekening van het pensioenfonds.
Voor Thailandgangers stapelen de risico’s zich op
Voor gepensioneerden in Thailand komt boven op het beleggingsrisico nog een valutarisico. De uitkering komt binnen in euro’s, terwijl een groot deel van de uitgaven in baht wordt betaald.
Daalt een pensioenuitkering met 3 procent en wordt de euro tegelijkertijd 7 procent zwakker tegenover de baht, dan kun je met dat pensioendeel bijna 10 procent minder kopen in Thailand. De huurbaas, het ziekenhuis en de supermarkt houden geen rekening met een Nederlandse solidariteitsreserve.
De AOW valt buiten het nieuwe pensioenstelsel en blijft volgens de bestaande regels doorlopen. Het aanvullende pensioen kan wel sterker bewegen. Vooral wie weinig spaargeld heeft en grotendeels van dat pensioen leeft, merkt een verlaging direct.
Tot slot
De zwakke plek van het nieuwe stelsel is niet dat pensioenfondsen beleggen. Dat deden ze altijd al. Het probleem zit in de presentatie. De overheid spreekt over een persoonlijker pensioen, terwijl deelnemers weinig persoonlijke zeggenschap krijgen. Ze krijgen wel een groter deel van het beleggingsrisico te zien en mogelijk ook te dragen.
Misschien levert het nieuwe stelsel op lange termijn hogere pensioenen op. Misschien ook niet. De eerste verhogingen bewijzen vooral dat bestaande buffers zijn uitgedeeld. Ze bewijzen nog niets over wat er gebeurt na een beurscrisis, langdurige inflatie of een reeks magere beleggingsjaren.
Wie een persoonlijk transitieoverzicht ontvangt, moet daarom verder kijken dan het middelste bedrag. Bekijk ook het slechte scenario, controleer je arbeidsverleden en zoek uit welke compensatie je krijgt. Zeker vanuit Thailand, waar een paar procent minder pensioen samen met een ongunstige wisselkoers al snel een hap uit het maandbudget neemt.
Bronnen
- Autoriteit Financiële Markten. (2025, 11 september). Goede en tijdige uitleg over gevolgen compensatieregeling nodig.
- Autoriteit Financiële Markten. (2026). Observaties naar aanleiding van de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel.
- Autoriteit Financiële Markten. (2026, 21 april). Vijf vragen over koopkracht versus stabiliteit.
- De Nederlandsche Bank. (2026). Toezicht pensioentransitie 2026.
- Raad van State. (2022). Advies over de Wet toekomst pensioenen.
- Rijksoverheid. (2026, 22 januari). Pensioenen dankzij nieuwe stelsel flink omhoog.
- Rijksoverheid. (z.d.). Overgang naar het nieuwe pensioenstelsel.
Over deze blogger

-
Dit artikel is geschreven en gecontroleerd door de redactie. Wij maken o.a. gebruik van AI om onderzoek te doen naar onderwerpen en het schrijven over deze onderwerpen. Wij genereren ook foto's met AI, maar gebruiken daarnaast ook stockfoto's. Hoewel er zorgvuldig wordt omgegaan met de inhoud, kan niet worden gegarandeerd dat alle informatie volledig, actueel of foutloos is.
De lezer is zelf verantwoordelijk voor het gebruik van de informatie op deze website. De auteur aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade of gevolgen die voortvloeien uit het gebruik van de geboden informatie.
Lees hier de laatste artikelen
AOW16 september 2026Prinsjesdag voor Nederlanders in Thailand: vooral de AOW-plannen tellen
Achtergrond16 september 2026Hierom geven Thaise pinautomaten bijna nooit biljetten van 20 en 50
Expats en pensionado16 september 2026Na je pensioen zijn de meeste mensen opvallend gelukkig
AOW16 september 2026Na overlijden partner stijgt je AOW, maar inkomen daalt vaak


Goed artikel,
Inderdaad is in het nieuwe stelsel de solidariteit tussen generaties verdwenen. Het is grotendeels een fabeltje dat pensioenen gaan meebewegen met de beurskoersen. Voor gepensioneerden mag slechts zeer beperkt worden geïnvesteerd in aandelen en moet een groot deel van het vermogen worden belegd in (staats)obligaties. Daarvan is bekend dat ze de inflatie niet zullen bijhouden.
Op de langere termijn zullen gepensioneerden daarom verliezen.
Wie de winnaars zijn? Misschien de privé pensioenverzekeraars en aanbieders van beleggings apps die extra persoonlijke pensioenpotjes aanprijzen. De tijd zal het leren.
Het had helemaal niet zo ver mogen komen, toen de gezamenlijke pensioenpot zo groot was geworden dat het voor de neoliberale graaiers onmogelijk was geworden om zich in te houden en de VVD aan de macht kwam ging het balletje rollen,bedrijven zoals Blackrock waren intensief aan het lobbyen in den Haag.
Dat de pensioenpot door werkgevers en werknemers bijeen was gespaard en de politiek er eigenlijk geen enkele zeggenschap over had behalve dan als ambtenaren werkgever werd handig omzeilt omdat er welgeteld 2 Kamerleden waren met kennis over de pensioenen, de vakbonden hebben overigens ook een kwalijke rol gespeeld bij het op het laatste moment er door jassen van de pensioenovergang (wat die voor een toezegging hebben gekregen is mij nog steeds onduidelijk)
We hadden het beste pensioenstelsel ter wereld, mijn pensioenfonds Rail&OV is begin dit jaar over gegaan en we kregen er een flink stuk pensioen bij,iedereen blij zou je de denken.
Voor degenen die denken dat de oneindige groei van het neoliberalisme echt bestaat en de beurzen niets kan gebeuren heb ik een niet zo leuke boodschap, de volgende beurskrach zal gigantisch zijn en de kleine man zal die gaan betalen.
Mocht je meer informatie willen over pensioenen en wat er met jou geld gebeurt kijk dan deze serie nog eens.
https://youtube.com/playlist?list=PLJi6HZOMS6TnUFifc5yEsFhAyQtje9n9p&si=rwf_A3BXZ50cAm4e
Willens en wetens moest het beste pensioenstelsel ter wereld om zeep geholpen worden.
Ik heb toen de ABVAKABO/ FNV de stemming hield tegen gestemd en ik geloof van de uitslag dat 75% van de ABVAKABO/FNV leden voor het nieuwe stelsel is niets.
Heb dan ook direct na 44 jaar lid geweest te zijn mijn bondslidmaatschap opgezegd.
Na alle Halleluja Lofterompetten geblazen te hebben moeten ze de eerste paar jaar wel pensioen er bij geven, want nu gelijk gaan korten dan vallen ze gelijk door de mand.
Maar ik vrees voor de jaren na de eerste paar jaren.
We kunnen er niets meer aan doen, het kwaad is geschied.
Gr. Arno
Bij ingewikkelde onderwerpen zoals het nieuwe pensioenstelsel lopen de emoties en meningen vaak snel op. Iedereen meent van zichzelf de waarheid in pacht te hebben. Toch worden er beweringen gedaan die feitelijk niet helemaal kloppen, of die de situatie erg eenzijdig schetsen. Vier genoemde onjuistheden, als volgt:
1- Dat de solidariteit tussen generaties volledig is verdwenen is onjuist. Er blijft wel degelijk solidariteit bestaan in het nieuwe stelsel. Pensioenfondsen vullen namelijk een verplichte solidariteitsreserve. Dit gezamenlijke spaarpotje (tot maximaal 15% of soms 10% van het totale vermogen) is er juist om tegenvallers op te vangen en risico’s te delen tussen jong en oud. De solidariteit is dus anders ingericht, maar niet weg.
2- Er wordt geclaimd dat er voor gepensioneerden bijna alleen in (staats)obligaties mag worden belegd die de inflatie niet bijhouden. Dit is deels waar, maar de conclusie is te kort door de bocht. Het klopt dat er voor gepensioneerden defensiever (met minder risico) wordt belegd dan voor jongeren. Dat gebeurt om grote schommelingen in de maandelijkse uitkering te voorkomen. Echter, ook in het nieuwe stelsel (met name in de solidaire premieregeling) deelt de gepensioneerde nog steeds mee in de totale beleggingsresultaten, inclusief aandelen. Het is dus niet zo dat hun geld ‘stilstaat’ in verlieslatende obligaties.
3- Dat de politiek er eigenlijk geen zeggenschap over had omdat het geld door werkgevers en werknemers is gespaard, is juridisch onjuist. Hoewel het pensioengeld inderdaad ‘uitgesteld loon’ van werknemers is, bepaalt de Nederlandse wetgever (het parlement) de wettelijke kaders waarbinnen pensioenfondsen moeten opereren. De stelselwijziging is via een democratisch wetgevingsproces (de Wet toekomst pensioenen) door de Eerste en Tweede Kamer aangenomen. De politiek heeft hier dus de hoogste zeggenschap in.
4- Dat de vakbonden zouden de overgang er snel doorheen hebben gedrukt is idem feitelijk onjuist. De politieke en maatschappelijke discussie over de hervorming van het pensioenstelsel heeft ruim tien jaar geduurd. De vakbonden hebben jarenlang intensief onderhandeld aan de poldertafels en de achterbannen hebben hier meerdere malen over mogen stemmen. Er is absoluut geen sprake van een haastklus op het laatste moment.
Niet alles onzin van wat is beweerd. Gelukkig maar, anders zou menige reageerder lelijk in de hoek komen te staan. Ik zal geen namen noemen, want er zijn wel wat terechte zorgen. De pensioenen gaan in het nieuwe stelsel inderdaad directer meebewegen met de economie. Als het slecht gaat op de beurs, kan het pensioen in de toekomst dalen. Zelf wat achter de hand houden is niet verkeerd, zeker door degenen die menen beter af te zijn als zij zelf hun pensioenpot zouden beheren. En: de transitie naar het nieuwe stelsel kost de sector momenteel miljarden aan administratie- en advieskosten.
Een aantal jaren geleden was het zo dat een aantal fondsen vanwege teruglopende beleggingsresultaten aankondigden om de pensioenen te verlagen, voor zover ik het nog weet is dat niet uitgevoerd maar evengoed in het oude stelsel waren de beleggingsresultaten afhankelijk van de ontwikkelingen op de beurzen en kreeg menigeen een brief met de melding dat waarschijnlijk het pensioen gekort zou worden vanwege een te lage dekkingsgraad.
En daarnaast waar menigeen over viel dat de pensioenenfondsen (te) grote reserves hadden en deze niet uitkeerden is ook in dit blog al meerdere malen aangehaald als het weer eens over het pensioen ging. Nu eindelijk een groot gedeelte van de reserves worden uitgekeerd is het weer niet goed, voor sommigen dan.
De reserves worden nu wel gedeeltijk uitgekeerd aan de deelnemers, 14% gemiddeld gaat men er op vooruit, en koersschommelingen hadden in het oude stelsel ook gevolgen voor de uitkeringen van de pensioenen. Al met al gaat nu een ieder er op vooruit is mijn conclusie behalve de pensioenfondsen welke op termijn minder reserves aanhouden en daarom daarover geen beheersvergoeding kunnen claimen en dat compenseert (gedeeltelijk) in de toekomst de eenmalige hogere overgangskosten mag men verwachten.