Een lange bochtige rivier vond zijn weg door een mooi stuk bos met bomen. Overal eilandjes met weelderige vegetatie. Daar leefden twee krokodillen, een moeder en haar zoon. ‘Ik heb honger, echt veel honger’ zei moeder krokodil. ‘Heb trek in hart, in apenhart.’ ‘Ja, apenhart. Dat wil ik nu ook heel graag.’ ‘Een fijn diner met verse apenharten. Dat zou lekker zijn! Maar ik zie geen apen’ zei moeder krokodil weer.





