
De wekker van Somchai is een haan die niet van ophouden weet, ergens achter de huizen van de buurman. Het is nog donker als hij overeind komt op de dunne matras. April hangt al in de lucht, die zware, droge hitte die zelfs voor zonsopkomst zijn nek plakkerig maakt. Buiten ligt zijn akker er kaal bij. Stoppels, stof, een paar buffelpoten in de opgedroogde modder. De oogst is binnen. Dat zou een goed gevoel moeten geven.
Het geeft hem geen goed gevoel.
Hij loopt naar de keuken achter het huis, een afdak van golfplaat op vier palen, en zet water op voor de koffie. Oploskoffie, de goedkope met de blauwe zak. Pranee slaapt nog, of doet alsof. De afgelopen weken slapen ze allebei slecht, en ze hebben afgesproken er niet steeds over te beginnen. Maar het ligt er altijd, zwaar als een natte rijstzak tussen hen in.
Vorige week heeft hij zijn rijst verkocht aan de molen langs de weg naar Roi Et. Zeventienduizend baht voor de hele oogst van dit jaar, na aftrek van het vocht in de korrels. Hij heeft het bedrag drie keer nageteld toen de man het hem gaf, niet omdat hij dacht dat het meer zou worden, maar omdat hij hoopte dat hij zich vergiste. Dat deed hij niet.
Wat er overblijft als je alles optelt
Aan de muur in de woonkamer hangt een kalender van de coöperatie, met een foto van de koning erop en de maanden eronder in keurige vakjes. Somchai gebruikt hem niet om de dagen bij te houden. Hij gebruikt hem om te onthouden wanneer wat betaald moet worden.
Eind deze maand de afbetaling aan de BAAC, de landbouwbank. Het geld dat hij in mei leende voor zaaigoed, kunstmest en de huur van de tractor van zijn neef. Hij weet het bedrag uit zijn hoofd; het schuurt elke nacht door zijn gedachten. Daarnaast is er de schuld bij de man in het dorp, degene die contant uitleent en er niet over praat, maar het ook nooit vergeet. En er is de aflossing op de pick-up, een tweedehands Isuzu die hij drie jaar geleden kocht toen de prijzen een goed seizoen lang meezaten en hij even dacht dat het kon.
Hij telt het op aan de keukentafel, met een stomp potlood op de achterkant van een rekening. Hij telt het nog een keer op. De uitkomst verandert niet. Wat hij voor de rijst kreeg, dekt niet eens de helft.
Pranee komt naar buiten, haar haar nog plat van het kussen. Ze zegt niets, schuift een bord met kleefrijst van gisteren naar hem toe en gaat tegenover hem zitten. Ze kijkt naar het potlood, naar zijn handen, naar het papier. Dan kijkt ze weg, naar de akker.
“De prijs was slecht,” zegt hij, alsof ze dat niet weet.
“De prijs is altijd slecht,” zegt ze. Niet bits. Gewoon waar.
De jongen die niet hoeft te weten
Hun zoon Nong is twaalf en zit op de middelbare school in het districtsplaatsje, een halfuur met de bus. Hij is goed in rekenen, zeggen de leraren, en hij wil monteur worden. Vorige maand vroeg hij of hij mee mocht op schoolreis naar Khon Kaen. Tweehonderdvijftig baht. Somchai zei ja zonder na te denken, want welke vader zegt nee tegen tweehonderdvijftig baht.
Nu ligt dat briefje ook op tafel, tussen de andere papieren. Tweehonderdvijftig baht is niets en het is alles. Het is precies het soort bedrag waar Somchai ’s nachts wakker van ligt, niet omdat het veel is, maar omdat het er gewoon niet is.
Hij heeft Nong nooit verteld hoe het ervoor staat. Dat is een soort afspraak met zichzelf. De jongen ziet de droogte, hij ziet de kale akker, hij hoort de buren klagen bij de tempel. Maar hij hoeft de bedragen niet te kennen. Hij hoeft niet te leren rekenen op de manier waarop Somchai elke avond zit te rekenen.
Pranee werkt sinds dit seizoen drie dagen per week in het naaiatelier, twee dorpen verderop. Ze fietst erheen in het donker en komt terug als het weer donker is. Het levert iets op, niet veel, maar het is geld dat binnenkomt op een moment dat er verder niets binnenkomt. Ze klaagt er nooit over. Dat maakt het voor Somchai juist moeilijker.

Het gesprek dat hij niet wil voeren
Zijn neef Wirat heeft het al een keer voorzichtig genoemd. In Bangkok zou werk zijn, op de bouw, of in een fabriek bij Samut Prakan. Goed betaald, naar de maatstaven hier. Veel mannen uit de Isaan doen het al jaren; ze gaan, ze sturen geld naar huis, ze komen terug met Songkran en met de oogst.
Somchai zwijgt er steeds over. Hij is zesenveertig. Zijn rug is niet meer wat die was. En er is iets in hem dat zich verzet, iets ouds en koppigs, dat zegt dat een rijstboer thuishoort op zijn eigen grond. Zijn vader bewerkte deze akker, en die van hem ervoor. Vertrekken voelt als opgeven, en opgeven kan hij niet uitleggen aan Nong.
Maar de cijfers liegen niet, en de cijfers staan op de achterkant van die rekening.
Hij denkt aan de regen die in mei moet komen. Als die op tijd komt, en als er genoeg valt, en als de prijs volgend jaar iets beter is, dan misschien. Te veel ‘als’. Hij weet het. Een boer leert leven met onzekerheden zoals hij leert leven met de hitte, maar er komt een punt waarop ze hem niet meer warm houden, alleen nog wakker.
Wat hij wel doet
Die middag, als de zon op zijn felst is en de hond onder het huis ligt te hijgen, loopt Somchai het erf op naar de schuur. Hij haalt de zaaizakken voor het komende seizoen tevoorschijn en controleert ze, korrel voor korrel bijna, alsof zorgvuldigheid iets goedmaakt. Hij weet dat hij weer moet lenen voor de kunstmest. Hij weet ook dat hij het toch gaat doen, omdat de grond bewerkt moet worden, omdat dat is wat hij is.
Tegen de avond komt Nong thuis van school. Hij gooit zijn tas op de grond, vertelt honderduit over een proefwerk dat goed ging, en vraagt of er nog van de gebakken kip is. Somchai kijkt naar hem, naar die rechte rug en die makkelijke lach, en voelt iets wat geen naam heeft, ergens tussen trots en angst in.
“Pap,” zegt Nong, al kauwend, “die schoolreis. Hoeft niet hoor, als het niet kan. Boon gaat ook niet.”
Somchai houdt even op met wat hij aan het doen is. De jongen heeft het dus toch gemerkt. Natuurlijk heeft hij dat. Kinderen merken alles, ze zeggen het alleen niet.
“Je gaat,” zegt Somchai. “Het kan.”
Hij weet nog niet hoe. Maar hij heeft het gezegd, en daarmee is het waar geworden, op de enige manier waarop dingen hier waar worden: doordat je ze hardop uitspreekt en dan een manier zoekt. Buiten zakt de zon achter de kale akker. Ergens in het dorp roept iemand een kind naar binnen. En Somchai gaat aan tafel zitten, pakt het stompe potlood weer op, en begint opnieuw te rekenen.
Over deze blogger
Lees hier de laatste artikelen
Het leven in Thailand3 juli 2026Uit het Thaise leven gegrepen: uitgestrooid over de Mekong
Het leven in Thailand28 juni 2026Uit het Thaise leven gegrepen: de honderd dagen
Het leven in Thailand23 juni 2026Uit het Thaise leven gegrepen: de handen van Daeng
Het leven in Thailand17 juni 2026Uit het Thaise leven gegrepen: de juf van Ban Huai Mai

Uit het Thaise boerenleven gegrepen, zo zijn er heel veel. Als ze hun rijst hebben verkocht en hun (productie) kosten aftrekken, is de opbrengst zelfs niet voldoende om te overleven. Laat staan als er dan ook nog openstaande leningen zijn. Pas geplaatst hier op het blog, de minimum uur lonen in Thailand, hoeveel een kuisvrouw of tuinman wel niet verdient of aanrekend. Allemaal mooi op papier en in de grotere steden en als ze werken voor een farang. Hier op het platteland is het voor de boeren toch een heel andere harde harde overlevings realiteit.
Een juiste beschrijving van het leven van de meeste Thaise boerenfamilies.
Ja Tino,
Hoe schrijnend is het verschil van het verhaal van ‘n week geleden over “de meest luxe hotels waar je ooit wilt slapen”!
Realiseren we onszelf wel dat één nacht in al deze hotels ‘n veelvoud is van de jaaropbrengst van ‘n arme rijstboer in Isaan?
Dan krab ik wel even achter m’n oren.
Coöperaties zouden hun situatie flink kunnen verbeteren, maar ja dat riekt naar communisme.
En zo wordt de armoede in stand gehouden.
In 2018 of 2019, weet het niet meer juist, had ik voorgesteld om gezamelijk een groepsverkoop te doen van de rijst na de oogst. De overbuurvrouw is hulp (assistent) burgemeester en samen met mijn schoonvader hadden ze totaal 27 families die wilde meedoen. Het was een heel werk om alles te registreren hoeveel kg elke familie had, telkens bij elke weging waren er een paar getuigen bij. Alles samen was het rond de 100 000kg kleefrijst die bij 3 grote rijstmolens (opkopers) werd aangeboden. Dan ligt het ook nog aan de hoeveelheid vochtgehalte die de aangeboden rijst heeft, ook de hoeveelheid onzuiverheden (gras en onkruid zaden) die erin zitten speelt mee en aan de hand van de metingen wordt dan een kg prijs afgesproken. De gangbare prijs was toen rond de 13baht per kg, doordat het rond de 100 000kg was in een keer geleverd kwam er 2baht per kg bij. Dat was het. De macht en de prijsbepalingen liggen toch in de handen van de groot (rijstmolens) opkopers.
Het beste wat de boeren kunnen doen is hun rijst opslaan zodat die meer droogt en meer vocht uit gaat. Komt daarbij dat dan na een 2 tal maanden de grote piek aanvoer voorbij is en er geen overaanbod meer is. Ze krijgen dan een betere prijs voor de rijst, kan tot 5baht/kr meer oplopen.
Het grote probleem is dat de meeste boeren dit niet kunnen omdat ze hun rekeningen moeten betalen (oogsten is 650baht/rai), sommige moeten dan ook nog de voorbewerking betalen (ploegen – zaaien).
De 1e oogst in ’26 leverde ook nog maar amper 10 bath op per kilo…,ben je jaren verder .
De rijstoogst in het droge seizoen is een extra oogst die alleen plaats heeft in gebieden waar er voldoende irrigatie is. Het is wachten op het regenseizoen voordat merendeel kan beginnen, inzaaien gebeurt ergens rond midden juni, afhankelijk van de regenval. Het oogsten is dan in november. Voor diegene die toch 2 of zelfs 3 keer per jaar ‘kunnen’ oogsten verdienen er dan iets meer aan. Alhoewel, verdienen is een groot woord, als ik uitreken wat het hier in de streek opbrengt per rai. Gemiddelde netto opbrengst per rai ligt rond de 2000baht.
Je krijgt wel 5 baht meer na drogen ( maar je vergeet hoeveel kilo eraf gaat na het drogen ) De Thai weet inderdaad vaak niet hoeveel geld hij erin gepompt heeft. Mijn tip geef je land voor 30 % opbrengst weg ( gaan wel gedeelde kosten voor vitaminen af ) maar geen risico om geld te verliezen en geen werk eraan . Zelf rijst maken levert vaak niks op ( maar ze staan in de rij om het te huren voor 30 % )
Hier in de streek krijg je max 500baht per rai als je verhuurd en ze staan niet in de rij om te huren.
Je hebt gelijk dat de meeste boeren niet tellen hoeveel alles heeft gekost.
Stel een boer huurt je grond voor 30% rijst opbrengst. Laten we tellen per rai, dus dat 1 rai ongeveer 400kg opbrengt. Verkoop prijs 10baht/kg = 4000baht. Inzaaien (eigen zaadgoed) en zaai klaar maken kost 650baht. Als de rijst geoogst wordt, dorsen kost 650baht. Kunstmeststoffen 1 zak van 50kg ( merk Rabbit) kost 1200 baht. Op 1 rai, 2keer kunstmeststof strooien = 25kd per rai = 600baht. Opbrengst 1 rai = 4000baht – 600 meststoffen = 3400baht. Dan daar je 30% van is dat voor jou is dan 1020baht.
Voor de boer is dat dan 3400 – 1020 – 650 – 650 = 1080baht opbrengst.
Maar goed dat de meeste niet tellen. (en dan tel ik nog niet de uren die eringestoken zijn en het 2 keer maaien van de opkomende rijst met de bosmaaier en benzine)
Toen ik dit een aantal jaar geleden hier op een begrafenis samen ‘met mijn schoonmoeder haar jongste broer (hij is monnik)’ heb uitgelegd werd het na een tijdje heel stil. Er kwam zelfs een grote plaat gyproc aan te pas dat diende als schrijfbord. uren nadien werden er nog foto’s genomen van het schijfbord en nog vragen gesteld. Nadien kende heel het gehucht mijn naam en hoor ik nog zelden het woord farang als ze het over mij hebben.
Misschien kun je met een grote bank achter de hand een systeem opzetten zodat de boeren na 3 maanden de rijst verkopen .
Dan krijgt de bank het vooruitgeschoten geld terug met beetje rente en de boeren verdienen dubbel geld een win win situatie.
Geen verschil met de Nederlandse aardappel telers, die krijgen 6 cent per kilo en in de winkel betaal je €1,10 minimaal voor een kilo
De Thaise boer krijgt een habbekrats voor zijn producten.
Maar ga eens een zak rijst halen bij Makro of elders.
De tussenhandel en de grootgrutter verdient er dik aan, maar de onder de tropenzon ploeterende boer?
Gr.Arno
Ik had eens kennis met een dame uit de Isaan. Ze werkte hier, nee, niet in een bar. Maar ze moest terug voor de gezamelijke inkoop van rijst om te planten. Ze vertelde me hoe dat ging. Gezamelijk inkopen. En elkaar helpen op het land. Ja met de oogst kwam men haar ook helpen natuurlijk. We hebben het er samen eens over gehad, hoeveel geld, en uren in de rijst gestopt werden, en hoeveel baht het opbrengt. Ik heb er aan gerekend. Met wat geluk houd je rijst voor jezelf over, en worden de andere kosten gedekt. Me wat geluk dus. Ik opperde om eens geen rijst te kopen, en de dorpelingen ook niet te gaan helpen. En in de vrijgekomen tijd in Pattaya te gaan werken. Ze kon dat risico niet nemen verteld ze me. Nu had ze een soort van zekerheid dat er rijst zou zijn. Ik ben er verder niet op ingegaan. Maar puur rekenkundig is rijst verbouwen niet heel slim.
En waar was dat dan dat ze werkte toen je haar leerde kennen toen ze je zei dat ze terug naar huis moest?t.
Haar ooit terug gezien?
Ben maar gewoon benieuwd hoor.
Het verhaal van armoede bij vele (kleine) boeren klopt zeer zeker. Omtrent dat zwoegen op de rijstvelden heb ik dan weer mijn twijfels. Ik doorkruis gedurende vele maanden per jaar mijn Isaan streek op de scooter en zie eigenlijk nooit een mens op de rijstvelden……niet om te planten niet om te oogsten. Alles gebeurt nu machinaal. Wat ik wel zie en weet is dat de geoogste rijst langs de straten in de zon wordt gelegd om te drogen. Nadien wordt die dan in (zware) zakken gestoken..Dat is inderdaad zwoegen waarbij ook ik ieder jaar van de partij ben. Dat is in het geval van mijn schoonfamilie een kleine week labeur.
Heel kleine veldjes kun je niet machinaal planten; dat gaat nog steeds met de hand. Denk aan stukjes grond van een ngaan en kleiner. Ik heb naast die ministukjes gewoond en dat ging allemaal met de hand, en liefst zo vroeg mogelijk tegen de zon.
Erik, naast mijn huis staan ook van die kleine stukjes van ca. 30 x 40meter gescheiden door zo’n klein dijkje. De laatste paar jaar zijn ze ook begonnen met machinaal planten. Het moet ook wel want er is een gebrek aan mankracht.
Gebrek aan mankracht? Dat draait dan op den duur uit op op geen genoeg rijst meer in Thailand.
Jongeren pikken dat onderhorig gehouden worden niet meer.
Zouden de Senaat-leden in een ander artikel in deze aflevering daar wel eens bij stilstaan?
Waarom wordt het Thaise boerenhandwerk door de Thaise miljonairs slechts met neerkijken, minachting en uitbuiting bekeken?
Dat is niet volgens het echte boeddhisme. Moet wel het Thaise Boeddhisme zijn.
Jack, 30×40 m is toch al driekwart rai. Ik bedoel, in een glooiend landschap, nog kleinere stukjes en die doet men met de hand. Los daarvan, die machines nemen veel werk af en het is goed dat ze er zijn want dat planten in heet weer of in de moesson is geen lolletje.
2 dagen geleden voor het eerst mijn vrouw iemand ingehuurd om het mechanisch in te laten zaaien ,meer een soort bladblazer,1/2 ochtend ,anders zijn ze met 2en 2-3 dagen bezig ,zelfde middag onder geploegd….
Moderator: de discussie graag bij Thailand houden.