()

Ze weet hoe laat het is aan de kleur van het licht op de muur tegenover de receptie. Half zeven, een vale gloed die langzaam goud wordt. Nong zet de ventilator een standje hoger, want de airco in de lobby slaat pas aan als de eerste gast naar beneden komt. Zo werkt het in een klein hotel aan een zijstraat van Soi Buakhao. Je bespaart waar niemand het ziet.

Ze veegt de balie schoon, ook al is hij al schoon. Het is meer een gebaar dan een taak. Buiten ratelt een pick-up voorbij, vol kratten Chang voor de bar verderop. De geur van gebakken knoflook en vis komt aanwaaien van de garkeuken op de hoek, waar mevrouw Daeng al sinds vijf uur staat te roeren. Nong heeft nog niet gegeten. Dat komt straks wel, als de drukte van het ontbijt voorbij is.

De eerste die naar beneden komt, is de Duitser van kamer 12. Hij knikt, mompelt iets wat ochtend moet voorstellen, en gaat zitten met zijn telefoon. Hij is hier al de derde week. Komt elk jaar, altijd alleen, altijd dezelfde tafel bij het raam. Nong weet inmiddels dat hij zwarte koffie drinkt en geen suiker wil. Ze zet het kopje neer zonder te vragen. Hij kijkt verrast op, lacht even, en dat lachje is genoeg loon voor het onthouden.

Wie er komen en wie er gaan

In de zeven jaar dat ze hier werkt, heeft ze geleerd mensen te lezen. Niet uit nieuwsgierigheid, maar omdat het haar werk makkelijker maakt. Het stel uit Rotterdam dat vorig jaar kwam, ruziede de hele week zacht en beleefd, met stemmen die net niet hard genoeg waren om woorden te verstaan. Ze checkten een dag eerder uit dan gepland. De man die in maart kwam en zei dat hij een appartement zocht, vertrok zonder iets te zeggen en liet een halve fles Mekhong en een briefje van duizend baht achter op het nachtkastje. Voor jou, stond erbij. Ze heeft het geld in de pot gedaan waar het team aan het eind van de maand uit verdeelt.

Sommige gasten praten te veel, sommige helemaal niet. Nong heeft een voorkeur voor de stille. Niet omdat ze niet van mensen houdt, maar omdat de stilte haar laat raden, en raden is een spel dat haar de dag doorhelpt. Ze verzint levens voor ze. De oude Engelsman op kamer 8 is volgens haar weduwnaar, want hij vouwt zijn overhemden alsof iemand hem dat ooit heeft geleerd en hij het niet wil verleren. De jonge Belg op 5 is op de vlucht voor iets, want hij schrikt als de telefoon op de balie gaat.

Ze weet dat ze het meestal mis heeft. Dat maakt niet uit. Het gaat niet om de waarheid, het gaat om het kijken.

Wat ze zelf wil

Onder de balie ligt een schrift. Geen gastenboek, geen kasboek. Haar eigen schrift. Daarin staan getallen, optellingen, een plan dat ze al drie jaar bijwerkt. Een eigen zaak, klein, niet hier in Pattaya maar terug in Buriram, waar haar moeder woont en de lucht ’s avonds naar regen en aarde ruikt in plaats van naar uitlaatgassen en frituurvet. Een koffietentje. Of een plek waar ze noedelsoep verkoopt, dat weet ze nog niet. Iets van haarzelf.

Ze rekent vaak. Wat ze hier verdient, wat ze opstuurt naar haar moeder, wat erover blijft. Het overblijvende is altijd minder dan ze hoopt. De huur van een ruimte aan een goede weg in Buriram, de eerste voorraad, een koelkast tweedehands. Ze heeft het allemaal opgeschreven, in baht, tot op de honderd nauwkeurig. Het getal onderaan groeit, maar traag. Als druppels in een emmer die je alleen vol ziet worden als je er niet naar kijkt.

De Duitser van 12 vraagt soms waar ze vandaan komt. Isaan, zegt ze dan, en hij knikt alsof hij weet wat dat betekent. Misschien weet hij het ook. Hij komt hier al jaren. Vandaag vraagt hij iets anders. Of ze hier gelukkig is. Ze houdt even haar adem in, want het is een vraag die niemand stelt. Ze geeft het antwoord dat ze altijd geeft, met een glimlach, en het is niet eens een leugen. Maar als ze zich omdraait om de koffiekan terug te zetten, blijft de vraag in de lucht hangen als de geur van de keuken.

Het seizoen kantelt

Het is eind oktober. De regens worden minder, de avonden droger. Binnenkort komt het hoogseizoen; dan zit het hotel vol en heeft ze geen tijd om levens te verzinnen voor de gasten. Dan is het werken, glimlachen, sleutels, ontbijt, schoonmaakploeg aansturen, klachten over de wifi. Ze kijkt er niet naar uit en ze kijkt er ook naar uit. Drukte betekent fooien. Fooien betekenen druppels in de emmer.

’s Avonds, als ze haar dienst overdraagt aan de nachtportier, loopt ze naar huis langs de gaarkeuken. Mevrouw Daeng schept haar een bord noedels op zonder te vragen, net zoals Nong de koffie inschenkt zonder te vragen. Twintig baht, maar Daeng wil meestal niets aanrekenen. Nong legt het geld toch neer, onder het schaaltje met chilipoeder. Zo hoort het.

Ze eet staand, kijkt naar de straat die nu vol licht en lawaai is, naar de toeristen die de andere kant op lopen, naar de bar waar de muziek begint. Ze denkt aan Buriram. Aan een toonbank die van haar is. Aan een rij potjes met suiker en gecondenseerde melk, netjes op een plank. Aan klanten die ze leert kennen, in plaats van die haar verlaten na een week.

Het schrift ligt thuis in een la, onder haar gevouwen kleren. Vannacht zal ze er weer in schrijven. Een klein getal erbij. En morgen staat ze weer achter de balie als het licht op de muur van vaal naar goud kantelt, en ziet ze ze weer komen en gaan, en bewaart ze haar eigen vertrek voor later. Voor als de emmer vol is.

Hoe leuk of nuttig was deze posting?

Klik op een ster om deze te beoordelen!

Gemiddelde waardering / 5. Stemtelling:

Tot nu toe geen stemmen! Wees de eerste die dit bericht waardeert.

Omdat je dit bericht nuttig vond...

Volg ons op sociale media!

Het spijt ons dat dit bericht niet nuttig voor je was!

Laten we dit bericht verbeteren!

Vertel ons hoe we dit bericht kunnen verbeteren?

Over deze blogger

Thailandblogger

Laat een reactie achter