De discussie over erfenissen en belasting is niet nieuw. Toch krijgt het onderwerp nu extra gewicht door een enorm bedrag: 973 miljard euro. Dat vermogen gaat de komende jaren over van oudere Nederlanders naar hun erfgenamen.

Daarmee ligt er een grote pot geld in beeld. Voor de overheid is dat aantrekkelijk. Niet omdat elke erfenis automatisch rijkdom betekent, maar omdat de totale omvang zo groot is. Als een klein deel daarvan zwaarder wordt belast, levert dat al snel miljarden op.

Onderzoek naar draagvlak voor erfbelasting komt dan ook op een gevoelig moment. Meer dan de helft van de Nederlanders vindt dat erfenissen zwaarder mogen worden belast. Dat zou blijken uit onderzoek van het CBS (!?!) Dat kun je lezen als een maatschappelijk signaal. Je kunt het ook zien als een proefballon: eerst meten hoe de samenleving reageert, daarna pas de politieke stap zetten.

Het verhaal begint bij huizenprijzen

De groei van erfenissen komt vooral door twee ontwikkelingen: vergrijzing en gestegen huizenprijzen. Nederlanders worden ouder, waardoor de komende jaren meer nalatenschappen vrijkomen. Tegelijk zijn huizen sinds 2013 vrijwel twee keer zo duur geworden.

Die prijsstijging is geen natuurverschijnsel. De woningmarkt is jarenlang gestuurd door schaarste, lage rente, ruimhartige hypotheekregels en beleid dat huizenbezit aantrekkelijk maakte. Veel ouderen hebben daardoor een flinke overwaarde opgebouwd, niet altijd omdat ze extreem rijk zijn, maar omdat zij toevallig op het juiste moment een huis konden kopen.

Nu wordt die overwaarde gepresenteerd als vermogen dat eerlijker belast moet worden. Dat schuurt. De overheid heeft zelf jarenlang meegebouwd aan een woningmarkt waarin bezit steeds meer waard werd. Nu die waarde in nalatenschappen zichtbaar wordt, kijkt dezelfde overheid naar de belastingopbrengst.

De erfgenaam lijkt snel de schuldige

In het debat klinkt vaak dat erfgenamen geld krijgen zonder dat zij daarvoor hebben gewerkt. Dat klopt technisch gezien. Een erfenis is geen loon en geen beloning voor prestatie. Toch is dat maar de helft van het verhaal.

Achter een erfenis zit meestal een familiegeschiedenis. Ouders hebben gewerkt, gespaard, afgelost, soms zuinig geleefd en misschien jarenlang onderhoud aan een huis betaald. Voor nabestaanden komt het geld bovendien vaak op een pijnlijk moment: na verlies, rouw en veel papierwerk.

Dan voelt erfbelasting al snel als een tweede rekening na een emotionele klap. Zeker als de nalatenschap vooral uit stenen bestaat. Een huis op papier van enkele tonnen betekent niet dat erfgenamen dat bedrag direct op hun rekening hebben. Soms moet een woning worden verkocht om de belasting te kunnen betalen.

Wat kinderen nu betalen

Niet iedere erfgenaam betaalt erfbelasting. Er gelden vrijstellingen. De relatie met de overledene bepaalt hoe hoog die vrijstelling is.

Voor kinderen, stiefkinderen en pleegkinderen geldt in 2026 een vrijstelling van 26.230 euro. Over het belaste deel tot 158.669 euro betalen zij 10 procent. Over het deel daarboven betalen zij 20 procent. Voor kleinkinderen en verdere afstammelingen gelden hogere tarieven: 18 en 36 procent. Voor overige erfgenamen, zoals broers, zussen, neven, nichten of vrienden, loopt dat op tot 30 en 40 procent.

Dat zijn geen symbolische tarieven. Bij een woning, spaargeld of beleggingen kan de aanslag fors zijn. Toch wordt erfbelasting in het publieke debat vaak neergezet als een nette correctie op ongelijkheid. De vraag is of dat niet te gemakkelijk is.

Ongelijkheid is echt, maar belasting is niet automatisch eerlijk

De cijfers over erfenissen laten grote verschillen zien. Kinderen van 75-plussers met een huurwoning erven gemiddeld 18.000 euro als hun ouders ook huren. Wonen hun ouders in een koopwoning, dan loopt dat bedrag op tot gemiddeld 368.000 euro.

Wonen die kinderen zelf al in een koopwoning, dan ontvangen zij gemiddeld zelfs 463.000 euro. Dat laat zien hoe bezit zich kan opstapelen. Wie ouders met vermogen heeft, krijgt vaker nog meer financiële ruimte. Wie uit een huurhuishouden komt, begint vaak met minder en erft later ook minder.

Dat verschil is maatschappelijk relevant. Maar de conclusie dat een hogere erfbelasting dit rechtvaardiger maakt, verdient meer tegenspraak. Want belasting heffen is niet hetzelfde als kansen eerlijk verdelen. De overheid moet dan ook uitleggen waar het geld precies naartoe gaat, wie er beter van wordt en of lagere en middeninkomens niet opnieuw de rekening krijgen.

De middenklasse komt vaak klem te zitten

Bij erfbelasting denkt men snel aan miljonairs, villa’s en grote beleggingsportefeuilles. In werkelijkheid kan ook de gewone middenklasse ermee te maken krijgen. Zeker in regio’s waar huizenprijzen hard zijn gestegen.

Een ouder stel dat tientallen jaren geleden een rijtjeshuis kocht, kan op papier een groot vermogen nalaten. Dat zegt weinig over hun inkomen tijdens hun leven. Veel ouderen hebben geen luxe bestaan gehad, maar wel een woning die door de markt veel meer waard is geworden.

Als de erfbelasting omhooggaat, raakt dat niet alleen de zeer vermogenden. Het kan ook families treffen die één huis nalaten en verder weinig financiële ruimte hebben. Dat maakt de discussie gevoeliger dan de grote bedragen doen vermoeden.

De overheid praat over eerlijkheid, maar int ook meer geld

Erfbelasting heeft twee gezichten. Aan de ene kant wordt ze verdedigd als middel tegen ongelijkheid. Aan de andere kant is het gewoon een inkomstenbron voor de schatkist.

Dat laatste verdwijnt vaak naar de achtergrond. Tussen 2013 en 2022 steeg het jaarlijks nagelaten vermogen in Nederland met ongeveer 10 miljard euro. De opbrengst van de erfbelasting nam in diezelfde periode met bijna 1 miljard euro toe. De overheid profiteert dus al mee van de erfenisgolf.

Daarom is argwaan begrijpelijk. Als Den Haag zegt dat het om gelijke kansen gaat, mag de burger vragen of het niet vooral ook om geld gaat. Zeker in een tijd waarin de overheid steeds nieuwe uitgaven moet dekken, ligt een grote vermogensoverdracht voor de hand als belastingbron.

Grote verschillen in erfbelasting in Europa

Binnen Europa lopen de verschillen in erfbelasting sterk uiteen. Nederland zit qua opbrengst uit erf- en schenkbelasting in de middenmoot, maar haalde in 2025 wel 4,1 miljard euro binnen. Dat is ruim twee keer zoveel als in 2019. Voor kinderen geldt in Nederland een vrijstelling van 26.230 euro, daarna betalen zij 10 procent en boven 158.669 euro 20 procent. In België loopt de belasting bij grotere erfenissen sneller op, afhankelijk van de regio. In Vlaanderen betaalt een kind boven 250.000 euro 27 procent, terwijl Brussel en Wallonië boven 500.000 euro uitkomen op 30 procent. Duitsland en Frankrijk ontzien kleinere erfenissen meer, maar belasten de allergrootste nalatenschappen veel zwaarder. In Duitsland loopt het tarief voor kinderen bij miljoenenbedragen op tot 30 procent. In Frankrijk kan dat zelfs oplopen tot 45 procent over het hoogste deel.

Opvallend is dat juist sommige landen met een stevig sociaal stelsel milder omgaan met erfenissen. Italië kent een vrijstelling van 1 miljoen euro per kind en rekent daarboven slechts 4 procent. Portugal heft geen erfbelasting voor kinderen. Spanje verschilt sterk per regio, waardoor erfgenamen in Madrid vaak veel gunstiger uit zijn dan in Catalonië. Ook Scandinavië laat zien dat hoge belastingen niet automatisch hoge erfbelasting betekenen. Denemarken rekent na een vrijstelling ongeveer 15 procent, terwijl Zweden en Noorwegen de erfbelasting volledig hebben afgeschaft. De redenering daar was kritisch: de opbrengst woog niet op tegen de bureaucratie, ontwijkconstructies en het gevoel dat vermogen na jaren belasting betalen nog een keer werd afgeroomd. Dat maakt de Nederlandse discussie extra ongemakkelijk.

Onderzoek kan het debat sturen

Onderzoek naar draagvlak lijkt neutraal. Toch kan het politieke debat erdoor verschuiven. Als uit onderzoek blijkt dat een meerderheid hogere erfbelasting steunt, krijgt beleid sneller een keurmerk van redelijkheid.

Daarmee wordt de vraag niet meer: moet de overheid meer erven belasten? De vraag wordt dan: hoe hoog en voor wie? Dat is een subtiele, maar krachtige verschuiving.

Zo kan onderzoek werken als voorbereiding op beleid. Eerst wordt het maatschappelijk klimaat gemeten. Daarna volgen woorden als eerlijkheid, modernisering en herziening. Pas aan het einde komt de belastingverhoging zelf in beeld. Tegen die tijd lijkt die minder radicaal, omdat het publiek er al aan gewend is geraakt.

Den Haag werkt al aan nieuwe regels

De laatste grote aanpassing van de Successiewet, waarin de erf- en schenkbelasting zijn geregeld, stamt uit 2010. Inmiddels kijkt Den Haag opnieuw naar de manier waarop vermogen wordt doorgegeven.

De overheid wil constructies aanpakken waarbij partners vlak voor overlijden of bij scheiding vermogen ongelijk verdelen. Ook wil het kabinet de forfaits in de schenk- en erfbelasting vernieuwen. Dat zijn vaste bedragen of rekenregels die bij de aangifte worden gebruikt.

Die forfaits zijn lange tijd niet aangepast. Door ze te vernieuwen, moeten ze beter aansluiten bij marktrente en levensverwachting. Dat klinkt technisch, maar kan in de praktijk invloed hebben op de belastingdruk.

Er moet nog een wetsvoorstel worden ingediend. Als de planning wordt gehaald, gaan de aanpassingen op 1 januari 2028 in. Dat maakt de huidige discussie allesbehalve vrijblijvend.

Meer tijd voor aangifte lost de kern niet op

Sinds 2026 hebben erfgenamen twintig maanden de tijd om aangifte erfbelasting te doen. Voorheen was dat acht maanden. Dat geeft nabestaanden meer ruimte, zeker als er een woning, onderneming of bezit in het buitenland bij de nalatenschap hoort.

Toch verandert die langere termijn niets aan de kern. De aanslag blijft komen. De waardering van een woning blijft lastig. En families blijven soms gedwongen om keuzes te maken onder emotionele druk.

Voor Nederlanders in Thailand kan dat extra ingewikkeld zijn. Denk aan een Nederlandse woning, een Thaise partner, kinderen uit een eerdere relatie of bezit in beide landen. Dan is erfbelasting niet alleen een nationale discussie, maar een persoonlijke puzzel met juridische en praktische gevolgen.

Thailand maakt nalaten nog ingewikkelder

Voor lezers van Thailandblog is de grensoverschrijdende kant van groot belang. Veel Nederlanders wonen een deel van het jaar in Thailand, hebben daar een partner of bouwen er een nieuw bestaan op. Tegelijk blijft er vaak vermogen in Nederland achter.

Dat kan gaan om een woning, bankrekening, pensioenvermogen of spaargeld. Wie overlijdt, laat dan niet alleen geld na, maar ook vragen. Welk recht geldt? Wie zijn de erfgenamen? Is er een Nederlands testament? Is er ook bezit in Thailand? En begrijpt de Thaise partner wat de Nederlandse erfbelasting betekent?

Juist daarom verdient deze discussie meer dan een simpel verhaal over rijke erfgenamen. Voor gewone families kan nalaten al ingewikkeld genoeg zijn. Hogere belasting maakt die spanning niet kleiner.

De kernvraag blijft ongemakkelijk

Is de aandacht voor erfbelasting een manier van de overheid om discussie op gang te brengen en later meer belasting te innen? Hard bewijs daarvoor is er niet. Maar het patroon is herkenbaar genoeg om kritisch te zijn.

Eerst verschijnt een groot bedrag: 973 miljard euro. Daarna volgt onderzoek waaruit blijkt dat een meerderheid zwaardere belasting steunt. Vervolgens wordt gesproken over eerlijkheid, ongelijkheid en modernisering. Ondertussen werkt Den Haag al aan nieuwe regels.

Dat betekent niet dat elke aanpassing verkeerd is. Ongelijkheid door erfenissen bestaat echt. Grote vermogens worden vaak doorgegeven binnen dezelfde families. Wie niets erft, heeft minder kansen. Maar als de overheid meer wil innen, moet zij daar eerlijk over zijn en niet alleen spreken over rechtvaardigheid.

De erfenisgolf van 973 miljard euro legt een ongemakkelijke waarheid bloot. Vermogen wordt steeds ongelijker verdeeld, maar de overheid ziet ook een enorme belastingbasis ontstaan. Een kritisch debat is daarom hard nodig. Niet alleen over wat erfgenamen moeten afstaan, maar vooral over wat de overheid met dat geld doet.

Bronnen: NOS, Centraal Planbureau, ESB, Belastingdienst, Rijksoverheid.

Over deze blogger

Redactie
Redactie
Dit artikel is geschreven en gecontroleerd door de redactie. De inhoud is gebaseerd op persoonlijke ervaringen, meningen en eigen onderzoek van de auteur. Waar relevant, is er gebruikgemaakt van AI als hulpmiddel bij het schrijven en structureren van teksten. Wij genereren soms ook foto's met AI. Hoewel er zorgvuldig wordt omgegaan met de inhoud, kan niet worden gegarandeerd dat alle informatie volledig, actueel of foutloos is.
De lezer is zelf verantwoordelijk voor het gebruik van de informatie op deze website. De auteur aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade of gevolgen die voortvloeien uit het gebruik van de geboden informatie.

1 reactie op “Opinie: maakt de erfenisgolf van 973 miljard de weg vrij voor hogere belasting?”

  1. Harry Romijn zegt op

    Het hemd is nader dan de rok. Als “de Nederlander” gevraagd wordt, of emigranten, die buiten NL of zelfs Europa gaan wonen om een plezieriger maar vooral goedkoper leven te gaan leiden, nog steeds hun volledige NLe AOW moeten ontvangen, ooit gebaseerd als totale armoedebestrijder, en.. uitgiftes in NL ter ondersteuning van de NLe economie, zullen velen zeggen, dat die AOW elders aan de daar geldende kosten van levensonderhoud moeten worden aangepast, of zelfs helemaal mogen vervallen. Totdat… ze zelf in Zuid-Spanje c.s. of zelfs naar Thailand (willen) verkassen, want dan moet diezelfde AOW ( + private pensioenen) natuurlijk vallen onder het (lagere) buitenlandse belastingregime…
    Nogal wat NL-ers hebben hun hele leven zuinig geleefd, gespaard, om hun huis af te betalen, niet op vakantie geweest enz. En helemaal, als ze een paar keer verbeterd zijn in hun woonsituatie, van een kleine rijtjeswonig naar een forse vrijstaande huis..

    Wat blijft er voro de nu ouder wordende NL-er over ?
    a) op tijd naar een fsicaal vriednelijker land gaan: Murcia, Andaluz, Algarve, Kreta, Cyprus, en met de S1 verklarin vallend onder de Nederlandse zorgverzekerign qua kosten kosten v

    0

Laat een reactie achter