Blijven of Verrekken – De klem (deel 8)
Udon Thani en Bangkok, november 2034

Gerrit werd gevonden op een woensdag, door zijn tuinman, in de stoel op zijn terras, en het woord dat de club koos was hartaanval.
Het was een goed woord. Het paste op een kaart, het paste in een telefoongesprek met de kinderen in Nederland, het paste bij een man van zesenzeventig. Niemand gebruikte een ander woord, ook Theo niet, en Theo wist meer dan de anderen, want Theo had twee weken eerder naast Gerrit aan de bar gezeten toen Gerrit hem iets vroeg met een stem die te licht was voor de vraag.
“Hoeveel heb jij nog, Theo? Als je alles optelt en alles aftrekt. Haal jij het nieuwe bedrag?”
Theo had een grap gemaakt, iets over dat hij nog altijd rijker was dan de golfclub aan strafballen, en Gerrit had gelachen, te lang, en daarna naar zijn glas gekeken en gezegd: “Ik kom er zestien procent onder. Mijn verzekering is opgezegd, mijn verlenging komt in maart, en ik heb niks meer te verkopen behalve het huis, en het huis is van haar familie.” Toen had Theo moeten doorvragen. Dat wist hij nu. Nu wist hij ook wat hij toen had gedaan: nog een rondje besteld.
Het huis werd binnen een maand verkocht, door de kinderen, vanuit Nederland, per volmacht, aan de enige partij die in die wijk nog bood. De kinderen kwamen niet over. Dat werd ze op de club kwalijk genomen, twee borrels lang, tot Kees zei wat niemand wilde horen: dat een ticket voor twee personen tegenwoordig een maandinkomen kostte en dat de kinderen van Gerrit gewoon Gerrits eigen som maakten, één generatie later. Daarna werd er over de kinderen gezwegen, zoals over alles werd gezwegen dat te dichtbij kwam.
De crematie was op zaterdag. Er waren achtentwintig mensen, van wie negentien farang, en na afloop stond het groepje van de club buiten in de schaduw en probeerde Theo het, uit gewoonte, uit wanhoop, omdat iemand het moest proberen.
“Gerrit zou zeggen: eindelijk een bijeenkomst waar hij niet zelf de drank hoeft te betalen.”
Niemand lachte. Niemand keek hem aan. Henk staarde naar de parkeerplaats, Kees naar zijn schoenen, en de grap bleef tussen hen in staan als een gast die niemand had uitgenodigd. Het was geen boosheid. Het was op. Er was in het hele gezelschap geen lachen meer voorradig, en Theo begreep voor het eerst dat humor geen karakter is maar een voorraad, en dat die voorraad wordt aangevuld door iets dat hoop heet.
Hartaanval, zei iedereen. Het paste op een kaart.
Zes weken later sloot de club. Het ledental was onder het minimum gezakt, de pachter kon de huur niet meer opbrengen, en op de laatste zaterdag speelden er elf man negen holes op een baan die al niet meer werd gemaaid. Theo sloeg af op hole één en keek de bal na en dacht: vijftien jaar. Niemand zei een woord te veel die middag. Aan het eind gaf de barman iedereen een hand, en Henk nam de vlag van hole negen mee, gewoon, uit de grond, onder zijn arm, en niemand vond er iets van, want ergens moest het bewijs blijven dat dit alles had bestaan.
*
Het gesprek bij de bank duurde twaalf minuten.
Theo en Pim hadden een afspraak aangevraagd over het nieuwe bedrag, over een regeling, uitstel, een overbrugging, iets. De medewerker was jong en vriendelijk en las voor van een scherm dat naar hen toe gedraaid stond, als bewijs van transparantie. Het saldo voldeed niet aan de vereisten voor de herkeuring van maart. Aanvullen kon uitsluitend via geregistreerde overboeking tegen de dagkoers van de bank. Een overbruggingsproduct was voor de doelgroep van meneer niet langer beschikbaar. De doelgroep van meneer. Theo vroeg niet wat de doelgroep van meneer was. Dat wist hij wel.
Op de parkeerplaats stapten ze in de auto en Theo startte de motor niet. De airco bleef uit, want benzine was op de bon en de bon was op, en het werd meteen heet in de auto, en daar, met de papieren van de bank op het dashboard en het zweet in zijn nek, maakten ze de rekening op. Pim schreef de bedragen onder elkaar in haar kleine rechte handschrift, het saldo, het gat tot het nieuwe bedrag, wat het huis nog opbracht bij de mannen met de map, wat een kamer in de stad kostte, wat Nederland kostte. Onderaan zette ze een streep, en onder de streep schreef ze niets, want onder de streep was niets.
“We kunnen niet blijven,” zei Theo. “En we kunnen niet weg.”
“Ja,” zei Pim.
Ze zei het zoals je een naam bevestigt. Dit was waar ze woonden nu. Niet in het huis, niet in Thailand, maar in die zin.
Toen zei Pim wat ze al weken bij zich droeg, plat en praktisch, zonder omhaal: haar dorp. De kamer achter het huis van haar broer. Het huis verkopen nu de mannen nog boden, het geld op de bank zetten voor het visum, en leven waar leven bijna niets kostte. Theo keek naar de streep zonder uitkomst en zei ja, en het klonk niet als een besluit. Het klonk als iemand die opgeeft wat er op te geven valt om te houden wat er te houden valt: haar, een dak, een visum. Meer stond er niet meer op de lijst.
*
Zijn zoon belde die zondag, en het gesprek was drie minuten oud toen Theo het hoorde aankomen, in de omwegen, in de te lange aanloop over het weer in Drenthe.
“Pa. Ik moet je wat vragen en ik vind het klote.” De hypotheekrente was verdubbeld bij het aflopen van de rentevaste periode. De energierekening. De boodschappen. “We komen elke maand vierhonderd tekort. Ik vroeg me af. Jij zit daar toch goedkoop. Of je iets zou kunnen missen. Tijdelijk.”
Theo zat op het terras van een huis dat over zes weken niet meer van hen was, en keek naar het groene hek aan de overkant, en zei: “Natuurlijk, jongen. Komt goed. Ik maak deze week wat over.”
Na het ophangen bleef hij lang zitten. Er was een tijd geweest dat hij dacht dat de waarheid het duurste was dat een vader kon geven. Dat was niet zo. Het duurste was de leugen dat het goed ging, want die moest elke maand opnieuw worden betaald, in geld dat er niet was en in woorden die steeds beter moesten worden naarmate ze minder waar werden.
*
Nan kreeg haar aanbod op de negende verdieping, in dezelfde vergaderzaal, met dezelfde kopjes, en deze keer werd de derde man wel voorgesteld, wat betekende dat het menens was.
Singapore. Een detachering bij een regionaal samenwerkingsverband, drie jaar, verlenging mogelijk. Een functie die klonk als een beloning en gebouwd was als een verbanning: prestigieus, goedbetaald, en zonder toegang tot ook maar één systeem dat ertoe deed. Haar chef somde de voordelen op. De derde man zei niets en keek naar haar zoals je naar een weegschaal kijkt, niet naar het ding maar naar waar de naald heen gaat.
“En als ik liever hier blijf?” vroeg Nan.
“Dan blijft u hier,” zei de derde man. Het waren zijn enige woorden, en ze waren volmaakt vriendelijk, en Nan hoorde alles wat erin zat. Dan blijft u hier was geen toezegging. Het was een plaatsbepaling.
“Het is een prachtige kans,” zei haar chef. “Denk er rustig over na.”
Het systeem was beleefd. Het gaf je altijd de tijd om ja te zeggen, en Nan wist waarom: de tijd zelf deed het werk. Elke week bedenktijd was een week waarin een schuur kon branden, een journalist kon verongelukken, een vader alleen in een halflege soi zat. Bedenktijd was geen ruimte. Bedenktijd was druk, uitgesmeerd tot het op geduld leek.
“Ik zal erover nadenken,” zei ze.
Bangkok had sinds oktober een avondklok, om middernacht, na de rellen bij het ministerie van Arbeid, en de stad die nooit sliep deed nu elke nacht alsof. Nan liep voor de zekerheid al om tien uur naar huis, langs pinautomaten met hekken ervoor en een rij die er om zeven uur ’s ochtends alweer zou staan, want de opnamelimiet was tweeduizend baht per dag geworden en niemand geloofde meer dat dat tijdelijk was.
Thuis haalde ze de wintermantel uit de kast en hing hem vooraan. Dat was alles, een mantel die van plaats veranderde, en toch was het de grootste beslissing van de week.
Wie zijn jas vooraan hangt, heeft besloten dat het koud gaat worden.
* * *
Eerder in deze serie is verschenen:
Blijven of Verrekken – De Cijfers Kloppen Niet (deel 1)
Blijven of Verrekken – De Nieuwe Buren (deel 2)
Blijven of Verrekken – Het Feest Gaat Door (deel 3)
Blijven of Verrekken – De Schuld (deel 4)
Blijven of Verrekken – De Wet (deel 5)
Blijven of Verrekken – Nans Kopie (deel 6)
Blijven of Verrekken – De Straat (deel 7)
Over deze blogger

- Zijn naam is Hans Vredevoort uit Amsterdam, geboren in 1956, en hij heeft nooit eerder verhalen geschreven, maar heeft wel technische artikelen en een boek op zijn naam in 2012 over de private cloud. Na zijn studie aan de Universiteit Utrecht in de Engelse literatuur begin jaren tachtig kwam hij in de IT-wereld terecht. Er waren immers geen banen voor een jonge academicus in die jaren. Hij ontwikkelde zich tot een specialist op het gebied van IT-infrastructuren en Microsoft-software. In 2017 vond hij het echter genoeg, zegde zijn baan op, scheidde van zijn Nederlandse vrouw, verkocht het huis en kocht een ticket naar Bangkok. Eerder dat jaar was hij in Bangkok geweest om een training te geven aan HP-engineers en was hij die week tegen een wonderschone Thaise aangelopen. Vanaf dat moment stond deel 2 van zijn leven helder op zijn vizier. Een paar jaar later was hij getrouwd met diezelfde Thaise en betrokken zij een nieuwe woning in een rustig dorpje aan de zuidflank van Udon Thani. Wel met een stevige glasvezelverbinding.
Lees hier de laatste artikelen
Cultuur27 augustus 2026Blijven of Verrekken – De klem (deel 8)
Cultuur17 augustus 2026Blijven of Verrekken – De straat (deel 7)
Cultuur11 augustus 2026Blijven of Verrekken – Nans Kopie (deel 6)
Cultuur1 augustus 2026Blijven of Verrekken – De wet (deel 5)
