Blijven of Verrekken – Nans Kopie (deel 6)

Bangkok, augustus 2033
Nan las het wetsontwerp toen het nog een ontwerp was, op haar werk, gewoon, want het was openbaar, en openbare stukken lezen was nog net geen misdrijf.
Ze las het zoals zij dingen las, niet op wat er stond maar op hoe het er stond, en bij artikel elf ging ze rechtop zitten. De overgangsregeling. De formulering. Geregistreerd investeringsplan als bedoeld in paragraaf drie. Ze kende die constructie. Ze kende die woordvolgorde. Ze had die exacte formulering eerder gezien, in een whitepaper van een adviesbureau in Bangkok, een keurig bureau met een keurige klantenlijst, vier lagen diep onder een houdstermaatschappij in Macau.
Wetten worden geschreven door ambtenaren, en ambtenaren schrijven stroef maar eigen. Dit artikel was niet stroef. Dit artikel was elegant, op de manier van iemand die per uur wordt betaald.
Ze zocht het whitepaper thuis op, op de contante laptop, en legde de teksten naast elkaar. Zevenendertig woorden identiek, inclusief een komma die er grammaticaal niet hoorde.
Een komma. Zevenendertig woorden en een foute komma. Zo groot was het bewijs dat de wet tegen de buitenlanders geschreven was door het netwerk waartegen hij zogenaamd was gericht, en zo klein. En er bestond in het hele land geen loket waar je met een komma naartoe kon.
Er bestond wel iets anders.
*
De journalist heette Wichai en Nan koos hem zoals ze alles koos, op basis van dossiers.
Vijftien jaar onderzoeksjournalistiek. Twee rechtszaken wegens smaad, beide gewonnen. Eén reeks over de gokindustrie aan de grens die halverwege was gestopt zonder verklaring, wat betekende dat hij te dichtbij was gekomen, wat betekende dat hij wist hoe dichtbij eruitzag. Gescheiden, geen kinderen. Dat laatste woog ze mee, en ze schaamde zich dat ze het meewoog, en ze woog het mee.
Ze benaderde hem via een omweg van drie mensen en ze ontmoetten elkaar in een food court in Nonthaburi, in de lunchdrukte, twee mensen met dienbladen tussen driehonderd mensen met dienbladen.
“U eet niet,” zei Wichai.
“Ik eet thuis.”
“Voorzichtige mensen eten thuis.” Hij zei het zonder spot, en at zelf rustig door, met de gewoonte van iemand die had geleerd dat je nooit weet wanneer de volgende rustige maaltijd komt.
Ze gaf hem geen documenten. Ze gaf hem een verhaal, mondeling, veertig minuten, van de vierendertig transacties tot de komma in artikel elf. Wichai at en luisterde en stelde drie vragen, en het waren de goede drie, en bij de derde wist Nan dat ze de juiste man had gekozen. Dat besef zou ze de rest van haar leven meedragen als het zwaarste dat ze bezat.
“Documentatie?” vroeg hij ten slotte.
“Als u het verhaal rond krijgt uit eigen bronnen, krijgt u van mij de ontbrekende stukken. Niet eerder. U moet het zelf gevonden kunnen hebben.”
“U beschermt uzelf.”
“Ik bescherm ons allebei.”
Wichai knikte langzaam. “Weet u wat het verschil is tussen een bron en een medeplichtige?” Hij schoof zijn dienblad van zich af. “Niets. Alleen de afloop.”
*
Hij werkte er negen weken aan.
Nan volgde het van een afstand, aan signalen die alleen zij kon lezen. Een opvraging bij het kadaster in Khon Kaen door een niet-overheidspartij. Een informatieverzoek bij de beurstoezichthouder. Een vraag in een besloten forum voor bedrijfsjuristen over de reikwijdte van paragraaf drie. Wichai deed het goed, langzaam en van buiten naar binnen, zoals je een web in kaart brengt zonder aan de draden te trekken. Twee keer stuurde hij haar via de omweg een enkele regel. De eerste: het klopt. De tweede, drie weken later: het is groter.
Groter. Nan zat een avond op dat ene woord te kauwen. Groter dan vierendertig transacties. Groter dan een wet. Ze maakte een lijst van wat groter kon betekenen en streepte door wat ze niet kon onderbouwen, en er bleven twee mogelijkheden over, en van allebei werd het stil in de halve slaapkamer.
Er kwam geen derde regel.
*
Het bericht stond op een woensdagochtend tussen het andere nieuws, vier zinnen, regionaal.
Journalist omgekomen bij eenzijdig verkeersongeval op de weg tussen Bang Bua Thong en zijn woonplaats. Vermoedelijk de macht over het stuur verloren. Geen getuigen. De politie sloot een misdrijf uit.
Nan las de vier zinnen aan haar bureau, en toen las ze ze opnieuw, met het andere deel van haar hoofd, het deel dat rapporten schreef.
De weg tussen Bang Bua Thong en zijn woonplaats was recht. Ze reed hem virtueel af, meter voor meter: recht, vlak, verlicht. Het had die nacht niet geregend. Droog wegdek, geen remsporen, meldde het politierapport dat ze twee dagen later las via een toegang die ze niet had mogen hebben. Geen remsporen betekent slapen of sterven voor de klap, en Wichai dronk niet, dat had in zijn dossier gestaan. En het stuk weg waar hij de macht over het stuur verloor, was van de hele elf kilometer het enige stuk zonder camera.
Het rapport was grondig. Het somde op wat er allemaal niet was: geen getuigen, geen remsporen, geen alcohol, geen tweede voertuig, geen aanleiding. Rapporten zijn het grondigst in wat er niet is, wanneer de conclusie al vaststond voordat iemand ging kijken.
Nan huilde niet. Ze zou het later proberen, uit plichtsbesef tegenover Wichai, en het kwam niet, en ze begreep dat het systeem ook dat had ingenomen.
De crematie was op een zaterdag in zijn geboorteplaats, drie uur rijden, en Nan ging niet. Ze rekende het uit zoals ze alles uitrekende: wie daar zou staan, wie daar zou kijken, welke lijst er langer werd van haar aanwezigheid. Dat de rekensom klopte, maakte hem niet minder onvergeeflijk. Ze zat die middag in haar appartement met de telefoon uit, en om vier uur, het uur van de plechtigheid, stond ze op en waste ze haar theeglas af, langzaam, met twee handen. Dat was haar aandeel. Een schoon glas in een leeg appartement, en niemand die het ooit zou weten.
Toen pakte ze de contante laptop en deed ze drie dingen, methodisch, in een volgorde die ze in negen weken had voorbereid zonder zichzelf te vertellen waarvoor. Ze maakte van alles drie kopieën. Ze bracht de eerste naar een plek in Bangkok, de tweede naar een plek buiten Bangkok, en de derde hield ze op een plek die zelfs in haar eigen hoofd geen naam had.
Iemand zou later vragen waarom ze niet stopte na Wichai. Iedereen zou dat vragen. Het antwoord was eenvoudig en ze zou het nooit hardop geven: wie stopt na de dode, maakt van de dode het slot van het verhaal. En Wichai was het slot niet. Wichai was voetnoot vierenveertig.
Het rapport had er drieënveertig gehad.
Ze schreef verder.
* * *
Eerder in deze serie is verschenen:
Blijven of Verrekken – De Cijfers Kloppen Niet (deel 1)
Blijven of Verrekken – De Nieuwe Buren (deel 2)
Blijven of Verrekken – Het Feest Gaat Door (deel 3)
Blijven of Verrekken – De Schuld (deel 4)
Blijven of Verrekken – De Wet (deel 5)
Over deze blogger

- Zijn naam is Hans Vredevoort uit Amsterdam, geboren in 1956, en hij heeft nooit eerder verhalen geschreven, maar heeft wel technische artikelen en een boek op zijn naam in 2012 over de private cloud. Na zijn studie aan de Universiteit Utrecht in de Engelse literatuur begin jaren tachtig kwam hij in de IT-wereld terecht. Er waren immers geen banen voor een jonge academicus in die jaren. Hij ontwikkelde zich tot een specialist op het gebied van IT-infrastructuren en Microsoft-software. In 2017 vond hij het echter genoeg, zegde zijn baan op, scheidde van zijn Nederlandse vrouw, verkocht het huis en kocht een ticket naar Bangkok. Eerder dat jaar was hij in Bangkok geweest om een training te geven aan HP-engineers en was hij die week tegen een wonderschone Thaise aangelopen. Vanaf dat moment stond deel 2 van zijn leven helder op zijn vizier. Een paar jaar later was hij getrouwd met diezelfde Thaise en betrokken zij een nieuwe woning in een rustig dorpje aan de zuidflank van Udon Thani. Wel met een stevige glasvezelverbinding.
Lees hier de laatste artikelen
Cultuur11 augustus 2026Blijven of Verrekken – Nans Kopie (deel 6)
Cultuur1 augustus 2026Blijven of Verrekken – De wet (deel 5)
Cultuur29 juli 2026Blijven of Verrekken – De Schuld (deel 4)
Cultuur21 juli 2026Blijven of Verrekken – Het Feest Gaat Door (deel 3)
