Een serie in tien delen
Udon Thani, 2031. Theo Vermeer zit op zijn terras met koffie en ziet zijn buurman zijn land verkopen voor het dubbele van de marktprijs. Hij vindt het mooi voor hem. Vierhonderd kilometer verderop ontdekt een jonge analiste bij de centrale bank een patroon in vastgoedtransacties dat niet hoort te kloppen, en dat ook niet mag blijven bestaan. Haar rapport verdwijnt dezelfde week nog in een la.
Wat volgt is het verhaal van vijf jaar waarin een land zichzelf herschrijft. Een spoorlijn die nog moet worden aangelegd, trekt kapitaal aan uit Macau. Wetten die farang zouden moeten beschermen tegen buitenlandse opkopers blijken geschreven door diezelfde opkopers. En terwijl de instituties nog gewoon lijken te functioneren, brokkelt er onder het oppervlak iets af: de omgangsvormen, het vertrouwen, de plek van de buitenlander die dacht dat hij hier gewoon oud mocht worden.
Blijven of Verrekken volgt twee mensen die dat proces van weerszijden meemaken. Theo, die zijn hele bestaan in Thailand heeft opgebouwd, ontdekt dat teruggaan naar Nederland even onmogelijk is geworden als blijven. En Nan, de analiste, die moet kiezen tussen zwijgen en een carrière, of spreken en alles wat daarbij hoort verliezen.
Dit is geen voorspelling en geen aanklacht tegen een land waar velen van ons met plezier wonen. Het is fictie: verzonnen personages, een verzonnen tijdlijn, gebaseerd op mechanismen die vandaag al bestaan, hier en elders. Wat er met Theo en Nan gebeurt, hoeft niet te gebeuren. Maar het kán.
Tien delen. Geen happy end gegarandeerd.
Blijven of Verrekken – De Cijfers Kloppen Niet (deel 1)

Bangkok en Udon Thani, maart 2031
De transacties kwamen binnen zoals alles binnenkwam, als regels in een systeem, en niemand had er iets in gezien. Vierendertig vastgoedaankopen in Isan, verspreid over veertien maanden en zes provincies. Gespreid genoeg om niet op te vallen.
Nan viel het op. Dat was geen verdienste, het was haar functie: zij was de laatste die naar de regels keek voordat ze werden opgeborgen. Vierendertig aankopen, drie kopers. Drie kopers, één geldschieter, een houdstermaatschappij in Macau. En drie kopers die volgens hun belastingaangiften samen een jaarinkomen hadden waarmee je in Bangkok een parkeerplaats kon huren.
Ze deed wat ze altijd deed met transacties die zich verspreid voordeden: ze zette ze op een kaart.
De vierendertig punten vormden geen vlek. Vlekken zijn onschuldig, vlekken betekenen dat iemand koopt waar het goedkoop is. De punten vormden een lint. Het lint begon boven Khon Kaen, liep langs Udon Thani en eindigde bij Nong Khai, aan de rivier, aan de brug, aan Laos. Nan legde er de kaart van het spoortracé overheen, de hogesnelheidslijn waar al vijftien jaar over werd gesproken en waarvoor vorig jaar ineens, geruisloos, de financiering rond was gekomen. De lijn naar Vientiane. De lijn naar Kunming. De lijn naar China.
De punten en het tracé vielen samen als een vouw in een vel papier.
Iemand kocht de toekomst op voordat die was aangekondigd. En iemand wist waar de stations kwamen, en waar het overslagterrein, want bij Udon verdikte het lint zich tot een kluwen van zeventien percelen rond een stuk grond dat op geen enkele openbare tekening een bestemming had.
Ze schreef het rapport in twee dagen. Zeventien pagina’s, drieënveertig voetnoten, geen enkele conclusie die niet uit de cijfers zelf kwam. Ze diende het in op donderdag.
Op vrijdag stond haar chef bij haar bureau.
“Goed werk,” zei hij.
“Dank u.”
“Grondig. Zoals altijd.”
“Dank u.”
Hij legde het rapport op haar bureau. Hij legde het omgekeerd neer, met de achterkant naar boven, en Nan zou later vaak aan dat detail denken. Iemand die een rapport teruggeeft, legt het met de voorkant naar boven. Iemand die iets begraaft, draait het om.
“Laat dit even liggen.”
“Even?”
“Even.”
“Hoelang is even?”
Haar chef keek haar aan. Hij was geen slechte man. Dat was het probleem met het hele gebouw: er werkten bijna geen slechte mensen. Er werkten mensen die wisten hoe lang even was.
“Er loopt iets op een ander niveau,” zei hij. “Dubbel werk is zonde van jouw tijd.”
Hij liep weg. Nan keek naar de achterkant van haar rapport. Op de achterkant stond niets. Dat was tenslotte het idee.
*
Zevenhonderd kilometer noordoostelijk zat Theo Vermeer op zijn terras en had geen idee dat hij naast een spoorlijn woonde die nog niet bestond.
Hij zat waar hij elke ochtend zat, in de rotanstoel die naar zijn vorm was gaan staan, met koffie uit het apparaat dat zijn zoon hem had opgestuurd omdat Nederlandse koffie het enige was dat Theo naar eigen zeggen miste. Dat was een leugen. Theo miste ook drop, zijn kleinkinderen en de mogelijkheid om een gesprek af te luisteren in de supermarkt. Maar dat zei hij niet, want een man die vijftien jaar in het paradijs woont, hoort niet te klagen.
Aan de overkant van de soi stond Somchai bij zijn hek. Somchai stond daar nooit. Somchai was een man van het land achter zijn huis, drie rai met mangobomen en een vijver met vissen die niemand kocht.
“Somchai!” riep Theo. “Je staat verkeerd om. Je land ligt achter je.”
Somchai lachte en stak twee duimen op. Zijn Engels bestond uit duimen en het woord beer, en Theo’s Thai was in vijftien jaar niet veel verder gekomen dan het bestellen van dat bier, dus hun vriendschap bestond uit duimen, flesjes en wederzijds onbegrip. Het was een van Theo’s beste vriendschappen.
Somchai kwam de weg over en liet op zijn telefoon een foto zien van een document. Thais, stempels, een bedrag.
Theo floot tussen zijn tanden. Het bedrag had meer nullen dan het land van Somchai waard was, en Theo wist wat het waard was, want hij had er ooit zelf naar gevraagd, in de tijd dat hij nog dacht dat een farang land kon kopen.
“Verkocht?” vroeg Theo, en hij maakte het gebaar van geld tellen.
“Beer!” zei Somchai, twee duimen omhoog.
“Aan wie?”
Somchai haalde zijn schouders op, noemde een naam die Theo niets zei, en daarna een woord dat iedereen inmiddels kende.
“Bangkok.”
Investeerder uit Bangkok. Zo heetten ze allemaal tegenwoordig. De rijstvelden bij de rondweg: investeerder uit Bangkok. Het oude busstation: investeerder uit Bangkok. Het halve dorp van Pims nicht bij Nong Khai: investeerder uit Bangkok. Theo had er op de golfclub weleens iets over gezegd, dat Bangkok wel erg veel investeerde in provincies waar veertig jaar lang niemand in had geïnvesteerd, en Gerrit had gezegd: mooi toch, komt de boel eindelijk van de grond. Dat was ook een manier om ernaar te kijken.
“Dubbele prijs,” zei Theo, en hij wees naar de telefoon. “Jij rijk. Jij beer betalen.”
“Beer!” zei Somchai.
Ze dronken er die avond twee, op het terras, terwijl de zon zakte achter de mangobomen die over drie maanden geen mangobomen meer zouden zijn. Somchai was gelukkig. Theo was gelukkig voor hem. En ergens achterin, op de plek waar je gedachten legt die je niet uitnodigt, lag de vraag wie er het dubbele van de marktprijs betaalt voor grond waar niets is.
Hij nam nog een slok en dacht aan iets anders.
*
Nan nam het rapport mee naar huis.
Dat mocht niet. Ze deed het toch, op een manier die niet te traceren was, want ze wist beter dan wie ook hoe traceren werkte. In haar werkkamer, een halve slaapkamer met een bureau en één stoel, las ze haar eigen zeventien pagina’s opnieuw, en daarna opende ze haar laptop en begon aan wat ze tegen zichzelf een hobby noemde.
De houdstermaatschappij in Macau had een moeder. De moeder had een moeder. Drie lagen diep zat een naam die ze kende uit een ander dossier, over onlinegokken, twee jaar geleden gesloten wegens gebrek aan prioriteit. Vier lagen diep zat een adviesbureau in Bangkok. Keurige website, keurige kantoren, keurige klantenlijst.
Op de klantenlijst stonden twee ministeries.
Nan zette thee, ging weer zitten en keek naar het scherm zoals je naar een dier kijkt waarvan je nog niet weet of het dood is.
Haar telefoon zoemde. Haar chef, om tien over elf ’s avonds.
Ze nam niet op. Het zoemen hield op. Er kwam geen voicemail, geen bericht. Alleen het zoemen zelf, één keer, als een vinger op een schouder.
Ze klapte de laptop dicht en bleef zitten tot de thee koud was, en dacht aan de achterkant van haar rapport, hoe wit die was geweest, en hoe haar chef precies had geweten hoe hij hem moest neerleggen.
*
“Weet je wat het is met dit land,” zei Theo die avond in bed, aangeschoten genoeg voor filosofie. “Iedereen zegt: Theo, je begrijpt Thailand niet. Klopt. Maar niemand begrijpt Thailand. De Thai zelf ook niet. Dat is het systeem. Als niemand het begrijpt, kan niemand er iets van zeggen.”
“Slaap,” zei Pim.
“Somchai is rijk. Twee keer de prijs. Wie betaalt er nou twee keer de prijs?”
“Iemand met geld.”
“Ja,” zei Theo. “Dat is nou net wat me dwarszit.”
Maar toen sliep Pim al, en het plafond gaf geen antwoord, en de ventilator draaide zijn rondjes zoals hij al vijftien jaar deed. En ergens in Bangkok zat een vrouw in een halve slaapkamer naar een dichtgeklapte laptop te kijken, en ergens boven hen beiden, op een niveau waar geen rapporten aankwamen, werd een lijst langer.
Op de lijst stond een soi in Udon Thani, driehonderd meter van een stuk grond zonder bestemming.
De soi had veertien huizen.
Eén ervan was van Pim.
* * *
Over deze blogger

- Zijn naam is Hans Vredevoort uit Amsterdam, geboren in 1956, en hij heeft nooit eerder verhalen geschreven, maar heeft wel technische artikelen en een boek op zijn naam in 2012 over de private cloud. Na zijn studie aan de Universiteit Utrecht in de Engelse literatuur begin jaren tachtig kwam hij in de IT-wereld terecht. Er waren immers geen banen voor een jonge academicus in die jaren. Hij ontwikkelde zich tot een specialist op het gebied van IT-infrastructuren en Microsoft-software. In 2017 vond hij het echter genoeg, zegde zijn baan op, scheidde van zijn Nederlandse vrouw, verkocht het huis en kocht een ticket naar Bangkok. Eerder dat jaar was hij in Bangkok geweest om een training te geven aan HP-engineers en was hij die week tegen een wonderschone Thaise aangelopen. Vanaf dat moment stond deel 2 van zijn leven helder op zijn vizier. Een paar jaar later was hij getrouwd met diezelfde Thaise en betrokken zij een nieuwe woning in een rustig dorpje aan de zuidflank van Udon Thani. Wel met een stevige glasvezelverbinding.
Lees hier de laatste artikelen
Cultuur13 juli 2026Blijven of Verrekken – De Cijfers Kloppen Niet (deel 1)
Cultuur29 juni 2026Lachen of Verdwijnen – Wat Niet in het Rapport Stond (deel 10 en slot)
Cultuur26 juni 2026Lachen of Verdwijnen – de Lange Nacht (deel 9)
Cultuur21 juni 2026Lachen of Verdwijnen – de Avond zonder Stroom (deel 8)
