‘Take me to Krit. Mother cannot know.’

Fah zei het nog geen uur nadat ik haar bij het busstation had opgehaald. Ze zat op het bed in Ploys nieuwe kamer, met haar schoolrugzak tussen haar voeten en haar telefoon in beide handen. Tante Nuch was beneden water gaan halen. De deur stond open, maar de zes wasmachines onder ons maakten genoeg lawaai om ieder normaal gesprek te verbergen.

Mijn eerste reactie was dat ik haar verkeerd had verstaan. Dat gebeurt vaker wanneer iemand eenvoudig Engels spreekt en ik hoop dat er iets anders is gezegd. Fah herhaalde haar verzoek daarom langzamer. Ze wilde Krit zien voordat Ploy uit het hotel terugkwam.

‘No,’ zei ik.

Ze had kennelijk een onderhandeling verwacht, want ze keek op alsof ik een afgesproken deel had overgeslagen.

De ochtend was al slecht begonnen. De bus uit Buriram stond drie minuten bij de terminal toen Nuch alleen op mij af kwam lopen. Ze wees naar mijn kartonnen bord en vertelde eerst dat ik Fahs naam verkeerd had geschreven. Daarna zei ze dat Fah niet uit de bus wilde komen omdat haar moeder er niet was.

Ik vond haar achterin, met een donkerblauwe trui aan en haar rugzak tegen haar buik. De chauffeur stond vooraan op zijn horloge te tikken. Toen ik uitlegde dat Ploy aan haar eerste werkdag was begonnen, vroeg Fah waarom haar moeder werk belangrijker vond dan haar.

Op die vraag had ik om kwart voor zes ’s ochtends geen verstandig antwoord. Ik kende Ploy nog maar kort en haar dochter slechts enkele minuten. Toch probeerde ik uit te leggen dat de baan nodig was om de kamer en haar school te betalen. Fah luisterde, stond uiteindelijk op en liep zonder iets te zeggen naar buiten.

In de Bolt naar Jomtien zat zij tussen Nuch en mij in. Op Sukhumvit Road kreeg ze een bericht van Krit. Ik zag zijn naam voordat ze haar telefoon omdraaide. Dat had ik toen genegeerd. Een uur later bleek ze al dagen met hem te praten.

Krit vroeg hoe het met haar ging, stuurde foto’s van eten en had geschreven dat de problemen met Ploy niets met haar te maken hadden. Fah wilde van hemzelf horen waarom hij de Honda had meegenomen en waarom hij bij haar oma in Buriram was verschenen. Bovendien wilde ze weten of de verdwenen 52.000 baht werkelijk door zijn moeder was gebruikt.

‘Then ask your mother,’ zei ik.

‘Mother say he lie.’

‘Maybe he does.’

‘You also think?’

Ik antwoordde dat ik niet meer wist wie welk deel van de waarheid vertelde. Krit had mij om 68.400 baht gevraagd, wat nog altijd vreemd was. Tegelijk had het schrift van zijn moeder bewezen dat Ploy wel had betaald en dat de schuld echt bestond. Daarmee was Krit minder eenvoudig geworden, maar nog niet automatisch betrouwbaar.

Fah keek naar haar telefoon. ‘You take me?’

‘No. Not without your mother.’

‘You afraid?’

‘No. I don’t want secret.’

Ze trok haar knieën op en sloeg haar armen eromheen. Volgens haar luisterde Ploy niet wanneer ze boos was. Iedereen in Buriram had een mening over Krit, maar niemand vroeg wat zij wilde. Haar moeder kon bij hem weggaan, zei Fah, maar dat betekende niet dat zij op dezelfde dag ieder contact moest verbreken.

Daar had ze een punt. Toch veranderde dat mijn antwoord niet. Ik wilde geen geheim bewaren voor Ploy en al helemaal niet op mijn eerste ochtend met haar dochter. Een vaderfiguur was ik niet, maar de rol van behulpzame onbekende die een meisje stiekem naar de vervreemde echtgenoot van haar moeder bracht, leek me nog minder geschikt.

Nuch kwam terug met twee flessen water en een bezem. Waarom ze die bezem had meegenomen, begreep ik niet. De kamer stond zo vol dozen dat er nauwelijks vloer zichtbaar was. Toch begon ze te vegen, terwijl Fah in het Thais vertelde wat ik had geweigerd.

Nuch stopte midden in een beweging en keek naar mij. Daarna volgde een korte woordenwisseling met Fah. Ik verstond Krits naam verschillende keren. Fah stond uiteindelijk op, liep naar de badkamer en sloot de deur.

Nuch ging op het bed zitten. In gebrekkig Engels vertelde ze dat Fah zelf naar Pattaya had willen komen. Ploys moeder was moe van de familieruzies, maar had haar kleindochter niet zomaar weggestuurd. Fah wilde haar moeder zien en Krit spreken. Nuch had beloofd dat laatste pas in Pattaya te vertellen.

‘Why not tell Ploy?’

Nuch haalde haar schouders op. ‘Ploy angry.’

‘Everybody afraid of Ploy?’

Ze lachte. ‘Sometimes good.’

Daar zat ik dan. Twee dagen eerder paste ik op een kat. Daarna droeg ik dozen, luisterde naar een discussie over verdwenen betalingen en haalde voor zonsopgang een dochter van een bus. Nu verwachtte een tante uit Buriram kennelijk dat ik zou helpen bij een geheime ontmoeting met Krit.

Het ging snel. Te snel.

Ik had Ploy gezegd dat ik rustig aan wilde doen. Koffie, samen eten en elkaar leren kennen. In plaats daarvan wist ik inmiddels hoeveel zij verdiende, hoeveel haar brommerschuld bedroeg, waar haar paspoort lag en welke familieleden niet met elkaar spraken. Over haar favoriete muziek wist ik niets. Misschien hield ze niet eens van muziek. Ik had het nooit gevraagd.

Toen Ploy tijdens haar pauze belde, vroeg ze of Fah goed was aangekomen. Ik zei ja. Vervolgens wilde ze weten of haar dochter blij was.

‘She wants to talk with you.’

Aan de andere kant bleef het stil.

‘About what?’

‘Better she tells you.’

Dat beviel Ploy niet. Ze vroeg of Fah iets over Krit had gezegd. Ik antwoordde dat zij dat met haar dochter moest bespreken. Haar toon veranderde meteen.

‘You know something.’

‘Yes.’

‘Tell me.’

‘No. Fah tells you.’

Ploy zei dat Fah haar dochter was. Alsof ik dat detail na deze ochtend nog vergeten kon zijn. Ik antwoordde dat dit precies de reden was waarom zij zelf moesten praten. Daarna zei Ploy dat ze moest terugkeren naar het restaurant en hing op zonder afscheid.

Vlak daarna kwam Fah uit de badkamer. Ze vroeg of ik alles aan haar moeder had verteld. Toen ik nee zei, keek ze even opgelucht.

‘But I not take you to Krit,’ voegde ik eraan toe.

De opluchting verdween weer. Ze ging op het bed zitten en beantwoordde een bericht. Ik vroeg niet van wie het kwam.

Ploy was om kwart over twee terug. Haar witte blouse zat niet meer strak en ze rook naar koffie, gebakken eieren en het zoete schoonmaakmiddel dat Thaise restaurants vaak voor de vloer gebruiken. Fah stond op, maar liep niet naar haar toe. Nuch begon vrijwel meteen in het Thais te praten.

Binnen een minuut wist Ploy genoeg.

Ze draaide zich naar mij om en vroeg waarom ik tijdens haar pauze niet had gezegd dat Fah contact met Krit had. Ik antwoordde dat haar dochter dit zelf wilde vertellen. Ploy vond dat ik haar had moeten waarschuwen.

‘First you say I ask too much,’ zei ik. ‘Now I must tell everything.’

Fah mengde zich in het gesprek. Zij en Ploy praatten steeds sneller, terwijl Nuch probeerde tussenbeide te komen. Ik begreep bijna niets, maar zag hoe Ploy haar tas op de vloer zette en haar armen over elkaar sloeg. Fah hield haar telefoon omhoog en wees naar een bericht van Krit.

Toen schakelde ze over op Engels.

‘You can leave him. I not leave same time.’

Ploy keek naar mij, alsof ik verantwoordelijk was voor het feit dat haar dochter een zin had uitgesproken die ik begreep.

‘This family talk,’ zei ze. ‘You wait downstairs.’

Ik pakte mijn telefoon en liep naar de wasserette. De eigenares zat op een plastic stoel naar een Thaise soap te kijken. Ik nam plaats bij de muur, tussen twee machines die ieder een ander deel van het centrifugeprogramma uitvoerden.

Na twintig minuten zat ik er nog steeds. Niemand was naar beneden gekomen en niemand had gezegd hoelang ik moest wachten. De eigenares begon handdoeken op te vouwen en keek af en toe naar mij. Waarschijnlijk vroeg ze zich af waarom een farang zonder wasgoed bij haar machines zat.

Die vraag begon ik mezelf ook te stellen.

Ploy wilde een familiegesprek zonder mij, wat volkomen redelijk was. Tegelijk verwachtte ze kennelijk dat ik beneden beschikbaar bleef voor het moment waarop ze mij weer nodig had. De afgelopen dagen had ik dat steeds gedaan. Niet omdat zij mij dwong, maar omdat ik mezelf aanbood voordat iemand daarom vroeg.

Nu had ik er genoeg van.

Ik stuurde Ploy dat ik naar huis ging en liep naar de hoofdweg. Nog voordat ik een bahttaxi had aangehouden, belde ze.

‘Why you go?’

‘Because this is family talk.’

‘You wait little.’

‘I already wait.’

Ze zei dat Fah overstuur was en Krit wilde ontmoeten. Suda zou erbij kunnen zijn en Ploy wilde de afspraak in een drukke koffiezaak houden. Daarna vroeg ze of ik de volgende ochtend in de buurt kon blijven.

‘No,’ zei ik.

Er viel een stilte die langer duurde dan mijn weigering.

Ploy vroeg waarom ik ineens niet meer wilde helpen. Haar woordkeuze ergerde mij. Alsof alles wat de afgelopen dagen was gebeurd onder het gewone begrip helpen viel.

‘If you want me at table, I come. If this is family, you do with family. I not sit outside waiting.’

‘You angry?’

‘Yes. Little. And tired.’

Ploy zei dat niemand mij had gevraagd haar problemen op te lossen. Ik kwam zelf, bood zelf hulp aan en stelde zelf vragen. Nu deed ik alsof zij mij in haar leven had getrokken.

Dat kwam harder aan omdat het voor een deel waar was.

‘Maybe I come too fast,’ zei ik. ‘But this is too much for me.’

‘This is my life.’

‘Yes. That is why I must think if I want it.’

Na die zin hoorde ik alleen de wasmachines achter haar. Ploy vroeg niet wat ik bedoelde. Ze wist het waarschijnlijk zelf ook.

Ik vertelde dat ik haar aardig vond en haar beter wilde leren kennen, maar niet iedere dag een nieuw probleem wilde oplossen met Krit, geld of familieleden uit Buriram. Ze antwoordde dat zij haar eigen problemen kon oplossen.

‘Then do that,’ zei ik.

Ploy bleef een paar seconden stil. ‘Okay.’

Ze hing op.

In de bahttaxi naar mijn condo voelde ik eerst opluchting. Niemand verwachtte mij de volgende ochtend bij een koffiezaak. Ik hoefde geen partij te kiezen en niet te luisteren naar een gesprek waarvan ik de helft toch niet verstond. Mijn leven was ineens weer overzichtelijk.

De opluchting hield ongeveer tot Second Road stand.

Daarna vroeg ik me af of ik een grens had gesteld of gewoon was weggelopen zodra Ploy niet meer alleen de vrouw was met wie ik graag koffie dronk. Een relatie bestaat nooit uitsluitend uit de leuke delen, dat wist ik op mijn leeftijd inmiddels wel. Maar er zat ook een verschil tussen iemand steunen en binnen een week reservespeler worden in een huwelijk dat nog niet voorbij was.

Thuis zette ik mijn telefoon op stil. Ik at een kom noedelsoep bij het stalletje om de hoek en keek daarna televisie zonder te weten wat er werd uitgezonden. Rond negen uur zag ik drie gemiste berichten van Ploy.

Het eerste zei dat Fah Krit de volgende ochtend zou ontmoeten.

Het tweede dat Suda erbij was.

In het derde stond alleen: ‘You right. This family.’

Ik antwoordde niet meteen. Daarna schreef ik dat ik hoopte dat het gesprek rustig zou verlopen. Meer niet.

De volgende ochtend werd ik om tien over tien gebeld. Ploy stond al in de koffiezaak met Fah en Suda. Krit was buiten blijven staan. Hij weigerde binnen te komen zolang Nico er niet was.

‘Why me?’

‘He say you part of problem.’

Ik keek naar mijn sleutels op tafel. Ploy vroeg niet direct of ik kwam. Ze wachtte, terwijl ik Krit op de achtergrond iets hoorde roepen.

‘Nico,’ zei ze uiteindelijk. ‘You decide.’

Voor het eerst liet ik mijn sleutels liggen.

Wordt vervolgd.

Ingezonden door Nico


Laat een reactie achter