De Buitenstaander en een huwelijk met twee talen

Het is ochtend en Mali legt een boodschappenbriefje op tafel waarvan De Buitenstaander ongeveer tweederde begrijpt en het overige derde besluit te begrijpen.
Dat laatste is achteraf het probleem.
Mijn lief heeft het lijstje geschreven op de achterkant van een oude kassabon. Eieren. Koffie. Olie. Kip. Iets in het Thais wat volgens hem vissaus betekent en daaronder twee woorden in haar eigen mengsel van Engels en Nederlands: no sweet milk. Ze staat met nat haar bij de spiegel, trekt een elastiek rond haar paardenstaart en zegt dat hij ook toiletpapier moet meenemen. Buiten tikt een gekko tegen de muur, alsof het dier wil controleren of hij goed luistert. De Buitenstaander stopt het briefje in zijn broekzak. Sinds het avontuur met de slang kijkt hij voor vertrek nog even naar zijn slippers. Niet omdat hij bang is. Uit respect voor de plaatselijke fauna.
‘Geen zoete melk,’ zegt hij.
Mali knikt.
‘Gewone melk.’
Ze kijkt naar hem, aarzelt een tel en zegt dan iets in het Thais wat hij niet verstaat. Daarna wijst ze naar het briefje.
‘Daar.’
De Buitenstaander haalt het papier weer tevoorschijn.
‘Ja. No sweet milk.’
Mijn lief knikt opnieuw.
Hij vertrekt content. Twee talen, denkt hij, en toch verstaan ze elkaar. Daar mag een mens na al die jaren ook eens tevreden over zijn.
De markt ligt zes kilometer verderop, langs een weg waar de berm rood van het stof is en honden slapen alsof verkeer een theoretisch begrip is. De Buitenstaander rijdt op de bromfiets van Mali’s moeder, een machine die bij iedere put een metalen geluid maakt, alsof er ergens onder het zadel een lade met bestek zit. De ochtend is al warm. Tegen de tijd dat hij bij de markt aankomt, kleeft zijn hemd tussen zijn schouderbladen en heeft hij opnieuw spijt van alles wat mouwen heeft.
Hij koopt eieren bij een vrouw die hem er twaalf geeft, terwijl hij tien vingers heeft opgestoken. De koffie vindt hij zelf. Bij de olie twijfelt hij tussen twee flessen en kiest uiteindelijk de duurdere, omdat de goedkopere eruitziet alsof ze ook geschikt is voor een kettingzaag. De kip kost meer tijd. Mali koopt nooit de stukken die hij zelf zou kiezen. Mijn lief wil botten, vel, vleugels en delen waarvan hij thuis vroeger alleen wist dat ze technisch gezien op een kip zaten. Hij wijst daarom naar een schaal die eruitziet alsof de slager halverwege zijn werk zijn belangstelling verloor.
Dan komt de melk.
In de koeling staan kleine kartonnen pakken, flessen yoghurt, sojamelk, kokosdrank en tientallen producten waarvan de verpakking een koe toont, zonder dat hij durft te garanderen dat er ook werkelijk een koe aan te pas is gekomen. De Buitenstaander neemt een pak gewone verse melk.
No sweet milk.
Duidelijk.
Hij voelt zelfs een kleine triomf.
Bij de uitgang ziet hij een rek met toiletpapier. Het merk dat Mali meestal koopt, is uitverkocht. Er staat alleen een luxere variant met vier lagen, bloemen op de verpakking en een prijs die ongeveer overeenkomt met een kleine maaltijd. De Buitenstaander neemt die toch. Comfort is geen misdaad.
Op weg naar huis stopt hij bij een winkeltje voor ijs. Niet voor zichzelf. Voor Mali. Ze had vorige week gezegd dat ze goesting had in die kleine kokosijsjes met kleefrijst. Hij koopt er twee en legt ze bovenop de boodschappen.
Hij komt terug op het erf met het aangename gevoel van een man die een eenvoudige opdracht niet alleen heeft uitgevoerd, maar verbeterd. Mali zit onder het afdak kousenband schoon te maken. Tante Noi zit tegenover haar zonder zichtbare reden. Dat laatste voorspelt zelden iets goeds.
De Buitenstaander zet de tassen op tafel.
‘Alles.’
Mali kijkt erin.
Eerst de eieren. Goed.
Koffie. Goed.
Kip. Ze tilt één stuk op, bekijkt het en legt het terug. Niet enthousiast, maar aanvaardbaar.
Dan de olie.
Ze houdt de fles omhoog.
‘Waarom deze?’
‘Beter.’
‘Duur.’
‘Beetje.’
Mijn lief zet haar terug en pakt het toiletpapier. Haar wenkbrauwen gaan omhoog.
‘Vier lagen,’ zegt De Buitenstaander. ‘We leven maar één keer.’
Tante Noi bekijkt de verpakking alsof hij net zijde voor het toilet heeft gekocht.
Mali zegt niets.
Daarna vindt ze de melk.
Ze houdt het pak vast, leest de voorkant en kijkt naar hem.
‘Wat?’
‘Ik zeg geen melk.’
De Buitenstaander lacht.
‘Je hebt letterlijk geschreven: no sweet milk.’
‘Ja.’
‘Dus geen zoete melk.’
‘Neen. No sweet milk.’
‘Dat is wat ik zeg.’
Mali legt het pak op tafel.
‘Ik bedoel niet kopen sweet milk.’
‘Precies.’
‘Ook niet deze.’
De Buitenstaander kijkt naar het pak. Gewone melk. Wit. Een koe op de voorkant. Minder dubbelzinnig wordt een zuivelproduct volgens hem niet.
‘Waarom schrijf je dan niet “no milk”?’
Mijn lief wijst naar het onderste Thaise woord op het briefje.
‘Daar staat kokosmelk.’
Hij haalt het papier uit zijn zak.
‘Dat is kokosmelk?’
‘Ja.’
‘Ik dacht vissaus.’
Tante Noi begint te lachen.
De Buitenstaander kijkt haar aan.
‘Jij wist het zeker weer.’
Ze lacht harder.
Mali loopt naar de keuken met de olie en de kip. De Buitenstaander blijft achter met de melk in zijn hand en begint te beseffen dat de discussie niet over melk zal gaan. Dat weet hij inmiddels. Een pak kan in dit huwelijk een aanloop nemen.
Hij volgt haar naar binnen. Mijn lief zet de boodschappen op hun plaats. De dure olie verdwijnt niet in het keukenkastje, maar op de bovenste plank, waar spullen terechtkomen die volgens haar te kostbaar zijn om normaal te gebruiken. De Buitenstaander kent die plank. Daar staat ook een fles balsamicoazijn die hij ooit heeft gekocht en die inmiddels bijna een familie-erfstuk is.
‘Waarom heb je niet gewoon gezegd wat je bedoelde?’
Mali draait zich om.
‘Ik zeg.’
‘Neen. Je schrijft halve zinnen en verwacht dat ik de rest erbij denk.’
Ze antwoordt niet meteen. Dat is nooit een goed teken.
‘Jij vraagt niet.’
‘Ik dacht dat ik het begreep.’
‘Altijd.’
Daar zit iets scherpers onder dan melk.
De Buitenstaander leunt tegen het aanrecht.
‘Wat bedoel je met altijd?’
Mali schuift de kip in de frigo, wast haar handen en droogt ze af aan een doek die al te nat is om nog iets werkelijk droog te maken.
‘Jij begrijpt helft. Andere helft maak jij zelf.’
Hij wil onmiddellijk zeggen dat dit overdreven is. Dat hij na jaren Thailand heus wel meer begrijpt dan de helft. Dat zijn Thais misschien beperkt is, maar niet onbestaand. Dat hij boodschappen kan doen, eten kan bestellen, prijzen kan vragen en zelfs hoort wanneer Tante Noi over hem roddelt.
Soms.
Toch zegt hij niets.
Mijn lief gaat verder. Niet luid. Mali wordt zelden luid wanneer het belangrijk wordt. Ze noemt de melk, de kip, Ton met zijn geld en zelfs de slang. Niet omdat die zaken hetzelfde zijn, maar omdat hij volgens haar telkens hetzelfde doet: hij vult de ontbrekende stukken zelf in en noemt dat begrijpen.
‘Ik kan moeilijk iedere zin drie keer laten vertalen.’
‘Nee.’
‘En jij kunt ook gewoon iets duidelijker zeggen.’
‘Kan.’
Dat antwoord irriteert hem meer dan een verdediging.
‘Dus?’
Mali kijkt hem aan.
‘Jij verwacht dat ik altijd duidelijk ben. Ik verwacht dat jij vraagt.’
Daar staat hij dan.
Twee verwachtingen. Geen van beide ooit uitgesproken. Jaren huwelijk en blijkbaar hadden ze zelfs daarvoor geen gemeenschappelijke taal gevonden.
De Buitenstaander pakt het pak melk van tafel en zet het iets harder neer dan nodig.
‘Weet je wat ambetant is? Dat jij achteraf altijd doet alsof het logisch was.’
Mali’s gezicht verandert. Niet veel. Net genoeg.
‘Altijd?’
‘Vaak.’
‘Zoals?’
Hij zoekt een voorbeeld en merkt dat goede voorbeelden zich op zulke momenten verstoppen. Dat helpt zijn zaak niet.
‘Gewoon. Dingen.’
Mijn lief knikt langzaam.
‘Dingen.’
Dat ene woord klinkt gevaarlijker dan een hele ruzie.
Buiten roept Tante Noi iets naar een buurvrouw. Een bromfiets rijdt voorbij. In de keuken zoemt de frigo alsof er helemaal geen huwelijk op het spel staat.
‘En jij?’ vraagt Mali. ‘Jij zegt alles?’
‘Meer dan jij.’
Dat had hij beter niet gezegd.
Mijn lief legt de natte doek neer.
‘Wanneer jij geld geeft Ton, jij zegt niet. Wanneer jij iets koopt duur, jij zegt “beetje”. Wanneer jij boos bent, jij zegt “ik ben niet boos, alleen geïrriteerd”. Wanneer jij bang bent voor slang, jij zegt respect.’
De Buitenstaander kijkt naar haar.
‘Die slang gaan we hier niet bij halen.’
‘Zie.’
‘Wat zie?’
‘Jij maakt woorden mooier.’
Daar had hij niet van terug.
Hij voelt dat hij kwaad wordt en merkt tegelijk dat dit precies het moment is waarop hij volgens Mali waarschijnlijk gaat beweren dat hij alleen geïrriteerd is.
Vervelend mens.
Denkt hij.
Mijn lief neemt het briefje van tafel en strijkt het plat.
‘Mijn Engels niet goed.’
‘Dat heb ik nooit gezegd.’
‘Ik weet.’
Ze kijkt naar het papier.
‘Mijn Nederlands ook niet goed. Jouw Thai niet goed. Soms moe om alles uit te leggen.’
De scherpte zakt een beetje uit zijn boosheid. Niet helemaal.
‘En ik ben soms moe om te gokken wat je bedoelt.’
‘Dan vraag.’
‘Dan krijg ik soms “niets”, “misschien” of “later”.’
Mali glimlacht heel even. Ze weet dat die raak is.
‘Ja.’
‘Dat helpt dus niet.’
‘Nee.’
Een paar seconden zwijgen ze. De Buitenstaander kijkt naar het boodschappenbriefje. Eén kassabon, drie talen en twee mensen die allebei vinden dat de ander beter moet opletten. Het huwelijk in zakformaat.
Dan ziet hij onderaan nog een regel die hem eerder niet is opgevallen. Kleine Thaise letters, haastig geschreven.
‘Wat staat daar?’
Mali pakt het briefje uit zijn hand.
‘Niets.’
De Buitenstaander kijkt haar aan.
‘Daar gaan we weer.’
Mijn lief vouwt het papier dubbel.
‘Niet belangrijk.’
‘Mali.’
Ze stopt het briefje in haar broekzak.
‘Voor mama.’
‘Wat voor mama?’
Geen antwoord.
Nu verandert de sfeer. Niet omdat ze zwijgt, maar omdat hij voelt dat dit een andere stilte is.
‘Wat is er met je moeder?’
‘Niets.’
Het woord komt te snel.
De Buitenstaander denkt aan de vorige keer dat er niets aan de hand was. Dat heeft hem toen vijftienhonderd baht en een les in familiehiërarchie gekost.
‘Niet doen.’
Mali kijkt op.
‘Wat?’
‘Zeg niet “niets” als er wel iets is.’
Mijn lief loopt langs hem heen naar buiten. Hij volgt haar. Tante Noi is verdwenen, vermoedelijk omdat er binnen het huis geen vertaling nodig was om te begrijpen dat zij beter even elders informatie kon verzamelen.
Mali gaat op het lage houten bankje zitten. De Buitenstaander blijft staan.
‘Mama moet naar ziekenhuis,’ zegt ze uiteindelijk.
Niet dramatisch. Gewoon een zin.
‘Wanneer?’
‘Volgende week.’
‘Waarom?’
‘Controle.’
‘Welke controle?’
Mali haalt haar schouders op.
Daar komt zijn ergernis terug.
‘Zie je? Dit bedoel ik. Ik moet alles eruit trekken.’
Nu wordt Mali wel kwaad. Hij ziet het aan haar mond.
‘Omdat jij van alles probleem maakt.’
‘Een ziekenhuisbezoek van je moeder is misschien een probleem.’
‘Misschien niet.’
‘Dat weet ik pas als je vertelt wat er is.’
‘En dan jij zoeken internet. Jij vragen honderd dingen. Jij wil beste ziekenhuis. Jij wil dokter naam. Kosten. Alles.’
De Buitenstaander opent zijn mond.
Sluit hem weer.
Dat klinkt inderdaad niet geheel onbekend.
‘Omdat ik wil helpen.’
‘Ik weet.’
‘Wat is daar verkeerd aan?’
Mali kijkt naar haar handen.
‘Soms helpen voelt als overnemen.’
Die komt aan.
Niet hard.
Wel proper.
De Buitenstaander gaat naast haar zitten. De bank kraakt onder hun gezamenlijke gewicht. Ginds scharrelt een kip langs de waterton. Uit de keuken komt de geur van rauwe kip die nog altijd op verwerking wacht.
‘Dus daarom stond het op het boodschappenbriefje?’
Mali knikt. Haar moeder heeft tabletten nodig die ze na de controle waarschijnlijk opnieuw zal krijgen. Mali had opgeschreven dat ze bij de apotheek naast de markt moest vragen wat ze kosten. De Buitenstaander heeft die regel aangezien voor iets wat vermoedelijk bij de vissaus hoorde.
Hij begint te lachen.
Mali kijkt hem aan.
‘Wat?’
‘Ik heb melk gekocht in plaats van informatie over medicijnen.’
Mijn lief probeert haar mond strak te houden. Dat lukt enkele seconden.
‘Ja.’
‘Dat is zelfs voor mij indrukwekkend.’
Ze lacht nu ook. Niet lang. De kwestie is daarvoor nog te vers.
De Buitenstaander legt zijn hand op haar knie.
‘Je had het mij mogen vertellen.’
‘Ik vertel nu.’
‘Nadat we ruzie hebben gemaakt over kokosmelk.’
‘Gewone melk.’
‘Ge moet niet opnieuw beginnen.’
Mijn lief leunt even tegen hem aan.
Daar blijft het niet bij. Tegen de namiddag rijden ze samen terug naar de markt. Niet omdat de melk moet worden omgeruild. Mali vindt dat hij die zelf maar moet opdrinken. Ze gaan naar de apotheek. De Buitenstaander laat haar praten. Dat kost moeite. De apotheker antwoordt snel. Hij verstaat nauwelijks iets. Zijn eerste neiging is zijn telefoon boven te halen en een vertaalapp te openen.
Hij doet het niet.
Mali stelt vragen. De apotheker schrijft twee prijzen op een papiertje en geeft een telefoonnummer van het ziekenhuis. Buiten steekt Mali het briefje in haar valies.
‘Wat zei hij?’
Mijn lief kijkt naar hem.
‘Wil jij vertaling?’
‘Graag.’
Dat woord doet blijkbaar meer dan hij had verwacht.
Ze vertelt het rustig. Controle is routine. Waarschijnlijk dezelfde medicatie. Geen spoed. De Buitenstaander luistert zonder meteen een plan op te stellen.
Bij de bromfiets blijft Mali staan.
‘Jij geen telefoon pakken.’
‘Ik leer.’
‘Langzaam.’
‘Dat schijnt hier de methode te zijn.’
Ze pakt zijn hemd bij de borst en trekt hem iets dichterbij.
‘Ik ook leren.’
‘Wat?’
‘Meer zeggen.’
‘Dat lijkt mij revolutionair.’
Ze kust hem kort.
‘Niet overdrijven.’
Op weg naar huis stopt Mali bij een kraam. Ze koopt twee kleine plastic zakjes met kokosmelk.
De Buitenstaander kijkt ernaar.
‘Nu toch kokosmelk?’
‘Ja.’
‘Waarom stond het dan niet gewoon in het Nederlands?’
Mijn lief geeft hem één zakje.
‘Omdat jij hier woont.’
‘Dat is geen reden.’
‘Goed voor hoofd.’
Hij zucht en hangt het zakje voorzichtig aan het haakje van de bromfiets.
Thuis zet hij het pak gewone melk in de frigo. Mali kijkt toe.
‘Wat ga je daarmee doen?’ vraagt ze.
‘Opdrinken.’
‘Jij drinkt geen melk.’
‘Vanaf vandaag wel.’
Mijn lief trekt een wenkbrauw op.
De Buitenstaander schenkt een glas in en neemt een flinke slok. Lauw geworden melk uit een pak dat uren op een bromfiets heeft gereden, smaakt precies zoals hij had gevreesd.
Mali zegt niets.
Dat is deze keer vriendelijk.
Hij drinkt toch verder.
Wordt vervolgd.
Over deze blogger
- De Buitenstaander, geboren in 1961 in Kortrijk (BE), schrijft over zijn observaties en het leven in een dorpje op het Thaise platteland, waar hij woont met zijn lief Mali.
Lees hier de laatste artikelen
Cultuur27 augustus 2026De Buitenstaander en een huwelijk met twee talen
Cultuur15 augustus 2026De Buitenstaander en de eerste slang in de badkamer
Cultuur8 augustus 2026Mali zegt dat er niets aan de hand is tegen de Buitenstaander
Cultuur2 augustus 2026De Buitenstaander wordt door het dorp beoordeeld
