De Buitenstaander en de eerste slang in de badkamer

Om twaalf minuten over zes hoort De Buitenstaander vanuit de badkamer een geluid dat daar niet thuishoort. Geen druppelende kraan, geen gekko tegen de muur en ook niet de plastic emmer die soms verschuift wanneer de vloer nog nat is. Dit is zachter. Schurend. Alsof iemand heel langzaam een stuk touw over de tegels trekt. Hij staat voor de spiegel met zijn tandenborstel in de hand en kijkt via het glas naar de vloer achter hem. Eerst ziet hij niets. Dan beweegt er iets naast de wasmand. Een donkere, glanzende lijn schuift onder de rand vandaan. Nog een stukje. Een kop. Een lijf. De Buitenstaander houdt op met poetsen. Zijn mond zit vol tandpasta. Het dier bevindt zich tussen hem en de deur, en dat is plots het enige gegeven dat telt.
‘Mali.’
Geen antwoord. Mijn lief is buiten bezig met de rijst.
‘Mali.’
‘Wat?’
‘Kom eens.’
‘Waarom?’
De slang beweegt enkele centimeters langs de muur.
‘Gewoon komen.’
Slippers schuiven over het beton. Even later verschijnt Mali in de deuropening met een houten lepel in haar hand. Ze kijkt eerst naar hem, daarna naar de vloer.
‘Slang.’
‘Ja.’
Geen gil. Geen stap achteruit. Geen haast. Ze zet de houten lepel op de vensterbank en verdwijnt. De Buitenstaander verwacht iets stevigs: een schop, een stok, misschien een buurman met ervaring. Mijn lief komt terug met de bezem waarmee ze gisteren nog haar kwaadheid over het erf had verdeeld.
‘Wacht. We weten niet wat voor slang dat is.’
Mali bekijkt het dier.
‘Slang.’
‘Dat had ik ook gezien.’
Ze zet de bezem tegen de vloer en maakt een rustige beweging richting de deur. Niet slaan, alleen sturen. De slang kronkelt langs de muur en schiet plots naar de douchehoek. De Buitenstaander deinst achteruit en stoot met zijn heup tegen een rekje. Een fles shampoo valt om.
‘Mali!’
‘Wat?’
‘Ze beweegt.’
Mijn lief kijkt hem even aan.
‘Dat doen slangen.’
De Buitenstaander vindt dat er deze ochtend bijzonder weinig waardering bestaat voor zijn waarnemingsvermogen. Hij probeert langs de wastafel zo veel mogelijk afstand te houden. Eén voet staat inmiddels op het opstaande randje van de douche. De andere zoekt steun op een tegel die daar niet voor bedoeld is. Mali blijft kalm verder werken. Bezem links, slang rechts. Bezem rechts, slang langs de emmer. Het dier lijkt vooral niet te begrijpen waar de uitgang is.
‘Waarom doe jij zo moeilijk?’ vraagt Mali.
‘Ík doe moeilijk?’
Ze antwoordt niet. De slang schuift over de drempel, langs de buitenmuur en verdwijnt onder een struik naast de waterton. Mali zet de bezem tegen de muur.
‘Klaar.’
De Buitenstaander blijft staan waar hij staat.
‘Waar is ze?’
Mali wijst naar buiten.
‘Daar.’
‘Dat is drie meter van ons bed.’
‘Muur ertussen.’
Mijn lief pakt de houten lepel weer van de vensterbank.
‘Rijst brandt.’
Daarmee verdwijnt ze naar de keuken. De Buitenstaander kijkt naar de struik, naar de vloer en weer naar de struik. Zijn tandenborstel ligt in de wastafel. Een witte sliert tandpasta loopt langzaam naar het afvoergaatje. De ochtend is nog geen twintig minuten oud en hij heeft er nu al schoon genoeg van.
Aan het ontbijt wordt het incident vanzelf gemeenschappelijk bezit. Mali’s moeder wil weten waarom hij zo lang in de badkamer stond. Mali vertelt het in enkele zinnen. Haar moeder kijkt naar hem en begint te lachen. Tante Noi, die alweer aan tafel zit zonder dat iemand weet wanneer ze gekomen is, wil weten hoe groot de slang was. De Buitenstaander houdt zijn handen ruim een meter uit elkaar.
Mali schudt haar hoofd en brengt haar handen dichter bij elkaar.
‘Zo.’
‘Dat was alleen de helft.’
Tante Noi zegt iets. Mali moet lachen.
‘Wat?’
‘Zij vraagt of slang groeit als jij vertelt.’
De Buitenstaander besluit het verhaal niet verder te verdedigen. Dat helpt weinig. Binnen enkele minuten weet ook Not, die het erf op komt rijden dat de nieuwe farang in de badkamer bijna is bezweken aan een slang die volgens Mali nauwelijks langer was dan haar arm. Not maakt met beide handen een golvende beweging en vraagt of het dier echt zo groot was.
‘Enorm,’ zegt De Buitenstaander.
‘Heel klein,’ zegt Mali.
‘Kies eens mijn kant.’
Mijn lief schuift het bord met gebakken ei naar hem toe. Het krokante randje ligt aan zijn kant. Dat is blijkbaar haar versie van partij kiezen.
Een uur later moet De Buitenstaander opnieuw naar de badkamer. Hij stelt het bezoek eerst enkele minuten uit en loopt uiteindelijk naar binnen met zijn zwarte slippers aan en een bezem in zijn hand. Voor de deur blijft hij staan. Eerst kijkt hij achter de wasmand. Daarna naast de emmer en onder het lage rekje.
Achter hem klinkt Mali’s stem.
‘Wat zoek je?’
‘Niets.’
Ze kijkt naar de bezem.
‘Slang weg.’
‘Dat zei je.’
‘Dus?’
‘Misschien heeft ze familie.’
Mijn lief kijkt ernstig naar de struiken.
‘Misschien kinderen.’
De Buitenstaander draait zich om.
‘Kinderen?’
Mali loopt naar de keuken. Haar lach hoort hij nog voor ze de hoek om is.
Tegen de middag heeft Tante Noi het verhaal verbeterd. In haar versie stond De Buitenstaander op een plastic kruk en riep hij Mali, alsof hij reeds gebeten was. Er stond geen kruk in de badkamer en hij heeft absoluut niet gegild, maar feiten blijken in het dorp vooral een vertrekpunt. Een buurman vraagt lachend of hij voortaan met laarzen gaat douchen. Not informeert of hij voor de zekerheid een lange stok wil lenen. De Buitenstaander reageert niet meer. Tegen de tijd dat iedereen een verhaal kent, is het allang vervangen door een beter verhaal.
In de namiddag wordt het heet. De honden liggen onder de tafel, kippen zoeken schaduw onder een oude pick-up en boven de rijstvelden hangt een bleke lucht waarin zelfs de vogels minder goesting lijken te hebben. De Buitenstaander zit voor de woonst met een fles koud water. Mali komt naast hem zitten en legt haar voeten op de onderste sport van zijn stoel. Een vochtige haarlok kleeft tegen haar hals.
‘Jij echt bang?’ vraagt ze.
‘Ik heb respect voor slangen.’
‘Bang.’
‘Voorzichtig.’
‘Bang.’
De Buitenstaander kijkt naar haar.
‘Goed. Een beetje.’
‘Veel.’
‘Ge moet het nu ook niet uitmelken.’
Mijn lief glimlacht en legt haar hoofd tegen zijn schouder. Een tractor rijdt langzaam voorbij. Verderop blaft een hond één keer en besluit dan dat zelfs dat te veel moeite kost.
‘Ben jij nergens bang voor?’
Mali antwoordt niet meteen.
‘Wel.’
‘Waarvoor dan?’
Ze trekt een knie op en kijkt naar het erf.
‘Mama ziek. Geen geld. Jij naar Europa en niet terugkomen. Dingen.’
De Buitenstaander draait zijn hoofd naar haar. Hij had een dier verwacht. Onweer misschien. Een grote spin. Niet hem.
‘Waarom zou ik niet terugkomen?’
‘Ik zeg niet jij doet. Ik zeg bang.’
Hij legt zijn hand op haar knie. Mali kijkt nog altijd naar het erf en plukt een los draadje van haar broek.
‘Ik kom terug.’
‘Ja.’
‘Maar toch bang?’
‘Beetje.’
De Buitenstaander glimlacht.
‘Nu jij zegt beetje.’
Mijn lief kijkt op en kust hem kort op de wang.
‘Ik pas mij aan.’
Ze blijft nog even tegen hem aan zitten. Haar hand rust los op zijn onderarm. De Buitenstaander zegt niets meer. Ginds over de rijstvelden beweegt de lucht boven de droge aarde. Een bromfiets komt voorbij en verdwijnt weer. Mali’s angsten maken minder lawaai dan de zijne. Meer hoeft hij daar voorlopig niet van te begrijpen.
Later die middag klinkt vanuit de voorraadhoek van de keuken plots een korte gil. Geen roep. Een echte gil. Daarna valt er iets om. De Buitenstaander springt overeind en rent naar binnen. Mali staat met haar rug tegen de muur en wijst naar een onderste plank.
‘Wat?’
‘Daar.’
Hij kijkt tussen de zakken rijst, een fles vissaus en een kartonnen doos. Eerst ziet hij niets. Dan schiet een grijze muis vanachter de doos naar de andere hoek.
Mali gilt opnieuw en stapt achter hem.
De Buitenstaander draait langzaam zijn hoofd naar haar.
‘Een muis?’
‘Doe weg.’
Dezelfde vrouw die die ochtend zonder verpinken een slang uit de badkamer heeft geveegd, staat nu achter zijn rug vanwege een dier dat ongeveer in zijn slipper past. De Buitenstaander voelt een warmte in zich opkomen die weinig met heldenmoed te maken heeft.
‘Waarom doe jij zo moeilijk?’
Mali kijkt hem vernietigend aan.
‘Doe weg. Nu.’
Hij lacht niet. Nog niet. Met een plastic bak en een stuk karton probeert hij het dier richting de achterdeur te krijgen. De muis blijkt sneller en slimmer dan verwacht. Ze schiet eerst onder de rijstkoker, daarna achter de gasfles. De Buitenstaander stoot een pot om, trapt bijna op een ui en krijgt van Mali voortdurend aanwijzingen vanaf veilige afstand. Uiteindelijk rent het dier naar buiten en verdwijnt het tussen de planten.
De Buitenstaander zet de bak neer.
‘Klaar.’
Mali komt voorzichtig dichterbij.
‘Waar?’
Hij wijst naar buiten.
‘Daar.’
Ze kijkt naar de planten.
‘Dat is drie meter van ons bed.’
De Buitenstaander kijkt haar aan.
Mali kijkt terug.
Een paar seconden houden ze het vol. Daarna begint mijn lief te lachen. Eerst zacht, daarna zo hard dat ze een hand tegen het aanrecht moet zetten. De Buitenstaander lacht mee. De aanleiding verdwijnt al snel. Alleen de lach blijft over.
Wanneer ze weer op adem komt, slaat Mali haar armen om zijn middel.
‘Mijn held.’
‘Voor muizen.’
‘Slang niet.’
‘Een mens moet zijn beperkingen kennen.’
Ze legt haar wang tegen zijn borst. De Buitenstaander strijkt met zijn hand over haar haar. Zo blijven ze even staan, tussen een omgevallen pot, een verdwaalde ui en een plastic bak waarmee geen enkel fatsoenlijk mens ooit had gedacht een liefdesleven te verbeteren.
Die avond gaat De Buitenstaander als eerste naar de badkamer. De bezem laat hij demonstratief tegen de keukenmuur staan. Hij doet het licht aan, stapt naar binnen en sluit de deur.
Daarna kijkt hij toch even achter de wasmand.
Gewoon.
Voor alle zekerheid.
Wordt vervolgd.
Over deze blogger
- De Buitenstaander, geboren in 1961 in Kortrijk (BE), schrijft over zijn observaties en het leven in een dorpje op het Thaise platteland, waar hij woont met zijn lief Mali.
Lees hier de laatste artikelen
Cultuur15 augustus 2026De Buitenstaander en de eerste slang in de badkamer
Cultuur8 augustus 2026Mali zegt dat er niets aan de hand is tegen de Buitenstaander
Cultuur2 augustus 2026De Buitenstaander wordt door het dorp beoordeeld
Cultuur28 juli 2026De Buitenstaander en de eerste ochtend op blote voeten
