De Stille Vennoot – De Schaduw van het Bedrijf (deel 3)

De rit over Route 22 naar de stad was een trage uitputtingsslag. Aan weerszijden van de weg stonden de rijstvelden blank, spiegelend grijs onder de wolkenlucht, en bij elke vrachtwagen die hem passeerde sloeg een golf bruin water tegen de voorruit. Hij reed zoals hij altijd reed, iets te langzaam voor de weg, en dacht aan wat hij tegen de bank zou zeggen.
Het bleek niet uit te maken. Het meisje achter de balie van Kasikorn, in het groene uniform, was vriendelijk en onvermurwbaar. De zakelijke rekening van Kanchana Resort stond op naam van de bestuurder. Meneer stond niet in het systeem als gemachtigde. Zijn eigen rekening kon ze uiteraard laten zien, en dat deed ze, op het scherm naar hem toe gedraaid: vierhonderdduizend baht, het saldo waar hij drie keer per dag naar keek. Ze vroeg of hij nog iets anders wenste. Hij bedankte haar en liep naar buiten, en pas op de parkeerplaats besefte hij dat hij in negen jaar nooit één afschrift van het bedrijf had gezien. Hij had het nooit gevraagd. Vragen was wantrouwen, en wantrouwen kostte meer dan geld.
Het kantoor van mr. Somchai lag op de eerste verdieping boven een winkel in kantoorartikelen, aan de ringweg, en rook naar archiefdozen en sterke, zwarte koffie. Wim had de naam van een Engelsman uit het golfclubhuis, die drie jaar geleden zijn eigen scheiding had overleefd en daar nooit meer over sprak. Somchai was een kleine, keurige man van tegen de zestig, met een bril die hij vaker afzette dan opzette. Hij bladerde met een uitgestreken gezicht door de kopieën die Wim uit het blikken kistje had meegenomen.
“Uw verblijf is uw eerste probleem, meneer Bakker,” zei hij, in kalm, ietwat ouderwets Engels. “Niet het bedrijf. Uw extension loopt over vier weken af. Voor een nieuwe verlenging op basis van huwelijk moet dat huwelijk ook feitelijk bestaan. Uw vrouw gaat mee naar Immigration, uw vrouw tekent, de ambtenaar komt eventueel kijken of u samenwoont. Als uw vrouw straks zegt dat u niet meer samen bent, dan is er voor Immigration geen huwelijk. Dan heeft u vóór de einddatum een andere grond nodig.”
“Welke?”
“Daar komen we op.” Hij zette zijn bril af. “Eerst het bedrijf. Uw vrouw is bestuurder met tekenbevoegdheid. U bezit negenenveertig procent. Uw vrouw en haar broer hebben samen eenenvijftig procent en daarmee de gewone meerderheid. Dat betekent niet dat zij ieder denkbaar besluit zonder u kunnen nemen. Maar voor de dagelijkse gang van zaken staat u zwak, en dat wist u al voordat u hier binnenkwam.”
Wim knikte.
Somchai schoof een uitdraai naar hem toe die niet uit het blikken kistje kwam. Hij had zijn klerk het handelsregister laten raadplegen terwijl Wim in de wachtkamer zat. “Uw vrouw heeft twee maanden geleden namens het bedrijf een kredietovereenkomst getekend. Eén komma twee miljoen baht. Bij een particuliere financier in Ban Dung, niet bij een bank. Geen hypotheek op de Chanote, want dat zou u bij het Land Office hebben gezien. Alleen vertrouwen in de inkomsten van het resort, en in de verwachting dat het terrein later verkocht kan worden.”
Wim las de naam van de financier. Hij kende hem niet. Hij kende wel het type: de man met de nieuwe Fortuner die op zondag bij de tempel vooraan zat.
“Kent u die man?”
“Niet persoonlijk.” Somchai poetste zijn bril met een zijden doekje, een gebaar dat hij leek te gebruiken om tijd te winnen voor wat hij ging zeggen. “Maar ik ken zijn soort. Zulke mensen hebben geen advocaten nodig. Ze hebben geduld, en neven die weten waar iemand woont. Als het bedrijf niet betaalt, wordt het geen zaak voor de rechtbank. Het wordt een zaak voor het dorp.”
Wim dacht aan de garagehouder aan de bar van het enige café in Ban Dung, die vorig jaar met een gebroken pols was thuisgekomen na wat hij zelf een gesprek noemde.
“Waarom heeft ze dat geleend?”
“Dat weet ik niet. Dat weet u misschien beter dan ik.” Somchai keek hem aan. “Een maaidorser voor haar moeder? Een auto voor de broer? Een schuld die al bestond? Het maakt voor de rechter niet uit. Voor u maakt het wel uit, want het zegt u waarom ze zo’n haast heeft.”
Wim probeerde terug te rekenen. Twee maanden geleden. De week dat Daao drie dagen achter elkaar naar de stad was gegaan, voor de accountant, had ze gezegd. De nieuwe telefoon van Pong, die hij niet had betaald van het schilderwerk dat hij niet deed. De rekening van het ziekenhuis in Udon voor haar moeder, waar niemand hem het bedrag van had genoemd. Hij had het allemaal gezien en niets opgeteld. Een stille vennoot krijgt geen jaarrekening. Hij krijgt een schaal kleefrijst en de vraag of hij nog iets wil drinken.
“Wat adviseert u?”
Somchai sloot het dossier. “Bij de aankoop heeft u verklaard dat het geld voor de grond persoonlijk vermogen van uw vrouw was. U heeft dat zelf ondertekend. Voor een eigendomsclaim op de grond zie ik geen ruimte, en een advocaat die u iets anders vertelt wil uw vierhonderdduizend baht.” Hij keek op. “Maar wie heeft het woonhuis en de bungalows betaald?”
“Ik. Vanuit Nederland.”
“Kunt u dat laten zien? Niet vertellen. Laten zien. Afschriften, overboekingen, kwitanties van de aannemer.”
“Ik heb alles bewaard. Thuis, in een tas in de kast.”
“Dan is dat uw ingang.” Somchai sprak langzamer nu. “Ik beloof u geen rekensom die zegt: de helft van ieder gebouw is van u. Zo werkt het niet, niet hier en eigenlijk nergens. Maar u heeft een geldstroom die een rechter niet kan negeren, en daarmee een reden om de rechtbank te vragen verkoop of bezwaring van het perceel voorlopig te verbieden. Een voorlopige maatregel. Geen zwaard. Zie het als een schild.”
“Hoe snel?”
“Sneller dan u denkt, en niet sneller dan de griffie.” Hij legde een volmacht op tafel. “Teken deze nu. Fotografeer vanavond ieder afschrift en stuur het naar mijn klerk. Ze maakt het verzoekschrift vannacht klaar en dient het morgenochtend om half negen in, zodra de griffie opengaat. De rechter kan het als spoedeisend behandelen. Of hij dat doet, bepaalt hij.”
Wim tekende. Het was het enige waar hij die dag invloed op had, en hij merkte dat zijn hand rustig was.
“En mijn verblijf?”
“Als het verzoek eenmaal loopt, bent u partij in een gerechtelijke procedure in Thailand. Dat is een grond waarop Immigration een tijdelijke verlenging kan geven, zonder handtekening van uw vrouw.” Somchai stond op. “Kan. Niet moet. Maar het is een deur, en u heeft op dit moment geen andere.”
Bij de deur hield hij Wim nog even tegen. “Nog één ding, meneer Bakker. Zeg tegen niemand thuis dat u hier bent geweest. Ook niet tegen de jongen. Zodra uw vrouw weet dat er een verzoek onderweg is, kan ze vannacht nog iets tekenen dat wij morgen niet meer kunnen tegenhouden.”
Het was donker toen Wim het erf op reed, en het regende niet meer. In het hoofdhuis brandde licht. Daao zat aan de keukentafel met de administratie voor zich, een rekenmachine naast haar hand. Pong zat op de bank, zijn natte sokken op de armleuning, en keek naar een voetbalwedstrijd op zijn telefoon, met het geluid uit. Ze hadden op hem gewacht. Dat zag hij aan de twee glazen op tafel, allebei leeg. De deur van Morks kamer was dicht, met een streep blauw licht eronder.

Midden op tafel lag zijn gele Tabien Baan, het huisregistratieboekje waarin hij negen jaar geleden was bijgeschreven als bewoner van dit adres. Het lag daar zoals de blauwe map die ochtend had gelegen. Als een agendapunt.
“Overmorgen gaan we naar de Amphoe, Wim,” zei Daao. “Een ambtenaar controleert of jij hier nog woont. Daarna Immigration.”
“En?”
“Pong heeft een nieuwe auto nodig,” zei ze eenvoudig. “Voor het werk. De financier wil een papier van alle aandeelhouders dat het bedrijf akkoord is met de lening. Jij tekent morgenvroeg. Dan ga ik overmorgen mee naar Immigration.”
Het was geen dreigement en geen bod. Het was een ruil, hardop uitgesproken op de stoep van de bureaucratie, en het ergste eraan was dat ze er niet eens haar stem bij verhief.
“En als ik niet teken?”
Daao pakte het gele boekje van de tafel, sloeg het dicht en legde het weer neer. Toen legde ze er een balpen bovenop, precies in het midden, met de dop naar hem toe.
“Dan ga ik overmorgen alleen. Ik zeg dat jij niet meer bij mij woont. Ze kunnen komen controleren. Jij zoekt het dan zelf maar uit.”
Pong keek op van zijn wedstrijd. Hij zei niets. Hij hoefde niets te zeggen; hij was maar één procent, en die ene procent zat al de hele avond op de bank te wachten tot iemand anders het werk deed.
Wim keek naar de pen op het gele boekje. Een goedkope balpen van de 7-Eleven, met een reclameopdruk van een cementfabriek. Hij dacht aan de tas in de kast in de achterkamer, aan de afschriften die hij zeven jaar had bewaard zonder te weten waarvoor, en aan de klerk van Somchai die nu ergens in de stad op haar telefoon zat te wachten. Hij pakte de pen niet op.
* * *
Eerder in deze serie is verschenen:
De Stille Vennoot (intro)
De Stille Vennoot – De Blanco Achterkant (deel 1)
De Stille Vennoot – Maandag Geel (deel 2)
Over deze blogger

- Zijn naam is Hans Vredevoort uit Amsterdam, geboren in 1956, en hij heeft nooit eerder verhalen geschreven, maar heeft wel technische artikelen en een boek op zijn naam in 2012 over de private cloud. Na zijn studie aan de Universiteit Utrecht in de Engelse literatuur begin jaren tachtig kwam hij in de IT-wereld terecht. Er waren immers geen banen voor een jonge academicus in die jaren. Hij ontwikkelde zich tot een specialist op het gebied van IT-infrastructuren en Microsoft-software. In 2017 vond hij het echter genoeg, zegde zijn baan op, scheidde van zijn Nederlandse vrouw, verkocht het huis en kocht een ticket naar Bangkok. Eerder dat jaar was hij in Bangkok geweest om een training te geven aan HP-engineers en was hij die week tegen een wonderschone Thaise aangelopen. Vanaf dat moment stond deel 2 van zijn leven helder op zijn vizier. Een paar jaar later was hij getrouwd met diezelfde Thaise en betrokken zij een nieuwe woning in een rustig dorpje aan de zuidflank van Udon Thani. Wel met een stevige glasvezelverbinding.
Lees hier de laatste artikelen
Cultuur29 september 2026De Stille Vennoot – De Schaduw van het Bedrijf (deel 3)
Cultuur23 september 2026De Stille Vennoot – Maandag Geel (deel 2)
Cultuur19 september 2026De Stille Vennoot – De Blanco Achterkant (deel 1)
Cultuur17 september 2026De Stille Vennoot (intro)

