Blijven of Verrekken – De Schuld (deel 4)

Door Hans Vredevoort
Geplaatst in Cultuur, Korte verhalen
Tags:
29 juli 2026

Udon Thani en Bangkok, september 2032

De cijfers kwamen in september en ze waren slechter dan de geruchten, wat knap was, want de geruchten waren al slechter dan alles daarvoor.

De staatsschuld door het plafond dat twee jaar eerder speciaal was verhoogd om er niet doorheen te gaan. Een stimuleringsprogramma dat was verdampt in projecten die niemand kon aanwijzen. En banen die verdwenen zonder dat er nieuwe voor terugkwamen: de callcenters naar de AI, de boekhoudkantoren naar de AI, de loketten naar de AI. Wat overbleef aan goede banen werd vergeven zoals het altijd was vergeven, langs lijnen van familie en gunst, alleen waren de lijnen nu korter en de banen schaarser, en stonden er buiten de lijnen miljoenen jonge mensen met diploma’s waar geen loket meer bij hoorde.

Je zag ze in Udon op de brommers hangen bij het benzinestation, hele middagen, jonge mannen zonder functie en zonder vooruitzicht op een functie, en Theo groette ze zoals hij iedereen groette, en steeds vaker werd er niet teruggegroet.

De Fortuners gingen als eerste. Dat was het teken dat zelfs Theo kon lezen. Jarenlang was half Isan op afbetaling in glimmende SUV’s gaan rijden, zeven jaar krediet op een inkomen van hoop, en nu reden er elke week takelwagens door de wijken die ze weer kwamen ophalen. Twee huizen verderop stond op een ochtend zo’n takelwagen, en de eigenaar van de Fortuner stond ernaast te roken en keek toe hoe zijn auto werd vastgemaakt, en niemand in de straat kwam naar buiten, want ernaar kijken was al genoeg vernedering, er getuige van zijn hoefde niet ook nog.

De noedelkar op de hoek verdween in dezelfde maand. Geen klanten meer van de bouwplaats, en toen kwam de gemeente met een vergunningplicht voor straatverkoop, een formulier van elf pagina’s en een tarief, en de vrouw van de kar kon het formulier niet betalen en de boete voor het ontbreken ervan nog minder. Op een dinsdag was de hoek leeg. Er bleef een vierkant van lichtere stoeptegels achter waar de kar had gestaan, en dat vierkant bleef Theo maandenlang opvallen, elke keer, als een lege plek in een gebit.

*

Het Nederlandse nieuws kwam via nu.nl, op een dinsdag.

Den Haag ontkoppelt AOW definitief van de loonontwikkeling. Historisch besluit, onhoudbaar stelsel, solidariteit tussen generaties. Theo las het artikel twee keer, en daarna de reacties, wat je nooit moet doen, en in de reacties stond honderdveertig keer in verschillende bewoordingen dat ouderen die het land hadden verlaten sowieso geen recht van spreken hadden.

Een week later schreef zijn pensioenfonds. Dekkingsgraad, rekenrente, verplichte korting: acht procent eraf, met de mogelijkheid van verdere maatregelen. Theo had veertig jaar premie betaald bij de zaak en het fonds heette nog steeds naar een bedrijfstak die niet meer bestond.

Hij pakte een bierviltje en een pen. Hij was geen rekenaar, dat was Henks afdeling, maar sommige sommen maken zichzelf. Links: de AOW bevroren en zijn pensioen gekort, uit te betalen in euro’s die elk kwartaal minder baht kochten aan het officiële loket, want farang moesten wisselen bij de bank, tegen de bankkoers, en de betere koers van de straat was voor mensen zonder visumdossier. Rechts: alles duurder. De verzekering, het visum, de boodschappen, de medicijnen van Pim, waarvan de apotheek zei dat de import haperde.

De uitkomst was geen ramp. De uitkomst was de helft van zijn marge.

Theo keek naar het viltje. Toen draaide hij het om, legde het met de som naar beneden op tafel en haalde nog een biertje. Er zijn twee soorten mensen: mensen die slecht nieuws opschrijven om het te onthouden, en mensen die het opschrijven om het ergens anders te laten liggen dan in hun hoofd.

*

De woede tegen buitenlanders was er al langer. Ze had alleen nog geen gezicht.

Ze was begonnen in het zuiden, in Phuket, waar Russen en Israëliërs met contant geld halve wijken hadden overgenomen, illegale taxibedrijven, illegale duikscholen, villa’s op naam van stromannen, hele stranden waar geen Thai meer werkte behalve als personeel. De kranten stonden er al twee jaar vol van. Daarna kwamen de filmpjes, elke week een nieuw: toeristen die vochten voor een nachtclub, een kale man die een monnik nadeed voor de camera, een stel dat het bij daglicht op een tempeltrap deed terwijl omstanders wegkeken omdat wegkijken het enige was dat hun waardigheid nog kon redden. Elk filmpje kreeg een miljoen keer het commentaar dat er maar één woord voor nodig had, en dat woord was farang.

En toen, in oktober, kreeg de woede haar gezicht, en het was het gezicht van een meisje van zeventien.

Ze werd gevonden in een koffer, in een appartement in Pattaya, en de man die werd aangehouden was een Australiër van vijftig die het land al twee keer eerder was uitgezet en er twee keer weer in was gekomen, omdat er altijd een loket was waar dat kon. Theo las het bericht ’s ochtends en legde zijn telefoon weg en kon een uur lang niets. Er was geen grap. Er was nergens in hem een grap, en dat was misschien de eerlijkste reactie die zijn lichaam nog in huis had.

Het land stond in brand die week, op alle schermen tegelijk. De naam van het meisje werd een hashtag, haar schoolfoto een icoon, en de vraag die overal terugkwam was niet hoe deze man had kunnen doen wat hij deed, maar hoe dit land hem twee keer opnieuw had binnengelaten, en wie daaraan verdiende. Het antwoord op die vraag was gevaarlijk, dus gaf de politiek een ander antwoord. Een parlementslid van wie Theo nog nooit had gehoord hield de toespraak die iedereen zou onthouden. Gasten die zich gedragen als bezitters, zei hij. Dit land is geen bordeel en geen pinautomaat en geen vrijplaats. De zaal stond op. Het fragment ging het hele land over.

Hij zei ook redelijke dingen, over vergunningen en handhaving. Redelijke dingen halen de ondertitels niet.

*

Op de club probeerde niemand er die zaterdag een gesprek over te beginnen, en dus ging het nergens anders over, in de vorm van zwijgen.

Het was Kees die het zwijgen brak. “Mijn schoonzus vroeg gisteren aan mijn vrouw waarom haar man niet teruggaat naar zijn eigen land. Mijn schoonzus. Ik ken die vrouw tweeëntwintig jaar. Ik heb haar bruiloft betaald.”

“Dat trekt wel bij,” zei Gerrit. “Dit waait over. Het is één gek geweest.”

“Het is nooit één gek geweest,” zei Kees. “Eén gek is de druppel. De emmer stond er al.”

Theo zei niets. Theo zocht in zichzelf naar de grap die dit moment kleiner kon maken, dat was zijn afdeling, daarvoor zat hij aan deze tafel, en voor het eerst in vijftien jaar vond hij niets. Alles wat hij vond, was van de verkeerde maat.

*

Nan wees de promotie af in drie zinnen, per mail, met dank voor het vertrouwen.

Er kwam geen antwoord, en het uitblijven van een antwoord was het antwoord. Haar toegangspas deed er de week erna twee keer langer over bij het poortje, een halve seconde die geen halve seconde was maar een mededeling. Het gebouw sprak in kleine dingen.

Ze kocht die zaterdag een laptop, contant, in een winkelcentrum waar ze nooit kwam, met bankbiljetten die ze over drie weken verspreid had opgenomen, wat inmiddels ook opviel, want de pinlimieten waren verlaagd en wie vaak contant opnam, nam vaak contant op. Ze verachtte zichzelf om de voorzorg en ze nam de voorzorg toch, want haar vak was precies weten wanneer voorzorg overdreven was, en dat wist ze niet meer.

Thuis, in de halve slaapkamer, begon ze opnieuw. Niet met het dossier, dat was weg. Met haar geheugen, en haar geheugen was goed. Vierendertig transacties. Het lint langs het tracé. De kluwen bij Udon. Een houdstermaatschappij, een moeder, een moeder van een moeder, een adviesbureau met twee ministeries op de klantenlijst. Ze bouwde het schema opnieuw op, avond na avond, en bewaarde niets in een cloud en alles op twee usb-sticks, één in een theeblik, één in de zoom van een wintermantel die ze in Bangkok nooit droeg.

Haar moeder had die mantel ooit voor haar gekocht, voor een studiereis naar Seoul. Je weet nooit wanneer het koud wordt, had ze gezegd.

Nan naaide de zoom dicht met steken die haar moeder had afgekeurd, en dacht: je had gelijk, mama.

*

Eind november stond Theo bij de kruidenier waar hij al twaalf jaar zijn sigaretten en zijn loten kocht.

De eigenaar kende hem. Kende zijn merk, kende zijn getallen, legde altijd alles klaar als Theo aan kwam lopen, en maakte altijd hetzelfde grapje: dat Theo pas mocht winnen als hij eerst de winkel kocht.

Die middag lag er niets klaar. De eigenaar pakte de sigaretten toen Theo erom vroeg, noemde het bedrag, telde het geld na, en legde het wisselgeld op de toonbank in plaats van in Theo’s hand.

Geen onbeleefdheid. Niets wat je kon benoemen. Alleen de glimlach, die er niet meer was, en de blik langs hem heen, naar buiten, naar iets achter Theo’s schouder waar niets stond.

Theo pakte zijn wisselgeld, telde het niet na, en liep naar huis.

Hij vertelde er thuis niets over.

* * *

Eerder in deze serie is verschenen:

Over deze blogger

Hans Vredevoort
Hans Vredevoort
Zijn naam is Hans Vredevoort uit Amsterdam, geboren in 1956, en hij heeft nooit eerder verhalen geschreven, maar heeft wel technische artikelen en een boek op zijn naam in 2012 over de private cloud. Na zijn studie aan de Universiteit Utrecht in de Engelse literatuur begin jaren tachtig kwam hij in de IT-wereld terecht. Er waren immers geen banen voor een jonge academicus in die jaren. Hij ontwikkelde zich tot een specialist op het gebied van IT-infrastructuren en Microsoft-software. In 2017 vond hij het echter genoeg, zegde zijn baan op, scheidde van zijn Nederlandse vrouw, verkocht het huis en kocht een ticket naar Bangkok. Eerder dat jaar was hij in Bangkok geweest om een training te geven aan HP-engineers en was hij die week tegen een wonderschone Thaise aangelopen. Vanaf dat moment stond deel 2 van zijn leven helder op zijn vizier. Een paar jaar later was hij getrouwd met diezelfde Thaise en betrokken zij een nieuwe woning in een rustig dorpje aan de zuidflank van Udon Thani. Wel met een stevige glasvezelverbinding.

Laat een reactie achter