Blijven of Verrekken – De Keuze (deel 9)

Door Hans Vredevoort
Geplaatst in Cultuur, Korte verhalen
Tags:
2 september 2026

Kuala Lumpur en Udon Thani, juni 2035

De conferentie heette Regional Forum on Financial Integrity en Nan had er drie jaar op rij een uitnodiging voor gekregen en drie jaar op rij niet mogen gaan.

Dit jaar mocht ze. Ze begreep waarom: Kuala Lumpur, drie dagen, was een proefverlof. Wie terugkomt van een buitenlandse reis heeft laten zien dat hij terugkomt. Het systeem gaf haar een lijn en keek hoe ver ze zwom, en Nan zwom precies zoals verwacht: panels, koffiepauzes, beleefde gesprekken met collega’s uit elf landen, aantekeningen in een schrift.

Op de tweede dag was er een besloten werksessie over grensoverschrijdende vastgoedstromen, twintig mensen. Onder hen een vrouw van in de vijftig van een internationaal toezichtsorgaan, een Française met een leesbril in het grijze haar en het geduld van iemand die haar leven aan voetnoten had gegeven. Nan kende haar rapporten. De vrouw las voetnoten zoals Nan ze las: als de plaats waar de waarheid woont, omdat niemand daar komt kijken.

Na de sessie stonden ze toevallig samen bij de koffie, en dat toeval had drie weken voorbereiding gekost.

Het gesprek duurde vier minuten en ging over jetlag, over de moesson, en over een technisch werkdocument over methodologie dat Nan misschien kon delen. De vrouw gaf haar een kaartje. Nan gaf haar een usb-stick met het werkdocument, en in het werkdocument zat, voor wie de bijlagen opende in de juiste volgorde, alles.

De vierendertig transacties en het lint langs het tracé. De houdstermaatschappij en haar moeders. Het adviesbureau, de twee ministeries, de zevenendertig woorden en de komma. Het spoor van Wichai, gereconstrueerd tot en met het stuk weg zonder camera. Vier jaar werk, veertig gram plastic.

Er werd niets getekend, niets beloofd. De vrouw stak de stick bij zes andere sticks van zes andere beleefde gesprekken, en heel even, één blik over de leesbril heen, liet ze Nan zien dat ze precies wist wat ze zojuist had aangenomen.

Nan sliep die nacht acht uur, voor het eerst in vier jaar. Geen opluchting. Voltooiing. Er bestaat een rust die alleen te vinden is aan de andere kant van een onherroepelijke daad, en ze wist wat die rust was: de stilte tussen het loslaten van iets en het neerkomen ervan.

Ze vloog terug naar Bangkok, want wie terugkomt heeft laten zien dat hij terugkomt, en wie nog één keer terugkomt, koopt tijd om daarna voorgoed te vertrekken.

De weken daarna leefde ze als iemand die op de foto blijft staan terwijl ze het beeld uit loopt. Ze ging naar haar werk. Ze glimlachte op de juiste momenten. Ze zei tegen personeelszaken dat ze positief stond tegenover Singapore en vroeg naar de verhuisregeling, want niets stelt een systeem zo gerust als iemand die naar de details vraagt. Intussen verliet elke week iets haar appartement, een tas naar een tempel, een doos naar een tweedehandszaak, tot er precies genoeg overbleef voor een vrouw die elk moment kon terugkomen en het nooit zou doen.

Op haar laatste vrijdag legde ze een envelop op het bureau van haar chef, met daarin haar ontslag per direct wegens familieomstandigheden, gedateerd op maandag. Ze legde hem met de voorkant naar boven.

Dat gunde ze zichzelf.

*

De verkoop van het huis was op een dinsdag, op een kantoor in Udon met airco die te koud stond, en duurde eenenveertig minuten.

Er waren twee mannen van de kopende partij, niet de mannen van de Fortuner, hogere mannen, met betere overhemden. Er was een advocaat die door de kopende partij werd aanbevolen en betaald, wat alles zei, en er was een tolk voor Theo, ook aanbevolen, ook betaald, die alles vertaalde behalve de toon.

Het bod was het bod van april geweest, minus wat er sindsdien was verdampt. Pim tekende eerst, zeventien keer, bij zeventien gele stickers. Ze tekende snel en rechtop, zoals je een pleister lostrekt, en ze keek geen van de mannen aan, en de mannen vonden dat prima, want oogcontact was nergens voor nodig, de stickers wezen de weg.

Toen was Theo aan de beurt, voor de twee formulieren waar zijn handtekening op moest, als echtgenoot, als belanghebbende, als complicatie die werd opgelost. De jongste van de twee mannen schoof hem een pen toe, een zware, met een logo.

“Ik heb er zelf een,” zei Theo.

Hij haalde zijn eigen pen uit zijn borstzak, een Parker van dertig jaar oud, gekregen bij zijn afscheid van de zaak, en tekende ermee, twee keer, en schroefde de dop erop en stak hem terug.

Hij had die dag met zijn eigen pen getekend. Het was het enige dat van hem was.

*

De verhuisdozen pasten in één rit. In de woonkamer die geen woonkamer meer was had Theo als laatste de doos dichtgeplakt waarop Pim kleinkinderen had geschreven, speelgoed en kinderboeken voor bezoek dat elk jaar volgend jaar zou komen, en hij had de doos in de auto gezet zonder hem open te maken.

De koffiemachine van zijn zoon bleef achter. Inbegrepen bij de inboedel, had de tolk gezegd. Het stond echt zo op een lijst: één koffiezetapparaat, Europees.

De ochtend van het vertrek kwam Prasit afscheid nemen, te voet, met het dambord onder zijn arm. Hij gaf het aan Theo zonder omhaal, zoals je iemand zijn eigen jas aangeeft.

“Ik kan niet dammen,” zei Theo. “Dat zegt u zelf altijd.”

“Daarom krijg jij het bord. Ik heb er niets meer aan te bewijzen.” Prasit keek langs hem heen naar de auto, de dozen, de soi. “Mijn dochter vraagt soms naar je. Ik zeg dan dat het goed met je gaat. Zal ik dat blijven zeggen?”

“Zeg maar dat ik oefen,” zei Theo. “Op alles.”

Ze gaven elkaar een hand, wat ze in vijftien jaar nooit hadden gedaan, en het voelde niet als een gebaar uit Theo’s oude land maar als iets dat ze ter plekke uitvonden, omdat geen van beide culturen hier een gebaar voor had.

Ze reden op een woensdag, met de pick-up van Pims broer, de dozen achterin onder een zeil, en Theo reed zelf, want dat kon hij nog.

Bij de rondweg stond een controlepost, sinds de rellen van vorig jaar, soldaten in de schaduw van een afdak, en de rij schoof stapvoets aan. De soldaat keek naar Pim, naar de dozen, naar Theo, en vroeg om papieren, en het waren Theo’s papieren die hij meenam naar het hokje, tien minuten, terwijl de motor tikte in de hitte. Pim zei zacht: “Niets zeggen. Ik praat.” Ze praatte. De soldaat kwam terug, gaf de papieren aan Pim in plaats van aan Theo, en wuifde ze door zonder iemand aan te kijken.

Ze kwamen langs de rijstvelden die loodsen waren geworden, langs het oude busstation dat een bouwput met een blauw bord was, langs de afslag naar de club waar Theo niet keek. Pim zag dat hij niet keek en legde even haar hand op zijn been, twee tellen, en dat was het gesprek van veertig kilometer.

Het dorp van Pim lag naar het oosten en heette voluit iets dat Theo in twintig jaar niet had kunnen onthouden.

De kamer was achter het huis van Pims broer, twee bij vier, een bed, een kast, een ventilator. Er was een gezamenlijke keuken en een wasplaats en een erf met kippen die van iedereen en niemand waren, en de familie was er goed over geweest, zonder één woord dat pijn deed, en juist dat maakte het definitief: er viel niets te bevechten, alleen te ontvangen.

Vijftien jaar, één rit.

* * *

Eerder in deze serie is verschenen:

Over deze blogger

Hans Vredevoort
Hans Vredevoort
Zijn naam is Hans Vredevoort uit Amsterdam, geboren in 1956, en hij heeft nooit eerder verhalen geschreven, maar heeft wel technische artikelen en een boek op zijn naam in 2012 over de private cloud. Na zijn studie aan de Universiteit Utrecht in de Engelse literatuur begin jaren tachtig kwam hij in de IT-wereld terecht. Er waren immers geen banen voor een jonge academicus in die jaren. Hij ontwikkelde zich tot een specialist op het gebied van IT-infrastructuren en Microsoft-software. In 2017 vond hij het echter genoeg, zegde zijn baan op, scheidde van zijn Nederlandse vrouw, verkocht het huis en kocht een ticket naar Bangkok. Eerder dat jaar was hij in Bangkok geweest om een training te geven aan HP-engineers en was hij die week tegen een wonderschone Thaise aangelopen. Vanaf dat moment stond deel 2 van zijn leven helder op zijn vizier. Een paar jaar later was hij getrouwd met diezelfde Thaise en betrokken zij een nieuwe woning in een rustig dorpje aan de zuidflank van Udon Thani. Wel met een stevige glasvezelverbinding.

Laat een reactie achter