Je hebt meer dan 250 dagen op zee gezeten. Midden-Oosten, vliegdekschip, staal, herrie, slaapkooien en duizenden collega’s die inmiddels zelfs tijdens het ontbijt naar diesel ruiken. Dan verschijnt eindelijk Thailand aan de horizon. Pattaya. Vrijheid. Bier. Neon. Een paar dagen waarin niemand vraagt of je gevechtsklaar bent. Mooi niet. Welkom in Pattaya. Hier is eerst de lijst met dingen die je niet mag doen.

De ruim 5.000 Amerikaanse militairen die begin september aan de Thaise oostkust neerstrijken, mogen geen cannabis gebruiken, geen cannabiswinkels bezoeken en zelfs bepaalde apotheken zijn verboden terrein. Ook jetskiën en parasailen mogen niet. Soi 6 staat op de zwarte lijst. Walking Street mag dan weer wel, maar om twee uur ’s nachts is het afgelopen met de vrijheid. Dat heet shore leave. Wij zouden het begeleid winkelen noemen.

Vooral Soi 6 is prachtig. Je mag met een vliegdekschip vol raketten de halve wereld rondvaren, maar een straat met barkrukken, dames en veel te luide muziek vormt kennelijk het echte operationele risico. Iran overleefd. Rode Zee overleefd. Soi 6 te gevaarlijk. De Amerikaanse marine kent haar vijand.

Ook jetskiën is verboden, en daar valt eerlijk gezegd iets voor te zeggen. Wie Pattaya een beetje kent, weet dat een jetski huren soms meer financiële risico’s oplevert dan een militaire operatie. Je stapt erop als matroos en komt terug als verdachte van een kras die volgens de verhuurder gisteren absoluut nog niet bestond. Misschien staat daarom ook parasailen op de lijst. Na maanden op een vliegdekschip wil Washington kennelijk voorkomen dat personeel uiteindelijk door een Thai aan een touw boven Pattaya Bay wordt voortgesleept. Er zijn grenzen aan nationale vernedering.

Ondertussen maakt Pattaya zich klaar voor de invasie van portemonnees. Hotels, bars, restaurants, taxi’s en andere ondernemers rekenen op duizenden mannen met verlof en geld. Lokale ramingen spreken zelfs over mogelijk honderd miljoen baht aan extra bestedingen als genoeg bemanningsleden van boord mogen en dagelijks flink uitgeven. De boodschap aan ondernemers is daarbij aandoenlijk: reken normale prijzen. In Pattaya. Aan vijfduizend Amerikaanse militairen. Dat is ongeveer hetzelfde als een krokodil verzoeken tijdens het voeren vooral professioneel te blijven.

Extra politie staat klaar, camera’s zijn gecontroleerd en ondernemers zijn gewaarschuwd geen misbruik te maken van de tijdelijke toestroom. Ook prostitutie krijgt extra aandacht, want prostitutie is in Thailand officieel verboden. Dat blijft mijn favoriete Thaise grap. Je kunt in Pattaya waarschijnlijk vanaf je hotelkamer drie bierbars, twee massagesalons en een dame met een nummer om haar nek zien, maar officieel bestaat het allemaal nauwelijks. Tot er vijfduizend mariniers komen. Dan moet ineens iedereen zich herinneren wat er in het wetboek staat.

Het resultaat is een soort gecontroleerd losbandigheidspark. Je mag drinken. Je mag Walking Street in. Je mag geld uitgeven. Veel zelfs. Maar graag binnen de lijntjes die Washington en Pattaya gezamenlijk op de vloer hebben geplakt. Vrijheid met openingstijden, verleiding met een gedragscode en Pattaya zonder risico. Dat laatste is natuurlijk de grootste fantasie van allemaal.

De mannen zullen vast een uitstekende tijd hebben. Na 250 dagen op zee voelt zelfs een plastic stoel met een koude Singha als menselijke beschaving. Maar ergens blijft het een prachtig beeld: duizenden Amerikaanse militairen arriveren in een stad die beroemd is om alles wat je beter niet kunt doen, met een officiële lijst waarop precies staat wat ze beter niet kunnen doen.

Pattaya heet ze van harte welkom, zolang ze zich gedragen alsof ze niet in Pattaya zijn.


Over deze blogger

De Expat
De Expat
De Expat (66) woont al 17 jaar in Pattaya en geniet van elke dag in het land van melk en honing! Vroeger werkzaam in de wegen en waterbouw, maar het grillige weer in Nederland ontvlucht. Woont hier met zijn Thaise vriendin en twee honden net buiten Pattaya, op 3 minuten loopafstand van het strand. Hobby's: genieten, uitgaan, sporten en met vrienden filosoferen over voetbal, Formule 1 en politiek.

3 reacties op “Column – Na 250 dagen op zee mag je eindelijk naar Pattaya maar vooral nergens aankomen”

  1. Henk zegt op

    Het zal met de Amerikanen net zo gaan zoals de Thaise regering omgaat met de officieel illegale prostitutie: wegkijken.

    0
  2. Lieven Kattestaart zegt op

    Wat dat geld uitgeven door de boys betreft zijn er misschien intussen wat dingen veranderd.
    Want ik herinner mij, jaren geleden alweer, eens naast een Amerikaanse militair ( in zijn camouflage-kloffie ) aan de bar gezeten te hebben in good old Pattaya.

    Aardige gast, en hij vertelde me dat het hen strikt verboden was zelf alcohol te kopen in winkel of bar, maar dat ze wel aangeboden drank mochten accepteren. Dit werd volgens hem in de gaten gehouden door rondwarende sergeants die hen meteen terug aan boord zouden sleuren als ze over de schreef gingen. Zowel met drank als met ‘andere zaken’.

    Heb hem op enkele biertjes getrakteerd, want ik kon er met mijn pet niet bij dat iemand die zolang op zee was geweest, en eindelijk op walverlof mocht, zelf nog geen pilsje mocht kopen in deze Thaise badplaats.
    Het kan zijn dat het flauwekul was, en hij zo aan gratis bier kwam, maar die indruk kreeg ik niet.

    0
  3. Sjaak S zegt op

    Ik heb dat ooit in de jaren 80 in Singapore meegemaakt. Toen had je daar nog de “beruchte” Bugis Street, waar ladyboys en dames van plezier gewoon rondliepen. De USS Enterprise (nee, niet die van Star Trek) had Singapore aangedaan met duizenden Amerikaanse mariniers aan boord, en Bugis Street werd vervolgens overspoeld door jonge mannen.

    Ik was zelf toen ook nog jong en had werkelijk het gevoel dat ik midden in een Amerikaanse speelfilm was beland. Wat ik daar allemaal te zien kreeg, was soms te gek voor woorden. Ik vond het prachtig.

    Ruim veertig jaar later kijk ik daar toch iets anders tegenaan. Tegenwoordig denk ik vooral: zoek het lekker uit, maar wel ergens heel ver bij mij vandaan. Hahaha.

    0

Laat een reactie achter