Column – De farang die zes miljoen baht in beton stort en daarna trots vertelt dat het zijn huis is

Je staat om zeven uur ’s ochtends op een bouwplaats in Isaan met koffie in je ene hand en bouwtekeningen in de andere. Voor je verrijst jouw droomhuis: vier slaapkamers, drie badkamers, dubbele carport, buitenkeuken en een muur hoog genoeg om Noord-Korea nerveus te maken. Jij betaalt, jij kiest de tegels en jij scheldt op de aannemer. Dus is het jouw huis. Behalve op de papieren. Daar staat zij.
Maar dat geeft niets, leg je uit. Jullie vertrouwen elkaar. Jullie relatie is anders. Jullie hebben iets bijzonders. Dat zeiden de vorige vier mannen aan de bar ook. Twee wonen inmiddels in een condo van 38 vierkante meter.
Je hebt zes miljoen baht in beton gegoten en noemt dat een investering. Niet omdat je ooit rendement verwacht, maar omdat “ik heb een huis voor mijn vrouw betaald” zo onaangenaam helder klinkt. Dus ben je investeerder, projectontwikkelaar en vastgoedman. Alles behalve wat je werkelijk bent: de man met de bankapp.
Op de bouwplaats loop je rond alsof je persoonlijk een nieuwe provincie hebt gesticht. De tegelzetter krijgt instructies, de elektricien moet stopcontacten verplaatsen en de aannemer wordt streng toegesproken omdat een muur drie centimeter verkeerd staat. Niemand durft je tegen te spreken. Je betaalt tenslotte. Dat is in Thailand een uitstekend alternatief voor gezag.
Ondertussen laat je een elektrische poort installeren waarmee jij bepaalt wie er jouw terrein op mag. Een prachtig systeem, vooral op grond die niet van jou is.
Wanneer iemand voorzichtig vraagt hoe het juridisch zit, verschijnt de blauwe map. Daarin zitten contracten, kopieën, stempels en documenten waarvan je de helft nooit hebt gelezen en de andere helft alleen begrijpt omdat een advocaat zei dat het “goed geregeld” was. Je slaat ermee op tafel en meldt dat je rechten hebt. Natuurlijk heb je rechten. Een hotelgast heeft ook rechten.
Misschien heb je een lease, vruchtgebruik of andere juridische bescherming geregeld. Prima. Maar in je hoofd ben je allang koning van het perceel. Je spreekt over “mijn grond”, “mijn huis” en “mijn poort” met de overtuiging van een koloniaal gouverneur die vergeten is de eigendomsakte te bekijken.
Op Facebook gaat het helemaal los. “Ons paradijs in Thailand.” Foto van het zwembad, foto van de keuken, foto van jou met een glas wijn naast de barbecue. Geen foto van het landdocument. Nederlandse vrienden reageren jaloers. Voor zes miljoen baht krijg je in Nederland amper een fatsoenlijke woning. Klopt. In Nederland krijg je voor veel meer geld vaak wel dat hinderlijke detail erbij dat het vastgoed daadwerkelijk op jouw naam staat.
Maar jouw situatie is anders. Dat blijft belangrijk. Jouw vrouw zou zoiets nooit doen. Haar familie ook niet. Haar broer, die inmiddels gereedschap uit jouw schuur haalt zonder te vragen, telt niet mee. Haar moeder, die alvast heeft uitgezocht welke slaapkamer later van haar wordt, bedoelt het alleen goed.
Het huis groeit ondertussen vrolijk verder. Eerst drie miljoen. Toen vier. Daarna kwamen het zwembad, de buitenkeuken, een sala en een extra kamer “voor bezoek”. Je wilde geen familiecompound bouwen. Je financierde er per ongeluk één.
En toch blijf je praten over financiële onafhankelijkheid. Daar zit het mooiste stukje faranglogica. Een man die in Nederland twintig jaar boos werd van een servicecontract van €14,95 per maand, maakt in Thailand zes miljoen baht over op basis van liefde, vertrouwen en een paar stempels. Maar wel drie offertes vergelijken voor de airco. Je kunt hem moeilijk naïef noemen. Hij heeft tenslotte Excel.
Het tragische is niet dat het altijd fout gaat. Vaak gaat het jarenlang uitstekend. Het tragische is dat de farang zijn onzekerheid dichtmetselt met beton. Nog een muur, nog een kamer, nog een poort. Hoe groter het huis, hoe harder hij moet roepen dat het van hem is. Tot iemand ooit zegt dat hij weg moet. Dan blijkt de elektrische poort ineens ook van de andere kant open te kunnen.
Zes miljoen baht later bezit je vooral één ding volledig.
De rekening.

Over deze blogger

- De Expat (66) woont al 17 jaar in Pattaya en geniet van elke dag in het land van melk en honing! Vroeger werkzaam in de wegen en waterbouw, maar het grillige weer in Nederland ontvlucht. Woont hier met zijn Thaise vriendin en twee honden net buiten Pattaya, op 3 minuten loopafstand van het strand. Hobby's: genieten, uitgaan, sporten en met vrienden filosoferen over voetbal, Formule 1 en politiek.
Lees hier de laatste artikelen
Column26 september 2026Column – De farang die zes miljoen baht in beton stort en daarna trots vertelt dat het zijn huis is
Column11 september 2026Column – De tropische vrijheidsheld die zonder vuilniswagen niet weet welke dag het is
Column1 september 2026Column – Na 250 dagen op zee mag je eindelijk naar Pattaya maar vooral nergens aankomen
Column20 augustus 2026Column – Een vrijstaand huis, drie honden en niemand om mee te praten


In NL eindigen 30-35% van alle huwelijken in een scheiding. In TH, huwelijk tussen (oudere) farang en Thaise godin ? Bovendien, het hoeft niet eens jouw lief te zijn, die je twee olifantsoren aannaait, maar.. je zwager /haar neef, die jij ooit eens gewezen heb op zijn luie levenswandel, op kosten van zijn – inmiddels al overleden – ouders en jouw ( wijlen) lief… Hij is nu enig erfgenaam van de grond waar het huis op staat, en verbiedt jou (recht van) overpad over die grond. Idem voor waterleiding, stroom, internet en afvoer.
Mijn inmiddels overleden vrouw was Indische. In 1994 rond Nong Prue met haar naar een huis gekeken. De Farang “eigenaar’, een Fransoos, begon ineens tegen mij in het Frans te praten, met de waarschuwing: vertel NOOIT je (Thaise) lief, dat zij je enig erfgenaam is. Je zult niet de eerste zijn, die in het achterafschuurtje stilletjes is overleden of in de ananasvelden gevonden wordt.
Ca 20 jaar later leerde een Thaise (zaken)vriendin mij het Thaise woord “Moradok” ( erfenis).