Het paspoort van mijn Vlaamse vriend lag open naast zijn medicijnen en een vel papier met vluchtnummers. Hij had nog niets geboekt, zei hij, maar wilde weten wat mogelijk was als de volgende onderzoeken slecht uitpakten. Zijn familie in België drong erop aan dat hij terugkwam. Zelf wist hij nog niet of hij daar tijdelijk heen wilde of voorgoed.

Op tafel stond een kom rijstsoep die nauwelijks was aangeraakt. Dat verontrustte mij bijna evenveel als het paspoort, want mijn vriend liet normaal alleen eten staan wanneer het werkelijk niet te eten was. Deze soep kwam van zijn vaste restaurant en daar klaagde hij wel over, maar hij at haar altijd op.

Ik vroeg of ik met hem mee moest naar zijn volgende afspraak. Hij antwoordde dat dit niet nodig was, al schreef hij de datum wel voor mij op. Daarna stopte hij het paspoort en de papieren in een lade. Het vel met vluchtnummers bleef liggen.

We praatten nog een tijd over gewone zaken. De koers van de baht, de komst van Bram en een Belgisch voetbalteam dat volgens hem al jaren verkeerd werd geleid. Ploy kwam pas ter sprake toen ik zelf haar naam noemde. Mijn vriend vroeg alleen of ik nog achter mijn besluit stond.

Die vraag bleef onbeantwoord.

Op weg naar huis reed ik langs de wasserette waar Ploy boven woonde. Haar raam was dicht en beneden zat een vrouw lakens op te vouwen. Ik minderde vaart, hoewel daar geen reden voor was. Daarna reed ik verder voordat iemand kon denken dat ik belangstelling had voor de prijs van een wasprogramma.

De afstand van Ploy had ik zelf gewild, maar zij hield zich er beter aan dan ik. Ze stuurde geen berichten en vroeg niet hoe het met mij ging. Zelfs over Snow hoorde ik niets. De kat had geen rol in onze problemen, maar kennelijk betekende afstand ook dat ik niet langer hoefde te weten of ze goed at.

In mijn condo viel vooral op hoeveel kleine gewoontes met Ploy te maken hadden gekregen. Wanneer ik koffie zette, dacht ik aan de hoeveelheid suiker die ze gebruikte. Bij het openen van mijn kledingkast zag ik het overhemd waarvan ze de knoop had vastgezet. Een zakje gedroogde mango dat ze had meegenomen, bleef onaangeroerd in de keuken liggen, omdat ik het te zoet vond en het toch niet wilde weggooien.

Daarbij kwamen de zorgen over mijn vriend. Iedere keer dat mijn telefoon ging, verwachtte ik nieuws uit het ziekenhuis. Wanneer het alleen Bram was met een voorstel voor onze eerste avond uit, antwoordde ik opgewekter dan ik me voelde. Ik had nog steeds zin in zijn komst, maar mijn hoofd zat niet bij bier, muziek en laat naar huis gaan.

Na ruim een week opende ik het gesprek met Ploy op Line. Haar laatste bericht bestond uit drie woorden waarin ze me sterkte wenste met mijn vriend. Ik begon verschillende antwoorden en verwijderde ze weer. Uiteindelijk schreef ik dat ik haar graag wilde spreken, als zij daar ook behoefte aan had.

Ze liet me tot de volgende ochtend wachten. Daarna stelde ze voor elkaar na haar werk te ontmoeten bij een eenvoudig restaurant aan Thappraya Road.

Ploy kwam twintig minuten later dan afgesproken. Ze droeg haar hoteluniform en had een doorzichtige plastic map onder haar arm. Haar gezicht stond vermoeid en ze keek eerst naar de vrije stoel tegenover mij voordat ze ging zitten. Een begroeting met een kus of aanraking bleef uit.

Ze vroeg naar mijn Vlaamse vriend. Ik vertelde wat ik wist en zei dat hij serieus over België nadacht. Ploy vond dat begrijpelijk. Wanneer je bang bent, wil je volgens haar bij de mensen zijn die je al kenden voordat je sterk moest doen.

Die opmerking bleef even tussen ons liggen. Ik wist niet of ze alleen over mijn vriend sprak.

Daarna vroeg ik hoe het met haar ging. Ze antwoordde dat ze werkte, voor Fah zorgde en haar zaken regelde. Dat laatste zei ze met enige nadruk. Vervolgens haalde ze haar telefoon uit de map en liet een bankoverschrijving zien. Krits moeder had een eerste deel van het geld terugbetaald.

Het bedrag loste de schuld niet op, maar het was meer dan een belofte. Ploy had bovendien met Krit afgesproken dat hij de week daarop met haar naar het districtskantoor zou gaan om te bespreken wat er voor een scheiding nodig was. Hij had dat in een bericht bevestigd. Of hij werkelijk zou verschijnen, wist ze pas wanneer hij voor haar stond.

Meer was er nog niet gebeurd. Er waren geen stapels documenten, geen definitieve afspraken en zeker geen garantie dat Krit zich aan zijn woord zou houden. Toch zat er voor het eerst beweging in beide zaken waarvoor ik was teruggeschrokken.

Ik zei dat ze snel had gehandeld.

Ploy keek naar haar telefoon en antwoordde dat ze na ons vorige gesprek een nacht had gehuild. De volgende ochtend was ze boos geworden, vooral op zichzelf. Ze wilde niet dat Krit, zijn moeder of ik bepaalden hoelang ze in onzekerheid bleef. Daarom had ze gebeld, berichten gestuurd en een vrije middag opgenomen om informatie te vragen.

Het raakte me dat ze verdriet had gehad, maar ik voelde ook bewondering. Waar ik ruim een week nodig had gehad om een Line-bericht te sturen, had Ploy een eerste betaling losgekregen en Krit in beweging gebracht. Mijn bijdrage bestond vooral uit nadenken, iets waarin ik door jarenlange oefening behoorlijk bedreven was geraakt.

Ik vertelde haar dat ik haar miste. Ze reageerde niet meteen, maar haar gezicht veranderde. De afstand waarmee ze tegenover mij was gaan zitten, werd kleiner zonder dat ze haar stoel verplaatste.

Toch was ze ook wantrouwig. Eerst had ik gezegd dat zij haar problemen moest oplossen en dat ik niet op haar zou wachten. Nu kwam ik alweer vragen of er voortgang was. Ploy wilde weten wat ik zou doen wanneer Krit inderdaad meewerkte en de scheiding sneller rondkwam dan ik had verwacht.

‘If I am free, you choose me?’

Mijn eerste neiging was ja te zeggen. Niet omdat ik het antwoord al wist, maar omdat ik haar geen tweede keer pijn wilde doen. Juist daarom deed ik het niet.

Ik zei dat ik nog steeds veel voor haar voelde, maar niet opnieuw iets wilde beloven waarover ik de volgende dag zou gaan twijfelen. Dat antwoord stelde haar teleur. Ze keek naar buiten, waar een bezorger plastic bakken van zijn motor haalde, en streek een paar keer over de rand van haar telefoon.

Volgens Ploy was Krit niet mijn enige probleem. Ik was bang dat zij te dichtbij kwam en gebruikte haar huwelijk om afstand te houden. Misschien had ze gelijk, maar dat gaf ik niet meteen toe. Er zijn grenzen aan persoonlijke groei, zeker wanneer je honger hebt en je eten koud wordt.

We aten een tijdje zwijgend. Ploy schoof de plakjes komkommer opnieuw naar de rand van haar bord. Ik zag het en moest glimlachen. Ze vroeg waarom, maar ik zei dat het niets was. Uitleggen dat ik haar manier van komkommer weigeren had gemist, leek mij op dat moment te veel informatie.

Na het eten maakte ze duidelijk dat ze haar plannen niet meer van mij liet afhangen. Ze wilde haar geld terug, ze wilde van Krit scheiden en daarna zou ze bekijken hoe haar leven eruitzag. Daarin was misschien plaats voor mij, maar ze zou niet blijven wachten tot ik eindelijk zeker genoeg was.

Het was geen dreigement. Juist daardoor kwam het aan.

Bij het afscheid omhelsde ze mij kort. Haar hoofd raakte even mijn schouder en ik rook de bekende geur van haar shampoo. Daarna stapte ze op een motortaxi zonder te vragen wanneer we elkaar weer zouden zien.

Op de terugweg dacht ik aan haar vraag. Als zij straks werkelijk vrij was, koos ik dan voor haar? Een week eerder had ik gemeend dat Krit, het geld en alle familieruzies mijn grootste bezwaren waren. Nu Ploy daar zelf iets aan deed, bleef er minder over om mijn twijfel aan op te hangen.

Mijn Vlaamse vriend had die middag geen nieuw bericht gestuurd. Voor de zekerheid keek ik of hij online was geweest. Dat was hij, een halfuur eerder. Ik wist dat zo’n groen teken niets over zijn gezondheid zei, maar het stelde mij toch gerust.

In de lobby van mijn condo stonden enkele verhuisdozen tegen de muur. De bewaker had er een plastic stoel naast gezet en hield met een half oog toezicht terwijl hij op zijn telefoon een bokswedstrijd keek. Voor de lift stond een vrouw met twee boodschappentassen en een opgerolde slaapmat.

Ik hield de liftdeur voor haar open. Ze bedankte me in het Engels en stapte naar binnen. Pas toen de deuren sloten, keek ik goed naar haar. Ze had donker haar met een smalle zilveren lok bij haar slaap, rustige bruine ogen en een glimlach die onmiddellijk vertrouwd aanvoelde. Ze was geen jonge vrouw, maar haar schoonheid trof me juist doordat ze niets leek te doen om aandacht te trekken.

De vrouw stelde zich voor als May. Ze was die middag ingetrokken in het condo naast het mijne. Terwijl de lift omhoogging, vroeg ze hoelang ik hier woonde en of het gebouw ’s nachts rustig was. Haar Engels was goed en haar stem laag. Ik gaf antwoord, maar hoorde mezelf iets vertellen over een blaffende hond op de parkeerplaats die al maanden niet meer bestond.

May lachte alsof ze begreep dat ik me vergiste en wilde weten waar ze in de buurt behoorlijk kon eten. Ik noemde een restaurant aan de verkeerde kant van Second Road en herstelde mezelf halverwege de uitleg. Daarna bood ik aan een van haar tassen te dragen. Die bleek voornamelijk flessen water te bevatten en was zwaarder dan mijn optreden als behulpzame buurman had voorzien.

Op onze verdieping liep ik met haar mee tot de deur naast de mijne. Binnen stonden nog meer dozen en twee mannen probeerden een bank langs een kast te krijgen. May bedankte mij en zei dat ze hoopte dat we goede buren zouden worden.

Meer gebeurde er niet.

In mijn eigen condo zette ik haar boodschappentas neer voordat ik merkte dat ik die nog steeds vasthield. Toen ik ermee terugliep, stond May al in de gang. Ze moest lachen, nam de tas aan en bedankte mij opnieuw.

Eenmaal binnen keek ik naar mijn telefoon. Het gesprek met Ploy stond nog open en onder haar naam zag ik dat ze online was. Ik begon te schrijven dat ik blij was met haar vooruitgang, maar stopte halverwege.

Naast mij schoof iemand een kast over de vloer. Het was een gewoon geluid van een nieuwe buurvrouw die haar woning inrichtte. Toch bleef ik luisteren tot het stil werd.

Mijn antwoord aan Ploy verstuurde ik die avond niet meer.

Wordt vervolgd.

Ingezonden door Nico


Laat een reactie achter