De Thaise staat: stagnatie en elitisme

Thitinan Pongsudhirak is mijn favoriete opinieschrijver op de Bangkok Post. Hij schreef een paar dagen geleden een verhaal over de Thaise staat, de traditionele machthebbers en de wijze waarop elites worden ingelijfd en ingekapseld om een status quo in stand te houden. Die helaas heeft geleid tot politiek verval en economische stagnatie, waarbij de gewone burger het onderspit delft.
Deze maand is het twintig jaar geleden dat de staatsgreep van 19 september 2006 de regering van Thaksin Shinawatra ten val bracht, gevolgd door een tweede coup acht jaar later. Geen van beide bracht de broodnodige, schone lei die de coupplegers hadden beloofd. In plaats daarvan leidden ze tot herhaaldelijke grondwetswijzigingen, het ontbinden van politieke partijen, gerechtelijke ingrepen, de afzetting van gekozen leiders en langdurige politieke instabiliteit. Nu de Thaise politiek al zo lang in het slop zit, was het slechts een kwestie van tijd voordat ook de economie zou gaan kwakkelen. Zonder politieke verandering die economische krachten en talent vrijmaakt, zal de economische stagnatie zich voor de lange termijn blijven voortzetten.
Dit land stond ooit bekend als “Teflon-Thailand”. Staatsgrepen, straatprotesten en elkaar in hoog tempo opvolgende regeringen kwamen en gingen, terwijl de economie onverstoorbaar doordraaide. Met andere woorden: politieke crises hadden geen invloed op de economische dynamiek. Dat is nu niet meer het geval. De groei blijft steken op een laag niveau en de Thaise economie weet zich daar niet van te bevrijden. Tussen 1960 en 1997 bedroeg de groei gemiddeld 7,5% per jaar, om vervolgens in de periode 2001–2005 uit te komen op een nieuw groeipad van 5%. In de twee decennia sinds 2006 is de Thaise economie met gemiddeld slechts 2,6% per jaar gegroeid.
Krachten die aanstuurden op staatsgrepen hebben de economie uiteindelijk om zeep geholpen. Versterkt door vergrijzing, een lage productiviteit, technologische ontwrichting en toegenomen regionale concurrentie, hebben twee decennia van politieke stagnatie de politieke instituties uitgehold en het vermogen van de staat verzwakt – oftewel het vermogen van overheidsinstanties om beleid te formuleren, te coördineren en uit te voeren dat leidt tot krachtige en duurzame groei.
Thailand beschikte daar ooit wel over. De ontwikkeling van de Eastern Seaboard, de op export gerichte industrialisatie en de integratie in wereldwijde toeleveringsketens waren het resultaat van politieke sturing, bekwame technocraten en beleidscontinuïteit. De afgelopen twintig jaar is dat vermogen echter aangetast. Regeringen en politieke partijen zijn zwak gehouden, terwijl niet-gekozen organen die hen in toom moeten houden, juist zijn versterkt. Gekozen regeringen zijn meer tijd kwijt aan overleven dan aan besturen, waardoor hervormingen op de lange termijn naar de achtergrond verdwijnen. Dit is de reden waarom Thailand de bloei van de halfgeleiderindustrie en tal van andere kansen voor economische opwaardering heeft gemist, terwijl buurlanden wel vooruitgang boekten.
De opzet van het grondwettelijke stelsel verklaart waarom dit zo is. Er vinden weliswaar verkiezingen plaats, maar die hebben in de praktijk weinig gewicht in de schaal gelegd wanneer winnende partijen beleid nastreefden dat een bedreiging vormde voor het establishment – bestaande uit het leger, de rechterlijke macht en de top van het ambtenarenapparaat. De grondwet van 2007 gaf de Senaat meer macht, maar dat bleek onvoldoende. Het kamp van Thaksin bleef verkiezingen winnen, tot en met de regering van Yingluck Shinawatra; zij werd vervolgens ten val gebracht door de staatsgreep van 2014 en de invoering van een nieuwe grondwet in 2017.
Ditmaal kregen benoemde senatoren voor een periode van vijf jaar tijdelijke bevoegdheden om mee te beslissen over de keuze van de premier in het parlement. Toen die regeling afliep, hadden de traditionele machthebbers behoefte aan een nieuwe Senaat; wie immers de controle heeft over dit Hogerhuis, bepaalt de benoemingen bij onafhankelijke instanties zoals het Constitutioneel Hof, de Kiescommissie en de Anticorruptiecommissie (NACC). Deze drie instanties houden op hun beurt politieke partijen en gekozen politici in het gareel.
Daarom is de zaak rond de samenspanning bij de Senaatsverkiezingen zo belangrijk, zoals ik twee weken geleden in deze column al betoogde. Het bewijs stapelt zich op en is moeilijk te negeren, mede dankzij getuigenverklaringen. Toch zien we een bekend patroon: de Kiescommissie heeft slechts een klein aantal personen – 77 van de 229 verdachten – aangewezen voor vervolging door het Hooggerechtshof. De regerende Bhumjaithai-partij blijft buiten schot. Niemand wordt ter verantwoording geroepen voor wat neerkomt op een gemanipuleerde Senaat.
Het gevaar hier reikt verder dan de vraag wie er wel of niet wordt aangeklaagd. Wanneer de indruk ontstaat dat regels voor de één wel gelden, maar voor de ander niet, beschouwen mensen instituties niet langer als onpartijdige en eerlijke scheidsrechters, maar als instrumenten van degenen die de werkelijke macht in handen hebben. De ontevredenheid onder de bevolking neemt toe en het vertrouwen in de instanties die in Thailand de feitelijke macht uitoefenen, brokkelt af. Degenen die dit systeem hebben opgezet om de bestaande politieke orde te beschermen, zouden wel eens kunnen ontdekken dat straffeloosheid de fundamenten ervan ondermijnt.
Sommigen zien de kwestie rond de Senaat als een vorm van ‘staatskaping’, waarbij de Bhumjaithai Partij en zijn netwerken grote delen van het bestuurlijke apparaat overnemen. Daar zit een kern van waarheid in. Maar volgens mij ligt het wezenlijke verhaal andersom. De elites hebben de staat niet simpelweg gekaapt; het is juist de staat die – al tientallen jaren lang – de Thaise elites heeft ingelijfd, medeplichtig heeft gemaakt en onder druk heeft gezet.
Dit verklaart waarom de ene na de andere staatsgreep op weinig weerstand stuitte vanuit de zakelijke, professionele en maatschappelijke elites, en waarom de consensus binnen de elite over traditionele staatsinstellingen stand heeft gehouden. Prikkels en beloningen doen hun werk. Benoemingen, toegang en status worden toegekend aan hen die erbij horen of die in ieder geval de boot niet doen wankelen.
Het best georganiseerde mechanisme is de gelaagde hiërarchie van certificaat- en netwerkprogramma’s binnen de publieke sector. Aan de top staat het National Defence College: de gouden standaard, de heilige graal onder de elitaire kwalificaties. Daaronder bevindt zich een groot aantal opleidingen die worden verzorgd door rechtbanken, veiligheidsdiensten, ministeries en bedrijfslevenorganisaties. Al meer dan zes decennia brengen deze programma’s generaals, bureaucraten, zakenmagnaten, rechters, politici, mediafiguren en academici samen in dezelfde kringen.
Er is op zich niets mis met opleidingen voor leidinggevenden of professionele netwerken. Het probleem is dat deze netwerken fungeren als poortwachters van elitisme; ze verbinden mensen uit uiteenlopende milieus in gedeelde kringen van privileges en wederzijdse gunsten, en vormen zo een voedingsbodem voor belangenverstrengeling. Degenen die wellicht op verandering hadden kunnen aandringen, zijn uiteindelijk belanghebbenden bij de status quo geworden.
Hier komen het politieke en het economische vlak samen. Thailand heeft behoefte aan transparantie en verantwoordingsplicht, de aanpak van monopolies, eerlijkere kansen voor het midden- en kleinbedrijf en nieuw talent, en een onderwijssysteem dat jongeren leert nadenken in plaats van gehoorzamen. Dergelijke hervormingen raken aan gevestigde belangen; ze kunnen niet slagen zonder consensus en deelname van de elite, wat onvermijdelijk gepaard gaat met enig verlies van privileges.
Maar juist de elites wier steun nodig is, zijn al volledig opgenomen in de staatsstructuren en de systemen die zich tegen verandering verzetten. Als een zwakke staat, gebrekkige verantwoordingsplicht en de coöptatie van de elite elkaar in stand blijven houden, zal de trage economische groei van Thailand geen tijdelijk verschijnsel zijn. Het wordt dan de nieuwe realiteit van politiek verval en economische stagnatie. Tenzij het land fundamentele politieke hervormingen doorvoert, zal deze situatie naar verwachting nog geruime tijd voortduren.
Dr. Thitinan Pongsudhirak is hoogleraar vergelijkende en internationale politiek aan de Faculteit Politieke Wetenschappen van de Chulalongkorn Universiteit en verbonden als ‘non-resident associate’ aan het Southeast Asia Centre van de London School of Economics.
Bronnen: Bangkok Post – The Thai state, stagnation and elitism, achter een betaalmuur.
(20+) Facebook Kijk op Posts, hetzelfde verhaal gratis.

Over deze blogger

-
Geboren in 1944 in Delfzijl als zoon van een eenvoudige winkelier. Gestudeerd in Groningen en Curaçao. Drie jaar als arts gewerkt in Tanzania, daarna als huisarts in Vlaardingen. Een paar jaar vóór mijn pensioen getrouwd met een Thaise dame, we kregen een zoon die drie talen goed spreekt.
Bijna 20 jaar in Thailand gewoond, eerst in Chiang Kham (provincie Phayao) daarna in Chiang Mai waar ik graag allerhande Thai lastigviel met allerlei vragen. Volgde het Thaise buitenschoolse onderwijs waarna een diploma lagere school en drie jaar middelbare school. Deed veel vrijwilligerswerk. Geïnteresseerd in de Thaise taal, geschiedenis en cultuur. Woon nu alweer 5 jaar in Nederland samen met mijn zoon en vaak met zijn Thaise vriendin.
Lees hier de laatste artikelen
Opinie28 september 2026De Thaise staat: stagnatie en elitisme
Taal23 september 2026Tweetaligheid, enige gedachten daarover en paar vragen aan de lezers
Cultuur19 september 2026Hoe Siam/Thailand reageerde op de aantrekkingskracht van het Westen
Achtergrond11 september 2026Anna Leonowens over het koninklijk huwelijk

