
De zesde avond had een andere textuur dan de vorige vijf.
Dale kon het niet precies omschrijven, hij was geen man van precieze omschrijvingen als het ging om dingen die hij voelde, hij liet die liever aan mensen die er beter in waren, mensen zoals Mae die woorden gebruikte alsof ze wist wat ze wogen, maar er was iets in de lucht van The Strip die avond dat anders was. Rustiger. De muziek nog even luid, de bieren nog even koud, de lantaarns nog even oranje, maar er zat een laag onder die er overdag niet was.
De mannen wisten dat het de laatste avond was. Dat weet je, en dat verandert alles.
Tex had de middag besteed aan een activiteit die hij omschreef als ‘souvenirs kopen voor zijn moeder’ en die Dale interpreteerde als ‘zitten bij Noi zonder iets te zeggen en toch alles te zeggen’, wat een volwassener variant was van wat Tex op dag één had gedaan en bewees dat mensen soms sneller leren dan je verwacht.
Dale zat bij Mae aan de bar van de Lucky Star. Het was vroeg, zeven uur, het uur waarop de avond nog zijn beloften niet had gedaan en de teleurstellingen nog niet waren begonnen. Andere mannen zouden later komen. Nu waren er alleen zij twee en Somchai de barkeeper die oortjes had voor alles wat hem niet aanging, wat alles was, en daarvoor gewaardeerd werd.
De fles stond er. De glazen stonden er. Niemand schonk in.
“Morgen,” zei Mae.
“Vijf uur,” zei Dale. “De C-130 vertrekt om vijf uur.”
Ze knikte. Ze had dit gesprek gevoerd, niet met Dale maar met anderen, in variaties, telkens dezelfde structuur, het tijdstip van vertrek als ankerpunt van de laatste avond. Vijf uur. Zes uur. De bus om vier. Tijdstippen die een einde markeerden dat iedereen kende en niemand noemde tot het er was.
“Je schrijft niet,” zei Mae. Geen vraag. Een constatering, zoals het weer.
“Nee,” zei Dale.
“Oké.”
Ze hadden dit ook niet gezegd maar hadden het begrepen, de grenzen van wat dit was, duidelijker in de afwezigheid van woorden dan ze ooit hadden kunnen zijn in de aanwezigheid ervan. Dale was geen man die beloften maakte die hij niet kon houden. Mae was geen vrouw die beloften verwachtte van mannen die terug moesten.
Het was een eerlijk akkoord. Eentje zonder papier, zonder handdruk, maar solide.
Buiten reed Pratt langzaam langs. Hij keek door het raam naar binnen, zag Dale, knikte. Geen problemen vanavond. Pratt kende het ritme, de laatste avond was altijd stil, de mannen hadden niets meer te bewijzen of te verliezen, ze zaten gewoon en dronken en keken naar dingen die er niet waren.
Tex en Noi kwamen om negen uur binnen. Noi had haar haar anders, geen rood lint, maar los, en ze zag er daarmee jonger uit en ook ouder tegelijkertijd, op een manier die Dale niet kon verklaren maar die Mae herkende en waarvoor ze even wegkeek.
Ze bestelden vier Singha’s. Ze praatten. Over niets belangrijks, dat was het geheim van goede gesprekken, dat het belangeloze erin zat, het babbelen over kippen op bussen en jukeboxen en hoe het zand in Pattaya heet genoeg was om pijn te doen.
Tex zei op een gegeven moment, buiten de context van enig gesprek:
“Ik ben blij dat ik hier ben geweest.”
Niemand vroeg wat hij precies bedoelde. Ze wisten het allemaal.
Om elf uur legde Dale een stapel baht op de bar, meer dan de avond kostte, minder dan hij wilde geven, ergens in de eerlijke ruimte daartussen. Mae keek ernaar maar pakte het niet meteen op.
“Voorzichtig,” zei ze.
Het was het enige woord dat er toe deed en ze wisten het allebei.
Dale stond op. Tex deed hetzelfde, langzamer, met het onwillige opstaan van iemand die weet dat de volgende zit langer op zich laat wachten dan hij zou willen.
Buiten was The Strip nog steeds wakker, nog steeds vol licht, maar ze liepen erlangs zonder naar binnen te gaan. Terug naar het Transit House. Koffers pakken die al half gepakt waren. Proberen te slapen.
Dale lag in het donker en luisterde naar de ventilatoren en de geluiden van de basis en ver weg, nauwelijks hoorbaar, de muziek van The Strip die doorging omdat het voor The Strip niet de laatste avond was, alleen voor hen.
Eerder in deze serie verschenen:
- Zeven Dagen Paradijs – Wheels Down in Udorn (deel 1)
- Zeven Dagen Paradijs – The Strip (deel 2)
- Zeven Dagen Paradijs – Bangkok by Night (deel 3)
- Zeven Dagen Paradijs – Dear Linda (deel 4)
- Zeven Dagen Paradijs – Tex Gets Rolled (deel 5)
- Zeven Dagen Paradijs – Aan Tafel bij de Kolonel (deel 6)
- Zeven Dagen Paradijs – Pattaya, 1968 (deel 7)
- Zeven Dagen Paradijs – Twee Dagen Rust (deel 8)
Over deze blogger

- Zijn naam is Hans uit Amsterdam (pun intended), geboren in 1956, en hij heeft nooit eerder verhalen geschreven, maar heeft wel technische artikelen en een boek op zijn naam in 2012 over de private cloud. Na zijn studie aan de Universiteit Utrecht in de Engelse literatuur begin jaren tachtig kwam hij in de IT-wereld terecht. Er waren immers geen banen voor een jonge academicus in die jaren. Hij ontwikkelde zich tot een specialist op het gebied van IT-infrastructuren en Microsoft-software. In 2017 vond hij het echter genoeg, zegde zijn baan op, scheidde van zijn Nederlandse vrouw, verkocht het huis en kocht een ticket naar Bangkok. Eerder dat jaar was hij in Bangkok geweest om een training te geven aan HP-engineers en was hij die week tegen een wonderschone Thaise aangelopen. Vanaf dat moment stond deel 2 van zijn leven helder op zijn vizier. Een paar jaar later was hij getrouwd met diezelfde Thaise en betrokken zij een nieuwe woning in een rustig dorpje aan de zuidflank van Udon Thani. Wel met een stevige glasvezelverbinding.




