Zeven Dagen Paradijs – Dear Linda (deel 4)

Udorn, 14 maart 1968. Kamer 7, Transit House.
Er waren dingen die Dale goed kon. Schieten. Navigeren in terrein dat geen terrein wilde zijn. Stilzitten in de hitte zonder water te worden gek. Wachten.
Brieven schrijven was er niet bij.
Hij had het papier al een uur voor zich liggen. Het was goed papier, niet het dunne velletje van de militaire post maar echt papier, gekocht in een winkeltje op de hoek van Suksawat waar een vrouw van tachtig hem had verkocht zonder op te kijken van haar boeddhistische kalender. Het papier was lichtblauw. Linda’s lievelingskleur.
Lieve Linda,
Hij had dit al drie keer geschreven en drie keer doorgestreept, niet omdat het verkeerd was maar omdat het te weinig was. Lieve Linda. Alsof hij haar een kaart stuurde vanuit een pretpark.
De kamer rook naar schimmel en ventilatorolie. Buiten speelde iemand op een radio een Thais liedje, treurig en tegelijk vrolijk op een manier die alleen Thaise muziek klaarspeelde, alsof verdriet en plezier twee kanten van hetzelfde muntje waren en je maar beter kon lachen want wenen kostte meer energie.
Hij dacht aan hoe Linda er ’s ochtends uitzag. Niet opgemaakt, haar nog door de war, een kop koffie te sterk in haar hand, altijd te sterk, ze zette hem zo sterk dat een lepel erin kon blijven staan als je hem rechtop zette, wat Dale nooit had geprobeerd maar altijd had overwogen. Hun dochter Amy op haar schoot, vijf jaar oud, die tekeningen maakte van paarden ook al hadden ze nooit een paard bezeten en woonden ze in Milwaukee waar paarden zeldzaam waren als senatoren met geweten.
Thailand is warm. Dat was de eerste zin die hij had geschreven en daarna doorgestreept. Technisch correct. Informatief neutraal. Even zinloos als Vietnam is ook warm maar op een minder aangename manier.
Het probleem was niet dat hij niet wist wat hij moest schrijven. Het probleem was dat hij het wist en het niet kon. Dat er een versie van hem bestond die Linda kende, een man die terugkwam voor het eten, die Amy op zijn schouders droeg, die het gras maaide op zaterdag en er nooit van opkeek, en een versie die nu in deze kamer zat, en dat die twee versies elkaar steeds minder goed herkenden.
Mae had de avond ervoor iets gezegd. Ze had het niet als een observatie bedoeld, meer als constatering, de manier waarop je zegt dat het regent als het regent, zonder commentaar op de regen.
Ze had gezegd: “Jij denkt altijd. Dat zie ik.”
“Iedereen denkt,” had Dale gezegd.
“Nee,” had ze gezegd. “De meesten drinken.”
Hij had er niet van geslapen.
Lieve Linda,
Alles goed met me. Thailand is rustig en de mensen zijn vriendelijk. Het eten is scherp maar goed. Ik slaap beter dan in maanden, wat raar klinkt maar waar is. Soms is rust een plek.
Ik denk aan je. Aan Amy. Aan de tuin en hoe je zegt dat er onkruid staat en hoe ik zeg dat ik het dit weekend doe en hoe het weekend komt en gaat. Sorry daarvoor, ook.
Ik denk dat ik nog vier maanden heb. Misschien vijf. Daarna kom ik naar huis en dan maai ik het gras en repareer ik het hek bij de schuur dat al een jaar scheef staat. Dat beloof ik je.
Hij stopte. Las het terug. Het hek bij de schuur. Hij had een brief vanuit een oorlogsgebied op vakantie in Thailand en hij schreef over een hek.
Maar misschien was dat het enige wat er toe deed. Niet de Phantoms die opstegen van Udorn. Niet Phan Thiet waar Martinez zijn arm verloor. Niet Patpong, niet Mae, niet de cognac in het Dusit Thani. Gewoon het hek. Het onkruid. Amy op zijn schouders.
Liefs, Dale.
Hij vouwde de brief op. Stak hem in een envelop. Schreef het adres in Milwaukee erop, hij kende het uit zijn hoofd, elk cijfer, elke letter, de manier waarop Linda haar adres schreef met de drie altijd een beetje scheef.
Daarna legde hij de envelop op het nachtkastje en keek ernaar tot hij in slaap viel.
De volgende ochtend was de envelop er nog. Niet verstuurd. Niet weggegooid.
Gewoon liggend, wachtend, op het kastje van een man die nog niet klaar was om een brug te bouwen of te verbranden.
Eerder in deze serie verschenen:
Zeven Dagen Paradijs – Wheels Down in Udorn (deel 1)
Zeven Dagen Paradijs – The Strip (deel 2)
Zeven Dagen Paradijs – Bangkok by Night (deel 3)
Over deze blogger

- Zijn naam is Hans uit Amsterdam (pun intended), geboren in 1956, en hij heeft nooit eerder verhalen geschreven, maar heeft wel technische artikelen en een boek op zijn naam in 2012 over de private cloud. Na zijn studie aan de Universiteit Utrecht in de Engelse literatuur begin jaren tachtig kwam hij in de IT-wereld terecht. Er waren immers geen banen voor een jonge academicus in die jaren. Hij ontwikkelde zich tot een specialist op het gebied van IT-infrastructuren en Microsoft-software. In 2017 vond hij het echter genoeg, zegde zijn baan op, scheidde van zijn Nederlandse vrouw, verkocht het huis en kocht een ticket naar Bangkok. Eerder dat jaar was hij in Bangkok geweest om een training te geven aan HP-engineers en was hij die week tegen een wonderschone Thaise aangelopen. Vanaf dat moment stond deel 2 van zijn leven helder op zijn vizier. Een paar jaar later was hij getrouwd met diezelfde Thaise en betrokken zij een nieuwe woning in een rustig dorpje aan de zuidflank van Udon Thani. Wel met een stevige glasvezelverbinding.
Lees hier de laatste artikelen
Cultuur20 april 2026Zeven Dagen Paradijs – Dear Linda (deel 4)
Cultuur16 april 2026Zeven Dagen Paradijs – Bangkok by Night (deel 3)
Cultuur12 april 2026Zeven Dagen Paradijs – De Strip (deel 2)
Cultuur9 april 2026Zeven Dagen Paradijs – Wheels Down in Udorn (deel 1)
