Discriminatie in Thailand werkt op twee niveaus die je niet door elkaar moet halen. Binnen de Thaise samenleving lopen de breuklijnen langs regio, huidskleur, klasse en burgerschap. De Lao sprekende bevolking van het noordoosten en de staatloze bergvolken voelen dat dagelijks.

Tegenover buitenlanders bestaat een apart systeem van ongelijke behandeling. Een deel ligt vast in wetten over grond en werk, een deel is informeel, zoals prijzen en sociale acceptatie. Voor jou als westerse emigrant is het beeld dubbel. Je geniet een geprivilegieerde positie vergeleken met Aziatische arbeidsmigranten, maar je blijft tegelijk een eeuwige buitenstaander, hoe lang je hier ook woont.

Het noordoosten: arm, trots en weggezet

De scherpste interne breuklijn loopt tussen het welvarende centrum rond Bangkok en de arme Isaan. De Lao-Isaan vormen de grootste minderheid van het land en spreken een Lao-dialect dat thuis en in het dorp nog volop klinkt, terwijl Centraal-Thais de school, het bestuur en de media beheerst. Ze maken ruwweg een derde van de bevolking uit, zo’n 22 miljoen mensen, en hebben verkiezingen helpen kantelen. Toch wordt er al decennia op hen neergekeken door de op Bangkok gerichte elite, die de regio wegzet als achtergebleven en de bewoners als laagopgeleid en onbeschaafd.

Het gaat niet altijd om subtiele neerbuigendheid. In 2021 werden Isaan-mensen in een chatgesprek op de app Clubhouse openlijk uitgescholden, wat tot landelijke verontwaardiging leidde. De achterstand zit ook in het systeem: ontwikkelingsgeld ging jarenlang naar de hoofdstad, en strikte taaleisen in onderwijs en bureaucratie benadelen wie geen Centraal-Thais spreekt. Zelfs het VN-comité tegen rassendiscriminatie heeft de behandeling van de Isaan-bevolking veroordeeld. Het staat dus niet in wetten, maar werkt door in schoolprestaties, baankansen en aanzien.

Huidskleur en klasse: hoe witter, hoe beter

Colorisme, het bevoordelen van een lichtere huid boven een donkere binnen dezelfde bevolkingsgroep, zit diep. De logica is eeuwenoud: wie buiten werkte, kreeg een donkere huid en hoorde bij de lagere klasse, terwijl de adel bleek bleef, omdat ze binnen werkte of helemaal niet hoefde te werken. Die koppeling tussen donker en arm, licht en welvarend, is hardnekkig gebleven. Het versterkt de regionale kloof, want racisme tegenover provinciale, niet-Centraal-Thais sprekende mensen is wijdverbreid, en de bestuurlijke top heeft vaak een lichtere huid en Chinese voorouders.

Commercieel zie je het terug in een enorme markt voor huidbleekmiddelen, ooit geschat op zo’n 3,2 miljard dollar tegen 2024. Die prognose is inmiddels gedateerd, dus neem het cijfer met een korrel zout. Wat wel blijft: reclames die een donkere huid met verlies of lagere status verbinden, leidden herhaaldelijk tot publieke woede. De boodschap eronder, hoe witter hoe beter, raakt mensen recht in hun zelfbeeld.

Bergvolken zonder papieren

De zwaarste vorm van interne uitsluiting treft de inheemse bergvolken in het noorden. Het exacte aantal staatlozen is onbekend, maar ligt waarschijnlijk boven de twee miljoen. Endemische discriminatie tegen hooglanders is daarvan een van de belangrijkste oorzaken. Sommige ambtenaren zijn ronduit bevooroordeeld en willen niet dat bergvolken Thaise staatsburger worden, ook al wonen die families er soms al generaties.

De gevolgen zijn zeer hard en concreet. Zonder burgerschap mag je soms niet afstuderen of zelfs niet naar school. Je verdient niet hetzelfde loon als een Thaise werknemer, je hebt geen juridische bescherming, je kunt medische zorg geweigerd worden en je mag geen grond kopen of vrij tussen districten reizen. Officieel telt Thailand rond de 925.000 erkende mensen uit bergstammen, terwijl bredere schattingen van het aantal inheemsen oplopen tot ongeveer 6 miljoen.

Het diepe zuiden

In de overwegend door Maleis-moslims bewoonde zuidelijke grensprovincies speelt een eigen, complexe dynamiek. Daar vallen etniciteit, taal en religie samen met een langlopend gewapend conflict en zwaar veiligheidsbeleid. Dit valt buiten de directe vraag, maar het laat zien dat de Thaise staat etnische en religieuze minderheden historisch met wantrouwen benaderde. Recente, geverifieerde cijfers over de actuele situatie heb ik er niet bij gehaald, dus zie dit als context en niet als hard onderbouwd onderdeel.

Westerse emigranten: dubbele prijzen en harde grenzen

Voor jou als westerling is de zichtbaarste vorm de dubbele prijsstelling. Bij nationale parken, tempels, musea en boottochten betaal je als buitenlander vaak vijf tot tien keer zoveel als een Thai, en in 2026 is daar weinig aan veranderd. De overheid verdedigt dat met het argument dat Thai via belasting al meebetalen aan het onderhoud. Voor expats die hier al jaren belasting betalen, voelt dat zuur, want puur op uiterlijk krijgen ze alsnog vaak de toeristenprijs. Toeval is het niet: sinds 7 juni 2022 hanteert het Department of National Parks een vaste indeling in vier prijsgroepen, en die structuur staat in 2026 nog overeind. Populaire parken in groep 3 rekenen rond 400 baht voor volwassen buitenlanders.

Naast de prijzen loop je tegen harde juridische grenzen aan. Die zet ik op een rij:

  • Grondbezit. Als buitenlands individu mag je in Thailand in beginsel geen grond bezitten. De Land Code verbiedt het en de uitzonderingen zijn in de praktijk vrijwel onbruikbaar. Een appartement dat correct op jouw naam staat, is wel vrij eigendom en overdraagbaar. Let op: ook houders van een permanente verblijfsvergunning of een premium-verblijfsregeling vallen onder hetzelfde verbod.
  • Werk. Bepaalde beroepen blijven gereserveerd voor Thai. Een regeling uit 2022 bracht die lijst terug van 39 naar 20 beroepen, maar begin 2026 meldden juridische bureaus opnieuw zo’n 39 verboden beroepen en ambachten, met een herbevestiging in juli 2025. De bronnen spreken elkaar hier tegen, waarschijnlijk doordat verschillende notificaties door elkaar lopen. Wat vaststaat: werken zonder geldige vergunning leidt tot boetes, uitzetting en een tijdelijk verbod op nieuwe vergunningen.

Belangrijke nuance: voor westerlingen gaat het vooral om prijzen en regels, niet om vijandigheid. Sociaal word je relatief geprivilegieerd behandeld. Je wordt nooit echt opgenomen in “de Thaise familie”, maar je staat wel duidelijk hoger op de ladder dan een Aziatische arbeidsmigrant.

Aziatische arbeidsmigranten: de echte onderkant

Hier ligt het zwaartepunt van de echte onrechtvaardiging, en dat zet de klachten van westerse expats meteen in perspectief. Birmese migranten krijgen geregeld te maken met loondiefstal, uitbuiting door tussenpersonen, erbarmelijke huisvesting en slechte arbeidsomstandigheden. Ze zijn kwetsbaar, krijgen vaak minder dan het wettelijk minimumloon en leven in voortdurende angst voor uitzetting of mishandeling door Thai met diepgewortelde vooroordelen.

Het contrast is veelzeggend. Een westerling moppert over een entreeprijs van 400 baht, terwijl een Birmese arbeider vecht voor de uitbetaling van zijn loon en voor bescherming tegen willekeurige uitzetting. Beide vallen onder discriminatie van buitenlanders, maar de ernst verschilt fundamenteel. Wie dat beseft, kijkt anders naar zijn eigen ergernissen.

De wet versus de praktijk

Het verschil tussen wat er officieel staat en wat er echt gebeurt, is bij dit onderwerp cruciaal. Thailand kent geen brede, algemeen afdwingbare antidiscriminatiewet die burgers en buitenlanders tegen ongelijke behandeling beschermt. Wel is het land partij bij het VN-verdrag tegen rassendiscriminatie, waarmee het zich verbindt aan gelijke behandeling. Op papier dus, want de uitvoering blijft achter.

Toch is er een opmerkelijke stap gezet. Op 6 augustus 2025 keurde het parlement de wet ter bescherming en bevordering van de leefwijze van etnische groepen goed, de eerste wetgeving die de rechten en het culturele erfgoed van de naar schatting 6 miljoen inheemsen beschermt. De wet trad op 19 september 2025 in werking en bevestigt gelijkheid en non-discriminatie. Let wel: deze wet richt zich op Thaise minderheden, niet op buitenlandse emigranten. Critici vinden hem bovendien afgezwakt, want de term “inheems” sneuvelde en culturele beschermingsgebieden zijn niet vrijgesteld van natuurbeschermingsregels. De kloof tussen papier en praktijk blijft dus reëel.

Wat het je concreet kost

Onderstaande tabel vat de gevolgen samen voor jou als westerse emigrant. De eurobedragen zijn benaderingen op basis van een ruwe koers van ongeveer 38 baht per euro en kunnen schommelen.

GebiedWat het concreet betekent
Nationale parkenPopulaire parken in groep 3 rekenen rond 400 baht (ongeveer 10,50 euro) voor volwassen buitenlanders, plus voertuigkosten
GrondbezitGeen grond op eigen naam mogelijk, wel een condo op naam, met bewijs van invoer van buitenlands geld
WerkEen reeks beroepen blijft gereserveerd voor Thai, werken zonder vergunning leidt tot boete en uitzetting
ToeristenbelastingAangekondigd op 300 baht (lucht) en 150 baht (land of zee), meermaals uitgesteld, verwacht in 2026
Sociale acceptatieBlijvende buitenstaanderstatus, ongeacht je verblijfsduur

Misvattingen die je beter loslaat

Een paar denkfouten die je leven hier onnodig zuur maken:

  • “Na een paar jaar zien ze me als local.” Veel expats verwachten na vijf jaar als local behandeld te worden, maar voor de gemiddelde Thai blijf je een farang. Dat klinkt hard, maar het is realistisch.
  • “Dual pricing is puur racisme.” Het ligt genuanceerder. Een Pink ID Card, een Thais rijbewijs of een werkvergunning helpen op sommige plekken om de Thaise prijs te krijgen, vooral bij kleinere, lokale gelegenheden. Het is deels een kwestie van uiterlijk en deels van papieren.
  • “De afschaffing komt eraan.” Minister Sorawong Thienthong beloofde in 2025 de dubbele prijzen aan te pakken, en begin 2026 lag het onderwerp opnieuw op tafel. Maar critici merken op dat zulke beloftes al jaren worden gedaan zonder resultaat. Reken er dus niet op.
  • “Discriminatie in Thailand draait om buitenlanders.” De zwaarste klappen vallen juist bij de eigen minderheden en bij Aziatische migranten, niet bij westerse expats.

Praktische tips die je meteen kunt gebruiken

Woon je in Thailand of verblijf je er langdurig, dan helpt het volgende:

  • Vraag een Pink ID Card aan en houd je werkvergunning of rijbewijs bij de hand. Leg bij twijfel over een entreeprijs in het Thais uit dat je hier woont, want bij kleinere gelegenheden levert dat soms de lokale prijs op.
  • Koop geen grond op naam van een Thaise partner in de veronderstelling dat het “praktisch van jou” is. Juridisch is en blijft het haar of zijn persoonlijke bezit, en constructies met stromannen zijn strafbaar.
  • Wil je een woning bezitten, kies dan een condo op eigen naam en bewaar het bankbewijs van de buitenlandse geldoverdracht zorgvuldig, want een latere koper kan dat nodig hebben.
  • Controleer vlak voor een parkbezoek de actuele prijs via de officiële site of het bord bij de poort, want de indelingen kunnen wijzigen.
  • Relativeer je eigen positie. Het helpt om te beseffen hoeveel zwaarder de behandeling van arbeidsmigranten en staatlozen weegt.

Bronnen: Bangkok Post, OHCHR, Minority Rights Group, Cultural Survival, Thailandblog.nl

Over deze blogger

Redactie
Redactie
Dit artikel is geschreven en gecontroleerd door de redactie. De inhoud is gebaseerd op persoonlijke ervaringen, meningen en eigen onderzoek van de auteur. Waar relevant, is er gebruikgemaakt van AI als hulpmiddel bij het schrijven en structureren van teksten. Wij genereren soms ook foto's met AI. Hoewel er zorgvuldig wordt omgegaan met de inhoud, kan niet worden gegarandeerd dat alle informatie volledig, actueel of foutloos is.
De lezer is zelf verantwoordelijk voor het gebruik van de informatie op deze website. De auteur aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade of gevolgen die voortvloeien uit het gebruik van de geboden informatie.

12 reacties op “Thailand discrimineert langs regio, huidskleur en burgerschap ook tegen farang”

  1. Geert zegt op

    In grote lijnen klopt dit artikel. Maar toch n paar kanttekeningen. Ik woon hier inmiddels ruim 14 jaar en ondanks dat ik de taal nauwelijk spreek voel ik me geen buitenstaander. Dit is in grote mate te danken aan mijn vrouw. In de familie en de vriendenkring wordt ik net zo behandeld als de rest.
    Het dual prijzen systeem komt hier met de regelmaat van n klok voorbij. Dank zei mijn Pink ID en leeftijd 75+ betaal ik op de meeste plaatsen zelfs minder dan de Thai of mag zelfs gratis binnen.
    Het niet mogen bezitten van grond zie ik niet als n probleem. Hier staat alles op naam van mijn wettige vrouw. Dat is ook n kwestie van elkaar vertrouwen. Het niet mogen werken is voor mij als gepensioneerde een uitkomst. Alle klusjes worden door mijn vrouw gedaan of uitbesteed want de farang mag niet werken.

    11
    • Bob zegt op

      Hoezo, mag een farang geen klusjes in huis uitvoeren? Dat onderwerp is hier heel onlangs nog uitgebreid aan bod geweest.

      Ik denk dat je dit maar al te graag aangrijpt om niets te moeten doen 😉
      De klusjes doorschuiven naar iemand anders en zelf lekker de luiaard uithangen … maar het is je, aangezien je leeftijd, gegund hoor.

      Ik ben soms blij als ik eens iets kan doen want ik verveel me soms steendood. Vroeger was ik een fervente klusser, nu dat ons huis op orde is heb ik geen enkele bezigheid meer, spijtig.

      6
      • Daniël M. zegt op

        Hallo,

        Ik heb het artikel gelezen en heb bedenkingen bij de kommentaren van Geert en Bob,
        Ik begrijp hun standpunten en ik ga die niet tegenspreken. Ze hebben volgens mij beiden gelijk op hun manier.

        Wat die klusjes in “eigen huis” betreft, daar is inderdaad recent over bericht in Thailandblog.

        Maar ik heb toch mijn bedenkingen: wij bevinden ons hier volgens mij in een grijze zone.

        Wij denken op onze manier, Thai denken op hun manier en je kunt best alle konfrontaties vermijden, want je bent hier in Thailand. Ik geloof dat we het hierover eens kunnen zijn. Wij zijn en blijven Farang en vormen dus een piepkleine minderheid tussen de massaal aanwezige Thai. Ik ga in mijn verhaal hieronder ervan uit dat we ons bevinden in een dorp ergens in de Isaan.

        Geert vermeldt dat alle klusjes door zijn vrouw gedaan wordt, omdat hij gelooft dat hij niet mag werken in Thailand. Bob stelt dat in vraag, want zijn bewering (van Bob dus) is gebaseerd op een onlangs verschenen bericht. Ook hier ben ik het met beiden eens.

        Maar ik geloof dat alles afhankelijk is van het standpunt vanwaar we het bekijken.

        Ik zie redenen waarom Geert alle klusjes door zijn vrouw laat uitvoeren. We hebben recent nog voor de zoveelste keer op Thailandblog kunnen lezen dat de Thaise logika erg verschilt van de onze. De manier waarop Geert handelt speelt volgens mij in zijn voordeel, ook al hoeft hij het niet eens te zijn met alles wat zijn vrouw doet: hij vermijdt konflikten en die houding kan hem goede punten opleveren binnen de Thaise gemeenschap. Anders zou hij in het ergste geval wel eens kunnen uitgesloten worden uit de gemeenschap, zeker als er vaker konflikten zouden zijn.

        In Thailand is er echter een grote kloof tussen de wetten en de werkelijkheid. Niks is zwart-wit – alles is duizenden tinten grijs. Het ene witter, het andere zwarter voor de Farang…

        Geert en Bob mogen het allebei hebben over “hun” huis. De grond waarop dat huis staat, is echter van hun Thaise echtgenote. Ik zie hier een reden om hun positie te zien wankelen. Ja, wij denken allemaal dat Geert en Bob het in “hun” huis mede voor het zeggen hebben en recht hebben om hun mening te uiten en te zeggen wat kan en wat niet kan. Maar denken de Thais daar ook zo over? Hun terughoudendheid belet hen om daarover openlijk hun standpunt bekend te maken.

        Maar Thais kunnen denken (let vooral op de 4 woorden in het begin van deze zin!!) dat de Farang bij hun inwoont, want het is haar grond en hij moet ervoor zorgen dat zijn vrouw (en haar familie) gelukkig (welvarend) zijn. Ik zou kunnen zeggen dat zij dat veronderstellen en dat verwachten…

        Ik stel mij de vraag (ook hier zijn de 5 eerste woorden van de zin erg belangrijk!!) wat er zal gebeuren als er “iets ernstigs” gebeurt (zoals overlijden van de vrouw, een echtscheiding of een ander konflikt). Persoonlijk vrees ik dat de farang er dan alleen voor kan staan. De Thai vormen de grote meerderheid. de farang kan hier in een erg zwakke positie terecht komen. Hij mag dan denken dat hij rechten heeft, maar de mening van de Thai zullen als gevolg van hun logika hier erg zwaar doorwegen.

        De farang mag dan wel klusjes gedaan hebben in “zijn” huis. Maar hij heeft dan wel gewerkt op een stuk grond dat niet van hem is (Mijn vermoeden van Thaise logika). Is het dan niet mogelijk dat de Thais zullen samenspannen en zweren dat hij “gewerkt” heeft, omdat hun logika hun zo laat denken?

        Ik besef dat mijn stelling misschien wat vergezocht is. Maar we zijn de afgelopen maanden wel vaker verrast door dingen die wij voor onmogelijk achtten. “Hoe was dat toch mogelijk?” is al vaker gevraagd geweest.

        Voor alle duidelijkheid: ik wil dit niet veralgemenen, want ik besef dat het er meestal veel beter aan toe gaat en dit misschien (hopelijk) wat extreem ver gezocht is. Maar het is wel iets dat in mijn achterhoofd blijft.

        Vriendelijke groeten,

        Daniël M.

        4
        • Tino Kuis zegt op

          Citaat: “Ik stel mij de vraag (ook hier zijn de 5 eerste woorden van de zin erg belangrijk!!) wat er zal gebeuren als er “iets ernstigs” gebeurt (zoals overlijden van de vrouw, een echtscheiding of een ander konflikt). Persoonlijk vrees ik dat de farang er dan alleen voor kan staan. ”

          Ik ben in 2013 gescheiden van mijn Thaise vrouw. In de scheidingsakte staat dat ik de voogdij kreeg over onze zoon, toen 13 jaar oud. Mijn Thaise ex verkocht al het land en een huis dat ik had betaald maar op haar naam stond. Zij verdeelde dat vervolgens in drie delen: zij, ik en onze zoon kregen ongeveer elk een derde. Dit heeft niets met Thaise of farang logica te maken maar gewoon met algemeen menselijk fatsoen.

          5
  2. Rob Vance zegt op

    Een goed artikel om te laten zien dat discriminatie een serieuze issue is, trouwens niet alleen in Thailand, maar in de meeste Aziatische landen. In de meeste landen kan je als buitenlander moeilijk of niet aan de slag.
    Ik had een fabriek in Thailand en kantoren in Taiwan en Hong Kong in de jaren ‘80 en ‘90 en had het grappig genoeg in Thailand iets makkelijker door Board of Investment promotie dan in Taiwan en Hong Kong. Met BOI promotie mag je als buitenlands bedrijf 100% van de grond bezitten, waardoor we een fabrieksgebouw en een huis en land op naam van mijn bedrijf hadden. Ook krijg je een beperkt aantal werkvergunningen voor buitenlandse werkers (meestal management) en je krijgt een tax holiday. InTaiwan had ik het lastiger, als buitenlands bedrijf betaal je meer belasting, en werkvergunningen zijn niet makkelijk. Gek genoeg kan je als buitenlander wel makkelijk een huis of zelfs grond kopen in Taiwan als buitenlander, wat heel klein (kleiner dan Nederland) en heel dichtbevolkt (22 miljoen mensen) is. Het probleem in Taiwan zijn de kosten. Omdat Chinezen bezit belangrijk vinden, is de prijs sky high. Buiten het centrum van Taipei kost een 2 slaapkamer apartment al gauw tussen de half miljoen en de miljoen. In downtown al gauw boven de miljoen.
    Dus zoals Cruyff al zei elk voordeel heeft zijn nadeel…. Met zulke prijzen lijkt Thailand nog niet zo gek.

    3
  3. Erik zegt op

    Sterk artikel, helder geschreven en goed onderbouwd. Ik sluit mij aan bij de reactie van Geert, met name waar het gaat om het hardnekkig terugkerende argument dat buitenlanders geen grond zouden mogen bezitten in Thailand. In de praktijk blijkt dit binnen een gezonde en duurzame relatie zelden een wezenlijk probleem te zijn. Uiteindelijk draait het om wederzijds vertrouwen.

    De uitdagingen ontstaan doorgaans niet door de juridische constructie zelf, maar eerder door minder doordachte partnerkeuzes. Zelfs in dergelijke situaties blijft de afweging relevant: wonen in een condominium van minder dan 40 m² of in een vrijstaande woning met aanzienlijk meer leefruimte. Voor velen zal die keuze niet moeilijk zijn. Daarbij komen de vaak aanzienlijke common fees die aan condominiumbezit verbonden zijn.

    In essentie draait de discussie om de vraag: huren of kopen? Bij huren betaalt men op de lange termijn doorgaans meer, zonder enig eigendomsrecht op te bouwen. Bij kopen verkrijgt men daarentegen feitelijke zeggenschap over de woning gedurende de relatie en vaak gedurende de rest van het leven. Wanneer er sprake is van oprechte liefde en vertrouwen, laat men zijn partner bovendien iets waardevols na. Bij een huurconstructie resteert na overlijden vaak slechts een aanzienlijke terugval in wooncomfort.

    De kern van de zaak ligt daarom niet zozeer in de keuze tussen condominium of woning, noch tussen huren of kopen, maar veeleer in de keuze van de levenspartner.

    Wat betreft de veelbesproken discriminatie en dual pricing: sabaai sabaai. Geniet van alles wat Thailand te bieden heeft en laat de relatief kleine ongemakken niet zwaarder wegen dan de vele voordelen. Een zekere mate van relativering draagt vaak meer bij aan levensgeluk dan eindeloze discussies over principiële bezwaren.

    2
  4. william-Korat zegt op

    De grootste pijn rondom het verbod op grondbezit zit hem in de erfenis: je kunt het land na je overlijden niet nalaten aan familie of kinderen [langdurig] uit een eerdere relatie in je thuisland.

    Velen buitenlanders halen de volle leaseperiode van 30 jaar niet eens – hoewel dus langer ‘voor de rest van je leven’ op papier ook een optie is. De wrange bijsmaak? De Thaise partner heeft doorgaans weinig tot niets meebetaald aan de aanschaf prijs en onderhoud.

    Wat betreft werk: hoewel het arbeidsethos per regio verschilt, kraait er in de praktijk vaak geen haan naar als je thuis klust of meehelpt in een kleinschalig project, zoals een lokaal winkeltje. Maar pas op: op papier klopt de wetgeving als een zwerende vinger. Het is dus altijd verstandig om vooraf de lokale stemming te polsen.

    Natuurlijk zijn er zat andere zaken die voor lichte irritatie zorgen – momenten waarop je even tot tien moet tellen. Maar het dwingt je wel tot een spiegel: geeft Nederland dit soort cruciale zaken eigenlijk niet veel te makkelijk uit handen?

    4
    • Rens zegt op

      William, het klopt niet wat je zegt, dat: “De grootste pijn rondom het verbod op grondbezit zit hem in de erfenis: je kunt het land na je overlijden niet nalaten aan familie of kinderen [langdurig] uit een eerdere relatie in je thuisland.” In Thailand kun je nooit grond in eigendom hebben. Nooit. Je kunt het wel bezitten, bijvoorbeeld door:
      1- een lease van grond tot 30 jaar. Bezit is geen eigendom.
      2- Usufruct is bezit. Dat bezit mag he gebruiken. Maar het is geen eigendom. Dit vindt plaats na het overlijden van de Thaise echtgenote. Thaise erfgenamen worden de ‘blote” eigenaren.
      3- Is geen usufruct beschreven, dient land en huis binnen één jaar verkocht.
      4- Condo kan als eigendom, maar nooit de grond onder het gebouw. Je koopt de ruimte tussen het plafond, de vloer en de 4 muren van het appartement, die je kunt bewonen naar wettelijke richtlijnen en voorwaarden van de VvE. Maar zelfs dan is het niet zomaar over te doen aan eigen nabestaanden.

      1
      • william-Korat zegt op

        Dat klopt, bij de eerste drie punten gaat het inderdaad om termen als lease of usufruct (vruchtgebruik). Over de specifieke regels rondom condo’s laat ik me nu even niet uit.

        Mijn kernpunt is dat een wooneenheid in een Moo baan (woonwijk) of dorp wettelijk altijd zo is ingericht dat de Thaise kant aan het langste eind trekt. Stel dat jij als buitenlander halverwege de leaseperiode overlijdt, en je Thaise partner komt daags daarna uit verdriet onder een bus, dan gaat het hele bezit naar haar kinderen. Jouw eigen kinderen (uit een eerdere relatie) vissen dan achter het net.

        Het sterke nationalisme en de rigide sociale hiërarchie in Thailand zijn elementen waar je als Europeaan, maar beter niet te lang bij stil kunt staan; je wordt er stil van. Hoewel mijn eigen vrouw—en sommige anderen in deze discussie—denken dat ze alles ‘veilig’ hebben geregeld, vrees ik oprecht voor de situatie van de nabestaanden die daarna komen.

        1
  5. Raymond zegt op

    Wel Rens, zeg nooit ‘NOOIT’. Zelfs op de regel dat buitenlanders geen grond kunnen bezitten, zijn ook hier uitzonderingen. Weliswaar tegen grote financiële investeringen en nog een aantal strikte voorwaardes, maar het is mogelijk onder een BOI promotie ( Board of Investment promotie).
    Dat dit voor de meesten onder ons niet is weggelegd dat is een tweede, maar het is dus niet ‘NOOIT’.

    1
    • Rens zegt op

      Raymond, ee vergist je. Buitenlanders kunnen nooit grond in eigendom hebben. Nooit. Waar jij aan refereert is BOI-regelgeving die bedrijven betreft. En zelfs voor business is die regelgeving ingeperkt. Zie:
      https://www.siam-legal.com/thailand-law/new-boi-thailand-rules-allow-foreign-businesses-to-buy-more-land/
      Lees: De Thaise investeringsraad (BOI) heeft nieuwe regels ingevoerd met betrekking tot het eigendom van grond door buitenlandse bedrijven en andere rechtspersonen. Deze nieuwe regelgeving, die op 9 december 2024 van kracht is geworden, stelt deze bedrijven in staat om grond op naam van het bedrijf aan te kopen, mits ze een BOI-promotie hebben verkregen en aan een aantal andere criteria voldoen.

      Begin december 2025 kondigde de Thaise BOI aan dat zij haar criteria voor “buitenlandse rechtspersonen met investeringsbevordering” zou wijzigen. De nieuwe regels vergrootten het oppervlak van de grond dat deze rechtspersonen rechtstreeks kunnen aankopen voor kantoorruimtes en woningen.

      Gepromote bedrijven die aan de voorwaarden voldoen, kunnen nu het volgende kopen:
      Tot 5 rai grond voor kantoorruimte
      Tot 20 rai (ca. 1,4 m²) voor woondoeleinden voor operationele werknemers.
      Dit stelt in aanmerking komende bedrijven in staat om grote percelen grond aan te kopen om meer werknemers comfortabeler te huisvesten.

      1
  6. Raymond zegt op

    Ja, weet ik, maar een buitenlander die dus een bedrijf wil opstarten en een investering van ongeveer 40 miljoen baht doet en aan de andere voorwaardes van de BOI promotievoldoet, kan dus eigenaar worden van grond om zijn bedrijven of woningen te bouwen. Grond op naam van het bedrijf, en de directeur/ eigenaar van het bedrijf laat er ook zijn woning op bouwen. Dan is hij toch eigenaar?

    0

Laat een reactie achter