TB-opinie: De officiële belofte heet 2037 en dan moet Thailand elk jaar zes procent groeien in een economie die op twee zit

Sinds 2018 heeft Thailand een nationaal doel: in 2037 een welvarend hoge-inkomensland zijn. Nonarit Bisonyabut, onderzoeker bij het gerespecteerde Thailand Development Research Institute, pakte er een rekenmachine bij en noemde dat doel botweg onmogelijk. Zijn som is simpel, en juist daarom vervelend voor de regering.
Wie is die man, en waarom telt zijn oordeel? Het TDRI is het bekendste onafhankelijke economische onderzoeksinstituut van het land, geen actiegroep en geen oppositiebureau, maar de denktank waar ministeries zelf hun cijfers laten toetsen. Als een onderzoeker daar een regeringsbelofte “vrijwel onmogelijk” noemt, is dat geen borrelpraat.
Zijn redenering gaat zo. Het gemiddelde inkomen in Thailand ligt op zo’n 7.500 dollar per persoon per jaar. Voor de status van hoge-inkomensland moet dat naar minstens 15.000, ruwweg een verdubbeling. Met de Rule of 72, een bekende vuistregel, reken je uit hoe hard je dan moet groeien: 72 gedeeld door twaalf jaar is zes procent per jaar, twaalf jaar achter elkaar. De Thaise economie groeit met twee.
Waarom het echte cijfer nog lager ligt
Nonarit legt de vinger op iets wat de officiële cijfers verhullen. De groei die het nieuws haalt, is het bbp: alles wat binnen de landsgrenzen wordt verdiend. Maar een deel daarvan is niet van Thai. Arbeiders uit Myanmar en Chinese bedrijven verdienen hier geld dat uiteindelijk het land uit gaat.
Meet je daarom het bruto nationaal product, wat Thai zelf verdienen, dan is het beeld schraler. Het bbp kroop nog vooruit, het bnp stond vrijwel stil. De Wereldbank zette het onlangs in cijfers: het inkomen per hoofd staat op 7.690 dollar, terwijl de grens voor een hooginkomensland op 14.375 ligt. En Vietnam, dat dit jaar voor het eerst opklom naar de hogere middengroep, groeit zo veel sneller dat het Thailand rond 2037 kan passeren, precies het jaar waarin Thailand aan de top had willen staan.
De vraag die niemand in Bangkok hardop beantwoordt
Nonarit stelt de kernvraag, en die is ongemakkelijk. Landen die snel rijk werden, hadden iets wat de wereld nodig had. Japan de Walkman, Zuid-Korea Samsung en Hyundai, Singapore een haven aan de Straat van Malakka, China Huawei en Tencent. Wat heeft Thailand dat de wereld wil?
Zijn antwoord is kaal: niet veel. Thailand verkoopt goedkope arbeid, en zelfs die wordt nu deels geleverd door buitenlandse werkers. Daar zit het echte probleem, en het is geen pech, maar het gevolg van een generatie niet-investeren. Het onderwijs bungelt volgens Nonarit onderaan de regio, achter Vietnam en China. Ongeveer dertig procent van de bevolking zit nog in de landbouw, een aandeel dat in rijke landen veel kleiner is. Zonder geschoolde mensen geen merk, geen innovatie, geen product waar de wereld op wacht. Geld daartegenaan gooien werkt niet: hij vergelijkt het met een tuktukchauffeur die de loterij wint en er niet rijker van wordt.
Waar het optimisme zich aan vastklampt
Er valt iets tegen de somberheid in te brengen, en Nonarit doet dat zelf aan het slot. Hij gelooft dat het nog kan, als de leiders de problemen echt begrijpen. Thailand klom in één generatie van een arm landbouwland naar de hogere middenmoot, en de armoede zakte van 42 procent in 2000 naar rond de 6 procent. Dat is geen land dat niets kan. De Wereldbank wijst bovendien op echte troeven: de ligging in het hart van ASEAN, de digitale infrastructuur, de wereldwijde naam van Thaise producten. De bouwstenen liggen er.
Alleen verandert dat de rekensom niet. Al die troeven bestonden ook de afgelopen tien jaar, en toch zakte de groei richting twee procent. Ligging en reputatie leveren geen zes procent op zolang het onderwijs achterblijft en dertig procent van de mensen in een sector zit die weinig opbrengt. En de investeringen die het tij zouden moeten keren, lekken weg via corruptie of belanden in projecten zonder rendement, zoals de zeventig vliegvelden waarvan er zes echt worden gebruikt, of datacenters die niets afnemen bij Thaise leveranciers.
De belofte staat op 2037. De rekenmachine zegt zes procent, de werkelijkheid zegt twee. Let de komende jaren niet op de toespraken over het doel, maar op het jaar waarin Vietnam Thailand voorbijgaat.
Bronnen: Bangkok Post, Wereldbank, TDRI, Nation Thailand

Over deze blogger

-
Dit artikel is geschreven en gecontroleerd door de redactie. Wij maken o.a. gebruik van AI om onderzoek te doen naar onderwerpen en het schrijven over deze onderwerpen. Wij genereren ook foto's met AI, maar gebruiken daarnaast ook stockfoto's. Hoewel er zorgvuldig wordt omgegaan met de inhoud, kan niet worden gegarandeerd dat alle informatie volledig, actueel of foutloos is.
De lezer is zelf verantwoordelijk voor het gebruik van de informatie op deze website. De auteur aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade of gevolgen die voortvloeien uit het gebruik van de geboden informatie.
Lees hier de laatste artikelen
Expats en pensionado31 augustus 2026Munt biedt AOW’ers hypotheek met levenslang vaste rente
Politiek31 augustus 2026Regering-Anutin staat stevig maar vertrouwen in Thaise politiek brokkelt af
Opinie31 augustus 2026TB-opinie: De officiële belofte heet 2037 en dan moet Thailand elk jaar zes procent groeien in een economie die op twee zit
Pattaya31 augustus 2026Pattaya heeft meer uitgaansbuurten dan alleen Walking Street

