Lachen of Verdwijnen – Jessica uit Ohio (deel 3)

Het script was acht pagina’s lang en Mook leerde het in twee dagen uit haar hoofd.
Niet omdat ze wilde. Omdat de man met de geoefende glimlach, die Khun Anan heette of zich zo liet noemen, op de derde dag bij haar bureau kwam staan en zei dat ze het script vandaag uit haar hoofd zou kennen. Hij zei het op de manier waarop iemand zegt dat de zon vandaag ondergaat. Niet als opdracht. Als feit.
Ze kende het script om vier uur ’s middags.
Hi, my name is Jessica. I work in customer support for Meridian Capital, a cryptocurrency investment platform. I’m reaching out because our records show you expressed interest in our services…
Niemand had interesse uitgesproken. De namenlijst kwam ergens vandaan, een database, gekocht of gestolen, mannen tussen de vijfenvijftig en zeventig in het Midwesten van de Verenigde Staten, weduwnaars en gescheiden mannen vooral, mannen met spaarrekeningen en eenzaamheid, een combinatie die in de wereld van Khun Anan een product was.
Ze belde haar eerste echte target op dag vier.
Hij heette Raymond. Hij woonde in Dayton, Ohio. Het was zes uur ’s ochtends bij hem en negen uur ’s avonds bij Mook. Hij nam op met een stem die nog half sliep en Mook zei Hi, my name is Jessica en haar stem deed iets wat ze niet had geoefend, een lichte stijging, een Amerikaans randje, alsof haar mond wist wat haar hoofd nog moest leren.
“Jessica from where?”
“Meridian Capital, sir. I’m so sorry to call early, I have you as a Pacific time contact.”
“I’m in Ohio.”
“Oh my goodness, the database has it wrong again. I am so sorry. Should I call back?”
“No, no, I’m up. What’s this about?”
Mook praatte zes minuten met Raymond over crypto. Ze wist niets van crypto. Het script wist alles. Raymond luisterde. Raymond stelde vragen. Raymond zei dat hij erover zou nadenken en zijn nummer niet uit het systeem moest worden gehaald, want misschien, je weet maar nooit. Mook hing op en haar handen trilden onder het bureau waar niemand het kon zien.
Khun Anan kwam langs en knikte. Eén keer. Het was de hoogste vorm van waardering die hij gaf, had ze begrepen.
Het meisje naast haar, dat Pim heette en uit Chiang Rai kwam en hier al elf maanden zat, fluisterde zonder haar lippen te bewegen: “Eerste call zonder janken. Record.”
“Wie huilt er nou bij hun eerste call?”
“Iedereen.”
“Ik ben in alles laatbloeier. Vraag mijn moeder.”
Pim grijnsde naar haar scherm.
Die avond, in de eetzaal, zag Mook de jongen weer.
Hij stond in de rij voor het buffet, twee plaatsen voor haar. Hij was kleiner dan ze had gedacht, of misschien was kleiner het verkeerde woord, hij was compacter, alsof hij geleerd had ruimte in te nemen die de moeite van het opmerken niet waard was. Hij schepte rijst op. Hij schepte soep op. Hij liep naar een tafel achterin en ging zitten met zijn rug naar de zaal. Niemand ging bij hem zitten. Hij verwachtte het ook niet.
Mook ging twee tafels verder zitten, niet omdat ze niet bij hem wilde zitten, maar omdat ze nog niet wist hoe dat hier werkte. Wat de regels waren. Wie bij wie hoorde. Of er überhaupt mocht worden gehoord.
Pim ging naast haar zitten. Pim wees met haar kin, heel licht, naar de jongen.
“Boy.”
“Wat?”
“Hij heet Boy. Iedereen noemt hem zo. Hij zit hier het langst van iedereen die ik ken.”
“Hoelang?”
Pim haalde haar schouders op. “Lang genoeg dat hij niet meer telt.”
Mook keek opnieuw naar zijn rug. Hij at langzaam en methodisch, zoals iemand eet die heeft geleerd dat eten een handeling is en geen plezier.
“Wat is zijn verhaal?”
“Iedereen heeft hier hetzelfde verhaal,” zei Pim. “Alleen de details verschillen.”
Dat was waar. Dat was ook geen antwoord.
Na het eten was er een uur dat recreatie werd genoemd. Het betekende dat je in een gemeenschappelijke ruimte mocht zitten met een televisie waar je niet aan mocht komen, een waterkoker en oploskoffie. Sommigen sliepen in hun stoel. Sommigen staarden. Een paar speelden kaart met een vies pak waarvan de harten ontbraken.
Mook ging zitten op een bank waar ruimte was. Boy zat aan de andere kant, niet naast haar maar op dezelfde bank. Hij keek naar de televisie waar geluidloos een Thaise soap speelde. Een vrouw schreeuwde geluidloos tegen een man die geluidloos terugschreeuwde.
“Dit is beter zonder geluid,” zei Mook.
Het was niet tegen hem gericht. Niet specifiek. Ze zei het tegen de bank, tegen de avond, tegen het feit dat ze dit deed om niet stil te worden, want stil worden was hier het begin van iets dat ze niet wilde leren.
Boy reageerde niet meteen.
Toen, zonder zijn hoofd te draaien: “Met geluid is het ook beter zonder geluid.”
Mook keek opzij.
Hij keek niet terug. Hij bleef naar de televisie kijken alsof er niets gezegd was. Maar er was iets gezegd. En het was de eerste zin in vier dagen die haar had laten lachen, zacht, één keer, door haar neus.
Hij hoorde het. Ze zag dat hij het hoorde. Iets in zijn schouder veranderde, een millimeter, en daarna was het weer weg.
Pim kwam langs met twee bekers oploskoffie, gaf er een aan Mook, en liep door. Ze zei niets over Boy. Ze had niets gezien.
Mook dronk de koffie. Hij was slecht.
“Goeie koffie,” zei ze, weer tegen de lucht.
Boy bewoog niet. Maar hij zei, heel zacht, alsof hij het niet zelf was die het zei: “Het is ook geen koffie.”
Ze dronk de niet-koffie en keek naar de geluidloze televisie en voelde voor het eerst sinds de pickup dat er in deze plek iets bestond dat geen onderdeel was van het systeem.
Iets kleins. Iets wat de moeite van het opmerken niet waard was.
Behalve dat het dat wel was.
* * *
Eerder in deze serie verschenen:
Lachen of Verdwijnen – Een Nieuw Verhaal van Hans in 10 delen
Lachen of Verdwijnen – De Baan van haar Leven (deel 1)
Lachen of Verdwijnen – De Eerste Regel (deel 2)
Over deze blogger

- Zijn naam is Hans Vredevoort uit Amsterdam (pun intended), geboren in 1956, en hij heeft nooit eerder verhalen geschreven, maar heeft wel technische artikelen en een boek op zijn naam in 2012 over de private cloud. Na zijn studie aan de Universiteit Utrecht in de Engelse literatuur begin jaren tachtig kwam hij in de IT-wereld terecht. Er waren immers geen banen voor een jonge academicus in die jaren. Hij ontwikkelde zich tot een specialist op het gebied van IT-infrastructuren en Microsoft-software. In 2017 vond hij het echter genoeg, zegde zijn baan op, scheidde van zijn Nederlandse vrouw, verkocht het huis en kocht een ticket naar Bangkok. Eerder dat jaar was hij in Bangkok geweest om een training te geven aan HP-engineers en was hij die week tegen een wonderschone Thaise aangelopen. Vanaf dat moment stond deel 2 van zijn leven helder op zijn vizier. Een paar jaar later was hij getrouwd met diezelfde Thaise en betrokken zij een nieuwe woning in een rustig dorpje aan de zuidflank van Udon Thani. Wel met een stevige glasvezelverbinding.




