Zeven Dagen Paradijs – Texs wordt gerold (deel 5)

Ze hadden hem gewaarschuwd. Dale had het gezegd. Sergeant Major bij de briefing had het gezegd. Airman Tate had het gezegd met het enthousiasme van iemand die het zelf heeft meegemaakt en zijn verlies heeft omgezet in publieke dienstverlening. Er stond zelfs een bord bij de uitgang van de basis: Beware of confidence games. Travel in pairs. Do not carry more than you can afford to lose.
Tex had het bord gelezen, geknikt, en er volledig mee ingestemd in theorie.
In de praktijk was hij alleen gegaan omdat Noi had gezegd dat ze hem iets wilde laten zien en omdat Tex Briggs uit Amarillo nog nooit een reden had gevonden om nee te zeggen tegen iemand die iets moois aan hem beloofde.
Het begon onschuldig. Noi nam hem mee door straatjes achter The Strip, smalle steegjes die Tex romantisch vond maar die in werkelijkheid romantisch waren op de manier waarop aas aantrekkelijk is: prachtig, tijdelijk, en werkzaam in dienst van iets anders.
Ze kwamen uit bij een bar zonder naam, drie tafeltjes, een man achter de toog die keek alsof hij een functie had die niet geheel duidelijk was. Noi bestelde iets in het Thais. Er kwamen drankjes. Tex dronk, want Tex dronk altijd als er iets voor hem neergezet werd, dat had zijn moeder in hem gekweekt als gastvrijheid en het had zijn grenzen als deugd bereikt.
Het tweede drankje was sterker. Bij het derde merkte hij dat de tijd een andere consistentie had gekregen, dikker, taaier, als stroop.
Noi was weg.
De man van de toog stond voor hem.
Er was nog een man, groter, bij de deur.
Tex had zijn portemonnee nog. Zijn horloge nog. Zijn waardige verwarring nog.
Twintig minuten later had hij geen van drieën meer.
De MPs vonden hem op een stoeprand op Soi 4, zijn lip gespleten van een klap die hij zich niet volledig kon herinneren, zijn hemd gescheurd op een manier die hem later zou opvallen als hij het probeerde aan te trekken en doorhad dat er een knoop ontbrak. Zeven dollar in zijn laars, het enige wat hij goed verstopt had, op advies van Dale, advies dat hij op het moment zelf overbodig had gevonden en nu het lumineuze hoogtepunt van menselijke wijsheid beschouwde.
Sergeant Pratt zat achter het stuur van de MP-jeep. Hij was 36 jaar, uit Ohio, en had de uitdrukking aangenomen van een man die lang geleden had besloten dat verbazing een te duur gevoel was voor dit werk.
“Naam,” zei Pratt.
“Briggs. Tex, Corporal Thomas E. Briggs.”
“Hoeveel kwijt?”
“Driehonderd dollar. Een Timex van mijn vader. Mijn trots.”
“De trots krijgt u terug,” zei Pratt. “De rest niet.” Hij schreef. “Hoe heette het meisje?”
“Noi.”
Pratt schreef dit op met de energie van iemand die het woord Noi al zoveel keer in een rapport heeft geschreven dat het zijn betekenis heeft verloren. “Signalement?”
“Mooi. Rood lint in haar haar. Negentien, schat ik. Misschien twintig.”
“Lengte? Postuur?”
Tex dacht na. “Mooi,” zei hij opnieuw, want dat was het meest nauwkeurige wat hij kon zeggen.
Pratt legde zijn pen neer en keek Tex aan met de blik van een arts die een diagnose bevestigd ziet.
Dale was er al toen ze aankwamen bij het MP-station bij de hoofdpoort. Koffie in de hand, gezicht zonder uitdrukking, de houding van iemand die niet verrast is maar gewoon aanwezig, wat soms het beste is wat je kunt bieden.
“Hoe erg ik het vind?” vroeg Tex.
“Driehonderd dollar. Je horloge van je vader. Je trots.”
“Dat zei Pratt ook al.”
“Pratt is ook een wijs man.”
Pratt vulde het rapport in en keek hen aan over zijn bureau. “Aanklacht dien ik niet in. Maar.” Hij liet de maar in de lucht hangen als rook. “Één keer nog en jullie beiden gaan met de eerste vlucht terug naar Da Nang. Begrepen?”
“Begrepen,” zei Dale.
“Begrepen,” zei Tex, iets stiller.
Buiten begon het te regenen, de warme, plotselinge regen van Thailand die je overvalt alsof de lucht het besluit heeft genomen en geen discussie duldt. Ze stonden onder het afdak van het MP-station en keken ernaar.
“Ze had mooie ogen,” zei Tex uiteindelijk.
“Ja,” zei Dale.
“Denk je dat ze het persoonlijk bedoelde?”
Dale dacht hier serieus over na, wat Tex waardeerde.
“Nee,” zei Dale. “Ze deed haar werk. Jij deed het jouwe niet.”
Tex knikte. De regen viel. Ergens in de stad speelde iemand op een radio iets wat vrolijker klonk dan de situatie rechtvaardigde, wat precies de juiste toon was.
“Ik ga morgen mijn horloge terugzoeken,” zei Tex.
“Dat ga je niet doen,” zei Dale.
“Nee,” gaf Tex toe. “Dat ga ik niet doen.”
Eerder in deze serie verschenen:
Zeven Dagen Paradijs – Wheels Down in Udorn (deel 1)
Zeven Dagen Paradijs – The Strip (deel 2)
Zeven Dagen Paradijs – Bangkok by Night (deel 3)
Zeven Dagen Paradijs – Dear Linda (deel 4)
Over deze blogger

- Zijn naam is Hans uit Amsterdam (pun intended), geboren in 1956, en hij heeft nooit eerder verhalen geschreven, maar heeft wel technische artikelen en een boek op zijn naam in 2012 over de private cloud. Na zijn studie aan de Universiteit Utrecht in de Engelse literatuur begin jaren tachtig kwam hij in de IT-wereld terecht. Er waren immers geen banen voor een jonge academicus in die jaren. Hij ontwikkelde zich tot een specialist op het gebied van IT-infrastructuren en Microsoft-software. In 2017 vond hij het echter genoeg, zegde zijn baan op, scheidde van zijn Nederlandse vrouw, verkocht het huis en kocht een ticket naar Bangkok. Eerder dat jaar was hij in Bangkok geweest om een training te geven aan HP-engineers en was hij die week tegen een wonderschone Thaise aangelopen. Vanaf dat moment stond deel 2 van zijn leven helder op zijn vizier. Een paar jaar later was hij getrouwd met diezelfde Thaise en betrokken zij een nieuwe woning in een rustig dorpje aan de zuidflank van Udon Thani. Wel met een stevige glasvezelverbinding.
Lees hier de laatste artikelen
Cultuur23 april 2026Zeven Dagen Paradijs – Texs wordt gerold (deel 5)
Cultuur20 april 2026Zeven Dagen Paradijs – Dear Linda (deel 4)
Cultuur16 april 2026Zeven Dagen Paradijs – Bangkok by Night (deel 3)
Cultuur12 april 2026Zeven Dagen Paradijs – De Strip (deel 2)
