
Over: Pensioen | AOW | Heffingskortingen | KBB-Status | Fiscalisering | Box 3-Verdunning | Zorgkosten
Deel 1: Een integraal overzicht van de fiscale verschuivingen
Vooraf: Op 21 november 2025 werd te Brussel een nieuw belastingverdrag tussen Nederland en Thailand ondertekend. Op 2 december verscheen de tekst op het Tractatenblad. De Raad van State keurde het verdrag op 1 april jl. goed, en stuurde het verdrag op 7 april door naar de Eerste en de Tweede Kamer. Het is nu oppassen geblazen dat het verdrag niet als ‘hamerstuk’ door de Staten-Generaal heen gewalst wordt. Een ‘hamerstuk’ betekent namelijk dat er geen verder debat plaatsvindt. ‘Fiscale technocraten’ zien het wellicht als routine, voor ons NL-burgers in Thailand (TH) is het een ‘ingrijpende stelselwijziging’.
Verleden week is daarom een Oproep aan de vaste Commissie voor Financiën van de Tweede Kamer gepresenteerd. Daarin staat het dringende verzoek het verdrag uiterst kritisch te beoordelen en maatregelen te nemen om de gevolgen ervan voor NL-gepensioneerden in TH weg te werken. Wie niet die oproep heeft ingestuurd, zou dat alsnog snel moeten doen. Het verdrag staat nog niet op de agenda van komende ‘procedurevergadering’, maar is zeker in mei as te verwachten.
Het nieuwe verdrag verdrag komt in de plaats van dat oude vijftigjarige verdrag uit 1975. Op zich wordt het tijd dat het verdrag een moderne jas krijgt aangetrokken. Maar nergens is het voor nodig dat de inhoud enkel uit standaardteksten en artikelen bestaat, die niet toegespitst zijn op de woon- en leefsituatie van onder andere NL-gepensioneerden in TH.
In een reeks van wekelijkse inzendingen, en zolang er interesse is, pellen we het nieuwe Belastingverdrag 2025 laag voor laag af. Met als doel te begrijpen wat gaande is, omdat het verdrag politiek ingevoegd gaat worden in vele fiscale veranderingen van komende jaren. Als we niet alert reageren, gaan wij vervelende consequenties tegemoet.
Daarnaast bouwen we aan een dossier waarmee we ‘Den Haag’ laten zien dat de “menselijke maat” volledig uit het oog is verloren. Een oproep aan de politiek zoals die van verleden week, zal niet voldoende blijken. Vandaag beginnen we met het grote overzicht: hoe de fundamenten onder onze financiële planning worden weggegraven. Het artikel is een absolute longread. Lukt het niet in één keer, dan maar in tweeën. Kortom: zet je schrap, en neem de tijd!
1. Het Draagkrachtbeginsel
Wat door de politiek wordt gepresenteerd als een ’technische modernisering’, bevat een fundamentele weeffout die de rechtszekerheid aantast. Wanneer een overheid – zoals Nederland (NL) nu doet – de volledige belastingheffing claimt, maar tegelijkertijd weigert rekening te houden met de persoonlijke draagkracht van de burger omdat deze toevallig in TH woont, is dat op zijn minst bedenkelijk. De NL-overheid eigent zich de lusten van de belastingheffing toe, maar ontduikt de lasten van de zorgplicht die bij diezelfde heffing horen.
In de kern van ons belastingstelsel ligt het internationaal beginsel van draagkracht. Het idee is simpel: wie brede schouders heeft, draagt de zwaarste lasten. Dit vertaalt zich in een progressief tarief en persoonlijke aftrekposten. Een inkomstenbelastingstelsel dient ervoor te zorgen dat een belastingplichtige wordt belast naar zijn financiële draagkracht.
In de meeste landen beperkt zich deze methodiek echter tot inwoners. In het buitenland woonachtige belastingplichtigen worden vrijwel altijd op een andere wijze belast, waarbij hun fiscale draagkracht geheel of gedeeltelijk wordt genegeerd. Dit is precies wat er gebeurt in het nieuwe verdrag. NL claimt dat het pensioen ‘binnenlands’ is voor de incasso, maar ‘buitenlands’ voor de rechten. Hierdoor ontstaat een situatie waarin de NL-gepensioneerde in TH feitelijk zwaarder wordt belast dan een vergelijkbare gepensioneerde in Nederland of elders in Europa, simpelweg omdat de persoonlijke situatie in de berekening wordt overgeslagen.
2. Van Woonland naar Bronland
Om de ernst van de huidige situatie te begrijpen, moeten we terug naar de filosofie van het oude verdrag uit 1975. Dat verdrag was gebaseerd op een bijna hoffelijke balans en stoelde op het woonlandprincipe. Kennelijk was hoffelijkheid tussen landen in die tijd nog gewoon. De gedachte was dat de band tussen de burger en de samenleving waar die burger feitelijk deel van uitmaakt (TH), leidend moest zijn voor de belastingheffing. Je woont in TH, je maakt gebruik van de infrastructuur aldaar, je draagt bij aan de lokale economie, je betaalt er je belastingen. Nederland trad discreet terug. De balans was billijk en overzichtelijk.
In het nieuwe verdrag van 2025 vindt een radicale omwenteling plaats naar het bronland-principe. Nederland trekt de volledige belastingheffing – de volle 100% – naar de eigen schatkist. Wat betekent deze ‘fiscale annexatie’ feitelijk voor ons dagelijks leven?
- Door elke cent aan heffing te claimen, blijft er voor de Thaise fiscus niets over om te innen. Wij zijn voor TH ‘fiscale spookburgers’ geworden: wij wonen er, besteden en geven uit, TH heeft dat zelfs heel graag, maar fiscaal zijn we enkel interessant voor de NL-Belastingdienst.
- Sociale correcties, aftrekposten (zoals donaties, premiebetalingen, zorgkosten of de zorg voor een Thaise echtgenote/familielid), persoonlijke tegemoetkomingen of een belastingvrije som in onze Thaise belastingaangifte: dat alles heeft straks nul effect. Waar wij in TH voorheen rechten konden ontlenen aan onze persoonlijke situatie, is er straks geen ‘belastbare massa’ meer over om die rechten op toe te passen.
- Nederland annexeert de opbrengst, maar schuift de zorg voor onze draagkracht door naar een tandenloos TH. Nederland zegt in feite: “Wij pakken jouw geld, en als je aftrekposten wilt, vraag je die maar aan TH.” Maar de absurditeit wil dat TH hiermee feitelijk wordt gedwongen “ontwikkelingshulp” aan Nederland te geven: het is TH die via tegemoetkomingen de draagkracht beschermt van mensen over wie Nederland 100% belasting int. Dat is de wereld op zijn kop.
Hier stuiten we op een bittere realiteit. Hoewel de Thaise fiscus ons formeel aftrekposten en een belastingvrije som gunt over het geld dat wij het land binnenbrengen (remittance), verdampt dit voordeel volledig door de zogenaamde Tax Credit. Omdat de Nederlandse bronheffing bijna altijd hoger is dan de Thaise aanslag, komt de uiteindelijke Thaise heffing zo goed als altijd op nul uit. Onze Thaise tegemoetkomingen worden “geabsorbeerd” door de Nederlandse claim via de zogenaamde Tax Credit. Op papier hebben we er recht op, TH gunt ons die aftrekposten ook, maar onder de streep zien we er niets van terug. TH probeert het, Nederland wil het niet eens! Over de impact van Tax Credit later meer in Deel 3.
3. De Woonplaats als Boeteclausule
In de Nederlandse belastingwetgeving bestaat een lijstje met bevoorrechte landen: de zogenaamdelandenkring. Dit is de selecte groep landen waarvan Nederland vindt dat de NL-gepensioneerden die er wonen, recht hebben op kortingen op hun NL-belasting, zoals de Algemene Heffingskorting en de Ouderenkorting. Het zijn de 27 landen van de EU, de 3 landen van de EER (Noorwegen, IJsland en Liechtenstein), Zwitserland en de 3 BES-eilanden.
Deze ‘landenkring’ wordt opgesomd in het befaamde Lid 6 van Artikel 7.8 van de Wet Inkomstenbelasting 2001. In die landen krijg je de KBB-status: je bent een ‘Kwalificerende Buitenlands Belastingplichtige’, als ook 90% van je wereldinkomen in NL belast wordt.
Wonen in de ‘landenkring’, en over minstens 90% van je wereldinkomen in Nederland belasting betalen. Dat zijn de criteria voor de KBB-status. De eis van een inkomensverklaring doet er niet meer toe. TH ontbreekt op dit lijstje, ondanks het feit dat in het nieuwe belastingverdrag anno 2025 dat lijstje prima had kunnen worden uitgebreid.
Het gevolg is stuitend en raakt aan de kern van het discriminatieverbod. Wij worden belast vanaf de allereerste euro. De Algemene Heffingskorting en de Ouderenkorting worden ons ontzegd, puur en alleen op basis van ons adres. Op grond van woonplaats wordt wel degelijk onderscheid gemaakt.
Het is een vorm van uitsluiting die in een moderne rechtsstaat niet thuishoort. Immers, de meerderheid van de mensen die door dit woonplaatsonderscheid worden geraakt, zijn Nederlanders die gebruik maken van hun recht om hun oude dag elders door te brengen.
Laten we het nogmaals scherp stellen:
- Woon je in Estland of Griekenland( EU)? Dan krijg je de kortingen wél.
- Woon je op IJsland of in Liechtenstein (EER)? Ook dan krijg je de kortingen.
- Woon je op Bonaire of Saba (BES) ? Zelfs dan krijg je kortingen.
- Maar woon je in TH? Dan betaal je de volle mep zonder enige korting.
Het wrange is dat Nederland jou voor de betaling van belasting behandelt als ‘binnenlands’. maar voor de rechten behandelt als volledig buitenlands. Met als gevolg een ‘woonplaatsboete’. Het verdrag 2025 legitimeert hiermee een systeem waarin de Nederlandse staat haar burgers in TH financieel degradeert tot tweederangs.
4. De 90% Valstrik
Vaak wordt gedacht: “Als we Thailand maar op het lijstje van de ‘landenkring’ krijgen, is het opgelost.” Helaas heeft de fiscus een tweede, geraffineerde hindernis ingebouwd: de 90%-inkomenseis op het wereldinkomen. Om recht te hebben op heffingskortingen, moet je aantonen dat minimaal 90% van jouw wereldwijde inkomen in Nederland belast wordt. Dit klinkt op papier redelijk, maar de wet gebruikt in Lid 7 van Artikel 7.8 Wet IB 2001 een rekenmethode die jouw inkomen ‘verdund’ met fictieve bedragen.
- De Box 3-fictie (Lid 3 & 7): Heb je spaargeld in Thailand, zoals de 800K Baht die noodzakelijk is voor jouw verblijf ‘retirement’? Volgens de rekenregels in Lid 7 moet jouw wereldinkomen worden berekend volgens de strikte regels voor binnenlandse belastingplichtigen. Dit betekent dat er over jouw Thaise banktegoeden een fictief rendement wordt berekend. Je wordt geacht winst te maken op geld dat je feitelijk niet eens mag uitgeven.
- Het Eigenwoningforfait (Lid 7): Heb je een eigen woning of condo in Thailand? Via de architectuur van Lid 7 telt de fiscus daarvoor een ‘fictief rendement’ op bij jouw wereldinkomen. Let wel: dit is geen geld dat je daadwerkelijk ontvangt, maar een papieren winst gebaseerd op de huurwaarde van een woning 9000 kilometer verderop.
- De Onzichtbare Drempel: Door deze fictieve inkomsten bij de rekensom op te tellen, wordt jouw NL pensioen procentueel kleiner in verhouding tot het totaal. Hierdoor zak je al snel onder de kritieke 90%-grens. Je verliest jouw recht op bijvoorbeeld de Ouderenkorting omdat je volgens de Nederlandse rekenregels ’te rijk’ bent in Thailand, terwijl Nederland ondertussen wel elke euro van jouw werkelijke pensioen incasseert.
Terwijl de Hoge Raad in het befaamde ‘Kerstarrest’ (2021) korte metten maakte met onrealistische fictieve rendementen voor binnenlandse spaarders, dwingt de wetgever de gepensioneerde in Thailand via Artikel 7.8 nog steeds in dit keurslijf. De status van KBB blijft zo een onbereikbaar doel, waardoor je netto honderden euro’s per maand kunt mislopen.
5. De onbenutte ruimte in Lid 8
In de tekst van Artikel 7.8, Lid 8 is een zogenaamde delegatiebepaling opgenomen. Dit biedt de regering de bevoegdheid om via een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) groepen aan te wijzen die alsnog als kwalificerend kunnen worden aangemerkt, ook als zij niet aan alle standaard-criteria voldoen. Dit lid is in de wet verankerd als een noodzakelijke veiligheidsklep om flexibiliteit te bieden in situaties waar internationale rechtsbeginselen of de menselijke maat om een maatwerkoplossing vragen.
In de praktijk blijft deze deur voor de groep in Thailand vooralsnog gesloten. Hoewel de juridische infrastructuur voor een oplossing dus aanwezig is, lijkt de voorkeur momenteel uit te gaan naar een strikte handhaving van de regels. Hiermee blijft een belangrijk instrument onbenut om de rechtszekerheid en een evenwichtige behandeling voor deze groep gepensioneerden te borgen.
6. De Impact-Matrix: De ‘Woonplaats-boete’ ontleed!
In het vorige hoofdstuk zagen we dat Nederland de volledige zeggenschap over ons pensioen opeist. Maar wat betekent dit concreet in euro’s? Om de omvang van de fiscale discriminatie te begrijpen, moeten we kijken naar de ‘onderkant’ van de belastingaanslag: de heffingskortingen.
i. Waarom ons adres ons geld kost
In Nederland heeft iedere belastingbetaler recht op een ‘belastingvrij deel’ via de heffingskortingen. Dit is de menselijke maat in ons systeem; het zorgt ervoor dat mensen met een bescheiden inkomen niet direct worden kaalgeplukt. Echter, door de zogenaamde ‘landenkring-beperking’ bepaalt Den Haag dat wij in TH geen recht hebben op deze kortingen. Het resultaat is een directe boete op onze woonplaats. Hoewel we hetzelfde bruto pensioen hebben opgebouwd als onze vrienden in Spanje of Noorwegen, houden we onderaan de streep aanzienlijk minder over.
ii. De Cijfers: Een modaal pensioen vergeleken
Bij een modaal pensioen van € 28.000,- (AOW plus aanvullend pensioen) ziet de schade er als volgt uit:
| Post | EU/EER/BES | TH |
| Bruto inkomen | € 28.000 | € 28.000 |
| Loonheffing 8,1% (2026) | € 2.268 | € 2.268 |
| Heffingskortingen | JA (€ 821 naar rato) | NEE (€ 0) |
| Netto belastingdruk | € 1.447 | € 2.268 |
| Jaarlijkse schade | € 0 | € 821 (Woonplaatsboete) |
iii. De Paradox van de Gelijkstelling
De bovenstaande vergelijking legt de kern van ons protest bloot. Nederland gebruikt de verrekeningsmethode om te zorgen dat we nooit minder belasting betalen dan in Nederland, maar weigert de kortingen die ervoor zorgen dat we ook nooit meer betalen. Piet in Zwitserland wordt door de fiscus beschermd via de ‘landenkring’. Jan in TH betaalt over exact hetzelfde inkomen ruim € 821,- per jaar meer, enkel en alleen omdat hij buiten de door Den Haag getrokken cirkel woont.
Voor sommige NL-gepensioneerden in TH is dit bedrag van € 821 geen kleingeld. Het is het verschil tussen een menswaardig bestaan of elke maand de eindjes aan elkaar moeten knopen. De woonplaatsboete als ‘geografische straf’ mist elke juridische grondslag: Nederland krijgt via het nieuwe verdrag de volledige controle over ons inkomen krijgt, en eigenlijk heeft de Belastingdienst die al langer.
iv. Conclusie van de matrix
De overheid claimt dat het verdrag “dubbele belasting voorkomt”, maar de matrix bewijst dat het in de praktijk “extra belasting creëert” voor de NL-gepensioneerde in TH. Wij accepteren de plicht om bij te dragen, maar we eisen de rechten die bij die bijdrage horen.
7. Het Relaas van de Oncontroleerbaarheid
Nu de cijfers van de ‘Woonplaats-boete’ op tafel liggen, komt de onvermijdelijke vraag: Waarom doet de Belastingdienst dit? Het standaard antwoord uit Den Haag is al jaren een grijsgedraaide plaat: de fiscus zou in TH niet kunnen controleren of wij daar nog ander inkomen hebben. Zonder dat zicht op het ‘wereldinkomen’, zo stelt men, kunnen de heffingskortingen niet veilig worden toegekend. In 2026 is dit argument echter geen feitelijke vaststelling meer, maar een fiscale mythe.
De tijd dat TH een ‘zwart gat’ was voor de Nederlandse fiscus ligt ver achter ons. Er zijn twee cruciale ontwikkelingen die de controledrift van de fiscus volledig faciliteren:
- OESO / CRS (Common Reporting Standard): TH is sinds 2022 aangesloten bij deze internationale standaard. Dit betekent dat bankgegevens en financiële belangen al op grote schaal internationaal worden uitgewisseld.
- Artikel 25 van het nieuwe Verdrag: In het verdrag dat nu ter ratificatie voorligt, is een zwaar instrumentarium opgenomen voor de uitwisseling van informatie. Het heft het bankgeheim feitelijk op voor de Nederlandse belastinginspecteur.
De Nederlandse fiscus heeft in TH exact dezelfde controlemogelijkheden als op Sint Eustatius of in Liechtenstein. Dat we toch worden uitgesloten van onze rechten, heeft dus niets te maken met ‘niet kunnen controleren’. Het is een bewuste politieke keuze om een groep NL-gepensioneerden in TH financieel te benadelen, terwijl de controlemiddelen om het rechtvaardig uit te voeren gewoon op de plank liggen.
We zullen in een later deel zien dat Artikel 25 niet alleen een wapen is voor de fiscus, maar ook een dwingend bewijsstuk tegen de huidige uitsluiting.
Maar voor nu stellen we vast: de oncontroleerbaarheid is een fabeltje.
8. Artikel 23: De Onzichtbare Muur
In de komende weken zullen we Artikel 23 van het nieuwe verdrag uitgebreid bespreken. Dit artikel handelt over ‘non-discriminatie’ en regelt in het bijzonder de persoonlijke aftrekposten. Nederland zegt niet te zullen discrimineren, maar benoemt meteen een aantal uitzonderingen die het tegendeel moeten rechtvaardigen. In Artikel 23 worden directe persoonlijke leefgebieden benoemd die niet in aanmerking mogen komen voor heffingskortingen. Nederland beroept zich hier op een zogenaamde soevereine ‘vrijheid’ van overheden om niet-inwoners anders te behandelen. Maar deze vrijheid staat onder druk van moderne internationale rechtspraak. NL had de titel van dit artikel beter tegenovergesteld gekozen.
Wanneer Nederland het heffingsrecht volledig naar zich toetrekt, ‘absorbeert’ zij de verplichting om rekening te houden met de persoonlijke situatie. We zijn immers voor 100% afhankelijk van de Nederlandse belastingwetgeving voor ons netto besteedbaar inkomen. Het weigeren van persoonlijke rechten via de uitzonderingsclausules in Artikel 23 is in zo’n situatie juridisch aanvechtbaar en botst met het draagkrachtbeginsel. Het creëert een onhoudbare rechtsongelijkheid: wel de volledige lasten van het Nederlandse systeem, maar niet de bijbehorende bescherming en rechten.
9. Terugblik: de Rol van de Raad van State
Dat de Raad van State het verdrag vlotjes heeft goedgekeurd, is een teken aan de wand. De RvS toetst primair of het verdrag formeel in orde is, tevens of het beleid van de regering wordt gevolgd. Men kijkt naar de grote lijnen van het verdragsrecht, niet naar de individuele menselijke maat of de specifieke positie van de NL-gepensioneerde in TH die door de 90%-eis wordt vermorzeld. Het is een ’technische goedkeuring’ die voorbijgaat aan de negatieve impact van dit verdrag op hen die het aangaan.
Om die reden is verleden week de Oproep aan de Commissie voor Financiën van de Tweede Kamer naar voren gehaald. De politiek moet beslissen of zij akkoord gaat met een verdrag dat de discriminatie van een specifieke groep Nederlanders institutionaliseert. Er zijn zogenaamde ‘procedurevergaderingen’ gepland. Zullen de Kamerleden de moed hebben om dit verdrag terug te sturen voor reparatie, of laten zij de NL-gepensioneerden in de kou staan onder de brandende Thaise zon?
10. De optelsom: Acht fiscale verschuivingen
Wanneer we de balans opmaken van het nieuwe verdrag (2025) ten opzichte van het huidige verdrag uit 1975, zien we acht fundamentele verschuivingen. Zeven daarvan zijn directe verslechteringen voor de NL-gepensioneerde in Thailand:
- Verlies van het draagkrachtbeginsel: De menselijke maat verdwijnt; wij worden belast als een kolom op een begroting, niet als een burger met persoonlijke lasten.
- De 100%-claim: Nederland trekt alle heffingsrechten naar zich toe, waardoor wij voor ons besteedbaar inkomen volledig overgeleverd zijn aan Den Haag.
- De ‘Woonplaatsboete’: wij betalen een extra belasting puur omdat wij in Thailand woen; een geografische discriminatie die in een modern verdrag niet thuishoort.
- De 90%-valstrik: Door de rekenmethode van Artikel 7.8, Lid 7, worden wij via fictieve inkomsten (zoals het eigenwoningforfait) kunstmatig uit de rechten van de ‘landenkring’ geduwd.
- De weigering van bevoegdheid: De overheid weigert de bestaande bevoegdheid in Artikel 7.8, Lid 8 te gebruiken om de groep in Thailand als kwalificerend aan te merken.
- Netto-daling: De verschuiving leidt voor de meeste gepensioneerden tot een directe, substantiële daling van het maandelijks besteedbaar inkomen.
- Het einde van het ‘controle-excuus’: Met de dwingende informatie-uitwisseling (Artikel 25) heeft Nederland alle controle, maar weigert zij de bijbehorende rechten te verlenen.
- De uitgeholde non-discriminatie: Artikel 23 draagt de naam ‘non-discriminatie’, maar wordt in de praktijk gebruikt om de uitsluiting van uw persoonlijke rechten juridisch dicht te timmeren.
11. Resumé: een Eis tot Reparatie
Rechtvaardigheid stopt niet bij de grenzen van de EU, of bij de EER of ergens ver weg in het Caribisch gebied op een van de BES-eilanden. De ratificatie van het belastingverdrag 2025 mag niet plaatsvinden zonder een gelijktijdige reparatie van de Wet Inkomstenbelasting 2001.
Onze conclusie is helder:
- Fiscale Gelijkheid: De landenkring in Artikel 7.8 moet worden uitgebreid. TH, een land waarmee we bilateraal een intensief en modern verdrag sluiten inclusief volledige transparantie, hoort op die lijst thuis. TH is nu fictief en feitelijk ‘woonland’.
- Eerbiediging van de Draagkracht: Nederland kan niet de volledige opbrengst opeisen en tegelijkertijd de zorg voor de persoonlijke situatie van de burger ontlopen.
- Stop de Woonplaatsboete: Een pensioen euro is een pensioen euro. De woonplaats mag nooit een reden zijn voor een hogere belastingdruk bij een bronlandheffing. Een euro pensioen in de ‘landenkring’ blijkt meer waard dan diezelfde euro in TH.
Draagkracht dient leidend te zijn voor een rechtvaardig stelsel. Als Nederland de soevereiniteit opeist over de opbrengst, moet zij ook de verantwoordelijkheid nemen voor de draagkracht van de burger. Alleen dan is de belofte van “het voorkomen van dubbele belasting” werkelijk ingelost, zonder dat de NL-gepensioneerde in TH wordt geofferd aan de Fiscus.
Volgende week Deel 2 over de Artikelen 18 en 19: De Pensioen-Klem – Hoe de weg wordt vrijgemaakt voor een 100% Nederlandse claim op ons aller inkomen.
Ingezonden door: Ruud B.
Over deze blogger
Lees hier de laatste artikelen
Visumvraag22 juli 2026Thailand Immigration vraag Nr 101/26: Non-immigrant O – Multiple entry
Visum Kort Verblijf21 juli 2026Schengenvisum vraag: wij willen graag Multiple Entry Visum (MEV)
Visumvraag21 juli 2026Thailand Immigration vraag Nr 100/26: Multiple Entry Tourist Visa (METV) aanvragen
Lezersvraag21 juli 2026Thailand lezersvraag: heffingskorting aanvragen

Ik zit zelf in de inkomensgroep van 30-45k bruto per jaar. Ik wordt dus ook geraakt. Ik had het ook anders gezien.
Echter juridisch en politiek hebben we geen poot om op te staan:
1) de heffingskortingen worden door de politiek gezien als koopkracht compensatie voor alleen inwoners. Een deel van het geld vloeit ook terug via btw/accijns in de kas van de fiscus als je inwoner bent.
2) door de uitspraak van het Europese Hof van Justitie uit 1995, mag NL het vrije verkeer van mensen in de EER niet ontmoedigen. Hierdoor is de KBB wet ontstaan. Maw de politiek heeft dit niet vrijwillig gedaan.
Ik zie daarom niet in waarom de politiek TH wel tot dit rijtje zou willen toelaten, los van de problematiek van handhaving.
Ik heb AI chat gevraagd om een netto koopkrachtvergelijking te maken voor mijn inkomensgroep tussen wonen in een goedkoop KBB land als Bulgarije vs Thailand. Bulgarije kent ook bronstaatheffing als straks met Thailand. Mijn vrouw is uit 1979 en heeft geen inkomen [aanrechtsubsidie].
Chat AI zegt dat ondanks de heffingskortingen en lagere levensonderhoud in Bulgarije tov NL, onder aan de streep hou je in Thailand netto meer geld over door de lagere kosten van levensonderhoud tov Bulgarije.
Het plaatje wordt nog gunstiger voor Thailand als box 3 vermogen excl onroerend goed buiten Thailand wordt aangehouden en het rendeert op de beurs. Want de 90% valstrik is wel van toepassing op Bulgarije.
Beste Eddy, laten we alle ruis weghalen en puur naar jouw persoonlijke situatie kijken. Je noemt een inkomen tussen de 30.000 en 45.000 euro. Laten we voor de rekensom uitgaan van 40.000 euro bruto per jaar.
In 2026 bedraagt het belastingdeel in de eerste schijf 8,1%. Dat lijkt weinig, maar kijk wat er gebeurt door het verschil in status tussen een KBB-land (Bulgarije) en een niet-KBB-land (Thailand):
De berekening in Bulgarije (KBB): Over je 40.000 euro ben je aan het belastingdeel 8,1% verschuldigd, wat neerkomt op 3.240 euro. Echter, omdat Bulgarije een KBB-land is, heb je recht op de Algemene Heffingskorting (ca. 2.100 euro bij dit inkomen) en de Ouderenkorting (ca. 2.000 euro). Totaal aan kortingen: 4.100 euro. Resultaat: Je kortingen zijn hoger dan de te betalen belasting. Je betaalt in Bulgarije dus 0 euro belasting aan Nederland.
De berekening in Thailand (straks non-KBB): Je bent diezelfde 3.240 euro aan belasting verschuldigd. Maar omdat Thailand is uitgesloten van de landenkring, heb je recht op exact 0 euro aan kortingen. Resultaat: Je betaalt de volle 3.240 euro aan de Nederlandse fiscus.
De conclusie: Alleen al op het belastingdeel van de eerste schijf loop je in Thailand ruim 3.200 euro per jaar mis vergeleken met Bulgarije. Dat is geen ‘kleinigheidje’ of ‘gezeur’; dat is een keiharde fiscale boete van bijna 270 euro per maand, puur omdat je op de verkeerde plek woont.
Om dit gat van 3.200 euro per jaar dicht te lopen door ‘goedkoper levensonderhoud’, moet Thailand wel héél erg veel goedkoper zijn dan Bulgarije (wat overigens, naast Portugal waar ook veel NL-gepensioneerden permanent wonen en kortingen ontvangen zoals in Bulgarije) ook een zeer goedkoop land is. Die vlieger gaat simpelweg niet op. Waarom in Bulgarije en Portugal wel, en in Thailand niet? Vanwege een EU-regelgeving? Later in de serie leg ik uit hoe rigide Nederland bezig is in vergelijk met landen als België, Duitsland en Frankrijk. Want leg eens uit? Waarom zij wel, en wij niet. Terwijl ook die landen onder het zelfde EU-regime vallen.
Je stelt dat we geen poot hebben om op te staan. Ik stel dat we een ijzersterk punt hebben: Nederland kan niet de volledige heffingsmacht claimen (de plichten), maar tegelijkertijd weigeren om de bijbehorende heffingskortingen (de rechten) te verlenen. Dat is juridisch opportunisme over de rug van de gepensioneerde.
Het gaat niet om de prijs van een Pad Thai, Eddy. Het gaat om het fundamentele principe dat gelijke inkomens door de Nederlandse staat gelijk belast moeten worden.”
Eddy, je vergelijkt Thailand met Bulgarije in de huidige situatie van het verdrag 1975. De kwesties nu gaan over het verdrag 2015. In NL is de ratificatie bezig. Thailand zal er niet zoveel moeite mee hebben. Ze zijn er zelf bij geweest en hebben in november vorig jaar getekend. Voor hen verandert er niet zoveel. Nederland gaat alle belasting heffen. Thailand laat dat gaan. Ze hadden er toch al veel moeite mee. Of het verdrag in 2027 in werking treedt of in 2028? Dat maakt zoveel niet uit. Uiteindelijk komt een moment waarop dat verdrag definitief wordt. Per definitie gaan wij dan allemaal 8,1 % (loonheffing 2026) betalen. Nu krijg je over jouw pensioen die loonheffing nog terug. Straks niet meer.
Het gevaar is dat door de fiscalisering van de sociale zekerheid de premies Wlz en Anw in de loonheffing terecht komen. In de loop van de jaren (na 2030 vermoed ik) verschuift die loonheffing op naar 17,8 %. Fat betalen de gepensioneerden in NL ook, maar zijn dan verzekerd. Wij betalen die loonheffing zonder dat er iets van Wlz of Anw tegenover staat. Ik denk dat hij dat van 2025 en niet gord door hebt. Maar alles is na te zien via AI: moet je wel de juiste vragen stellen en AI corrigeren. AI maakt fouten dus je moet dubbelchecken.
Een ander feit is dat wij in TH, anders dan in Nederland of Bulgarije over elke euro AOW en pensioen direct die 8, 1 % loonheffing betalen. In NL en Bulgarije mogen de AOW’ers eerst nog kortingen over hun loonheffing aftrekken, en dan pas betalen. Dat is waar men tegen in verzet komt hier in TH en waarom gevraagd is mee te doen aan een protest richting Den Haag. Of we een poot hebben om op te staan? Ik denk van wel. Er zijn genoeg juridische en morele argumenten te bedenken. Of de politiek dat voldoende vindt? Den Haag heeft veel geld nodig. Als zij Thailand toevoegen, komt de rest van de wereld buiten de EU en de EER ook in actie. Er wonen wereldwijd tienduizenden gepensioneerden verspreid over de hele aardkloot. Die hebben allemaal met de zelf Haagse afknijperij te maken. Maar dat is geen reden om niet in actie te komen. maar ieder zijn mening. Ik kan nog wel een tijdje doorgaan, maar of dat zoden aan de dijk zet?
Het werkstuk van Ruud B. is een goede. Ik heb zijn werkstuk eens stevig door de mangel gehaald. Conclusie: hij benoemt een aantal juiste criteria op grond waarvan het terecht is dat wij pogen Den Haag aan het werk te krijgen. Dat gaat niet meevallen.
1- Het klopt dat het nieuwe verdrag (2025) Nederland meer rechten geeft om belasting te heffen bij de bron (het pensioen) in plaats van in het woonland (Thailand). Dit is een internationale trend in belastingverdragen.
2- Het is juridisch correct dat Thailand niet in de ‘landenkring’ (artikel 7.8 Wet IB 2001) staat. Hierdoor hebben inwoners van Thailand inderdaad geen recht op de heffingskortingen waar inwoners van de EU/EER wel recht op hebben.
3- De beschrijving van de ‘Kwalificerende Buitenlandse Belastingplicht’ (KBB) is feitelijk juist. Je moet 90% van je wereldinkomen in Nederland verdienen én in een landenkring-land wonen om recht te hebben op aftrekposten.
4- Nederland claimt 100% van de lusten (de belastingopbrengst), maar weigert de lasten (de zorgplicht/heffingskortingen). Hij ziet dit als een schending van de “morele balans.”
5- Waarom heeft een Nederlander in Griekenland of op Bonaire wel recht op kortingen en een Nederlander in Thailand niet? Vanuit een moreel gelijkheidsbeginsel voelt dit als een “geografische straf.”
6- Voor sommige gepensioneerden gaat het om bedragen die het verschil maken tussen een fatsoenlijk leven of armoede. Ruud B. vindt dat technocratische regels hier de menselijke waardigheid uit het oog verliezen.
Ruud B. stelt dat Nederland het draagkrachtbeginsel schendt door wel 100% belasting te innen, maar geen rekening te houden met de persoonlijke situatie. Juridisch gezien is dit een grijs gebied. Nederland stelt vaak dat de zorgplicht bij het woonland ligt, terwijl Ruud B. beargumenteert dat de claim op het inkomen die plicht naar Nederland verplaatst.
De laatste jaren is de “menselijke maat” een groot thema in Den Haag (denk aan de Toeslagenaffaire). Ruud B. probeert hierop in te spelen door te stellen dat de fiscus hier opnieuw technocratisch handelt: de regels worden strikt gevolgd, maar de individuele gevolgen (minder te besteden in Thailand) worden genegeerd. Maar politiek Den Haag is bang dat als Thailand op de lijst van de ‘landenkring’ komt, ook andere landen (zoals de Filipijnen of Brazilië) dit gaan eisen, wat de schatkist veel geld kost.
Wanneer deze zaak voor een rechter komt (bijvoorbeeld het Europees Hof voor de Rechten van de Mens of de Hoge Raad), staat het effectiviteitsbeginsel centraal. Een rechter kijkt niet alleen naar de letter van de wet, maar naar het feitelijke resultaat:
Als de Nederlandse wet zegt “u krijgt hier geen korting” en de Thaise situatie zegt “u krijgt hier geen korting omdat Nederland alles al heeft, bij ons geen fiscale massa meer om koringen te verzilveren”, dan wordt een fundamenteel recht (rekening houden met de persoonlijke situatie) feitelijk onmogelijk gemaakt.
Een rechter kan oordelen dat rechten niet alleen op papier moeten bestaan, maar effectief genoten moeten kunnen worden. Als een verdrag een “vacuüm” creëert waarin de burger nergens meer terecht kan voor zijn basisrechten, kan dat worden gezien als een onrechtmatige schending van fundamentele rechtsbeginselen.
Conclusie: Het nieuwe verdrag creëert een situatie waarin de burger tussen wal en schip valt. De juridische ’truc’ is dat beide landen naar elkaar wijzen, terwijl de burger de rekening betaalt.
Politiek Den Haag is zeer zeker aan zet. Ik ben benieuwd hoe Ruud B. in de rest van zijn serie hier mee omgaat.
Beste Eddy, dank voor je uitgebreide analyse en de netto-vergelijking. Je cijfers zijn verhelderend, maar je juridische berusting roept bij mij een fundamentele vraag op.
Je stelt dat we ‘geen poot hebben om op te staan’ omdat Den Haag heffingskortingen ziet als koopkrachtcompensatie voor inwoners. Maar dat is precies de cirkelredenering waar wij tegen moeten strijden.
Als Nederland via Artikel 18 van het nieuwe verdrag besluit dat wij voor de belastingheffing ‘binnenlands’ genoeg zijn om 100% te moeten afdragen, op basis van welk moreel of juridisch principe zijn we dan ineens weer ‘buitenlands’ als diezelfde overheid de kortingen moet uitkeren? Je kunt niet ‘een beetje’ inwoner zijn: alleen voor de plichten, maar niet voor de rechten.
Wat me opvalt in je vergelijking met Bulgarije (of neem Portugal, ook een land met lage kosten van levensonderhoud en een gunstig belastingklimaat): waarom accepteer je dat een Nederlander in die landen wél recht heeft op die kortingen, maar een Nederlander in Thailand niet? Ligt je loyaliteit hier bij de logica van de Nederlandse fiscus, of bij de rechtvaardigheid voor de gepensioneerde?
Het feit dat Thailand niet in de EU ligt, is een beleidskeuze van Nederland, geen natuurwet. Nederland heeft met veel niet-EU landen (zoals de BES-eilanden) afspraken die afwijken van de standaardregels. Het argument van ‘handhaving’ is in dit digitale tijdperk — waarin pensioenfondsen en de SVB alles tot achter de komma weten — ook flinterdun.
Dat we in Thailand onder aan de streep meer overhouden door de lagere kosten, is een resultaat van onze eigen moed om te emigreren naar een ander continent. Dat mag nooit een legitimatie zijn voor de Nederlandse Staat om die winst deels af te romen door ons rechten te ontzeggen die onze landgenoten in Portugal of Bulgarije wél hebben.
Rechtvaardigheid hangt niet af van hoe goedkoop de bami op de hoek is, maar van de vraag of een overheid haar burgers gelijk behandelt zodra ze de volledige heffingsmacht over hun inkomen opeist. Juist omdat de politiek dit ‘niet vrijwillig’ doet, is het aan ons om die druk te verhogen.”
Beste Ruud,
Even ingaan op je betoog, die niet klopt:
“Het feit dat Thailand niet in de EU ligt, is een beleidskeuze van Nederland, geen natuurwet. Nederland heeft met veel niet-EU landen (zoals de BES-eilanden) afspraken die afwijken van de standaardregels.”
Dat Thailand niet lid is vd EU of EER ligt niet alleen aan NL helaas of gelukkig afhankelijk van hoe je het bekijkt. De BES landen zijn staatsrechtelijk nog openbare lichamen van Nederland, dus geen willekeurige landen als Thailand. Staatsrechtelijk zijn het bijzondere gemeenten.
Om NL te laten besluiten om TH tot een KBB land te verheffen, heb je een meerderheid van het parlement nodig. Het is niet in het belang van de belastingbetaler om TH als uitzondering hiertoe op te nemen, los van andere motieven.
Jouw betoog over rechtvaardigheid past niet in het juridische kader van natuurlijk gegroeide samenwerkingsverbanden tussen landen [EER, BES] en heeft ook geen maatschappelijke draagvlak.
TH zou een buitenbeentje worden en roept onnodig op tot gelijktrekking van andere verdragen uit niet EER landen. Denk aan Marokko of Turkije.
Tenslotte, als we kijken naar economische rechtvaardigheid = netto koopkracht, dan hebben NL’ers in deze landen geen reden om te klagen, tov burgers in een EER/BES land of NL.
Beste Eddy, bedankt weer voor je uitgebreide repliek. Je hebt gelijk dat de BES-eilanden staatsrechtelijk een aparte status hebben, maar dat is juist mijn punt: de ‘landenkring’ is een politieke lijst, geen natuurwet. Zo staat bijvoorbeeld ook Zwitserland op die lijst, terwijl dat land geen lid is van de EU of EER. Het is een bewuste keuze van de wetgever wie zij die status gunnen.
Je stelt dat er geen ‘maatschappelijk draagvlak’ is en we juridisch geen poot hebben om op te staan. De feiten in 2026 zeggen iets anders:
1. De PwC-bevestiging en de ‘Major Policy Shift’ Vorige maand (maart 2026) publiceerde PwC-Thailand een Tax Alert (#03/2026) over dit nieuwe verdrag. Zij noemen dit letterlijk een ‘major policy shift’. PwC wijst specifiek op Artikel 26: de introductie van ‘mutual assistance in tax collection’. Dit betekent dat Nederland de Thaise fiscus kan inschakelen om jouw belasting in Thailand te innen alsof het een eigen Thaise schuld is.
Mijn punt: Als de Nederlandse fiscus de arm zó ver uitstrekt dat ze tot in de Thaise huiskamer kunnen invorderen, dan gedragen ze zich als een binnenlandse fiscus. Dan is het juridisch niet uit te leggen dat de bijbehorende rechten (heffingskortingen) wél bij de grens stoppen.
2. De 90%-paradox Je noemt de 90%-regeling een ‘valstrik’ voor Bulgarije. Maar in de nieuwe situatie wordt 100% van ons pensioeninkomen door Nederland belast. Wij voldoen dus rekenkundig perfect aan de 90%-eis. De enige reden dat we geen kortingen krijgen, is de willekeurige uitsluiting uit de landenkring. Dat is met twee maten meten: wel de volledige heffingsmacht opeisen (de lusten), maar de menselijke maat weigeren (de lasten).
3. Koopkracht vs. Draagkracht Het Nederlandse belastingstelsel is gebaseerd op draagkracht, niet op de lokale prijs van een kilo rijst. Kijk naar de gecorrigeerde rekensom in mijn antwoord bij jouw eerste reactie, uitgaande van het belastingdeel 1e schijf 2026 à 8,1%:
In een goedkoop KBB-land zoals Bulgarije of Portugal betaal je aldus over een inkomen van €40.000 effectief 0 euro belasting door de heffingskortingen.
In Thailand betaal je over exact datzelfde inkomen straks de volle €3.240. Dat is een ‘woonplaatsboete’ boete van bijna €270 per maand puur op basis van je woonplaats. Dat verschil haal je niet in met ‘goedkoper leven’, zeker niet vergeleken met landen als Bulgarije of Portugal die óók uitermate goedkoop zijn, maar wél de kortingen behouden
.
4. Politieke actualiteit Dat er geen draagvlak zou zijn, wordt weersproken door de protesten van belangenorganisaties (VBNGB, Stichting GOED). Ook juridische experts wijzen op de onhoudbare ‘fiscale kloof’ die hier wordt gecreëerd.
Het gaat niet om de prijs van een Pad Thai, Eddy. Het gaat om het fundamentele principe dat een overheid die de volledige regie over het inkomen van haar burgers in het buitenland overneemt, ook de morele en juridische plicht heeft die burgers gelijkwaardig te behandelen.
Voor de geïnteresseerden, de analyse van PwC is hier te vinden: https://www.pwc.com/th/en/tax/tax-alert/2026/eng/pwc-thailand-tax-alert-03-2026.pdf
Beste Eddy, jij bent in de weerstand geschoten door een tekort aan feiten. Dan moet je oppassen met argumentaties want die zijn niet volledig. Het klopt dat onder aan de streep de kosten voor levensonderhoud in Thailand vaak lager uitvallen dan in Bulgarije, ondanks fiscale voordelen in de EU. Hoewel Bulgarije bekendstaat als het goedkoopste EU-land, maken de extreem lage kosten voor uit eten gaan en kleding in Thailand vaak het verschil. Ik heb het ook opgezocht via AI en ik kom deze tegen: https://livingcost.org/cost/bulgaria/thailand
Maar jij maakt de denkfout door TH te vergelijken in de situatie van het verdrag 1975. De huidige situatie, dus. Terwijl Ruud B het heeft over de gevolgen voor gepensioneerden in TH als het nieuwe verdrag volgend jaar intreedt. Hij heeft het over het verdrag 2025. In de berekeningen van AI moet je de nieuwe gegevens van dit verdrag zelf invoeren: 100% heffing door NL, geen kortingen. Dan zegt AI: wordt de nieuwe situatie: Onder het nieuwe verdrag dat in 2027 volledig van kracht zal zijn, ontstaat er een aanzienlijk fiscaal verschil tussen Bulgarije (EU) en Thailand (buiten EU). In Thailand verlies je namelijk het recht op de Nederlandse heffingskortingen, wat je maandelijks honderden euro’s kan kosten. Bij een inkomen van € 30K per jaar zegt AI: Bulgarije is vanaf 2027 netto voordeliger voor deze inkomensgroep, omdat de heffingskortingen die je in de EU behoudt zwaarder wegen dan de lagere Thaise prijzen.
Jij denkt dat je in TH maar beter 100% belasting betaalt zonder verdere rechten. Maar je moet verder kijken. Dat wordt door Ruud B heel goed aangegeven. De fiscalisatie van de sociale zekerheid wordt door veel gepensioneerden vergeten te noemen. dat doe jij ook. Dat is begrijpelijk als je er niets van af weet want te ver van ons bed in Thailand, maar in 2030 gaan we van 8,1 % loonheffing nu, naar tegen de 18 %. Eerste schijf minus AOW-premie. Als ook de AOW-premie in die plannen wordt meegenomen, ben je nog kwaaier uit. Ruud B waarschuwt alert te blijven. Als nu akkoord bent met het belastingverdrag zoals het er ligt, ben je over een paar jaar fors de pineut. De NL-fiscus is lachende derde, en probeer tegen die tojd dan maar eens nog veranderingen aan te brengen. Als e nu akkoord gaan, wordt dat straks tegen ons ingebracht. Het kabinet-Jetten is van plan om eind 2026 met een nieuwe agenda te komen om het belasting- en toeslagenstelsel verder te stroomlijnen, waarbij definities van belasting en sociale zekerheid meer worden gelijkgetrokken. Dat laatste: daar is geen ontkomen aan. Degenen die de aangeslingerde discussie door Ruud B willen volgen moeten veel meer in de gaten houden wat er in Den Haag gaande is.
Woensdagmiddag nam ik deel aan de lunch en het vragenmoment met ambassadeur van Wijngaarden. Nadat hij globaal had uitgelegd wat de ambassade zoal doet en hij er ook is voor de pakweg 20,000 Nederlanders in Thailand was get tijd voor wat vragen.
Er werden door mij en nog iemand hierover onze zorgpunten uitgesproken over dit nieuws Ook heb ik hem verteld, dat het lijkt dat de Nederlandse politici het niks kan schelen, hoe hun landgenoten in het verre buitenland hierdoor worden geraakt.
Zijn antwoord was, dat hij inhoudelijk niet op de zaak kan (mag) ingaan. Ik heb hem aangegeven dat op dit blog de nodige info wordt gedeeld en mensen reeds hun zorgen hebben kenbaar gemaakt bij de commissie financiën van de 2e kamer middels de modelbrief van Ruud B. Ook ik heb die lui gemailed en heb de ambassadeur een kopie gegeven, zodat hij de zorgen van Nederlandse inwoners van Thailand kan delen.
Hij heeft beloofd dat te doen. Of het helpt, weet ik niet. Echter, niet geschoten is altijd mis.
Overigens heb ik nog van geen enkel commissielid een reactie gehad. Jullie?
Aan Frank B.: Nee, ook ik heb van geen enkel commissielid een relevant antwoord gehad.
Heel veel dank aan Ruud B. voor zijn deskundige inbreng! En voor zijn medeleven, geduld en respect voor iedereen. Hou vol Ruud! Het helpt mij bijzonder. Grote waardering.