Misschien heb je het nooit zo bekeken. Je loopt langs de gouden chedi van een wat, ziet de monniken op hun ochtendronde en denkt: zo is het hier nu eenmaal. Toch zit achter dat beeld een lange geschiedenis vol keuzes, macht en toeval. Thailand was namelijk niet altijd het Theravada-land dat het nu is.

In dit stuk neem ik je mee langs de drie grote stromingen binnen het boeddhisme en leg ik uit waarin ze verschillen. Daarna kijken we samen naar de vraag die er voor Thailand echt toe doet: waarom werd juist deze vorm hier dominant en geen andere?

Drie stromingen uit één wortel

Na de dood van de Boeddha viel zijn gemeenschap in de eerste eeuwen uiteen in tientallen scholen. Daaruit groeiden drie grote stromingen die vandaag nog bestaan, en ze ontstonden netjes na elkaar: eerst Theravada, daarna Mahayana en ten slotte Vajrayana. Ze delen de kern, de vier edele waarheden en het achtvoudige pad, maar ze verschillen in welke teksten ze gezaghebbend vinden, in hun spirituele ideaal en in hun rituele praktijk.

Wanneer leefde de Boeddha precies? Dat ligt onder geleerden nog steeds gevoelig. Houd het maar op de vijfde tot vierde eeuw voor Christus, dan zit je veilig. De stroming die Thailand uiteindelijk koos, is de oudste van de drie.

Theravada, het pad van de monnik

Theravada betekent “leer van de ouderen” en geldt als de stroming die het dichtst bij het vroege boeddhisme staat. De leer steunt op de Pali-canon, ook wel de Tipitaka genoemd, de enige volledig bewaarde boeddhistische canon in een klassieke Indische taal. Het spirituele ideaal is de arahant: de mens die door eigen inspanning, meditatie en strenge discipline het lijden doorbreekt en nirwana bereikt.

De nadruk ligt hier op het kloosterleven en op je eigen bevrijding. Je doet het werk zelf. Theravada is vandaag dominant in Sri Lanka, Myanmar, Thailand, Cambodja en Laos.

Mahayana, bevrijding voor iedereen

Mahayana betekent “grote voertuig” en kwam geleidelijk op rond het begin van onze jaartelling. Qua aantal aanhangers is dit nu de grootste stroming, met name in China, Korea, Japan en Vietnam. Het verschil met Theravada is principieel. Centraal staat het bodhisattva-ideaal: een verlichte stelt zijn eigen nirwana uit om eerst alle andere wezens te helpen. Niet jij alleen, maar iedereen.

Mahayana erkent naast de basisleer een hele reeks extra geschriften, de Mahayana-soetra’s, die Theravada juist niet als gezaghebbend ziet. Bekende scholen binnen Mahayana zijn Zen, in China Chan genoemd, en het Reine Land.

Vajrayana, de diamanten snelweg

Vajrayana betekent “diamanten voertuig” of “bliksemvoertuig” en ontstond rond de vijfde tot zevende eeuw na Christus als uitloper van Mahayana. Het is de dominante vorm in Tibet, Bhutan, de Himalaya en Mongolië, en daarom hoor je het meestal gewoon Tibetaans boeddhisme noemen. Vajrayana bouwt op de Mahayana-leer voort, maar voegt er tantrische en esoterische technieken aan toe: mantra’s, mandala’s, visualisaties en deityoga, vaak onder strikte begeleiding van een leraar of goeroe.

Aanhangers zien dit als de snelste route naar verlichting, mogelijk binnen één mensenleven. Sommige geleerden rekenen Vajrayana overigens niet als losse derde stroming, maar scharen het onder de bredere Mahayana-paraplu. Voor Thailand maakt dat weinig uit, want hier ligt het zwaartepunt elders.

Waarom juist Thailand voor Theravada koos

Het korte antwoord: via Sri Lanka, door een koninklijke keuze, in de dertiende eeuw. Het langere antwoord verloopt in vijf stappen.

  1. De wortel ligt in India en Sri Lanka. Onder keizer Ashoka, in de derde eeuw voor Christus, gingen missionarissen op pad. De monnik Mahinda bracht de leer naar Sri Lanka, waar die zich rond het Mahavihara-klooster in Anuradhapura tot Theravada ontwikkelde en in het Pali werd vastgelegd. Sri Lanka werd zo het bewaarcentrum van deze traditie.
  2. Het vroege Siam was religieus gemengd. Toen de Thai vanaf de zevende eeuw zuidwaarts trokken, kwamen ze in gebieden waar al boeddhisme bestond, deels Theravada via het Mon-koninkrijk Dvaravati, deels Mahayana via het Srivijaya-rijk en de Khmer. In het eerste Thaise koninkrijk Sukhothai, gesticht in 1238, bestonden Theravada, Mahayana en Khmer-brahmanisme gewoon naast elkaar.
  3. Een opleving in Sri Lanka maakte de traditie aantrekkelijk. In de twaalfde eeuw zuiverde en verenigde koning Parakramabahu de Grote de monnikengemeenschap op Ceylon. Monniken uit de regio reisden ernaartoe, lieten zich opnieuw wijden volgens de herziene regels en keerden terug als de Lankavamsa, de Lanka-lijn.
  4. Koning Ramkhamhaeng koos partij. Eind dertiende eeuw haalde hij de Lankavamsa-monniken uit Nakhon Si Thammarat, in het zuiden, naar zijn hoofdstad. Hij bouwde kloosters voor hen, stuurde monniken naar Sri Lanka om te studeren en stelde de functie van sangharaja in, het hoofd van de monnikengemeenschap. Die openlijke steun gaf Theravada prestige.
  5. Latere koningen bestendigden de keuze. Onder Sukhothai-koning Lithai en later in Ayutthaya bleef de koninklijke gunst bij de Lanka-lijn liggen. Sommige koningen werden zelf een tijdje monnik. De oude Mahayana-praktijken liepen terug en verdwenen grotendeels.

Je ziet die geschiedenis vandaag nog terug. De gouden chedi’s in Sukhothai-stijl dragen de Singalese invloed in zich, en de Thaise gewoonte om bodhibomen te vereren begon letterlijk met een wortel die reizigers uit Sri Lanka meebrachten. Ook de boeddhabeelden uit die tijd weerspiegelen de Singalese kunst.

Geloof en macht gingen hand in hand

De diepere reden achter die koninklijke voorkeur was bestuurlijk, niet alleen religieus. Theravada leverde een aantrekkelijk model van koningschap: de vorst die regeert volgens de dharma en volgens de tien koninklijke deugden, waaronder vrijgevigheid, moraliteit, zachtmoedigheid, geen woede en geen schade toebrengen. Dat gaf de jonge Thaise koningen precies de legitimiteit die ze zochten.

Zo raakten troon en religie verweven, een band die tot vandaag voelbaar is. Pali werd de heilige taal, de Pali-canon de standaard. En de grondwet bepaalt nog steeds dat de koning boeddhist moet zijn. Religie en staat zijn in Thailand nooit ver uit elkaar geweest.

Twee ordes binnen hetzelfde geloof

Binnen het Thaise Theravada bestaan sinds de negentiende eeuw twee officiële ordes, nikaya’s genoemd. Belangrijk om te weten: ze verschillen vooral in hoe streng ze de kloosterregels toepassen, en nauwelijks in wat ze geloven. De grootste en oudste is de Maha Nikaya, goed voor ruim negentig procent van alle monniken. Eigenlijk valt iedere monnik die niet bij de andere orde hoort, automatisch onder de Maha Nikaya.

Die andere orde is de Dhammayuttika Nikaya, in 1833 opgericht als hervormingsbeweging door prins Mongkut, de latere koning Rama IV. Mongkut was zevenentwintig jaar monnik voordat hij de troon besteeg, en hij stoorde zich aan wat hij zag als slordige discipline en aan vermenging met volksgeloof en magie. Zijn orde legde de nadruk op strikte naleving van de regels en op de oorspronkelijke Pali-canon. Geen geld aanraken, geen voedsel oppotten, één maaltijd per dag. Pas met de Sangha Act van 1902 kreeg de Dhammayuttika een formele erkenning, als de kleinere van de twee.

Een kleine orde met veel invloed

Hier zit een opvallende scheefheid. De Dhammayuttika telt maar zo’n zes procent van de monniken, maar geniet onevenredig veel koninklijke en bestuurlijke steun. Het merendeel van de monastieke titels en de meeste recente Opperpatriarchen kwamen uit juist deze kleine orde. Onder koning Chulalongkorn, Rama V, werd de Dhammayuttika ingezet om de voorheen bonte en diverse monnikengemeenschap onder de staat te centraliseren.

Naast deze twee ordes is er nog een kleurrijke subtraditie die je misschien kent: de Thaise Bostraditie. Die begon rond 1900 met Ajahn Mun en stelt meditatie en het sobere boswonen centraal. Tot ver buiten Thailand, ook in het Westen, heeft die traditie veel volgelingen gekregen.

De gunst die Thailand terugbetaalde

Een mooi detail dat vaak vergeten wordt: Thailand heeft zijn schuld aan Sri Lanka later netjes terugbetaald. Rond 1753 was daar de wijdingslijn weggevallen, waardoor er geen geldige nieuwe monniken meer gewijd konden worden. De Thaise koning Boromkot stuurde toen monniken onder leiding van Phra Upali om de hogere wijding op het eiland te herstellen.

Uit die missie ontstond de Siam Nikaya, tot op de dag van vandaag een grote orde in Sri Lanka. De leer reisde dus niet alleen van Sri Lanka naar Thailand, maar eeuwen later ook weer terug. Geven en nemen, over de zee heen.

Nog iets over de cijfers. Volgens de telling van 2021 is ongeveer 92,5 procent van de Thai boeddhist, samen meer dan 67 miljoen mensen. Dat Thailand daarmee de grootste boeddhistische bevolking ter wereld zou hebben, hoor je vaak, maar die claim is omstreden, want China telt mogelijk meer boeddhisten. En de precieze verhouding tussen de twee ordes wisselt per bron, dus zie ruim negentig en ongeveer zes procent als ordegroottes, niet als exacte percentages.

Het boeddhisme van Thailand is dus geen toeval, maar het resultaat van eeuwen geschiedenis, koninklijke keuzes en menselijke twijfel. Wie de volgende keer een tempel binnenstapt, kijkt er met andere ogen naar. Achter die gouden chedi schuilt een verhaal dat verder reikt dan het oog ziet.

Bronnen: Encyclopædia Britannica, Wikipedia, Buddhistdoor Global, Access to Insight

Over deze blogger

Redactie
Redactie
Dit artikel is geschreven en gecontroleerd door de redactie. De inhoud is gebaseerd op persoonlijke ervaringen, meningen en eigen onderzoek van de auteur. Waar relevant, is er gebruikgemaakt van AI als hulpmiddel bij het schrijven en structureren van teksten. Wij genereren soms ook foto's met AI. Hoewel er zorgvuldig wordt omgegaan met de inhoud, kan niet worden gegarandeerd dat alle informatie volledig, actueel of foutloos is.
De lezer is zelf verantwoordelijk voor het gebruik van de informatie op deze website. De auteur aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade of gevolgen die voortvloeien uit het gebruik van de geboden informatie.

Laat een reactie achter