In Thailand woon je tussen de boeddhisten. Ongeveer 93 procent van de Thai hangt het Theravada-boeddhisme aan; christenen vormen iets meer dan één procent. De tempel om de hoek, de monniken bij het ochtendgloren, je schoonfamilie die offert voor een betere wedergeboorte: dat is de wereld waarin je leeft.

Veel lezers groeiden zelf op met de kerk. Daardoor herken je soms iets, en sta je dan toch vreemd te kijken. Want op het eerste gezicht lijken beide religies op elkaar, met hun moraal, hun monniken en hun rituelen. Onder de oppervlakte botsen ze juist hard. Dit artikel laat zien waar.

Eerst dit: het gaat om Thais boeddhisme

Een vergelijking met “het boeddhisme in het algemeen” zegt je weinig. De man die naast je woont, je partner, de tempel verderop: dat is allemaal Theravada, de stroming van Zuidoost-Azië. Een aantal overeenkomsten met het christendom geldt alleen voor het Mahayana van China, Japan en Tibet, en niet voor wat jij in Thailand om je heen ziet.

Dat onderscheid is belangrijker dan het lijkt. Houd het in je achterhoofd, want het verklaart waarom sommige populaire vergelijkingen rammelen. Wat in een artikel over “boeddhisme en genade” klopt, slaat soms nergens op zodra je het op een Thaise tempel toepast.

Waar ze elkaar raken

De echte raakvlakken zitten in het gedrag en de vorm, niet in de geloofsinhoud. Zodra je naar de praktijk kijkt, naar hoe mensen leven en wat ze doen, vallen de overeenkomsten op. Dit zijn de stevigste:

  • Vrijwel dezelfde basisregels. De vijf voorschriften van het boeddhisme verbieden doden, stelen, seksueel wangedrag, liegen en bedwelming. Leg de Tien Geboden ernaast: niet doden, niet stelen, geen echtbreuk, niet liegen. Vier van de vijf vallen praktisch samen. Beide zeggen: je daden doen ertoe, alles mag niet.
  • Geven als kerndeugd. In Thailand is vrijgevigheid en het maken van merit, tham bun, een dagelijkse zaak. Denk aan het voeden van monniken bij zonsopgang. Het christendom kent naastenliefde en aalmoezen als even centrale deugd. De reden verschilt: een betere wedergeboorte tegenover liefde uit dankbaarheid jegens God, maar het gedrag lijkt sprekend op elkaar.
  • Een monastieke kern. Allebei hebben ze monniken die zich terugtrekken uit de wereld, in celibaat leven, een eenvoudige pij dragen en strenge regels volgen. Een Thaise wat en een middeleeuws klooster vervullen verwante rollen.
  • Aandacht voor het lijden. Het boeddhisme begint bij de vaststelling dat het bestaan lijden bevat, en wijst een uitweg. Het christendom plaatst lijden, troost en verlossing eveneens centraal. In de kern zijn beide een antwoord op de vraag hoe je omgaat met pijn, verlies en sterfelijkheid.
  • Verering van relikwieën, beelden en heiligen. Thaise boeddhisten vereren boeddhabeelden, relikwieën en verlichte volgelingen. Katholieken vereren heiligen, relikwieën en bedevaartsoorden. In de geleefde praktijk lijken die vormen sterk op elkaar.
  • Wereldreligies met een missie. Beide begonnen rond één leraar met een kleine kring, en groeiden via verspreiding uit tot grensoverschrijdende wereldreligies met heilige teksten, feesten en een geestelijke stand.

Toch een waarschuwing bij dit rijtje. Kenners benadrukken dat de tradities op het diepste niveau wezenlijk verschillen, hoe verleidelijk de oppervlakkige parallellen ook zijn. Verkoopovereenkomsten dus niet als bewijs dat het “eigenlijk hetzelfde” is. Juist dat is de val waar veel artikelen in trappen.

Waar ze botsen

Hier zit de scherpte. Zodra je van het gedrag naar het geloof gaat, naar God, ziel, zonde en verlossing, staan beide religies tegenover elkaar. Dit zijn de duidelijke verschillen:

  • Wel of geen scheppergod. Het christendom kent één God die de wereld schiep en erbij betrokken blijft. Het Theravada kent geen scheppergod. Er bestaan wel goden, deva’s, maar die hebben niets gemaakt en zijn zelf onderworpen aan karma en wedergeboorte.
  • Genade tegenover karma. Dit is misschien het scherpste contrast. Genade zit verweven in de hele christelijke theologie. In het Theravada kan geen god ingrijpen in je karma, waardoor genade in die leer simpelweg ondenkbaar is. Je redt jezelf, of niemand redt je. Let op: het Reine Land-boeddhisme van Oost-Azië kent wel een vorm van genade. Daarom moet je het echt over Thais Theravada hebben.
  • Wel of geen ziel. Het christendom gaat uit van een onsterfelijke ziel die voortleeft. Het boeddhisme leert anatta: er is geen vast, blijvend zelf. Wedergeboorte betekent geen voortlevende ziel, maar een keten waarin elk leven het volgende ontsteekt, zoals de ene vlam de andere aansteekt.
  • Hemel en hel tegenover de kringloop. De christen gaat na de dood naar de hemel of hel. De Thaise boeddhist gelooft in samsara, een eindeloze cyclus van wedergeboorten, waarin hemelse en helse sferen tijdelijke haltes zijn. Het einddoel is geen eeuwig leven bij God, maar nibbana: het uitdoven van verlangen en het einde van de wedergeboorte.
  • Zonde tegenover een onpersoonlijke wet. In het christendom is een verkeerde daad een zonde tegen God, die om vergeving vraagt. In het boeddhisme is het slecht karma, een onpersoonlijk gevolg. Geen rechter, geen instantie die vergeeft. Karma is in de volksbeleving de ijzeren wet waarop geen uitzondering bestaat.
  • De stichter: leraar of redder. Boeddha is een mens die door eigen inzicht verlichting bereikte en een weg wijst. In het Theravada wordt hij niet als god aanbeden. Jezus is de Zoon van God, gestorven en opgestaan, wiens offer de mensheid redt. De vredige dood van Boeddha op hoge leeftijd staat tegenover de kruisiging als gewillig offer. Boeddhistische kenners noemen dat verschil zelfs een onoverbrugbare kloof.
  • Rechte lijn tegenover cirkel. Het christendom denkt in een lijn: schepping, geschiedenis, eindtijd, laatste oordeel. Het boeddhisme denkt in cyclussen, met kosmische tijdperken en wedergeboorten zonder begin of einde.
  • Exclusief tegenover een methode. Het christendom doet klassiek een exclusieve waarheidsclaim, verlossing via Christus. Het boeddhisme presenteert zich eerder als een pad, en laat zich in Thailand probleemloos mengen met animisme en hindoeïstische verering. Een Thai ziet weinig spanning tussen een boeddhabeeld, een geestenhuisje en een hindoeschrijn naast elkaar.

Het schuldgevoel dat in Thailand ontbreekt

Veel lezers kennen het schuldbesef van hun jeugd nog goed. Zonde, biecht, vergeving. Dat hele bouwwerk staat in het Theravada niet overeind. Het idee van zonde als overtreding tegen een god ontbreekt er. Karma oordeelt niet, het is geen rechter die je veroordeelt, het is een wetmatigheid die gewoon zijn werk doet. Dat verklaart waarom de omgang met fouten, falen en geweten bij je Thaise partner soms zo anders aanvoelt dan je gewend bent.

Daar komt nog een tegenstelling bij die diep zit. In het Theravada is verlossing door eigen inspanning het uitgangspunt: vertrouw alleen op jezelf. Het christendom zegt het omgekeerde, namelijk dat je hulpeloos bent zonder de genade van God. Waar een christelijk opgevoede man “schuld bekennen en vergeving vragen” verwacht, denkt de Thaise kant eerder in gezichtsverlies en het herstellen van harmonie. Geen klein verschil, maar een tegengestelde kijk op de mens.

Wat je in Thailand werkelijk ziet

Pas hier op met een denkfout. Wat jij in Thailand waarneemt, is zelden zuiver leerstellend boeddhisme. Het is een gelaagde volkspraktijk. De geestenhuisjes, de san phra phum in elke tuin, komen uit het animisme. De amuletten en het bidden om geluk, een goede oogst of succes bij het gokken horen bij de volksreligie, niet bij de boeddhistische kern over het loslaten van verlangen. De grote hindoeschrijnen, zoals de Erawan-schrijn in Bangkok, zijn weer een andere laag. Je ziet “boeddhisme”, maar veel ervan is dat strikt genomen niet.

Praktisch raakt dat je dagelijks leven. Merit maken is geen vroomheid om de vroomheid, maar een investering in een beter lot, nu en in een volgend leven. De tijdelijke monnikswijding van zonen, vaak rond een sterfgeval, is een manier om merit over te dragen aan de overledene. Voor zoiets bestaat in het christendom geen directe tegenhanger. Wie een Thaise boeddhistische begrafenis bijwoont en die naast een westerse kerkdienst legt, voelt het verschil meteen.

Drie misverstanden om te vermijden

Populaire teksten trappen telkens in dezelfde valkuilen. Houd deze drie scherp.

  • Mahayana-trekken op Thailand plakken. Genade, een verlossende boeddha, “geloven in” een hemelse boeddha: dat is Reine Land-boeddhisme, niet het Thaise Theravada. Wie die twee verwart, ziet overeenkomsten met het christendom die er in Thailand niet zijn.
  • De mythe dat Jezus in India studeerde. De meeste serieuze wetenschap verwerpt elke historische basis voor reizen van Jezus naar India of Tibet, en ziet de gesuggereerde parallellen als overdreven gelijkenissen. Noem het hooguit een hardnekkig verhaal, niet als feit.
  • Karma als Gods oordeel in een ander jasje. Dat klopt niet. Karma is onpersoonlijk en zonder rechter. Gods oordeel is persoonlijk en kent genade. Juist dat onderscheid maakt de vergelijking interessant.

Verder is elke samenvatting van een religie een vereenvoudiging. Binnen het christendom bestaan grote verschillen tussen katholiek, protestant en orthodox, en binnen het boeddhisme tussen Theravada, Mahayana en Vajrayana. Lees de tegenstellingen hierboven dus als “in hoofdlijnen waar”, niet als wet.

Tot slot

Boeddhisme en christendom delen een moraal, monniken en rituelen, maar staan in hun kern tegenover elkaar: god tegenover geen god, genade tegenover karma, ziel tegenover geen zelf. Voor wie in een gemengde relatie leeft, is de vraag niet wie gelijk heeft, maar of beide naast elkaar kunnen bestaan.

Bronnen: Wikipedia, CIA World Factbook, Royal Thai Government, Lausanne Movement

Over deze blogger

Redactie
Redactie
Dit artikel is geschreven en gecontroleerd door de redactie. De inhoud is gebaseerd op persoonlijke ervaringen, meningen en eigen onderzoek van de auteur. Waar relevant, is er gebruikgemaakt van AI als hulpmiddel bij het schrijven en structureren van teksten. Wij genereren soms ook foto's met AI. Hoewel er zorgvuldig wordt omgegaan met de inhoud, kan niet worden gegarandeerd dat alle informatie volledig, actueel of foutloos is.
De lezer is zelf verantwoordelijk voor het gebruik van de informatie op deze website. De auteur aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade of gevolgen die voortvloeien uit het gebruik van de geboden informatie.

9 reacties op “Boeddhisme en christendom in Thailand: waar ze elkaar raken en waar ze botsen”

  1. Hans zegt op

    Een uitstekend overzicht. Veel was al bekend maar goed om alles op een rijtje te zien.

    5
  2. Rob V. zegt op

    “boeddhisten vereren boeddhabeelden” – Volgens mij niet, maar gaat het om het stilstaan bij de leer. En dat kan net zo goed bij een stoepha, dhamma wiel of Bodhi boom of zonder al dat dacht ik, maar kan het mis hebben hoor.

    2
    • Rob V. zegt op

      Thuis Google geraadpleegd over het aanbidden (worship) van een (boeddha)beeld.
      “Er werden gedurende ongeveer vier of vijf eeuwen geen afbeeldingen van de Boeddha gemaakt. Er wordt wel eens gezegd dat het vóór die tijd ‘verboden’ was om beelden of afbeeldingen van de Boeddha te maken, maar dit is onwaarschijnlijk en er is geen bewijs voor een dergelijk verbod. Een waarschijnlijker verklaring is dat tot die tijd symbolen van de Boeddha (stoepa’s, voetafdrukken, een lege troon enz.) en geschreven beschrijvingen van hem voldoende werden geacht. Wat de redenen ook waren, de eerste Boeddhabeelden werden rond de 1e of 2e eeuw na Christus gemaakt in Bactrië (Afghanistan en Noord-Pakistan), mogelijk als gevolg van Griekse invloed, en in Mathura. (…)

      Er wordt vaak gezegd dat boeddhisten beelden aanbidden, in de zin dat ze geloven dat Boeddhabeelden daadwerkelijk de Boeddha zijn of dat ze een inherente kracht bezitten. Maar dergelijke ideeën zijn volkomen onjuist. Boeddhisten ‘aanbidden’ Boeddhabeelden niet, net zomin als christenen het kruis aanbidden of moslims de Kaäba, waar ze zich naar toe richten tijdens het bidden. Net als het kruis wordt het Boeddhabeeld gezien als een symbool dat kan helpen bij het creëren van devotie, het verheffen van de geest en het focussen van de aandacht.” – Bron: Buddhist ‘Studies: Buddha Statues’ pagina op Buddhanet.

      Zijn die beelden mogelijk toch een soort van westers iets blijkbaar, doe kruisbestuiving tussen werelddelen, volkeren, religies enzovoorts toch, leuk he?

      2
  3. Hans Pronk zegt op

    Het Theravada kent het begrip anatta (geen vast, blijvend zelf). Maar wat gaat er dan “over” bij wedergeboorte?
    Boeddha had vele levens maar geen ziel?
    Kan iemand daar meer duidelijkheid over scheppen?

    0
    • Wat anatta precies wel en niet zegt

      Anatta betekent letterlijk niet-zelf. Het Theravada zegt dat er geen vaste, onveranderlijke kern in je zit. Geen ziel die altijd hetzelfde blijft, los van je lichaam en je gedachten. Wat jij je zelf noemt, is volgens de leer eigenlijk een bundel van vijf steeds wisselende processen: je lichaam, je gevoelens, je waarnemingen, je neigingen en je bewustzijn. Die veranderen van moment tot moment. Er is dus wel een ik in de praktische zin, je hebt een naam, een geschiedenis, een karakter, maar geen onveranderlijk zieltje dat daar onderin verstopt zit.

      Belangrijk om te weten: dit is precies het punt waarop het boeddhisme afwijkt van het hindoeisme. Daar bestaat wel een eeuwige ziel, de atman, die van leven naar leven reist. De Boeddha verwierp dat idee juist.

      Wat reist er dan bij wedergeboorte?

      Hier zit de kern. Bij wedergeboorte reist er geen ding van het ene leven naar het andere. Er verhuist geen ziel, geen klein vlammetje van bewustzijn dat netjes overstapt. Wat doorgaat, is een proces. Een stroom van oorzaak en gevolg die niet stopt bij de dood.

      Denk aan een kaars die je gebruikt om een tweede kaars aan te steken. De vlam op de tweede kaars is niet dezelfde vlam, want er sprong niets over. Maar het is ook niet zomaar een willekeurige, losse vlam, want hij ontstond door de eerste. De oude monnik Nagasena vatte het ooit zo samen tegenover koning Milinda: het is niet dezelfde en ook niet een ander. Die zin klinkt als een puzzel, maar hij vangt het precies. Er is continuiteit zonder dat er iets blijvends overgaat.

      Een rivier helpt misschien ook. Je noemt hem de hele dag dezelfde rivier, maar het water dat nu langsstroomt is een ander water dan een uur geleden. De vorm en de naam blijven, de inhoud vernieuwt voortdurend.

      Kamma als de rode draad

      Wat die stroom van het ene leven naar het volgende verbindt, is kamma. Je daden, je keuzes en je geestelijke gewoontes laten sporen na. Die sporen vormen de richting waarin het proces zich voortzet. Niet een ziel draagt iets mee, maar de werking van oorzaak en gevolg zelf. Zo blijft er een lijn, een samenhang, zonder dat je een vaste kern nodig hebt om dat te verklaren.

      En de vele levens van de Boeddha dan?

      De Boeddha vertelde in de zogenoemde Jataka-verhalen over honderden eerdere levens. Op het eerste gezicht lijkt dat te schreeuwen om een ziel die al die levens beleefde. Maar binnen de leer wordt het anders gelezen. Het is dezelfde causale stroom die zich door al die levens heen voortzette, steeds vormgegeven door eerdere daden, tot die stroom uiteindelijk tot rust kwam bij de verlichting. Geen persoon die als een acteur van rol naar rol sprong, maar een doorlopend proces dat zichzelf steeds opnieuw voortbracht.

      Een manier om het vast te houden

      Je hoeft het niet meteen helemaal te doorvoelen, want het gaat in tegen hoe wij in het Westen over een ik denken. Misschien helpt deze samenvatting: er gaat niets over, maar er gaat wel iets door. Geen ziel, wel een spoor. Geen verhuizer, wel een gevolg. Dat ongemakkelijke tussengebied, niet dezelfde en niet een ander, is geen denkfout in de leer. Het is precies wat de leer wil zeggen.

      Met dank aan AI

      4
      • Tino Kuis zegt op

        Dank je wel AI. Een correct verhaal. ‘An-‘ betekent natuurlijk ‘niet’ als in -a- en -on-. ‘Ata’ is ‘zelf’ zoals in ‘automatisch’. Een beetje verwarrend want er is wel degelijk een ‘zelf’ alleen is die aan voortdurende verandering onderhevig. De vergelijking met een rivier is mooi. De rivier verandert steeds maar wel door wat er hogerop gebeurt.

        3
  4. Tino Kuis zegt op

    Even nog over karma. Dat is de som van alle daden in verleden en heden, de goede en slechte daden. Heb je een goed karma dan wordt je geboren als een rijk, slim en machtig persoon. Daar heb je recht op. Een arme Isaanse boer had gewoon een slecht karma. Zie: https://www.thailandblog.nl/achtergrond/filosofie-elite-thailand-goede-en-slechte-mensen/

    Niet alle Thais geloven dat. Er zijn er ook veel die al die maatschappelijke verschillen niet aan karma maar aan sociaaleconomische verschillen toeschrijven. Dat zijn socialisten en communisten..

    3
    • Hans Pronk zegt op

      Beste Tino, je kan het gelukkig niet laten om een beetje te chargeren, en het maakt in ieder geval duidelijk dat de boeddhistische leer niet meer letterlijk genomen wordt door iedere Thai.
      Nog bedankt voor je uitleg van anatta (en ook dank aan Peter voor zijn reactie); vatten doe ik het nog niet helemaal maar je bewering dat er wel degelijk een ‘zelf” bestaat, ook in het Theravada-boeddhisme, spreekt mij wel aan. Ik kon ook niet geloven dat Boeddhisten zoveel moeite doen voor hun karma als ze er “zelf” in een volgend leven niet van zouden profiteren. Het is dan weliswaar een aan verandering onderhevig “zelf”, maar toch een “zelf’.

      1
  5. Ron zegt op

    Ik vind dit een sterk en prettig leesbaar artikel. Vooral de keuze om expliciet over het Thaise Theravada-boeddhisme te schrijven in plaats van “het boeddhisme” in het algemeen is een groot pluspunt. Dat voorkomt veel misverstanden.

    Wel zou ik een aantal punten willen nuanceren.

    De openingszin dat 93% van de Thai Theravada-boeddhist is, klopt in grote lijnen, maar veel Thai combineren Theravada met animistische en hindoeïstische gebruiken. Formeel zijn ze boeddhist, maar de religieuze praktijk is breder dan alleen de leer.

    De vergelijking van de vijf boeddhistische voorschriften met de Tien Geboden is bruikbaar, maar gaat slechts gedeeltelijk op. Vier leefregels lijken inderdaad sterk op elkaar, maar de achtergrond verschilt wezenlijk: de Tien Geboden zijn goddelijke geboden, terwijl de vijf voorschriften vrijwillige trainingsregels zijn.

    De vergelijking van monniken verdient ook enige nuancering. Een Thaise bhikkhu en een katholieke monnik lijken uiterlijk op elkaar, maar vervullen een andere religieuze rol. Bovendien kent het protestantisme helemaal geen kloosterorde.

    Bij het onderdeel over lijden zou ik iets voorzichtiger formuleren. Het boeddhisme begint bij het probleem van dukkha (lijden of onbevredigdheid), terwijl het christendom begint bij God, schepping en verlossing. Lijden speelt een belangrijke rol, maar is niet het uitgangspunt van de christelijke leer.

    “Je redt jezelf, of niemand redt je” is begrijpelijk als tegenstelling met de christelijke genadeleer, maar wel erg scherp geformuleerd. Binnen het Theravada kan niemand je karma wegnemen, maar de Boeddha, leraren en de sangha wijzen wel de weg. Nauwkeuriger zou zijn dat uiteindelijk niemand jouw bevrijding voor jou kan realiseren.

    Ook “geen rechter, geen instantie die vergeeft” klopt voor de klassieke Theravada-leer, maar in de Thaise volksreligie vragen mensen wel degelijk bescherming of hulp aan geesten, beschermgoden of via rituelen. Dat verandert de leer niet, maar maakt de praktijk wel complexer.

    De zin “vertrouw alleen op jezelf” zou ik eveneens afzwakken. Het gaat in het Theravada niet om modern individualisme, maar om persoonlijke verantwoordelijkheid voor je geestelijke ontwikkeling.

    Het merit maken wordt wat economisch voorgesteld als “een investering in een beter lot”. Dat speelt zeker mee, maar veel Thai beleven het ook als vrijgevigheid, eerbied, dankbaarheid en familieplicht. Die motieven mogen ook genoemd worden.

    De tijdelijke monnikswijding van zonen vindt soms plaats om verdiensten aan een overledene op te dragen, maar traditioneel is de belangrijkste aanleiding nog steeds volwassenwording en het eren van de ouders. De huidige formulering wekt de indruk dat een sterfgeval de gebruikelijke aanleiding is.

    Groet
    Ron

    4

Laat een reactie achter