Mijn bloeddrukmeter was nog geen dag oud toen buurman Prasit ermee onder mijn mangoboom zat. Zijn linkerarm lag op tafel, zijn slippers stonden scheef in het zand en om hem heen hadden zich vijf mensen verzameld. Ik had het apparaat voor mezelf gekocht. Dat detail speelde inmiddels geen enkele rol meer.

De aanleiding was mijn jaarlijkse bezoek aan het ziekenhuis. De arts had gezegd dat ik thuis af en toe mijn bloeddruk moest meten. Rustig zitten, arm op tafel, niet praten en na vijf minuten meten. Dat sprak mij aan. Het was medisch verantwoord en goed georganiseerd. Twee dingen waar een Nederlander op leeftijd vertrouwen aan ontleent.

Diezelfde avond had ik het apparaat uitgebreid bestudeerd. Ik las de handleiding zelfs twee keer, omdat de eerste keer weinig had geholpen. Mijn vrouw keek vanuit de keuken toe terwijl ik de manchet om mijn bovenarm schoof.

Het apparaat blies zich op en kneep mijn arm bijna gevoelloos.

“Dood?” vroeg ze.

“Nog niet.”

De uitslag was iets hoger dan ik had gehoopt. Ik gaf de hitte de schuld, daarna de koffie en ten slotte de batterijen. Een mens koopt geen nieuw apparaat om meteen slecht nieuws te krijgen.

De volgende ochtend kwam Prasit langs. Hij wilde een combinatietang lenen, maar zag de bloeddrukmeter op tafel liggen. Prasit is een magere man van achtenzestig die vrijwel alles eet met extra zout en zijn brommer bestuurt alsof hij haast heeft om gereïncarneerd te worden.

“Wat is dat?”

Ik legde het uit.

Hij stak meteen zijn arm naar mij uit.

Ik liet hem eerst vijf minuten zitten. Dat stond in de handleiding. Na veertig seconden vroeg hij of we al konden beginnen. Na een minuut kwam zijn vrouw langs en wilde ze weten wat hij uitvoerde. Vervolgens reed een pick-up voorbij met luidsprekers die loten voor de Staatsloterij aanprezen. Medische rust bleek in ons dorp vooral een theoretisch begrip.

Toch drukte ik op de knop.

De manchet zwol op. Prasit keek bezorgd naar zijn arm, alsof ik die op afstand probeerde te amputeren. Toen het apparaat piepte, bogen we ons samen over het scherm.

Ik noemde de cijfers.

Prasit knikte ernstig, hoewel hij geen idee had wat ze betekenden. Ik trouwens ook maar ten dele, maar ik had de handleiding gelezen en droeg een bril. In een dorp is dat soms voldoende om voor deskundige door te gaan.

Zijn vrouw riep de uitslag naar buurvrouw Noi, die aan de overkant kleefrijst in bamboemandjes schepte. Noi kwam direct kijken. Achter haar liep haar oudere zus mee. Daarna verscheen een man die ik alleen kende als Oom Daeng, hoewel hij geen familie van ons was en vermoedelijk ook geen Daeng heette.

Binnen tien minuten stonden er zes plastic stoelen onder de mangoboom.

Mijn vrouw bracht een schrift en begon de uitslagen op te schrijven. Naast iedere naam noteerde ze de datum en drie cijfers. Daarmee veranderde mijn veranda officieel in een medisch centrum. Alleen de ventilator, de receptioniste en de wachttijden waren geloofwaardig.

Noi mocht als eerste. Ze schoof haar mouw omhoog en ging kaarsrecht zitten. Tijdens de meting hield ze haar adem in. Toen ik zei dat dit niet nodig was, keek ze me aan alsof ik tijdens een operatie een ongevraagd advies gaf.

Daarna kwam Oom Daeng. Zijn bloeddruk was lager dan die van Prasit.

Dat veranderde alles.

Tot dat moment ging het om gezondheid. Nu werd het een wedstrijd.

Prasit wilde opnieuw. Hij beweerde dat hij bij de eerste meting nog niet ontspannen was geweest. Hij ging dieper in zijn stoel zitten, sloot zijn ogen en ademde alsof hij zich voorbereidde op een tempelceremonie. Zijn vrouw siste dat hij niet mocht praten. Dat was vermoedelijk de eerste keer in hun huwelijk dat een medisch apparaat haar daarbij hielp.

Zijn tweede uitslag was inderdaad lager.

Oom Daeng eiste daarop ook een herkansing.

Ik probeerde uit te leggen dat je bloeddruk geen loterijnummer is en dat de laagste uitslag niet automatisch wint. Niemand luisterde. De manchet ging van arm naar arm. Sommige bovenarmen waren zo dun dat ik hem tweemaal moest omwikkelen. Bij een stevige tante uit de straat bereikte het klittenband zijn uiterste grens, waarna zij mij persoonlijk verantwoordelijk hield voor het ontwerp.

Een uur later was ik moe, bezweet en medisch opgebrand. De meter piepte bij iedere meting hetzelfde, maar ik begon er verwijten in te horen. Mijn koffie stond koud op tafel. De combinatietang waarvoor Prasit was gekomen, lag nog altijd naast mijn stoel.

Toch gebeurde er ook iets anders. Mensen vergeleken hun medicijnen, vroegen wie binnenkort naar het ziekenhuis ging en spraken af samen vervoer te regelen. Noi vertelde dat haar zus soms duizelig werd, maar nooit zin had om alleen naar de kliniek te gaan. Nu zou ze meegaan.

Dat vond ik mooi, al zei ik het niet. Op mijn leeftijd ga je steeds meer apparaten kopen die je vertellen wat er lichamelijk misgaat. Ik had er niet bij stilgestaan dat zo’n apparaat ook mensen onder een mangoboom kon verzamelen.

Tegen de middag vertrok de laatste bezoeker. Mijn vrouw sloot het schrift en legde de bloeddrukmeter terug op tafel.

“Nu jij,” zei ze.

Ik deed de manchet om. Na twee uur ongevraagd spreekuur, drie discussies over zout en vier herkansingen was mijn bloeddruk hoger dan de dag ervoor.

Prasit keek nog even over de heg.

“Morgen weer meten?”

De bloeddrukmeter piepte. Ik heb dat maar als antwoord beschouwd…

Over deze blogger

Farang Kee Nok
Farang Kee Nok
Mijn leeftijd valt officieel onder de categorie ‘bejaard’. Ik woon al 28 jaar in Thailand, probeer dat maar eens na te doen. Nederland was ooit het paradijs, maar het raakte in verval. Dus ging ik op zoek naar een nieuw paradijs en vond Siam. Of was het andersom en vond Siam mij? Hoe dan ook, we waren elkaar goed gezind.

De ICT zorgde voor een regelmatig inkomen, iets wat jullie ‘werk’ noemen, maar voor mij was het vooral een tijdverdrijf. Schrijven, dat is de echte hobby. Voor Thailandblog pak ik die oude liefde weer op, want na 15 jaar zwoegen verdienen jullie wel wat leesvoer.

Ik begon op Phuket, verhuisde naar Ubon Ratchathani, en na een tussenstop in Pattaya woon ik nu ergens in het noorden, midden in de natuur. Rust roest niet, zeg ik altijd, en dat blijkt te kloppen. Hier, omgeven door het groen, lijkt de tijd stil te staan, maar dat doet het leven gelukkig niet.
Eten, vooral lekker, dat is mijn passie. En wat maakt een avond compleet? Een goed glas whisky en een sigaar. Dan heb je het wel zo’n beetje, vind ik. Proost!

Laat een reactie achter