Om precies negen uur begon mijn telefoon te trillen op het nachtkastje. Op het scherm stond een herinnering die ik twee dagen eerder zelf had ingevoerd: Beslissen over Ploy. Naast mij lag Ploy op haar zij te slapen, met één hand onder haar wang en haar zwarte haar over mijn kussen. Haar jurk hing over de rugleuning van een stoel en onder het bed lag één sandaal. De andere stond bij de voordeur.

Ik drukte de melding weg voordat ze wakker werd.

Het leek me achteraf kenmerkend voor mijn aanpak. Zodra een beslissing lastig werd, zette ik haar in mijn agenda. Daarmee veranderde onzekerheid in een afspraak en kon ik mezelf wijsmaken dat ik de zaak onder controle had. Een tandartsbezoek werkte zo. De jaarlijkse verlenging bij Immigration ook. Alleen hield Ploy zich niet aan de logica van mijn telefoon.

Na het gesprek met mijn Vlaamse vriend had ik besloten dat ik binnen enkele dagen duidelijkheid wilde. Niet alleen tegenover Ploy, maar vooral tegenover mezelf. Ik vond haar nog steeds aantrekkelijk en interessant, maar bij haar kwamen inmiddels Krit, Fah, twee ruziënde families, een verdwenen geldbedrag en plannen voor een ontbijtwagentje mee. Zelfs op rustige dagen gebeurde er iets waarvoor een voertuig, een handtekening of een oudere Nederlander met te veel vrije tijd nodig was.

Bram zou over drie weken naar Thailand komen. Voor die tijd wilde ik weten waar ik stond. Ik had weinig zin om hem bij aankomst uit te leggen dat ik misschien een verhouding had met een getrouwde vrouw, maar nog niet wist of ik haar vriend, chauffeur of onbetaalde adviseur was. Bram zou daar binnen vijf minuten een functieomschrijving voor verzinnen die ik de rest van zijn verblijf moest aanhoren.

Mijn voornemen was dus eenvoudig. Ik zou Ploy nog één keer rustig spreken, zonder drank en zonder iemand uit haar familie in de buurt. Daarna zou ik kiezen: verdergaan met duidelijke grenzen, of stoppen voordat haar onrust ook mijn dagelijks leven werd.

De gelegenheid diende zich sneller aan dan verwacht. Ploy stuurde vrijdagmiddag een bericht dat haar proefweek in het hotel erop zat. Ze mocht blijven. Haar leidinggevende had gezegd dat ze snel werkte en goed met lastige gasten kon omgaan. Dat laatste verbaasde mij niet. Na Krit, haar moeder en mij moest een ontevreden hotelgast met een verkeerd gebakken ei bijna ontspanning zijn.

Fah zou die nacht bij Suda slapen. Ploy wilde haar eerste vaste werkweek vieren en vroeg of ik met haar ging eten. Ik stelde voor naar een rustig restaurant te gaan, omdat ik iets met haar wilde bespreken. Daarop stuurde ze alleen een duim omhoog en een foto van een fles bier.

Dat had ik als waarschuwing kunnen zien.

Ze kwam tegen half acht naar mijn condo. Voor het eerst sinds ik haar kende droeg ze geen hotelblouse, oude spijkerbroek of kleding waarin je dozen kon verhuizen. Ze had een eenvoudige groene jurk aan en haar haar hing los over haar schouders. In haar oren zaten kleine zilverkleurige blaadjes die bewogen wanneer ze haar hoofd draaide. Ze zag er ontspannen uit, hoewel haar eerste vraag was of ik vond dat de jurk te jong voor haar was.

Dat vond ik niet. Ik zei het iets te snel.

We aten bij een visrestaurant aan Jomtien Beach Road. De tafels stonden dicht bij de straat en telkens wanneer een bahttaxi langsreed, wapperden de papieren servetten omhoog. Ploy bestelde gegrilde garnalen, gebakken rijst en een vis waarvan zij beweerde dat die niet pittig was. Mijn ervaring met haar gebruik van dat woord had mij inmiddels voorzichtiger gemaakt, maar die avond bleek ze gelijk te hebben.

Tijdens het eten praatte ze nauwelijks over Krit. Fah kwam slechts één keer ter sprake, toen Ploy vertelde dat haar dochter de kamer boven de wasserette te klein vond. Ploy had geantwoord dat kamers groter werden wanneer je zelf de huur moest betalen. Volgens haar had Fah daarna een kwartier niet met haar gesproken, wat in hun verhouding kennelijk als een redelijke overwinning gold.

Vooral vertelde ze over het hotel. Ze vond het werk zwaar, maar genoot van de drukte tijdens het ontbijt. Om zes uur kwamen de eerste Chinese groepen, kort daarna de Europese stellen en tegen negen uur de gasten die volgens Ploy tegelijk haast hadden en te laat waren opgestaan. Ze kon aan de manier waarop iemand een bord vasthield inmiddels zien of er een klacht aankwam.

Terwijl ik naar haar luisterde, merkte ik hoe gemakkelijk de avond werd zodra haar problemen niet aan tafel zaten. Ploy lachte meer dan anders en raakte af en toe mijn arm aan wanneer ze iets vertelde. Ze was niet alleen de vrouw die ik de afgelopen dagen had geholpen. Ze had humor, plannen en een scherp oog voor mensen. Juist dat deel van haar wilde ik leren kennen.

Het gesprek dat ik had voorbereid, schoof daardoor steeds verder naar achteren. Eerst wilde ik wachten tot na het eten. Daarna leek het mij beter om niet over Krit te beginnen terwijl Ploy haar eerste werkweek vierde. Tegen de tijd dat de rekening kwam, had ik mijn besluit uitgesteld tot de wandeling naar huis.

Ploy stelde echter voor nog ergens iets te drinken.

We kwamen terecht in een kleine bar in een zijstraat van Jomtien. Binnen zong een Thaise man Engelse liedjes uit de jaren tachtig. Zijn uitspraak was niet altijd herkenbaar, maar hij speelde goed gitaar en keek bij ieder refrein alsof hij persoonlijk door de oorspronkelijke zanger was verlaten. Er zaten twee Britse mannen aan de bar, een ouder, vermoedelijk Duits stel bij het raam en verder bijna niemand.

De eerste fles bier dronken we langzaam. De tweede ging sneller, waarna Ploy voor ons beiden een glas whisky met veel ijs bestelde. Ik vertelde haar dat ik eigenlijk iets belangrijks wilde bespreken. Ze keek me even aan en legde daarna haar hand op de mijne.

‘Tonight no problem,’ zei ze.

Daarmee was het gesprek voorlopig afgelopen.

Misschien had ik moeten volhouden. Mijn Vlaamse vriend zou later ongetwijfeld zeggen dat een hand op mijn hand bij mij ongeveer hetzelfde effect had als een stroomstoring op een computer. Alle zorgvuldig opgeslagen plannen verdwenen en na afloop wist niemand waar de laatste versie stond.

Toch voelde het op dat moment niet alsof ik ergens voor wegliep. Ik genoot van haar gezelschap. We luisterden naar de muziek, deelden een schaaltje pinda’s en probeerden samen de liedjes te herkennen. Ploy zong zacht mee met woorden die niet altijd in het origineel voorkwamen. Bij een traag nummer trok ze mij van mijn stoel.

Dansen is nooit mijn sterkste kant geweest. Op mijn zevenenzestigste is daar geen onverwachte verbetering in gekomen. Ploy legde haar armen om mijn nek en bewoog rustig, terwijl ik vooral probeerde haar niet op de tenen te staan. Ze rook naar zeep en naar de lichte bloemengeur die ik eerder die avond al in de lift had opgemerkt. Het was lang geleden dat een vrouw zo dicht tegen mij aan had gestaan zonder dat daar meteen een afscheid of een probleem achteraan kwam.

Na middernacht liepen we terug naar de hoofdweg. Geen van ons was dronken genoeg om niet meer te weten wat we deden, maar we hadden allebei meer gedronken dan verstandig was. Ploy hield mijn arm vast en trok haar sandalen uit, omdat haar voeten pijn deden. Ik droeg ze de laatste paar honderd meter, waarmee ik ondanks al mijn goede voornemens toch weer in mijn vertrouwde rol van bagagedrager terechtkwam.

Bij mijn condo vroeg ik of ik een Bold voor haar moest bestellen. Ze keek naar de sandalen in mijn hand en daarna naar mij. Een antwoord was niet echt nodig.

Boven gaf ik haar water. Ze ging op de rand van mijn bed zitten en bekeek de foto’s die op mijn kast stonden. Bij een foto van mijn dochter bleef ze langer kijken, maar ze stelde geen vragen. Daarna trok ze me voorzichtig naar zich toe.

Wat er vervolgens gebeurde, hoef ik niet tot in detail te beschrijven. Het was niet wild of ingewikkeld. Er was vooral warmte, herkenning en een kleine onhandigheid toen ik met mijn voet in het laken verstrikt raakte. Ploy moest lachen, ik ook, en dat hielp meer dan iedere poging om de situatie romantisch te houden.

Later lag ze met haar hoofd tegen mijn schouder. Haar telefoon lichtte tweemaal op in haar tas, maar ze keek niet. Mijn eigen vragen waren eveneens stilgevallen. Op dat moment wilde ik niets beslissen. Ik wilde alleen dat de nacht niet te snel voorbijging.

De volgende ochtend lagen de problemen natuurlijk niet verdwenen onder het bed. Ze wachtten alleen tot we wakker waren.

Ploy opende haar ogen. Ze keek naar de klok, schrok en stond zo snel op dat ze bijna over haar sandaal struikelde. Binnen enkele minuten veranderde ze van de vrouw die naast mij had geslapen in iemand die haar jurk gladstreek, haar haar met haar vingers fatsoeneerde en berekende of ze nog op tijd bij het hotel kon zijn.

In de badkamer waste ze haar gezicht. Daarna vond ze één oorbel op het nachtkastje, maar de andere bleef zoek. We keken onder het bed, tussen de lakens en zelfs in de lege waterglazen. Uiteindelijk zei Ploy dat ik hem mocht bewaren wanneer ik hem vond.

Dat klonk opvallend huiselijk voor twee mensen die nog niet hadden besproken wat de nacht betekende.

Bij de voordeur probeerde ik er voorzichtig naar te vragen. Ploy keek mij aan met een zachte, maar vermoeide glimlach. Volgens haar was de avond fijn geweest. Daarna moest ze echt vertrekken.

Meer zei ze niet.

Toen de deur achter haar dichtviel, ging mijn telefoon af met de herinnering die ik zelf had ingesteld. Beslissen over Ploy, om negen uur. Alsof ik na een glas water, twee paracetamol en een ordelijke afweging van voor- en nadelen tot een betrouwbaar oordeel kon komen.

Mijn twijfel had ondertussen alleen een andere vorm gekregen. Eerst vroeg ik me af of ik al haar problemen wilde. Nu wist ik ook hoe het voelde wanneer ze naast mij sliep, haar hoofd op mijn schouder legde en even niemand nodig had behalve mij. Dat maakte de bezwaren niet kleiner, maar wel moeilijker om netjes van mijn gevoelens te scheiden.

Het zou gemakkelijk zijn geweest om Ploy de schuld te geven. Zij had voorgesteld iets te drinken en zij had gezegd dat er die avond geen problemen waren. Maar ik had zelf ingestemd, zelf het serieuze gesprek uitgesteld en zelf de deur van mijn condo geopend. Misschien wilde ik helemaal geen besluit nemen. Misschien wilde ik alleen dat de omstandigheden de keuze voor mij maakten.

Tegen elf uur vond ik haar tweede oorbel. Hij lag in een plooi van het hoeslaken, vlak bij de plek waar zij had geslapen. Ik legde hem op het nachtkastje en stuurde haar een foto.

Ploy antwoordde tijdens haar middagpauze. Ze schreef dat ik hem goed moest bewaren en vroeg of ze hem diezelfde avond kon komen ophalen.

Daaronder stond een hartje.

Ik keek naar mijn agenda. De herinnering om over Ploy te beslissen was verdwenen, maar de beslissing zelf lag nog steeds op mijn nachtkastje.

Wordt vervolgd.

Ingezonden door Nico


Laat een reactie achter