‘De rijstkoker die meer gezag heeft dan ik’

Onze rijstkoker staat op een plastic tafeltje naast de koelkast. Wit, rond en licht vergeeld bij het handvat. Het apparaat heeft een knop, twee lampjes en meer gezag binnen ons huishouden dan ik in al mijn jaren heb weten op te bouwen.
Dat bleek op een maandagmiddag, toen ik mijn vrouw vroeg of ze even wilde helpen met het verplaatsen van een kastje.
“Straks,” zei ze.
Mijn schoonzus zat aan tafel een papaja te schillen. Zij keek niet op. Neef Ton speelde op zijn telefoon en buurvrouw Noi was binnengekomen om iets te lenen, al wist niemand meer wat.
Ik pakte het kastje aan één kant vast.
“Als iemand nu even de andere kant neemt, zijn we binnen een minuut klaar.”
Niemand bewoog.
Toen piepte de rijstkoker.
Mijn vrouw legde onmiddellijk haar telefoon neer. Mijn schoonzus liet de papaja met mes en al op tafel liggen. Ton pauzeerde zijn spel en buurvrouw Noi liep naar het apparaat alsof ze officieel dienst had.
Vier mensen stonden binnen drie seconden rond de rijstkoker.
Het deksel ging open. Een wolk warme stoom steeg op en vulde de keuken met de geur van jasmijnrijst. Mijn vrouw schepte de rijst om. Mijn schoonzus controleerde de bodem. Noi vond dat de korrels iets te zacht waren. Ton drukte zonder toestemming op een knop die nergens voor nodig was.
Het apparaat had één piep gegeven. Ik had mijn verzoek driemaal uitgesproken.
Het kastje stond nog steeds midden in de kamer. Ik wees daarop.
“Dadelijk,” zei mijn vrouw.
Dadelijk is in Thailand een ruim begrip. Het kan over vijf minuten zijn, na het eten of zodra de koning een nieuwe troonrede houdt. Je moet er niet te veel planning aan ophangen.
De rijstkoker was zeven jaar geleden gekocht voor 890 baht. Dat weet ik, omdat ik de bon nog heb. Ik bewaar bonnetjes van apparaten altijd zorgvuldig, vooral van apparaten die nooit kapotgaan. Van spullen die na drie maanden stuk zijn, raak ik de bon meestal binnen een week kwijt.
Mijn vrouw had destijds zeker twintig minuten nodig gehad om de rijstkoker uit te kiezen. Ze tilde de deksels op, voelde aan de binnenpannen en stelde vragen over wattage. Bij onze wasmachine, die achttienduizend baht kostte, keek ze alleen naar de kleur.
Sindsdien kookt het ding iedere dag rijst. Soms tweemaal. Tijdens familiebezoek driemaal, omdat het aantal mee-eters in een Thais huis zelden overeenkomt met het aantal mensen dat je hebt uitgenodigd.
Niemand noemt de rijstkoker ooit bij naam. Dat hoeft ook niet. Zodra iemand zegt dat “hij klaar is”, weet iedereen over wie het gaat.
Met mij ligt dat anders.
Als mijn vrouw vanuit de keuken roept dat iemand moet helpen, komen er meestal twee mensen. Als ik hetzelfde vraag, ontstaat eerst een gesprek over wat ik precies bedoel, waarom het nu moet en of het niet beter morgen kan.
Op een ochtend lekte de kraan bij de buitendeur.
“Kun je straks een nieuwe rubberring meenemen?” vroeg ik aan mijn zwager.
Hij knikte. Twee uur later kwam hij terug met ijs, drie zakken varkenszwoerd en een plant waarvan hij de naam niet kende. De rubberring was hij vergeten.
Diezelfde middag begon de rijstkoker vreemd te klikken.
Mijn zwager zette zijn glas neer, haalde een schroevendraaier uit zijn brommer en ging op de keukenvloer zitten. Binnen vijf minuten lag het apparaat open. Mijn vrouw hield een zaklamp vast. De buurman werd gebeld, omdat hij verstand had van elektriciteit. Dat bleek te betekenen dat hij ooit een verlengsnoer had gemaakt.
Ik herinnerde iedereen aan de lekkende kraan.
“Eerst de rijst,” zei mijn vrouw.
Dat was geen prioriteit. Het was staatsbeleid.
De storing bleek mee te vallen. Een korrel rijst zat onder het verwarmingsplaatje. Mijn zwager verwijderde hem met een tandenstoker en schroefde alles weer dicht. Daarna volgde een proefkookbeurt. Iedereen bleef in de keuken wachten tot duidelijk was dat het apparaat weer normaal werkte.
De kraan druppelde intussen rustig verder. Er stond een groene emmer onder. Iemand had die daar neergezet, waarmee het probleem kennelijk voldoende was opgelost.
Ik probeerde later het gezag van de rijstkoker na te bootsen. Tijdens het eten tikte ik met mijn lepel tegen mijn glas. Niemand reageerde. Ik deed het nog eens, iets harder. Mijn vrouw keek op.
“Wat is er?”
“Ik wilde iets zeggen.”
“Zeg het dan.”
Dat vond ik onredelijk. De rijstkoker hoefde ook nooit uit te leggen waarom hij piepte.
Ik stelde voor om de volgende ochtend vroeg naar de markt te gaan, voordat het heet werd. Mijn vrouw knikte zonder overtuiging. Ton keek naar zijn telefoon. Mijn schoonzus vroeg of iemand nog vis wilde. De volgende ochtend om half acht zat ik alleen in de auto.
Om kwart voor acht klonk vanuit het huis de piep van de rijstkoker. Binnen een minuut ging de achterdeur open. Mijn vrouw kwam naar buiten met haar tas, gevolgd door mijn schoonzus en Ton. Kennelijk konden we vertrekken zodra de rijst klaar was.
Ik begon het apparaat met andere ogen te bekijken. Het verhief zijn stem nooit. Het gaf geen uitleg en herhaalde zichzelf niet. Eén piep was voldoende. Daarna wachtte het rustig af, in de zekerheid dat iedereen zou komen. Misschien zat daar mijn fout. Ik gebruikte te veel woorden.
Die avond wilde ik dat Ton zijn schoenen van de veranda haalde. Ze lagen midden voor de deur, besmeurd met rode modder.
“Ton, schoenen opruimen.”
Geen reactie. Ik wachtte even en zei het opnieuw. Hij mompelde iets zonder van zijn scherm op te kijken. Toen de rijstkoker tien minuten later piepte, sprong hij op om als eerste een bord te pakken. Onderweg struikelde hij over zijn eigen schoenen.
Mijn vrouw keek vanuit de keuken naar mij.
“Kun jij die meteen even buiten zetten?”
Ik zette de schoenen buiten.
De volgende dag kocht ik bij een elektronicawinkel een klein keukenwekkertje. Het had ongeveer dezelfde piep als de rijstkoker. Mijn plan was eenvoudig. Als ik hulp nodig had, zou ik niet langer roepen. Ik zou op de knop drukken en wachten tot het huishouden zich verzamelde.
Thuis zette ik het wekkertje op tafel. Mijn vrouw bekeek het.
“Waar is dat voor?”
“Voor mezelf.”
Ze haalde haar schouders op.
Die middag moest het kastje eindelijk naar de slaapkamer. Ik drukte op de knop. Het wekkertje piepte scherp door de kamer. Mijn vrouw kwam uit de keuken. Mijn schoonzus keek om de hoek en Ton zette zijn spel stil. Heel even voelde ik iets wat op gezag leek.
“Wat is er met de rijstkoker?” vroeg mijn vrouw.
“Niets. Ik wil alleen dat iemand mij helpt met dit kastje.”
Ze keek naar het wekkertje, daarna naar mij.
“Doe niet zo raar.”
Iedereen ging terug naar wat hij aan het doen was.
Het kastje staat nog steeds in de woonkamer. Het wekkertje ligt in een la bij de batterijen en oude telefoonkabels. De lekkende kraan is inmiddels gerepareerd, al weet niemand door wie.
Gisteren piepte de rijstkoker tweemaal. Mijn vrouw riep haar zus, mijn zwager pakte een schroevendraaier en Ton trok de stekker uit het stopcontact.
Ik bleef zitten.
“Kom je niet kijken?” vroeg mijn vrouw.
“Straks,” zei ik…
Over deze blogger

-
Mijn leeftijd valt officieel onder de categorie ‘bejaard’. Ik woon al 28 jaar in Thailand, probeer dat maar eens na te doen. Nederland was ooit het paradijs, maar het raakte in verval. Dus ging ik op zoek naar een nieuw paradijs en vond Siam. Of was het andersom en vond Siam mij? Hoe dan ook, we waren elkaar goed gezind.
De ICT zorgde voor een regelmatig inkomen, iets wat jullie ‘werk’ noemen, maar voor mij was het vooral een tijdverdrijf. Schrijven, dat is de echte hobby. Voor Thailandblog pak ik die oude liefde weer op, want na 15 jaar zwoegen verdienen jullie wel wat leesvoer.
Ik begon op Phuket, verhuisde naar Ubon Ratchathani, en na een tussenstop in Pattaya woon ik nu ergens in het noorden, midden in de natuur. Rust roest niet, zeg ik altijd, en dat blijkt te kloppen. Hier, omgeven door het groen, lijkt de tijd stil te staan, maar dat doet het leven gelukkig niet.
Eten, vooral lekker, dat is mijn passie. En wat maakt een avond compleet? Een goed glas whisky en een sigaar. Dan heb je het wel zo’n beetje, vind ik. Proost!
Lees hier de laatste artikelen
Cultuur22 augustus 2026‘De rijstkoker die meer gezag heeft dan ik’
Cultuur11 augustus 2026‘De kat die bij ons kwam wonen zonder zich voor te stellen’
Cultuur30 juli 2026‘Hoe mijn wachtwoordbeveiliging verloor van een nieuwsgierig neefje’
Cultuur23 juli 2026‘Hoe mijn bloeddrukmeter in een ochtend de volksgezondheid van onze straat overnam’
