Cees Nooteboom en de Boeddha achter de schutting

Door Tino Kuis
Geplaatst in Cultuur, Literatuur
Tags:
18 maart 2026
()
Cees Nootboom – foto: Wikipedia

Cornelis Johannes Jacobus Maria Nooteboom, met als roepnaam ‘Cees’, uitgesproken als ‘Sees’, overleed op 11 februari 2026, 92 jaar oud. Hij laat een prachtig oeuvre achter van fictie, gedichten en vooral reisverhalen. Een van die reisverhalen is ‘De Boeddha achter de schutting, aan de oevers van de Chaophraya, een verhaal’, voor het eerst uitgekomen in 1986.

Ik begin met een deel van een recensie over dit boek (zie de noten), en daarna kopieer ik een selectie van teksten uit het verhaal van Cees Nooteboom.

De recensie van het boek

Soms staan zijn reisbeschrijvingen nadrukkelijk ten dienste van een idee, soms ook hebben ze geen andere bedoeling dan mooi te zijn. Die tweede categorie, de ‘beschrijvende’ verhalen, is me het liefst, en De Boeddha achter de schutting mag daartoe gerekend worden. Geen grote uitspraken over de smeltkroes die de wereldstad Bangkok is, geen diepgravende overpeinzingen over het wezen van het boeddhisme, maar een stroom van beelden die hun samenhang enkel en alleen ontlenen aan het feit dat ze door Nooteboom, gezien, gewogen en opgeschreven zijn.

‘Verzoen de beelden’ is een zin die in het verhaal geregeld terugkeert, het is een leidende gedachte, een opdracht die de auteur zichzelf heeft gesteld toen hij aan het uitwerken van zijn aantekeningen en herinneringen begon. De methode die Nooteboom daartoe gekozen heeft is opmerkelijk, want anders dan we van hem gewend zijn worden de wandelingen door Bangkok en de ontmoetingen met de jonge vrouwen Adelheid en Tineke niet geregistreerd door een ‘ik’, maar door een ‘hij’, een reiziger zonder naam en toenaam.

Bij die reiziger voegt zich een stem, een ’tegenstem’, die af en toe de stem van het eigen innerlijk lijkt, maar die in de regel toebehoort aan een reisgenoot – vermoedelijk Sjoerd Bakker, die enkele prachtige illustraties bij Nootebooms verhaal maakte. De reiziger zorgt voor de noodzakelijke afstand tot het onderwerp,’de ’tegenstem’ biedt de mogelijkheid het waargenomene van kanttekeningen te voorzien. Zo kunnen heel uiteenlopende indrukken naast elkaar worden geplaatst: armoede naast rijkdom, chaos naast rust. In oranje geklede monniken en driftig handel drijvende Sikhs verdringen elkaar.

Het is de ’tegenstem’ die de reiziger ertoe aanzet zijn verhaal te vertellen. Thai Buddhism in the Buddhist world, een boek, ongetwijfeld een standaardwerk, stop dat maar weg. Wie hier iets wil zien moet door het gat in de schutting kijken. Daar ‘is een minimaal platje getimmerd waar een goudgespoten Boeddha van blik op staat’. Niet een kunstwerk, gewoon een ‘dikke Hema-Boeddha, twintigste eeuw, Bangkok 1985’. Hij, die Boeddha, is het symbool van een eeuwenoude traditie, het goudgespoten blik staat voor het nuchtere empirisme waarmee het Westen het Oosten bekijkt. Die twee te verzoenen is Nootebooms kunst.

Korte citaten uit het boek

Blz. 71

….Die ene mens is, dat zie je zo wel, een reiziger. Thais hebben niets bij zich, hij wel. Hij draagt een soort postbode tasje, daar zit zijn onzin in. De landkaart van Bangkok (Bangkok is een land), zijn paspoort (zodat hij af en toe kan kijken wie hij ook alweer is), zijn rode, in linnen gebonden opschrijfboekje (waar die reis in moet staan), zijn dit, zijn dat zijn alles wat. Het is een beetje dik, dat tasje, en het maakt hem zeer zichtbaar. De arme mensen die hem passeren of die zich bevallig op de grond gedrapeerd hebben (rijke mensen rijden in auto’s), kijken er met begeerte naar…..

Blz. 73

…..De reiziger kijkt naar de Boeddha in de boom en wil zijn rode boek pakken om het beeld op te schrijven.’Hoef je niet op te schrijven,’ zegt de ander, ‘zie je de hele dag. Duizenden gedaantes, Boeddha, Boeddha, Boeddha. Of niet soms?’…..

Blz. 76

…Het was een vroege ochtend geweest, nevelig, en hij had achter het Royal Orchid Hotel één van die gondelachtige boten genomen waarvan je  nooit wist waar ze heen gingen. Je ging zitten en dan kwam er een meisje in uniform dat wou weten hoe ver je mee zou varen maar dat kon je niet zeggen want je wist het niet. En dan lachte ze (Thais lachen bijna altijd, dat was voor iemand uit het land waar hij vandaan kwam zoiets als balsem op de ziel) en rolde een heel klein biljetje uit het rare metalen ronde trommetje dat op haar meisjesborst hing……

Blz. 81

…Dat was het ogenblik, zag hij nu weer, waarop  de monniken voorbij kwamen, sommigen ook nog kinderen……De stoet kwam van links op en ging rechts weer  af, een stoet mannelijke personen in waaiende kledij, bedelnappen in hun handen. Hij vroeg zich af of hij dat woord ooit hardop gezegd had: bedelnap. ‘Verzoen de beelden’.

Verzoen de beelden. Door die klank van verzoen had hij aan schoenen moeten denken, en nu zag hij ze. Honderden, duizenden schoenen op tempeltrappen, houten trappen, marmeren trappen, glanzende, vervallende, gekreukelde schoenen, trotse en lijdende, gapende, domme, ijdele, walgelijke, edele schoen, bevrijd van hun mensen….

Blz. 83

…..Het verkeer op Sukhumvit ging dag en nacht door, kwaadaardig als een fascistische optocht……

Blz. 84

…Ze vroeg of hij maar haar naar boven wilde en hij zei nee want dat wilde hij niet….

Blz. 86

…Tussen de 2-en 300.000 vrouwen werken in 97 nachtclubs, 119 massagehuizen, 119 kappers-annex-massagebedrijven, theehuizen, 248 verboden maar vindbare bordelen en 394 disco-restaurants. Het leed van de wereld wordt weggemasseerd en stroomt als een oneindige, stroperige klong van zaad uit de riolen van de Engelenstad. Verzoen de beelden….

Blz. 100

….’Er zijn veel danseressen in Bangkok’. ….Een groep meisjes was om hen heen komen staan, ineens lagen er handjes op zijn armen, zijn schouders, op zijn dijen, tussen zijn benen. Stemmetjes als klokjes, dat wel. Can we this, can we that. Hij legde de handen geduldig weer terug op hun plaats, en dat bleek ergens in de lucht te zijn, aan het uiteinde van hun bewegende armen. Toen had hij in de spiegel tegenover zich het meisje dat achter hem danste gezien…….Haar gezicht was zo leeg dat je er wel een kilometer in kon kijken. Dat had hem grote angst aangejaagd, of wie weet wel walging. Hij had zich geëxecuteerd en was weggegaan…….

.Blz. 102

..Dit was nu echt massa, dacht hij, al die zwarte hoofden die boven de trottoirs zweefden, deinende zwarte bloemenvelden. Het viel hem voor het eerst op dat iedereen zwart haar had…..

Blz. 114

De logische gang van het museum voert van het goddelijke naar het koninklijke, van beelden naar bric-à-brac. Lansen, ivoren draagstoelen, een ‘Laotian alphabet typewriter presented by American missionaries’, serviezen, palankijns, uniformen zo klein dat je je niet kunt voorstellen dat iemand erin paste, sieraden, oude foto’s, alles onherstelbaar tempo doeloe.

Blz. 117

…De koningen zijn nog goden en dulden zelfs in hun dood het volk alleen maar in de aardekleurige diepte…

Blz. 126

…Nu was het tijd om te gaan. Te lang in deze stad zou wel niet goed voor iemand zijn. …..Het vliegtuig zou opstijgen….De stad, waarin hij nu nog vertoefde, zou daar onder hem liggen als een hoop vuige onzin, geborduurd met het goud van tempels en paleizen. En hij, hij zou toch heimwee hebben, heimwee of verdriet. Niet veel verdriet, maar toch. Hoe je de condition humaine precies definieerde wist hij ook niet, maar op een niet uit te leggen manier leek het of er hier meer van was dan ergens anders. Misschien kwam het door de tegenstellingen. Verzoen de beelden.

Blz. 127

…”Mr. Deng,’ zei hij, ‘this is just to tell you that I am leaving tomorrow.’ ‘Well,’ zei mr. Deng, ‘you will be back one day, no?’Als God het wil, wou hij op zijn Spaans zeggen, of iets anders plechtigs, zoals Insh’ Allah, maar mr. Deng had al opgehangen. 

Cees Nooteboom, Mokusei & De Boeddha achter de schutting, De Arbeiderspers, 1993

Recensie van dit boek:  Tzum | Recensie: Cees Nooteboom – De Boeddha achter de schutting – Tzum

Hoe leuk of nuttig was deze posting?

Klik op een ster om deze te beoordelen!

Gemiddelde waardering / 5. Stemtelling:

Tot nu toe geen stemmen! Wees de eerste die dit bericht waardeert.

Omdat je dit bericht nuttig vond...

Volg ons op sociale media!

Het spijt ons dat dit bericht niet nuttig voor je was!

Laten we dit bericht verbeteren!

Vertel ons hoe we dit bericht kunnen verbeteren?

Over deze blogger

Tino Kuis
Tino Kuis
Geboren in 1944 in Delfzijl als zoon van een eenvoudige winkelier. Gestudeerd in Groningen en Curaçao. Drie jaar als arts gewerkt in Tanzania, daarna als huisarts in Vlaardingen. Een paar jaar vóór mijn pensioen getrouwd met een Thaise dame, we kregen een zoon die drie talen goed spreekt.
Bijna 20 jaar in Thailand gewoond, eerst in Chiang Kham (provincie Phayao) daarna in Chiang Mai waar ik graag allerhande Thai lastigviel met allerlei vragen. Volgde het Thaise buitenschoolse onderwijs waarna een diploma lagere school en drie jaar middelbare school. Deed veel vrijwilligerswerk. Geïnteresseerd in de Thaise taal, geschiedenis en cultuur. Woon nu alweer 5 jaar in Nederland samen met mijn zoon en vaak met zijn Thaise vriendin.

7 reacties op “Cees Nooteboom en de Boeddha achter de schutting”

  1. Tino Kuis zegt op

    Ik lees reisverhalen altijd met veel plezier, ook dit verhaal over Bangkok uit 1986. Toch denk ik wel dat we ons niet te veel moeten laten meeslepen in een oordeel over het land waar een reiziger rondloopt. Het gaat vaak te veel alleen over de toeristische gebieden en gelegenheden. De taal, de geschiedenis en de sociaaleconomische achtergrond komt zelden ter sprake en dat is wel noodzakelijk om een land te leren kennen.
    In het verhaal van Cees Nooteboom heten alle vrouwen ‘meisje’, ze zien er allemaal hetzelfde uit en ze gedragen zich ook hetzelfde. Er is nergens een gewoon gesprek met een Thai. Een wat diepere uitleg over geconstateerde toestanden is er ook niet. Dus: lees, geniet, denk na maar schort je oordeel nog even op.

    5
  2. Tino Kuis zegt op

    …ze gedragen zich ook hetzelfde.’….Citaat: ‘Thais lachen bijna altijd’.

    2
    • Jan zegt op

      Opmerkelijk, beter gezegd teleurstellend, voor een nogal hooggestemde schrijver als Cees Nooteboom is dat hij zich niet afvraagt waarom Thai zo vaak (glim)lachen. Dat suggereert een voortdurende nietszeggende vrolijkheid. Maar die lach heeft vele dimensies. Thai lachen soms uit vrolijkheid, maar ook staat de ‘Thaise glimlach’ voor beleefdheid, verlegenheid, om spanning te verminderen of conflicten te vermijden, en niet alleen voor blijdschap. De glimlach is diepgeworteld in de boeddhistische cultuur, gericht op het behouden van harmonie, het voorkomen van gezichtsverlies en het tonen van respect.

      1
  3. Rob V. zegt op

    Aan de citaten te zien iemand die behendig was met de pen, maar altijd weer die “meisjes”. Thailand, het land van altijd lachende meisjes. En jongens vermoed ik maar niemand praat over de lachende jongens. Meisjes, boeddha’s, barretjes en de glimlach, dat is Thailand blijkbaar.

    2
    • Jan zegt op

      Tja, nog eens herlezend, kan ook mijn conclusie geen andere zijn dan dat dit verhaal nogal vlak en cliché is (en gedateerd o.a. in zijn vrouwbeeld). Een titel als “De Boeddha achter de Gamma-schutting” zou niet misstaan.

      1
  4. Omar Ben Salaad zegt op

    Misschien verwoordt Nooteboom hier de indrukken die een bezoeker krijgt. Een reiziger, en dat is dus niet iemand die zich ergens vestigt en zich soms, niet altijd, wat dieper in een cultuur verdiept. Maar daarom mag hij zijn indrukken nog wel opschrijven natuurlijk. Iemand als Paul Theroux, bekend van zijn reisboeken, zal zich ook niet verdiept hebben in de details van de culturen waar hij mee werd geconfronteerd. Een reiziger is niet hetzelfde als iemand die zich langdurig in het buitenland vestigt.

    2
  5. Alphonse zegt op

    Dag Tino, dank voor je RIP-bijdrage. Ze zette mij aan het denken. Ik zoek naar ironie in je woorden. Maar ik mag besluiten dat je het aan de lezers overlaat. Heel genuanceerd laat je Nooteboom in het midden tot bovenaan staan. De reacties hierboven nog genuanceerder: zij zien niet veel in Nooteboom.
    Ik herlas in de voorbije week honderden pagina’s van hem.
    Bij zijn gedichten niet één keer een vonk. In zijn reisverhalen nauwelijks beelden van de steden die hij beschrijft. Geen vijf zintuigen, alleen brein en clichés. Hij moet ladekasten vol gemeenplaatsen hebben liggen. Mogen wij een kat een kat noemen? Overroepen schrijver. Uitgever: kassa-kassa. Alles is goed.
    De vertalingen van zijn werk, lees ik, zijn veel beter dan het origineel. Ah, daarom zijn roem in het buitenland. Ik lees vooral veel ego in beeldenloze taal. En een totaal gebrek aan respect voor de ander. Vooringenomenheid.
    Ik heb het in de afgelopen vijftien jaar (zes maanden/jaar snowbird), in Soi Cowboy nooit mogen meemaken dat een ‘Thais meisje’ me bij de gulp greep, daar zijn ze te bedeesd voor (jawel)! Wat heb ik gemist?
    “…stroomt als een oneindige, stroperige klong van zaad uit de riolen van de Engelenstad.’ Eind jaren 80 is er een grootscheeps onderzoek van spermatozoën in rioolwater uitgevoerd in diverse wereldsteden – en jawel, Amsterdam spande de kroon.
    Enzovoorts! Wat durft die man, een intellectueel, te schrijven, totaal ongegrond! Totaal bevooroordeeld. De zgn. tijdsgeest inroepen is bullshit.
    Maar toch, hij was TOCH een GROOT schrijver en dat maakt alles goed voor zijn kritiekloze lezers
    Tja, als je woorden als ‘klong, Engelenstad’ gebruikt, ben je al vlug een specialist in Bangkok-reizen.
    Overigens heb ik nog nooit in al die jaren een ‘leeg meisjesgezicht’ gezien in Thailand.

    3

Laat een reactie achter